+ Meer informatie

Geselsie uit Suid-Afrika

3 minuten leestijd

Het is hartje winter. En al geldt ook hier het gezegde "als de dagen lengen, begint de winter te strengen", momenteel hebben we over de kou nog niet te klagen. Overdag stijgt het kwik tot boven de twintig graden. Winter ziet er hier dus heel anders uit dan in Nederland. De natuur toont dor en stoffig. Geen wonder ook, want heel de winter regent het niet. In de meimaand viel tweemaal een buitje en dat was al een onverwacht extraatje. Overigens geldt de winterdroogte niet voor heel Zuid-Afrika, want in het westen valt de regen juist vrijwel uitsluitend in de winter. En natuurlijk is er een overgangsgebied waar heel het jaar door met enige regelmaat neerslag valt. Door de lange droogte is het gras in bermen, onbebouwde terreinen en ruigtes uiterst brandbaar. Bijna elke avond valt wel ergens aan de horizon de vurige gloed van een veldbrand te bespeuren. De eerste winter dat ik in Zuid-Afrika verbleef, heb ik me heel wat keren ietwat angstig afgevraagd of er niks ernstigs aan de hand was: de vlammen waren toch wel erg hoog, of de rook was griezelig dik. Inmiddels ben ik aan het schouwspel gewend. Ik vind het nog steeds een mooi gezicht, die dansende brokjes vuur in de verte. Meestal onstaat het vuur door achteloos weggegooide sigarettepeukjes. Ook wanneer het zomaar ergens midden in het veld begint te branden, want er is vrijwel geen stuk grond waar niet een paar voetpaadjes doorheen lopen. Natuurlijk is zo'n veldbrand niet helemaal ongevaarlijk. Maar aangezien het bijna onwaarschijnlijk is dat er een winter voorbijgaat zonder dat overal het gras afbrandt, worden er voorzorgsmaatregelen genomen. Liggen iemands bezittingen tegen zo'n brandhaard aan, dan maakt hij in het begin van de winter een zogenaamde voorbrand. Hij trommelt een stel mensen op en steekt het gras aan. Het vuur kan zo geleid worden, want gaan de vlammen een verkeerde richting uit, dan staat direct iemand klaar om ze te doven. Zo wordt een strook rond het erf kaalgebrand. Tegen de bergen achter ons is zo precies te zien waar de grond van het bedrijf waar we wonen ophoudt: de zwartgeblakerde voorbrand volgt keurig de heining, die in de zomer niet opvalt tussen de begroeiing. Onstaat er nu brand, dan dooft het vanzelfbij de voorbrand door gebrek aan voedsel. Alleen als een voorbrand te smal is, kan de wind misschien nog vonken erover jagen en zo aan de andere kant problemen veroorzaken. Maar in die twee winters die ik nu hier ben, heb ik nog niet van afgebrande huizen gehoord. Op het platteland is het wel eens anders. De radio meldt regelmatig dat ergens een deel van de oogst of vee in een brand verloren gaat. Met name in bergachtige streken is de bestrijding van het vuur bijzonder moeilijk. De vlammen dansen moeiteloos over steiltes die voor een mens, zeker onder bedreiging van vuur, vrijwel onbegaanbaar zijn. 't Is nogal egoïstisch om het zo te zeggen, maar gelukkig zitten wij niet met dat probleem. De enige last die de veldbranden ons brengen zijn nu en dan een rooklucht en roetdeeltjes die door elk kiertje binnendringen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.