Bekijk het origineel

Nachtdienst

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Nachtdienst

11 minuten leestijd

's Nachts slapen en overdag werken is weliswaar de natuurlijke regelmaat, maar daarop zijn noodzakelijke uitzonderingen te maken. Veertien procent van de Nederlandse beroepsbevolking, ruim 825.000 mensen, draaien regelmatig in de nacht hun arbeidsuren. Niet warmpjes onder de wol, maar in de surveillancewagen door de donkere straten, met de posttrein over een schaars verlicht spoor, 'bellen lopen' van patiënten die niet kunnen slapen, een nieuwe asfaltlaag op het wegdek aanbrengen of om 03.00 uur het zoveelste telefoontje afwerken.

Nachtwerk is niet iets van de laatste tijd. Het is geen trend, zoals bijvoorbeeld deeltijdwerken dat de laatste jaren is geworden. Binnen verscheidene bedrijfs- en beroepstakken wordt al jaar en dag 's nachts gewerkt. Nachtwerk is daar een basiselement van de arbeidsovereenkomst.

Brandweer- en politiepersoneel kunnen aan het begin van hun loopbaan reeds incalculeren dat er regelmatig 's nachts gewerkt moet worden. Voor verplegenden en verzorgenden geldt hetzelfde. Het werk in de industriesector is zo goed als gelieerd aan het draaien van ploegendienst, de nacht incluis. Veel PTT'ers en NS'ers werken 's nachts. Bewakings- en horecapersoneel: kantoortijden van negen tot vijf staan ver van hun bed.

Onregelmatig
De uren die een werknemer 's nachts draait, vallen vrijwel altijd binnen een schema van onregelmatige werktijden. Mensen die 's nachts werken, werken ook vaak 's avonds en in het weekend overdag. Er is een verscheidenheid aan onregelmatig-werkcombinaties.

Eén daarvan is de nacht-avondcombinatie; 71.000 mensen in Nederland werken volgens dat ritme. Annie Oevermans, avond- en nachtbejaardenhulp in Huize Antonia te Almkerk, behoort tot die groep. Twee en een halfjaar geleden werd aan haar gevraagd om de functie van full-time nachthulp op te pakken.

Dat betekent alleen maar nachtdiensten draaien in een steeds terugkerende cyclus van zeven nachten werken, vier nachten vrij, drie nachten werken, zeven nachten vrij en weer opnieuw. „Negen van de tien collega's hebben een gruwelijke hekel aan de nachtdienst", zegt Annie. „Maar ik heb er nooit een hekel aan gehad. Ik slaap overdag goed na een dienst, zo'n zes, zes en een halfuur. Eigenlijk net zo lang als ik 's nachts slaap.

's Ochtends om een uur of half acht stap ik m'n bed in en rond twee uur 's middags kom ik er weer uit. Uitgeslapen en al. En dan begin ik aan mijn andere werkzaamheden, voor een hulpverleningsorganisatie. Nee, ik vind mijn baan zo heel leuk, 'k zou niet anders meer willen."

Gestreken
Na twintig jaar bejaardenzorg weet Annie precies wat die zorg inhoudt. Haar werk bestaat voor negentig procent uit huishoudelijke arbeid en voor tien procent uit verzorging. Een verschil tussen dag- en nachtdienst is er wat dat aangaat niet. Ook 's nachts moet de was gedaan, gestreken en de vloer gedweild worden.

Daarnaast worden in de nachtdienst, die van elf uur 's avonds tot zeven uur 's ochtends duurt, rondes langs de bewoners gelopen., Je kijkt of de mensen nog droog zijn, goed liggen of iets nodig hebben. Het kan ook gebeuren dat 's nachts een bewoner valt. In het ergste geval moet je dan een dokter bellen, een ambulance regelen en eventueel de familie roepen. Bij een sterfgeval is dat hetzelfde.

" Geven zulke gebeurtenissen, 's nachts in een donker bejaardentehuis, extra spanning aan het draaien van nachtdiensten? ,Ja", zegt Annie, „dat is zo. 't Is niet dat ik bang ben hoor, maar 's nachts, als het overal stil en donker is, is de werksfeer toch even anders dan overdag. Met je collega sta je er alleen voor. Er kan altijd wat gebeuren, en dan moet je direct reageren."

„Een voorval dat niet met de bewoners te maken heeft, maar waar ik toch altijd nog van schrik, is wanneer het brandalarm afgaat. Dat gebeurt weleens, als het onweert of zo. Of die keer dat ik naar het toilet ging en twee hoofden voor het raam zag. Uiteindelijk bleken het twee jongens te zijn die voor de regen schuilden, maar je schrikt toch even."

Gesprekken
Een punt dat mensen ervan zou kunnen weerhouden om alleen maar nachtdiensten te draaien, is het contact met patiënten en bewoners dat 's nachts vanzelfsprekend minder is dan overdag. De nacht is er voor de rust, de slaap, ook in een bejaardentehuis.

Annie erkent dat het contact 's nachts inderdaad minder is dan overdag. Alhoewel, ook de dagverzorgirig heeft in de loop der jaren steeds minder tijd gekregen voor bijvoorbeeld het maken van een praatje met de bewoners, vindt ze. „En het komt ook best regelmatig voor dat, wanneer de meeste bewoners slapen, ik met een wakkere bewoner rustig een gesprekje kan voeren. Ook al is het nacht."

's Nachts gesprekken voeren: Lida Berkhorst (niet haar echte naam) doet niet anders tijdens haar werk. Zij is telefoniste bij de Stichting SOS Telefonische Hulpdienst (SOS/THD), een hulpdienst die zeven keer 24 uur per week bereikbaar is. Dat betekent dat de telefonisten, allen vrijwilligers, regelmatig 's nachts werken.

Eerst is er koffie, om elf uur 's avonds als de nachtdienst van Lida begint. De koffiepot blijft trouwens de komende uren binnen handbereik staan. Als het meest geschikte vocht om wakker door te blijven. Lida's collega rondt een laatste gesprek af, voor haar is de dagdienst na dit gesprek afgelopen. Haar beller vroeg zich af tot welke instantie hij zich het beste kon wenden met een financieel probleem dat hij heeft.

Nog typisch een 'dagvraag', de echte 'nachtvragen', zo tussen twaalf en vijf's nachts, zijn meestal van heel andere aard. Mensen bellen de SOS/THD dan met hun verhaal over eenzaamheid, angst, rouw en depressiviteit.

De telefoon gaat. 't Is tien voor twaalf. „Telefonische Hulpdienst", zegt Lida. Aan de andere kant van de lijn volgt een verhaal. De eerste paar minuten klinkt van Lida's kant niet meer dan een 'ja' en 'nee, nee'. Af en toe stelt ze een vraag. De vrouw die belt, voelt zich angstig. Waarvoor weet ze eigenlijk niet. Voor de nacht, de stilte, voor de buren, voor morgen, eigenlijk voor van alles en nog wat.

De angst beheerst haar zo, dat erover praten haar de enige oplossing leek om ervan af te komen. Daarom belt ze naar de Hulpdienst. Samen proberen Lida en de belster een geordend beeld te creëren van het angstprobleem. Wat eerst een verward verhaal was, komt hoe langer hoe meer in een kader te staan.

Het blijkt dat de vrouw nog nooit last heeft gehad van de buren, waarom vannacht dan wel? Deze nacht is er één zoals vele: rustig weer, geen rumoer op straat van ronddolende jongeren, geen andere vreemde geluiden. En ook morgen staan er voor de mevrouw geen ongewone zaken op stapel. Met het advies om een beker warme melk te drinken en daarna ontspannen in bed te stappen, sluit Lida het gesprek af

Verstelwerk
Ondertussen is het kwart voor één en de telefoon gaat niet. Voor die momenten neemt Lida altijd een boek mee en zet ze de radio aan. „Ik lees ontzettend graag. Thuis, in mijn gezin, kom ik daar niet veel aan toe, maar juist hier kan ik tussen de telefoontjes door heerlijk lezen. Ik heb tijdens de nachtdienst trouwens ook wel met verstelwerk van thuis gezeten. Je wilt je tijd toch nuttig besteden."

Voor de tweede keer gaat de telefoon. Weer zegt Lida de eerste minuten niet veel. Dan begint ze vragen te stellen. „Hoe vaak komen uw kinderen u dan opzoeken?" „Hoorde u ook niets van ze toen ze op vakantie waren?" „Ze hebben zelfs geen tijd voor u als u ze belt voor hun verjaardag?" Dit is een triest, maar voor Lida zeer herkenbaar geval.

De dame die belt voelt zich eenzaam. Ze heeft heel weinig contacten met mensen om haar heen, krijgt nauwelijks bezoek en, wat ze het ergste vindt, ze ziet en hoort slechts sporadisch iets van haar kinderen. Lida: „Juist in de nacht, als de wereld heel stil en verlaten lijkt, komt de eenzaamheid extra sterk op de mensen af. 's Nachts is een mens nog vatbaarder voor sombere gevoelens dan overdag. Tja, en dan komen de telefoontjes."

Lichtpuntjes
Een derde beller. Weer iemand die bang is, de nacht niet ziet zitten. Ook nu heeft Lida geruime tijd nodig om de beller te kalmeren, „ik merk vaak dat mijn rol een nuchtere rol moet zijn. Alles maar eens op een rij zetten, lichtpuntjes zoeken en daarmee proberen een eerste oplossing te creëren. 't Is vaak zo'n chaotische warboel waar mensen in zitten. Plus al hun eigen emoties waar ze zelf heel moeilijk uitkomen. In die paniek bellen ze dan, vaak 's nachts, naar ons."

De nacht zet door. Ook in het pand van de SOS/THD. Heel regelmatig zit Lida aan de telefoon. Relatieproblemen, verslavingsproblemen, een burenruzie en een ongewenste zwangerschap: Veel komt haar ter ore deze nacht.

Opeens legt ze de telefoonhaak neer. „Een ogenblikje meneer, even wat water." Ze loopt naar de kraan en gooit een handvol water in haar gezicht. Tegen de opzettende slaap, blijkt later. Zo rond vier, vijf uur 's nachts moet ze echt moeite doen om alert en fit te blijven. „Ik merk dat ik rond die tijd heel vaak leeg ben. Dan heb ik het wel gehad aan de telefoon.

Zo rond half vijf ben ik dan ook gewoon moe. Je luistert wel naar de mensen, maar meer ook eigenlijk niet. Wat die vermoeidheid betreft, heb ik liever de diensten overdag, maar dan wel met de gesprekken van 's nachts. Tja, en dat kan natuurlijk niet."

Belangenvereniging
De directeur van de Reformatorisch Maatschappelijke Unie, P. Schalk, kan niet met precieze cijfers aangeven hoeveel van zijn ruim achtduizend leden nachtwerk verrichten. Hij rekent op nachtwerkers binnen de RMU bij de secties Politie en Justitie, Gezondheidszorg en Welzijn, en Industrie en Vervoer: goed voor zo'n twee en een half duizend leden.

De precieze cijfers aangaande het aantal nachtwerkers ontbreken volgens Schalk omdat het de vraag is hoe relevant deze cijfers zijn voor een belangenvereniging als de RMU. „Als je bij de politie gaat werken of in een ziekenhuis, weet je als werknemer gewoon dat je ook 's nachts zal moeten werken", zegt Schalk.

„Op voorhand hoeft nachtwerk voor onze leden dus geen problemen op te leveren en daarmee voor onze organisatie een concreet beleidspunt te zijn." Dit neemt niet weg dat er af en toe toch wat rimpelingen te constateren zijn. De RMU werd bijvoorbeeld geconfronteerd met het verhaal van leden die plotseling, zonder duidelijk afspraken vooraf, 's nachts moesten werken.

Met mensen die door ziekte eigenlijk geen nachtdiensten meer konden draaien, maar hier door hun werkgever toch toe verplicht werden. En dan is er ook nog het nachtwerk op zondag. Voor wie rekent met een zondag van zondagnacht 0.00 uur tot maandagnacht 0.00 uur, is het draaien van bijvoorbeeld een ploegendienst rond die tijdstippen een bezwaar.

's Nachts moet in een aantal beroepstakken dus gewoon gewerkt worden, meent Schalk. Noem het werk in dat geval verantwoord nachtwerk. We hebben het dan over noodzakelijke arbeid. Maar ook Schalk neemt meer en meer een tendens waar waarin nachtwerk gestimuleerd wordt vanuit puur economisch oogpunt. En daar kan hij niet achter staan.

„Ik proef in onze maatschappij een ontwikkeling die het mogelijk maakt om steeds meer 24 uur per dag te draaien. De Arbeidstijden- en de Winkeltijdenwet zoals die er nu bij liggen, passen naadloos in het beleid richting een 24-uurs-economie. 't Is een soort kettingreactie: De winkels blijven langer open en gaan op zondag open.

Daardoor moet in de vervoerssector automatisch langer gewerkt worden en is meer politie op straat vereist. Ook in het bankwezen moeten meer uren per dag gedraaid worden. In zijn totaliteit een proces waarin het alleen draait om economisch gewin.

Als je met de politiek praat over de ruk naar een 24-uurs-economie, wordt gezegd dat ze niet per se uit is op het creëren van zo'n economie. Maar op onze beurt zeggen wij dat de voorwaarden daarvoor gewoonweg geschapen worden, en daardoor de stimulerende voorwaarden voor nachtwerk incluis. Niet-noodzakelijk nachtwerk wel te verstaan."

                              ------------------------------

Nachtwerk in cijfers

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doet vanaf 1992 onderzoek naar onregelmatig werken van de Nederlandse beroepsbevolking. Een aspect daarvan is het nachtwerk.

De beroepsbevolking in Nederland telt momenteel bijna zes miljoen personen. Van hen werken 858.000 personen soms of geregeld 's nachts (tussen 0.00 uur en 6.00 uur). Dat is bijna een op de zes werkende mensen. Mensen met nachtwerk werken vrijwel allemaal ook 's avonds (tussen 19.00 uur en 24.00 uur).

Van de werkenden die 's nachts werken, werken er 337.000 in ploegendienst. Dat is vier op de tien nachtwerkers. Mannen werken vaker 's nachts dan vrouwen. Van de honderd werkende mannen werken er zestien 's nachts, tegenover twaalf van de honderd werkende vrouwen.

Allochtonen werken vaker 's nachts dan autochtonen. Van de allochtonen werken zeventien van de honderd 's nachts, terwijl veertien van de honderd autochtonen dat doen. In dienstverlenende functies wordt relatief vaak 's nachts gewerkt. Tachtig procent van het brandweer, politie- en bewakingspersoneel werkt 's nachts.

Van verpleegkundigen doet 68 procent nachtwerk. Ook in transport-, opslag- en communicatiebedrijven wordt vaak in het donker gewerkt, 59 procent van het personeel werkt regelmatig 's nachts. Van het winkelpersoneel werkt daarentegen slechts twee procent weleens 's nachts.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 november 1995

Terdege | 80 Pagina's

Nachtdienst

Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 november 1995

Terdege | 80 Pagina's

PDF Bekijken