Bekijk het origineel

Protestantse heiligenverering

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Protestantse heiligenverering

4 minuten leestijd

We hebben zo onze bezwaren tegen de heiligenverering binnen de Rooms-katholieke kerk. Met onze afkeuring hiervan bevinden we ons onloochenbaar op bijbelse grond. Nu hoor je wel eens dat er ook op het protestantse erf nog zoveel heiligenverering voorkomt. Is dat zo?

Laten we om te beginnen niet menen, dat wij er te goed voor zouden zijn om mensen op een te hoge plaats te stellen. Geven we niet grif toe, dat de neiging om vlees tot onze arm te stellen ook in ons hart leeft? Daar hebben we dan al iets van die onmatige verering van mensen.

Het beroep dat wij in theologische gesprekken en kerkelijke discussies doen op bepaalde mensen, kan in sommige gevallen ten koste gaan van de eer van God en de heerschappij van Zijn Woord. En eerlijk is eerlijk, op zijn tijd doen we er allemaal aan mee. Versta me goed, ik ben ronduit bang voor de brede armzwaai waarmee dat wat God ons o.a. in Reformatie en Nadere Reformatie schonk, van tafel wordt geveegd.

Maar soms kun je je niet helemaal aan de indruk onttrekken dat we onze voormannen en kerkelijke autoriteiten uit de zestiende, zeventiende of twintigste eeuw des te meer gaan vereren naarmate we als gezindte meer en meer onszelf opsplitsen en aan alle kanten bezig zijn om te versplinteren. Tenslotte hebben we graag onze man(nen) op wie we ons beroepen!

Twee profeten
Als rechtgeaarde protestanten erkennen we de alleenheerschappij van het Woord Gods. Maar... verheft het Woord zich altijd boven alle andere stemmen? Altijd aangrijpend is in dit verband de ontmoeting van de twee profeten in 1 Kon. 13.

Een man Gods uit Juda heeft geprofeteerd tot Jerobeam en is op weg naar huis. Op bevel van de Heere mag hij niet eten en drinken in het Tienstammenrijk. De Heere heeft hem dat duidelijk geopenbaard. Dan komt echter een oude profeet uit Beth-El tot hem en zegt: „Denk erom, ik ben ook een profeet, een man Gods en een engel heeft tot mij gesproken door het woord des Heeren."

De man Gods laat zich overhalen en... het wordt zijn dood. Hij had het Woord Gods. Maar daartegenover stelt de oude profeet zijn "gezag", zijn "gezonden zijn door de Heere". Hij weet aannemelijk te maken dat hij een trouwe dienaar van God is. Dan valt de man Gods. Ten diepste stelt hij het woord van de oude man boven het Woord Gods.

Hoogachting
In het verband van ons onderwerp een aangrijpend en ontdekkend gebeuren, nietwaar? In ieder geval mag het wel het gebed wakker roepen in ons hart: „Heere, geef dat ik liever alles en iedereen eraan geef, dan dat ik Uw Woord laat varen! Maak toch om Uws Naams wil mijn voetstappen vast in Uw Woord!"

Het woord van een mens -wie dan ook maar- boven Gods Woord stellen, kan een vorm van heiligenverering genoemd worden. Een bepaalde hoogachting voor godvrezende mensen, voor dienaren van het Woord moet bijbels genoemd worden, maar mag nooit leiden tot de houding van „de dominee, die of die heeft het gezegd, dus..."

De uitspraak van een mens, hoeveel genade God hem of haar ook gegeven heeft, mag nooit ofte nimmer het einde van alle tegenspraak zijn. In Beréa verstond men dat (Hand. 17:11). Het gaan dan beslist niet om een kleinigheid. Dat blijkt uit 1 Kon. 13. God gedoogt deze mensenverering ten enenmale niet.

Erbarmelijk
Bovendien kan gevraagd worden of echte heiligen zelf dit wel zouden willen. Eigenlijk is het geen vraag. Ik denk aan wat art. 26 van de Ned. Geloofsbelijdenis zegt. Daar wordt geconstateerd dat men „de heiligen onteert, in plaats van die te eren."

Toegegeven, het gaat daar om de voorbede van heiligen, maar toch heeft het ons in het kader van dit stukje heel wat te leren. Echte heiligen willen dit volstrekt niet, althans wanneer zij voor God op hun plaats staan.

Er kunnen ook andere momenten zijn...! Als genade aan het woord is, wordt verheerlijking van mensen hartgrondig afgewezen. We kennen het sobere karakter van de begrafenis van Calvijn. Geen toespraken. Geen grafsteen. Ik zeg niet dat het zo door ons nagevolgd moet worden. Ook weet ik dat hij in een andere tijd en cultuur leefde dan wij. Maar dan nog blijft er, als je dat leest, iets haken ter overweging.

In ieder geval was hij bang voor een bepaalde heiligenverering. En blijkbaar was het bij hem waarachtig toen hij zei: „Ik ben een erbarmelijk schepsel." Allerminst hebben wij de zonden van Gods kinderen zo breed mogelijk uit te meten en uit te stallen. Anderzijds hebben wij hen ook niet te vereren alsof zij meer dan mensen zijn.

Dit gaat altijd ten koste van de verering van de Allerhoogste. We lezen wel dat degenen die de Heere vrezen en Christus toegebracht worden, zalig zijn, maar nergens dat zij te vereren zijn!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 december 1995

Terdege | 96 Pagina's

Protestantse heiligenverering

Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 december 1995

Terdege | 96 Pagina's

PDF Bekijken