+ Meer informatie

Brwonlow North

Een vergeten opwekkingsprediker

15 minuten leestijd

Slechts weinigen in Nederland kennen vandaag zijn naam. Toch was hij in zijn dagen een van de bekendste opwekkingspredikers. Onder zijn vrienden waren bekende voorgangers als Spurgeon, Ryle en Moody Stuart. Met onvermoeibare ijver trok hij door heel Groot Brittannië, om in grote zalen of onder de open hemel de samengestroomde menigten toe te spreken. Brownlow North, de Johannes de Doper van de opwekking in 1859.

Als op een avond een prediker ergens in Schotland moet voorgaan, drukt een vreemdeling hem een briefin de hand, met het verzoek die eerst te lezen voordat hij de preekstoel opgaat. Het briefje geeft een opsomming van vroeger begane zonden en besluit met een indringende vraag. „Hoe durft u, als u de waarheid van het bovenstaande weet, te bidden en het volk vanavond toe te spreken, daar u zo'n vuile zondaar bent?" De prediker stopt het briefje in de zak en haalt het voordat hij met preken begint voor de dag. Onder doodse stilte leest hij het voor. Dan zegt hij: „Alles wat hier gezegd wordt, is waar. Het is een juist beeld van de ontaarde zondaar die ik toen was. Maar o, hoe wonderlijk moet de genade wel niet zijn, waardoor ik uit zo'n dood in zonden en misdaden kon worden opgewekt..." Het typeert Brownlow North, een in zijn dagen bekende Engelse evangelist. Juist omdat hij zo'n groot zondaar geweest is, en nog is, kan hij met grote bewogenheid zijn hoorders vermanen om zich met God te laten verzoenen! Hij is wel de Johannes de Doper' genoemd van de grote opwekking waardoor in 1859/60 duizenden in het gehele Britse rijk in het hart worden geraakt. Gedreven door een vurige liefde voor verloren zielen, weet hij zich geroepen om slapende zielen te doen ontwaken, door de braakliggende grond te breken en door de gewetens van de mensen diep om te ploegen, om hen voor te bereiden op de vloed van zegen, die het land overspoelt. Hij doorreist geheel Groot-Brittannië om zielen voor Christus te winnen. Wat hij in zijn jeugd verknoeid heeft, wil hij in de rest van zijn leven goedmaken!

Bourgondisch leven
Brownlows wieg staat in Chelsea, een wijk in Londen, waar hij op 6 januari 1810 wordt geboren. Hij is de zoon van een Anglicaanse predikant, kleinzoon van de bisschop van Winchester en achterneef van Lord North, de achttiende-eeuwse Eerste Minister. Vanaf zijn geboorte is hij bekend met de aristocratische kringen in Londen en omgeving. Op de middelbare school doet hij zich meer kennen als een atleet dan als een ijverige student. Vanwege financiële problemen die het gezin North na de dood van zijn vader treffen, zoekt hij afleiding in het kansspel en geeft zich in 1832 op als vrijwilliger in het leger van Don Pedro in Portugal. Een jaar later keert hij terug en kiest voor een luchthartig, bourgondisch leven. Hij brengt zijn tijd door met paardrijden, dansen, jagen en biljarten. Later schrijft hij: „Vierenveertig jaar van mijn leven was mijn doel om de tijd met pleziertjes door te brengen." Het is een leven zonder God, overgoten met een sausje van de oppervlakkige godsdienst die hij van huis uit heeft meegekregen. Toch begint hij in 1839, gedrongen door een zekere ernst, aan het Magdalen College in Oxford een theologische studie te volgen, die hij drie jaar later afrondt. Misverstanden over zijn roeping en de tegenzin van de bisschop om hem te ordenen, doen hem echter besluiten om tot zijn oude leven terug te keren.

Bekering
De dood van een vriend, die tijdens het hardrijden verongelukt, maakt geen blijvende indruk. De vermaningen van de hertogin van Gordon, die hij in Huntly bij Aberdeen ontmoet, evenmin. Pas tegen het einde van 1854 komt de beslissende crisis in zijn leven. Hij is bezig met kaartspel in een huis in het Schotse Dallas Moors, als hij zijn zoon opeens toeroept: „Ik ben ten dode opgeschreven, breng me naar boven." Zijn hele leven in de zonde komt hem voor de geest. Een diep besef van het Godsbestaan bezet hem. Hoe kan hij de vertoornde God leren kennen? Hoe kan de verstoorde relatie weer hersteld worden? Behalve een diep gevoel van zijn uiterste hulpeloosheid, leert hij iets verstaan van Gods soevereiniteit. In dit verband verschrikt hem het woord van de Zaligmaker: „De Zoon maakt levend Die Hij wil." Hij ervaart wel iets van de gewilligheid van Christus, maar komt niet tot de geloofsovergave aan Hem. Maandenlang wordt hij geslingerd tussen hoop en vrees. Atheïstische gedachten kwellen hem. In Romeinen 3 vindt Brownlow tenslotte de sleutelwoorden die uitkomst bieden. De geloofsgerechtigheid van de Middelaar, "tot allen en over allen die geloven". „Dit gedeelte gaf mijn ziel Hcht. Ik riep: Als dit woord waar is, dan ben ik een verlost man. Dat is het wat ik nodig heb; dat is wat God mij aanbiedt; dat is wat ik wil hebben." Het is niet zijn bekeringservaring waarop hij leert rusten. De verworven gerechtigheid van Christus wordt het fundament van zijn hoop. Al heeft Brownlow North geen kerkelijk ambt, dat is voor hem geen verhindering om zich voor Gods koninkrijk in te zetten.

Evangelist
Vanaf de dag dat hij tot geloof gekomen is, heeft hij een sterk verlangen om anderen te wijzen op de noodzaak van wedergeboorte en geloof Hij begint traktaatjes te verspreiden, bezoekt zieken en spreekt mensen aan op de weg. Zijn werkgebied is eerst Dallas en omgeving, de streek die hij al zo veel jaren kent. Hij krijgt zelfs toestemming om in kerkgebouwen voor te gaan. Zijn eerste toespraak, in Huntly, maakt diepe indruk. Vele bekenden zitten onder zijn gehoor. Hij kan zich moeilijk beheersen, als hij begint met: „Mijn vrienden, u allen weet hoe ik voorheen geleefd heb. Maar God..." Hier stokt zijn stem. Hij wordt door emoties overmand. Het wordt een onvergetelijke avond. Ook andere gebieden bezoekt hij, voornamelijk in de noordelijke Hooglanden. Zo breidt zijn werk als leke-evangelist zich uit. In 1857 brengt North een bezoek aan Edinburgh. Hier spreekt hij meermalen in de St. Luke's, de kerk van de bekende Alexander Moody Stuart, een vriend van Robert Murray McCheyne. Ook in Glasgow vindt hij een goed onthaal. De General Assembly, de hoogste t> vergadering van de Free Church of Scotland, benoemt hem in mei 1859 tot full-time evangelist. Daardoor krijgt zijn werk een officiële status. Allerwege krijgt hij nu bekendheid. Niet alleen in Schotland, maar op het hele Britse eiland wordt hij gevraagd. Duizenden hangen aan zijn lippen, als hij op indringende toon van zonde en genade getuigt.

Opwekking
De honger naar het Woord is in die dagen groot. Berichten uit Amerika over een grote opwekking gaan niet aan het Engelse moederland voorbij. North is met vele anderen hoopvol gestemd over een nieuw 'Revival', een herleving. Die zal weldra plaatsvinden. In 1860 begint in Schotland de opwekking waarvoor met name Brownlow North de weg heeft gebaand, door zijn evangelisatietochten. In alle kerken worden gebedsbijeenkomsten gehouden. Duizenden luisteren naar de toespraken van North en anderen. Al in mei van het voorgaande jaar waren voortekenen van de opwekking merkbaar, toen "honderd jongeren, naast vele anderen, naar hem toe kwamen, omdat zij over hun zieleheil bekommerd waren." In het noorden van Ierland is het werk al eerder doorgebroken. In maart 1859 breidt de beweging zich daar zo snel uit "dat werd aangenomen dat enkele honderden zaligmakend onder de invloed ervan gekomen waren". Het jaar 1859 gaat voor Ulster de geschiedenis in als "het jaar van genade". North is actief betrokken bij de massasamenkomsten die in alle steden worden gehouden en waarbij duizenden in het hart worden getroffen. Een ooggetuige verhaalt: „Zorgeloze mensen werden neergebogen in een diepe ernst en snikten als kinderen. Dronkaards en trotse godslasteraars werden tot stilte bewogen." Er is sprake van een diepe zondeovertuiging onder alle lagen van de bevolking. Professor William Gibson, de auteur van 'The Year of Grace' (de geschiedenis van de opwekking in Ulster), geeft een treffend beeld van de preken van North. „Ik kan getuigenis geven van de wonderlijke kracht van zijn toespraken. Duizenden en nog eens duizenden waren om hem heen vergaderd, en of dit onder het hemeldak was of in de grootste gebouwen die gebruikt werden om hem te laten spreken, altijd was hij bereid om die waarheid te verkondigen die in zijn eigen geval bewezen had zo onschatbaar dierbaar te zijn."

Sterfbed
Behalve in Noord-Ierland maakt North opgang in zijn geboortestad Londen, waar hij vijf maanden verblijft. Bekende predikanten als Ryle en Spurgeon roepen hem een warm welkom toe. Zijn preken in 'Exeter Hall', in theaters en in kleine 'societies' worden rijk gezegend. In de jaren die volgen doorreist hij heel Engeland en Schotland. Hij koopt een huis in het Schotse Elgin, van waaruit hij zijn rondreizen maakt. Tot een week vóór zijn dood, in november 1875. Het jaar daarvoor was hij nog betrokken bij de opwekking die het gevolg was van het werk van de Amerikaanse evangelist Dwight L. Moody. Na een kort ziekbed blaast North de laatste adem uit. Een vriend spreekt bij zijn sterfbed: „Ik heb vaak gedacht dat het vers waarmee ik zou willen heengaan is: "Het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt van alle zonde". Waarop North antwoordt: „Dat is het vers waarmee ik nu ga sterven. Ik wens niet meer." Als hem gevraagd wordt of hij vrede heeft, antwoordt hij: „Volkomen vrede". Zo gaat hij heen, na een rijk getuigend leven in dienst van zijn Heiland.

Toespraken
De prediking van Brownlow North is indringend en uiteraard het meest gericht op de ongelovigen. Voor zijn toespraken kiest hij vaak Schriftgedeelten die hemzelf hebben aangesproken, zoals de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus. Of de woorden van Christus tot Zijn discipelen: "Wilt gijlieden ook niet weggaan?" De toespraken over "de rijke man en Lazarus" zijn in boekvorm gepubliceerd. Omstreeks 1965 is een Nederlandse vertaling verschenen. Een citaat hieruit geeft een treffend beeld van de manier, waarop hij mensen aansprak. "O, mijn broeder, indien u het niet voorheen reeds gedaan hebt, drinkt nu van dit water des levens. Met andere woorden: Ik smeek u, geef uzelf geen rust, totdat u God gezocht en gevonden hebt. Weer zeg ik u, van nature hebt u God niet. En ik wil eraan toevoegen dat u gedoopt kunt vele jaren kunt hebben deelgenomen aan des Heeren tafel, en evenwel zonder God kunt zijn. Laat er geen onzekerheid over de zaak zijn bij u, want hij die God niet heeft, is niet gered." Een ander citaat: "Hebt u de Geest van Christus? De Geest van Christus leidde Hem, toen Hij op aarde was, om op God te betrouwen en rond te gaan om goed te doen. Hebt u deze Geest? De Geest van Christus? Indien u de Geest van Christus niet hebt, dan hebt u zeer zeker God niet."

Centrale thema's
Wat zijn de centrale thema's in de theologie van Brownlow North geweest? Zijn biograaf K. Moody Stuart, zoon van Alexander Moody Stuart, noemt een vijftal hoofdzaken. Eerst het Godsbestaan, vervolgens het geschreven Woord, dan de onsterfelijkheid van de ziel, de wedergeboorte en tenslotte geloof en gevoel. Er is ongetwijfeld sprake van een nauw verband tussen de leiding van God in zijn leven en de accenten die North in zijn theologie en prediking legt. Voor hem is de Godskennis een existentieel besef, een geloofsrealiteit die zijn gehele wezen heeft ingenomen. Hij heeft een diep besef van Gods heiligheid en majesteit. Vanuit het bewustzijn van het Godsbestaan functioneert ook zijn geloof in de Schrift. Moody Stuart merkt hierover op: "Het Woord van God is voor hem geen holle frase, geen eufemisme; het is niet anders dan de openbaring van Gods wil aan zondige mensen." Zijn grote eerbied voor de Schrift komt voort uit een intense relatie met de grote Auteur. Ook de onsterfelijkheid van de ziel en de eeuwige bestemming van de mens zijn zaken die in zijn prediking sterk naar voren komen.

Heilsorde
De heilsorde komt in zijn prediking vooral naar voren in de noodzaak ervan. Wedergeboorte, geloof en rechtvaardiging zijn zaken die steeds worden benadrukt, waarbij het geloof in de gerechtigheid van Christus hoofdzaak is. We hebben gezien hoe het zicht op de geloofsgerechtigheid in zijn eigen bekering beslissend was. Sterk heeft hij het gevaar van een vermenging van geloof en gevoel onderkend. Vandaar dat hij in zijn prediking appelleert aan de menselijke wil en niet aan de emoties. Volgens Moody Stuart "wordt het gemis van het emotionele element in zijn prediking waarschijnlijk deels veroorzaakt door het ontbreken hiervan in zijn mentale karakter (...)", maar het is de vraag of deze conclusie juist is. De toespraken die bewaard zijn gebleven, bewijzen juist het tegendeel! Al is zijn prediking niet gevoelsmatig, daarom is hij er emotioneel wel bij betrokken! Het gaat hem om de persoonlijke geloofsaanvaarding van de bijbelse waarheden. Met de bedoeling dat de overtuiging daarvan in het verstand, dat door Gods Geest verlicht is, effectief wordt in de bekering van het gehele hart. Vandaar dat hij meer op het verstand en de wil aanwerkt dan op het gevoel. Elke vorm van onbekeerlijkheid betekent voor hem in de eerste plaats een bewuste daad van de verdorven wil, om de waarheid van Gods Woord krachteloos te maken. Zo stelt hij de mens onder het Evangelie geheel schuldig.

Actualiteit
Wat is de betekenis van het leven en werk van Brownlow North voor onze tijd? In de eerste plaats dat de klassieke thema's van het christelijk geloof hun actualiteit altijd blijven houden, ook al worden zij als verouderd beschouwd. Vervolgens dat deze thema's bij het evangelisatiewerk effectief blijken te zijn. Het afvlakken van de realiteit van zonde en genade leidt onherroepelijk tot ontsporingen in de persoonlijke beleving ervan. Ook leren we van hem de Goddelijke deugden in hun harmonie te verstaan. De verwaarlozing van de deugd van Gods rechtvaardigheid en het nivelleren van de eisen van Gods wet, ten gunste van het proclameren van een algemene liefde vanuit een onbeperkte verzoening, hebben in de praktijk oppervlakkigheid in geloofszaken in de hand gewerkt. Deze oppervlakkigheid wordt nog versterkt als in de opwekkingsprediking het emotionele aspect op de voorgrond treedt. Vandaar dat het goed is om kennis te nemen van het leven van Brownlow North. Hij heeft zowel de 'bijl' van Johannes de Doper gehanteerd, als de 'staf van Gods rijke genade in Christus aan zijn talrijk gehoor voorgehouden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.