Bekijk het origineel

't Lichtend Pad en een lichter pad

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

't Lichtend Pad en een lichter pad

Ds. Vidal Trusillano Corpus in Peru las verboden boeken

11 minuten leestijd

Ayacucho, een uurtje vhegen bezuiden Lima in Peru, telt 50.000 inwoners. De stad was ooit centrum van de guerilla-beweging Lichtend Pad. Sommige bewoners van dorpen in de omgeving vertellen er spontaan over. Anderen houden hun mond hermetisch gesloten. In een van de naburige nederzettingen, midden in de rimboe met hier en daar grote bossen prachtig bloeiende cactussen, woont ds. Vidal Trusillano Corpus. De predikant dient de presbyteriaanse kerk van Calci. Hij vertelt van een ander spoor, een lichter pad.

De gereformeerde kerk? Een uiterst simpel optrekje. Met wat lage, harde, houten banken zonder enige leuning of ruggesteun. Als ik na een vermoeiende reis aankom, hanteert Vidal juist zelfde zaag. Hij is bezig het Godshuis wat op te knappen. Het was te doen per auto vanuit Ayacucho. En het moest nu redelijk veilig zijn. Sedert de "violence", het revolutionair optreden van het Lichtend Pad, heeft het leger hier en daar asfalt laten leggen. Maar reken niet op een hoge gemiddelde snelheid. Want paden vol keien, haarspeldbochten en steile hellingen beperken het voordeel van de hier en daar aangebrachte wegverharding tot een minimum. Van autogordels hebben de mensen kennelijk nooit gehoord. Oude vrachtwagens met een klapperende motorkap vervoeren in de lege laadbak zoveel mogelijk mensen. Zoals ik dat voorheen zag in de binnenlanden van Nigeria. Ook de 'luxe' wagens lijken meest rijdende autowrakken. Het exemplaar dat mij vervoert, is volgens een vignet in 1987 nog gekeurd. Maar of dat enige garantie biedt voor veiligheid?

Via Huanta
De tocht van Ayacucho naar Calci voert mij dwars door Huanta. Een groot dorp denk ik, of een kleine stad, met geplaveide wegen. Dat lijkt heel wat voor wie uit de jungle komt. Een kerk met een toren. Echte winkels. Maar wel overal soldaten. In het bijzonder bij de benzinepomp. Er is hier ook een kerkelijk bureau. Ik breng een bezoek bij de gereformeerde ds. Luiz Ruiz. Binnen stinkt het naar petroleum. De kale planken vloer op de verdiepingen is ervan doordrenkt. Heeft ds. Ruiz last van houtworm? De plavuizen op de begane grond lijken ook gepoetst met het kwalijk riekende goedje. Ik glijd bijna ondersteboven. Maar houtworm of petroleum: Hier staan wel een fax en een computer. In Lima trof mij het luid 'pingelen' van de automotoren wegens een te laag octaangehalte van de brandstof Hier, voorbij Huanta, zijn koeien en geiten met kleurrijke lintjes aan de kop, varkens of lastdragende ezeltjes de voornaamste deelnemers aan het verkeer. Het asfalt dat ik spaarzamelijk nog zie, is hier en daar al weer vernield. Een kerkje van de pinkstergemeente toont net iets minder primitief dan een koeienstal. Het bestaat uit een paar staken met een 'doorzichtig' rieten afdakje erop. De bergen van de Andes zijn zo kaal als een luis. In de diepte zie ik een kunstmatig afgetakte rivier, groene vegetatie rond reservoirs gevuld met water.

Dank God!
Nog voor ik ds. Vidal Trusillano Corpus ontmoet in zijn werkkledij -heeft hij iets anders?- en met het gereedschap in de hand, spreekt mij uit de wirwar van begroetende mensen een vrouw aan. Dat wil zeggen: Zij spreekt Quechua, een van de oorspronkelijke Inca-talen; en dus behoeft ons contact de hulp van een tolk. Zomaar spontaan: „Komen jullie helemaal uit Ayacucho? Dat is een gevaarlijke reis. Dan mag u eerst God wel danken dat Hij u heeft bewaard." Binnen enkele ogenblikken voert zij mij mee achter een gebouwtje. In de diepte stroomt een smalle beek. „Hier stond onze kerk", vertelt zij, zichtbaar ontroerd. „Soldaten van het regeringsleger schoten op deze plaats een aantal jaren geleden zes leden van onze gemeente pardoes dood. Ik heb het met eigen ogen moeten zien. Het water van de beek kleurde rood van het bloed. De militairen waren getipt door rooms-katholieken dat onze presbyteriaanse mensen zich met de guerrilla's verbonden zouden hebben."

Walmende vuurtjes
Vidal bevestigt even later het verhaal. „Tegenstanders van het Evangelie hadden, naar later is gebleken, de soldaten een lijst van mensen in de kerk hier in handen gespeeld. Wij kwamen samen in onze eredienst. Zij riepen de namen af en onze broeders werden neergeschoten." Voor ik de kans krijg om de predikant te bevragen, moeten wij eten. Ik had het buiten al gezien. Onder wat open gaten in de muur -jawel, steen!met wat tralies ervoor smeulen walmende vuurtjes. Als ik eraan denk proef ik de lucht weer in mijn neusgaten. Zwartberookte potjes, pannetjes. De rook waait door de 'vensters' af en toe naar binnen. Zijn dat kippepoten in de soep? Ik schaam mij voor de grote onbeleefdheid om voor deze buitengewone blijk van broederschap te bedanken; omdat ik kort geleden in Huanta nog wat gegeten heb. Toch bekruipt mij tegelijk ook een tevreden gevoel. Hier kan ik in elk geval niet ziek van worden. Ook niet van de "coca" trouwens, die onze vrienden ons voorzetten. „Een soort kruidenthee", zo luidt de informatie. „Om lichamelijk ongemak te voorkomen als gevolg van het feit dat u zo hoog zit." De naam klinkt verdacht. Het gaat in elk geval om een of ander pepmiddel. Maar het vs^ater heeft van tevoren gekookt.

Vidal vertelt
En dan vertelt de dominee. Hij laat er zijn soep voor koud worden. „In 1948 leefde ik in de jungle van Ayacucho. Ik werkte in het hout. Zo maakte ik altijd de zetels voor gebruik in rooms-katholieke processies. Als knecht van een franciscaner priester. Dat gold als een goed werk. Ik leerde er ook lezen. Met die geestelijken was ik nogal familiair. Dus ik pakte gewoon lectuur die ik eigenlijk niet mocht lezen. Zo ontdekte ik wie de Heere Jezus eigenlijk echt is. Toen wilden sommige priesters mij vermoorden. Simpele zondaren mochten zo'n boek zelfs niet aanraken. In een onbewaakt ogenblik hoorde ik ze zeggen: „Wij vrezen dat de inhoud van dat boek regelrecht in zijn hart komt." Vidal verliet de priester en raakte verstrikt in de sterke drank. Met een halfdronken hoofd vroeg hij desondanks aan een nieuwe Vriend' waar hij zou kunnen lezen over de geboorte van Jezus. Ignatio zei: „Ik heb dat boek." Hij vroeg: „Verkoop het aan mij." Z'n vriend antwoordde: „Neem het." Blij, maar halfdronken hief Vidal de beker: „Dank u. God, voor het boek." Hij herkende het.

Bescheidenlijker uitgelegd
„Mijn zwager uit Lima stuurde mij een brief met citaten uit de Bijbel. Hij was niet roomskatholiek, maar evangelisch (hier: protestant - G.R.). Ik moest naar de hoofdstad komen en hem helpen, schreef hij. Dat heb ik gedaan en toen ben ik steeds meer in de Bijbel gaan lezen. Ik gevoelde mij diep zondig en kreeg de Heere Jezus Christus echt nodig. Mijn zwager legde mij het Evangelie bescheidenlijker uit. Toen wilde ik Christus als mijn persoonlijke Redder aannemen. Het hele Evangelie is vol van de weg van verlossing. Samen met anderen begon ik te werken in een gebied waar veel dronkenschap heerste. Daar groeide van lieverlee een groepje gelovigen. Wij gingen een kerk bouwen. Er was tegenstand van de beschonken omgeving. Onze groep wilde ook een dominee kiezen uit de jonge mannen. Zij kozen mij uit. Een van de zendelingen zei: „Dan moet je naar het seminarium." In 1957 beëindigde ik de studie; toen begon ik mijn werk als rondreizend prediker in de jungle." En hoe raakte de dominee verbonden als pastor aan Calci? „Mijn moeder leefde hier. Zij was het er eerst helemaal niet mee eens dat ik evangelical was. Maar na 1960 trad ook moeder toe tot onze gemeente. Zo heb ik mij uiteindelijk hier gevestigd. Ik heb hier mijn eigen huis gebouwd en daarin vergaderde ook de gemeente. Veel mensen kwamen tot Christus en de plaats was vol."

'Veel'
Wat 'veel' betekent horen wij even later. De plaatselijke gemeente telt zo'n 80 leden. In Calci zelf zijn 18 van de 60 gezinnen gereformeerd. De overige mensen van de kerk komen van het 'platteland'. Voorzover ik daar althans in deze heuvelachtige streken van kan spreken. Dus de kerk heeft duidelijk een regionale functie. Ik breng Johannes 3 ter sprake en de wedergeboorte. En dan blijkt dat ds. Vidal een onverdacht gereformeerde visie heeft. „Van behoud van de mens kan geen sprake zijn buiten de Heere Jezus Christus om. De wedergeboorte geschiedt door de Heilige Geest en is geen werk van de mens; alleen door goddelijke genade en niet uit de vrije wil. Dit is de bron, het begin van de preek", zegt onze dominee. En verder? „Wij moeten onze zondige natuur steeds meer leren kennen en ook dat het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonden. Dat kan niet zonder het gebed. Het gevolg is een leven in getuigenis van wat Christus gedaan heeft. Het geloof zonder de werken is dood." De kerk is breder dan WestEuropa. Vidal citeert steeds teksten uit zijn hoofd. Dat is in elk geval een van de voordelen bij het nadeel van het ontbreken van een volledige Bijbel in de eigen taal: dat iemand veel uit het hoofd moet leren.

Heidelbergse Catechismus
Maar de verbazing wordt groter. Als de kerkenraad vertelt hoe hij brak met een Amerikaanse hulpverleningsorganisatie omdat deze te liberaal werd. Met financiële steun van die club runde de kerk ooit een kinderkeuken. Zij kregen er soep en rem water; eten en drinken; en de boodschap van de Bijbel. De geldkraan zit nu dicht. Leden van de kerk trachtten hulp te verlenen door het werken aan de oplossing van materiële problemen, het vervoer naar het hospitaal enzovoorts. Vidal: „Eigenlijk is onze gemeente daartoe financieel niet in staat. Wij willen onze keuken graag heropenen. Afhankelijk van de wil van God. De nood is groter dan voorheen. Eten en drinken is hier een primaire behoefte. En het tweede probleem is van psychologische aard. Omdat de mensen hier zoveel hebben geleden van de guerrilla's. De mensen van het Lichtend Pad dwongen de boeren voor zich te werken. Dat was pure slavernij. Of ze moesten weg wezen. Een andere mogelijkheid was er niet. Wie het een of het andere weigerde, kreeg zonder pardon de kogel." Welke boodschap brengen jullie aan de kinderen als de keuken weer open gaat? Een verwonderde bhk. „Net zoals voorheen; uit de Heidelbergse Catechismus", luidt het antwoord. Is dat nou eigentijds, zouden ze bij ons zeggen.

Wonderen
„In de binnenlanden gebeurden wonderen", vertelt Vidal. De zoon van een hoofdman zorgde voor de opvang van 120 getroffen weeskinderen. Zelf kan het echtpaar geen kinderen krijgen. Het waren jonge mensen, die vanwege het terrorisme met allerlei psychische angsten maar steeds ronddwaalden. Vlak in de buurt van hun huis bliezen de guerrilla's een brug op. Toen zij durfden, kwamen vrienden naar de pleegouders toe: „Het is een wonder dat jullie nog leven." Maar zijzelf hadden er niets van gehoord. Op een keer zochten de terroristen hem persoonlijk. Ze kwamen in huis, maar zagen hem gewoon niet. Nog zo'n verhaal. In de jungle zitten hier en daar gaten in de grond waar gras overheen groeit. Honderden meters diep. Er zijn van onze mensen geweest die van de terroristen daarin moesten verdwijnen. Maar ineens waren ze los en konden ze weglopen. De boosdoeners waren verdwenen. Waren ze er wellicht zelf in gevallen?" Ds. Vidal Trusillano Corpus vertelt boeiend. Er blijkt een lichter pad te zijn dan het Lichtend Pad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 mei 1996

Terdege | 88 Pagina's

't Lichtend Pad en een lichter pad

Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 mei 1996

Terdege | 88 Pagina's

PDF Bekijken