Bekijk het origineel

Een stad onder de rotsen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een stad onder de rotsen

Dinant komt klap van neerstortend steen blok langzaam te boven

12 minuten leestijd

Het straatnaambordje hangt nog netjes op zijn plek: Rue Sous les Roches. Bijna had deze naam een wel erg letterlijke betekenis gekregen: straat ónder in plaats van langs de rotsen. Dinant is de schrik van een neerstortend rotsblok inmiddels te boven. De puinhoop ligt er nog, maar het leven in de Belgische Maasstad hernam zijn gewone gang. Desondanks blikken nog steeds toeristen om de hoek van de kerk, in de straat waar het ongeluk zich vorig jaar oktober voltrok. Het rotsmassief waarop een eeuwenoude citadel rust, hangt er „als een bom boven de stad".

Volg vanaf Nijmegen de Maas en je komt vanzelf bij Dinant uit. De routebeschrijving is te simpel om haar daadwerkelijk te volgen; feit is wel dat de inwoners van beide plaatsen aan de oever van dezelfde rivier leven. Globaal drie uur is voldoende om de afstand over het asfalt te overbruggen. Een groot aantal toeristen legt jaarlijks het traject af Dinant heeft de bezoeker iets te bieden. Recreatie aan de Maas beneden en rondom de citadel boven vormen centrale schakels in de toeristenfolders. Geheel onverwachts kwam daar vorig jaar een "attractie" bij. Een brok historie kwam zomaar uit de lucht vallen. De ramptoeristen van het eerste uur keerden lang en breed huiswaarts, maar naar verwachting zal deze zomer nog menige vakantieganger de gelegenheid benutten om de overgebleven schade persoonlijk op te nemen. De plek waarom het allemaal draait, is eenvoudig te lokaliseren. Iets in de luwte van het stadsgewoel, aan de voet van een reusachtig rotsmassief Aan het begin van het met hekken afgesloten straatje staat cynisch genoeg een waarschuwingsbord: Pas op voor afbrokkelende stenen.

Sluiproute
Het bord stond er al jaren, zegt Léa Libert-Zucherman, die rondleidingen door de stad verzorgt. Desondanks functioneerde het straatje door de jaren heen altijd als sluiproute. Vijf dagen per week trok in elk geval een grote groep schoolkinderen langs de rotswand. Zo ook maandagochtend 16 oktober 1995. 's Middags ging het mis. De onderste helft van een overhangend rotsblok liet los. Zomaar ineens. Elke inwoner van Dinant die je erover spreekt, wijst erop dat het net voordat de school uitging gebeurde. Als de kindermeute zich juist in het straatje had begeven, was de ramp niet te overzien geweest. Nu bleef de gemeenschap van het Franssprekende stadje voor rouw bewaard. Dat er geen doden vielen, heet in de ogen van de bevolking een wonder. De puinhoop die de rots veroorzaakte, was er intussen niet minder om. Het blok met een gewicht van 400 kilo viel de achterkant van een warenhuis en enkele woningen binnen. Onder de steenmassa is nog net de kofferbak van een door de knieën gezakte, witte Ford Fiesta zichtbaar. Daarachter moet nog een ander geplet voertuig liggen. Onzichtbaar. Opengebroken kamers tonen nog de laatste sporen van een ooit bewoond pand. Op de etage waar een vrouw met drie kinderen woonde, hangt midden in de kamer eenzaam een lamp. Een voorjaarsbries brengt de achtergebleven gordijnen voorzichtig in beweging. Aan een niet-gesneuvelde ruit hangen nog vier beertjes. Aandoenlijk!

Crisiscentrum
Op de hoek van de straat, naast de getroffen panden, bevindt zich restaurant "A la ville de Bruges". Op een vroege zaterdagochtend hebben de heer en mevrouw Beaumariage-Hontoir het nog rustig. Een famihelid is voorlopig de enige gast, afgezien van het kleinkind dat mevrouw Beaumariage op de armen heeft. Het echtpaar dat de zaak runt, heeft hectische tijden achter de rug. Op de dag van de rotsbreuk veranderde hun etablissement in een mum van tijd in een crisiscentrum. Mevrouw sloft naar achteren en komt na enig gezoek met een blauw fotoboekje op de proppen. Daarin staat de ellende verbeeld, inclusief de ravage in het warenhuis Unie. Een doffe klap en vooral veel stof maakten duidelijk dat een rotsbrok ter aarde was gestort. „Een dag eerder speelden de kleinkinderen nog in het straatje", zegt mevrouw. Aan afbrokkelend gruis was ze gewend, maar een breuk als deze maakte ze niet eerder mee. Zelfs de brok steen die in 1971 voor de nodige paniek zorgde, valt bij de laatste neergestorte rotsbrok in het niet. De kranten van die week heeft het echtpaar zorgvuldig bewaard. "La Nouvelle Gazette" opende op dinsdag 17 oktober op de voorpagina met het nieuws uit Dinant. In kleur. Twee binnenpagina's vertellen de rest van het verhaal. Een nieuwsblad vatte de gebeurtenissen die week in krasse koppen samen. "Dinant bibbert en beeft onder de rots." En: "Als een bom boven de stad."

Molensteen
In de eerste uren na de ramp noteerden verslaggevers emotionele reacties van omwonenden. , Je kunt hier zowel verdrinken als verpletterd worden", zei een inwoner. „Ons stadje ligt als het ware geplet tussen de Maas, die geregeld de straten blank zet, en de enorme rotswand waarop de citadel rust. Onze toeristische attracties hangen als een molensteen rond onze nek." De eerste noodmaatregelen zijn getroffen. Stevige pilaren ondersteunen de rest van het rotsblok, zeker 10.000 ton zwaar. IJzeren netten begeleiden mogelijke kleinere valstenen recht naar beneden. Over de verdere afhandeling maakt het echtpaar Beaumariage zich zorgen. Er zouden ijzeren pinnen van zes meter in de rots geprikt moeten worden om doorgaande aftakeling te voorkomen. Kosten: 50 miljoen frank. Geen enkele instantie voelt zich op dit moment voor die investering verantwoordelijk. „Een catastrofe", meent Beaumariage. De voorgevel van zijn restaurant ligt in de Rue Adolphe Sax, genoemd naar de bekende Dinantees die de saxofoon uitvond. Zes panden uit de straat, waaronder het geboortehuis van Sax (1814-1894), werden als gevolg van de ramp ontruimd. Ruim een halfjaar later staan de meeste woningen nog steeds leeg. Het zwaar getroffen warenhuis Unie zette de verkoop in een naastgelegen pand voort. Op zaterdagochtend gesloten. Door de ruiten van het oorspronkelijke onderkomen zijn de sporen van de slag nog vaag waar te nemen. Voor het overige rest een kale ruimte.

Grauw geheel
De slag van Dinant houdt de gemoederen nog steeds bezig, hoewel het onderwerp aan de koffietafel een steeds minder belangrijke plaats inneemt. Het leven van alledag gaat intussen gewoon zijn gang. Auto's rijden via eenrichtingswegen, evenwijdig aan de Maas, de stad in en uit. Een van de wegen priemt zich als het ware door een rotsblok heen. Langs de linkerzijde staat een grote, smalle pilaar, afgescheiden van een massieve rotswand aan de andere zijde. Ook hier passeren automobilisten de rood-witte waarschuwingsdriehoek: Pas op voor afbrokkelend gruis. Je zult onder die neervallende pilaar terechtkomen! Er gaan geruchten dat er reden tot zorg is. „De steen is ziek", zegt een inwoner. Dezelfde aanduiding geldt het rotsblok onder de citadel. Het verkeer mag de route langs de Maas desondanks nog steeds gebruiken. De kern van de stad vormt een grauw geheel, al doen zonnestralen hun best nog enige fleur aan het centrum te geven. Het lijkt of de vogels ineens uitbundiger zingen dan de dag ervoor, toen het voorjaar zich achter de wolken schuilhield. Een vinkje voert vanaf een dunne tak het hoogste woord. Ergens verderop klinkt rap een antwoord. Ook als je er niets van verstaat, is het een lust om aan te horen.

Schuurportier
Vanaf de citadel krijg je de stad pas goed in het oog. De vesting ligt stevig verankerd in de steile rots. Van bovenaf is nog net het blauwe zeil te zien, dat een deel van de getroffen panden afdekt. Voorovergebogen omlaag turend vraagt een bezoeker of er gevaar voor afbraak van de citadel bestaat. De rondleider schudt beslist het hoofd. Daarvoor ligt het bouwwerk ver genoeg achter de gevarenzone. De woningen in de kern zijn rond enkele straten samengeklonterd. Achtduizend mensen hebben er hun thuis. Ze zitten dicht op elkaar gepakt, hier en daar een graspol. De benedenverdieping van de „deur naar de Ardennen", zoals Dinant in toeristische termen heet, heeft meer weg van een schuurportier dan van een villa-entree. Een berg hoger dan het stadhuis liggen de woningen duidelijk verder uiteen en telt elke woning een riant grasveld. Verademend! De vesting van Dinant torent 100 meter boven de spiegel van de Maas. Wie boven op de toren staat, mag daarbij nog eens 20 meter optellen. In 1466 gooiden troepen van Karel de Stoute achthonderd inwoners twee aan twee in het water. De tijd van de Franse bezetting heeft nog slechts een plaats in boeken en in de mondelinge overlevering. Wie denkt er nog aan? De opvarenden van het vrachtschip dat gestaag de Maas af pruttelt vast niet. Een vredig tafereel. Langs de kade wachten rondvaartboten op het komende vakantieseizoen. Aan gene zijde van de rivier staan fraaie gevels van oude pakhuizen in het gelid. Op de achtergrond liggen grotere panden, die voornamelijk de functie van internaat hebben. Een voormalig klooster wacht op een nieuwe bestemming als zakencentrum. Ontbrekende gelden zorgen voorlopig voor vertraging bij de uitvoering van de plannen.

Spelonk
Dolend door een spelonk, een van Dinants bezienswaardigheden, knipoogt de gids zijdelings naar een van de molenstenen. Hij vertelt dat de dreigende vormen in de grot geen gevaar opleveren. „Hij valt niet", zegt de gids, wijzend op een vooroverhellend blok. „Tot nu toe niet." Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat deze opmerking pas sinds een aantal maanden in zijn verhaal voorkomt. De rondleiding beperkt zich tot de grot. Wie verder omhoog wil, moet zonder begeleiding de meer dan 400 treden beklimmen. Het zou van de gidsen te veel gevraagd zijn keer op keer hierin groepen voor te gaan. Tegen het eind van de beklimming wordt vliegtuiggeronk hoorbaar. Vorig jaar oktober berichtten Nederlandse kranten nog dat de Belgische luchtmacht haar piloten verboden had boven Dinant en omgeving te vliegen. De minste trilling zou ervoor kunnen zorgen dat in het hart van de stad opnieuw een rotsblok naar beneden zou komen. Mevrouw Libert kijkt van het bericht op. Zij heeft er niets van vernomen. Ook manager Philippe Guns van het familiepark Mont-Fat, het einddoel van de beklimming, zegt er niet van op de hoogte te zijn. Hij kan zich er overigens wel iets bij voorstellen. De nabijgelegen luchtmachtbasis heeft laagvliegen als speciale training op het programma staan. Vanuit die optiek is een vliegverbod denkbaar. Niemand lijkt zich intussen meer druk te maken over het luchtverkeer boven de toeristenstad.

Meel en honing
De oudste stoeltjeslift van België (1954) zet ons na twee minuten weer op de begane grond. Hier komt opnieuw Karel de Stoute ter sprake. Uit zijn tijd, de veertiende eeuw, dateert een recept van koeken die tot op de dag van vandaag de plaatselijke specialiteit vormen. De ingrediëntenlijst is overzichtelijk. Meel en honing. Niet meer, niet minder. In de koekfabriek van Collard hangt een zoete lucht. Eigenaar V. Collard bakt er koeken in allerlei vormen. Zeven generaties voor hem hielden zich met hetzelfde werk bezig. Jaarlijks gaan 10 ton honing en 20 ton meel de oven in. Bij een temperatuur van 300 graden Celsius worden de koeken gebakken. Het resultaat vindt lang niet altijd zijn weg via de mond. Velen gebruiken het product als wandversiering. Plaatselijke verenigingen laten hun embleem steevast bij Collard produceren. De bejaarde bakker toont ons de gietvormen. Oude en nieuwe. Vroeger waren ze van metaal, tegenwoordig gebruikt de fabriek perenhout. Een halve vis in de vensterbank heeft de hardheid van een plank. Het blijkt niets bijzonders te zijn. Collard schuift de oven open en legt het geschubde dier erin. Na drie minuten kun je je tanden erin zitten. De smaak doet denken aan die van taai-taai. Een kwestie van dooreten. In een mum van tijd blijkt het gebit al nauwelijks meer tegen de hardheid van de koek bestand. Verderop in de Rue en Rhée, achter de oudste gevel van Dinant, komt een museum dat onder meer aandacht zal besteden aan de koek en de saxofoon. Dinant veegt zijn roemrijke personen en zaken eenvoudig op een hoop. Grondige restauratie van het afgepleisterde vakwerkhuisje gaat aan de opening van het museum vooraf. Bezoekers moeten nog even geduld hebben. Zouden er over een aantal jaren ook brokjes rots in de vitrine liggen?

Presse-papier
Nog steeds komen nieuwsgierigen van heinde en ver de puinhoop van de steen in ogenschouw nemen, hoewel de aantallen afnemen. De verkoop van „authentieke brokjes" uit de rots, voorzien van een label met stadswapen, is inmiddels verleden tijd: een presse-papier voor 200 frank (11 gulden). Angst voor een herhaling van het leed stempelt de bevolking niet in sterke mate, zegt mevrouw Libert. De grootste ramp die de rots over de stad uitstortte, had in de elfde eeuw plaats. „De kerk is toen platgegooid. Er zaten ongeveer honderd mensen in. Die kwamen allemaal om het leven, behalve de pastoor. Later is de kerk op dezelfde plaats herbouwd. Dat snap je toch niet? En nu, eeuwen later, komt een paar meter verderop opnieuw een stuk rots naar beneden." De gids verwacht dat de huizen op den duur weer bewoond zullen worden. „Er wordt wel over gepraat. Maar de mensen blijven hier toch. Dat zie je ook na overstromingen. Ik zou m'n auto hier alleen niet graag parkeren." Een bord maakt duidelijk dat het ook verboden is. Het verbod werd niet pas recent ingesteld. „Maar het straatje werd wel gebruikt. Vooral als het 's zomers erg vol was, zetten de mensen hier hun auto neer. Ze weten dat er misschien een keer iets naar beneden zal komen, maar denken dat het vast niet bij hen zal gebeuren."

Videocamera
Naast de gotische kerk staat een hotel, op vijftig meter afstand van de plaats van het ongeluk. „Men spreekt Nederlands" staat er op de ruit. Wat een van de obers betreft, had daar best „een weinig" aan toegevoegd mogen worden. De jonge bediende herinnert zich de 17e oktober nog goed, hoewel hij geen klap heeft gehoord. Pas toen de pohtie arriveerde, drong het tot het hotelpersoneel door dat er iets loos was. Een Japanner heeft er ook van gehoord. Vanaf het plein Victor Collard richt hij zijn videocamera behoedzaam op de top van de rots. Langzaam laat hij de lens zakken. Vogels vliegen ongestoord door het beeld. Een plaatje! Na luttele minuten brengt de toerist het puin op straat in beeld. Dinant heeft er een bezienswaardigheid bij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 12 juni 1996

Terdege | 71 Pagina's

Een stad onder de rotsen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 12 juni 1996

Terdege | 71 Pagina's

PDF Bekijken