+ Meer informatie

Ouder en wijzer

3 minuten leestijd

In ons land wordt momenteel heel wat gediscussieerd over het onderwerp armoede en de bestrijding daarvan. Eigenlijk is het een beetje merkwaardig dat daar nu ineens zoveel belangstelling voor is. Niemand zal toch beweren dat het nu ineens zoveel slechter gaat in Nederland. Integendeel, de economische indicatoren zijn bijna allemaal positief. De winsten van de meeste bedrijven stijgen, de werkloosheid daalt, de inflatie is laag en er wordt veel gespaard. Gemiddeld genomen hebben we het erg goed. Dat zullen zeker de mensen beamen die nog herinneringen hebben aan de crisisjaren en die de oorlog hebben meegemaakt. In die perioden was de armoede voor veel mensen echt nijpend. Zelf ben ik opgegroeid in het Westlandse tuinbouwgebied. Mijn vader had daar een levensmiddelenbedrijf. In de crisisjaren was vooral in de winter de werkloosheid erg hoog. Er waren toen nog geen verwarmde kassen waarin de productie, zoals nu, het hele jaar doorgaat. De "steun", zoals de werkloosheidsuitkering destijds genoemd werd, zat niet ver boven de tien gulden per week. In die wintermaanden kregen de leveranciers heel wat keren „Wilt u het even opschrijven?" te horen. Dat gebeurde dan in de hoop dat die achterstand in de zomer, wanneer ook veel huisvrouwen druiven gingen krenten, zou worden ingehaald. Die inhaalmanoeuvre gelukte niet altijd en dan ging zo'n klant maar weer op zoek naar een andere leverancier die bereid was op krediet te leveren.
Wanneer nu armoede wordt ervaren, denk ik dat dit vooral wordt veroorzaakt door de grote verschillen die er ontstaan tussen gezinnen. Enerzijds worden er hoge salarissen en andere inkomsten opgestreken, terwijl anderzijds andere gezinnen het langdurig met een minimumloon of uitkering moeten doen. Daar komt nog wat bij. Onlangs kwam in de raadscommissie Welzijn in mijn woonplaats kleuter- en kinderopvang aan de orde. Ik heb toen gepleit voor een terughoudend subsidiebeleid. In de eerste plaats omdat de moederwarmte het jonge kind een betere start geeft voor de toekomst, maar ook omdat deze opvang ertoe bijdraagt dat in het ene gezin twee salarissen worden verdiend, terwijl in het andere gezin de kostwinner geen werk kan krijgen. Daardoor wordt dus mede de tweedeling in onze maatschappij bevorderd. Het hebben van een baan, van werk, lijkt mij nog altijd de beste armoedebestrijding. Ook al omdat je dan ook een pensioen op kan bouwen voor later. De lezers van deze rubriek weten maar al te goed hoe belangrijk dat is.
Natuurlijk zijn er mensen die niet (meer) kunnen werken, hetzij door ziekte of invaliditeit, hetzij door ouderdom. Voor deze groepen moet het welvarende Nederland niet krenterig zijn. Integendeel. In Israël mocht geen bedelaar zijn. De armen hebben we altijd met ons. Laten we er ook persoonlijk oog voor hebben!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.