Bekijk het origineel

Rien Poortvliet Museum, trekpleister van Middelharnis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Rien Poortvliet Museum, trekpleister van Middelharnis

8 minuten leestijd

Ieder jaar vinden niet minder dan 40.000 bezoekers de weg naar het Rien Poortvliet Museum in Middelharnis. Dagelijks worden stromen toeristen met bussen aan- en afgevoerd. Ze trekken langs de schilderstukken die Rien Poortvliet in zijn leven maakte. Enkele maanden geleden bracht zijn weduwe met haar twee zoons een vitrine naar het museum, waarin zij een aantal persoonlijke herinneringen van hun man en vader onderbrachten. Mevrouw M.E.A. Zoomers, coördinator van het museum, haalt voor ons alles uit de kast om te laten zien hoe lief Rien Poortvliet Goeree Overflakkee had.

Ruim vijf jaar geleden opende Prins Bernhard liet museum, dat gevestigd is in het monumentale oude raadhuis van Middelharnis. Dat Prins Bernhard de opening verrichtte, was niet zonder reden. De Prins bracht menig uurtje schilderend door in het atelier van Poortvliet in Soest. Er groeide tussen hen een bijzondere band. In 1989 zocht Rien Poortvliet een onderkomen voor zijn verzameling. Tal van plaatsen roerden de trom om Poortvliet binnen hun muren te halen. Veenendaal, Epe, Ede, Schaarsbergen, Baarn en Orvelte behoorden tot de mededingers. Maar Rien Poortvliet koos voor Middelharnis, de plaats waar zijn grootvader Sacharias, vanuit Dirksland, altijd op zijn klompen voorbij ging. Daar, op Goeree Overflakkee, lag het voorland van de schilder. In een van zijn dierbaarste boeken, "Langs het tuinpad van mijn vaderen", schildert en vertelt hij drie eeuwen familiegeschiedenis van de Poortvlieten. Een eerbetoon aan de levenswijze van zijn voorouders, die daar op Flakkeese grond leefden en werkten. In zijn eigen woorden is het een eiland van "weldadige landschappen en de heerlijke geuren van de vruchten des velds".

Plakboek
Mevrouw M. E. A. Zoomers is er trots op dat ze de verzameling van Rien Poortvliet mag beheren. Dertig jaar lang had ze een reisbureau op "D'n diek in Menheerse". „Tegen mijn kinderen heb ik altijd gezegd dat ik daar op mijn vijftigste mee zou stoppen. Dat heb ik ook gedaan. Maar anderen weten je dan weer te vinden. Ik stopte met mijn reisbureau en ging meteen verder met het museum", zegt ze. Ze maakt er geen geheim van dat ze het nu drukker heeft dan voorheen, ook omdat ze raadslid is geworden van de gemeente Middelharnis. Haar plakboek, dat uit zijn voegen barst, herbergt de geschiedenis van het Rien Poortvliet Museum. „Er is hard gewerkt aan de verbouwing van het uit 1639 daterende raadhuis. Nog altijd zijn de vroegere geselkamer en de gevangenis in de onderste gewelven van het gebouw intact. Daar beneden is ook de entree gemaakt, compleet met keuken, toiletgroep en informatiebalie. De bovenverdieping van het raadhuis wordt gedeeld met een notaris die er kantoor houdt."
Bij de verbouwing is uitgegaan van 30.000 tot 35.000 bezoekers per jaar. Dat aantal wordt inmiddels ver overtroffen, vandaar dat het er soms behoorlijk druk kan zijn. De eerste anderhalfjaar bezochten 100.000 mensen het museum. Sinds 1 mei dit jaar wordt er weer getrouwd in de voormalige raadszaal van het oude raadhuis. Voor die gelegenheid wordt de oorspronkelijke toegang via de trappen en het bordes weer begaanbaar gemaakt. Wel wordt de bruid in de trouwzaal nu omgeven door werk van diverse kalenders van Rien Poortvliet en een grote hertenkop, in plaats van een schilderstuk waarop het Laantje van Middelharnis prijkte. „Een bruidje naast de schilderijen van Rien Poortvliet is het mooiste wat je in het museum kunt toelaten", zegt mevrouw Zoomers. Overigens blijft het museum tijdens een trouwerij gewoon voor het publiek toegankelijk. Alleen de trouwzaal gaat even dicht.

Kabouterhoek
Op de bovenetage van het museum is een aantrekkelijk hoekje voor de jeugd ingericht: de kabouterhoek. Daar kunnen kinderen, op een boomstam gezeten, de kabouterwerken van Rien Poortvliet bekijken, ze kunnen er kleuren en een CDi afspelen. „Rien Poortvliet had iets met de kabouterfiguur", zegt mevrouw Zoomers. Hij beschreef een kabouterhuis, schilderde deze kleine mannetjes, boetseerde ze, schreef in hun kaboutertaai. Maar hij wilde niet met de figuur vereenzelvigd worden. Hoewel, in zijn boek "Van een kabouter die niet met vakantie wil" legt de schrijver iets van zijn eigen gevoelens bloot. Iedereen gaat op vakantie, maar de kabouter blijft thuis. Hij moet werken. Het lijkt of Rien over zichzelf schrijft! „Ik heb een ongebreidelde werklust", zei hij ooit. „Ik heb geen vrije zaterdag en zit niet op hemelvaartsdag te kijken of er pretparken open zijn. Ik ga nooit met vakantie. Ik acht dat alles schade."
Zijn laatste boek is het Kabouter-spreekwoordenboek, door hemzelf nog juist voltooid voor zijn overlijden. Wat te denken van "Een kus zonder baard is een ei zonder zout" en "Onder de mantel en het kleed zit er veel dat men niet weet". Bij het verschijnen van het boek zou zijn commentaar ongetwijfeld zijn geweest: „Jammer dat het af is, want ik heb er zo lekker aan zitten werken." Rien Poortvliet stierf Een ongeneeslijke ziekte maakte op 15 september 1995 een einde aan zijn werkzame leven. In zijn schilderstukken en in zijn boeken leeft hij voort. In 1972 verscheen zijn eerste boek, "Jachttekeningen". Het was het begin van een succesvolle reeks natuurboeken, waarvoor hij in 1976 de Zilveren Anjer ontving. Absolute bestseller is het boek "Leven en werken van de kabouter", waarvan alleen al in Amerika meer dan 4 miljoen exemplaren zijn verkocht. In totaal verschenen er zo'n zestien of zeventien boeken van hem en vele tientallen kalenders. Zijn dierbaarste boek bleef "Langs het tuinpad van mijn vaderen".

Bach
En toen kwam de vitrine naar het museum, met persoonlijke spulletjes van Rien Poortvliet. „Het geeft het museum een extra dimensie", zegt mevrouw Zoomers. Achter het glas prijkt een bijbelkastje, dat hij in 1965 opdeed in Ouddorp. Een cassettebandje met "Psalmen zingen in de Bovenkerk". Gemeentezang waaraan hij zo verknocht was. In gedachten hoor je hoe Rien uit volle borst meegalmde met de stoere samenzang. Nee, geen hinkel-de-pinkel-liedjes uit het Liedboek, zoals hij die noemde. Geen Jezus die langs het water liep, tadat, taradat, taradat, tadat. „Niet om aan te horen", zei hij. „Geef mij maar 'Het vrome volk in U verheugd, zal huppelen van zielevreugd, daar zij hun wens verkrijgen'." Naast de samenzang liggen ook cassettebandjes met Bachcantates, de Goldbergvariaties van Bach, gespeeld door Glenn Gould, en het Wohltemperiertes Klavier van de Thomascantor. Rien Poortvliet had Bach lief. Achter de bandjes ligt een muziekboek opengeklapt. De koraalpartita zit vol met aantekeningen van zijn orgelleraar Albert van der Hoeven. In potlood staan de aanwijzingen geschreven hoe hij wilde dat het gespeeld moest worden. Het vertelt waar de schilder aandacht voor moest hebben. Het lijkt of hij de aanwijzigingen gewillig opvolgt. Op de foto zit hij achter de klavieren van zijn orgel. Het is of hij Albert vraagt of hij het zo goed doet.

Elders staat zijn Talens inktpot, een oud schetsboekje, het kabouterpijpenrek, een trouwfoto en een tekening die hij als 14-jarige heeft gemaakt. Alles ademt de geest van de schilder. „Kunst met een boodschap. Levend en werkend in dienst van de Schepper", noemde hij het. Het wordt compleet na een wandeling langs de 250 stukken die de wanden van het museum versieren. Over een poosje hangen er weer andere stukken. Die staan nu opgeslagen in de voormalige burgemeesterskamer. Sommige platen geven een feest herkenning. Ik zie ze nog voor me op de grootbeeldprojectie waarover organist Sander van Marion improviseerde. De Schepping, Kerst, Pasen en Dankzegging. „Rien Poortvliet was als kunstenaar niet geheel onomstreden", zei Van Marion in een interview. Van Marion ook niet. Dat pastte dus goed bij elkaar. „Smakken werk", zo betitelde Rien Poortvliet zijn creaties. Zo werd over hem de loftrompet gestoken of werden fiolen van kritiek over hem uitgegoten. Op kunstacademisch niveau spreekt men van een "verderfelijk Poortvlietisme". Aan deze instellingen staat die kwalificatie voor wat men noemt zijn "oubollige" manier van werken. „Ach", zal Rien Poortvliet gedacht hebben, „...wee als alle mensen goed van u spreken!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 augustus 1997

Terdege | 84 Pagina's

Rien Poortvliet Museum, trekpleister van Middelharnis

Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 augustus 1997

Terdege | 84 Pagina's

PDF Bekijken