Bekijk het origineel

De boerderij als zorgcentrum

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De boerderij als zorgcentrum

17 minuten leestijd

De schaduwzijden van de moderne landbouw komen steeds meer aan het licht. Verwoed zoeken boeren naar alternatieve inkomstenbronnen. Verkoop aan huis, landschapsbeheer, een boerencamping. Van nog recenter datum is de boerderij als zorgcentrum voor zwakbegaafden, psychiatrische patiënten, verslaafden, delinquenten. De ervaringen zijn gemengd. „Het werken met die mensen gaat prima, maar van de bureaucratie in de hulpverlening zou je een maagzweer krijgen."

Achter elkaar sukkelen ze over her geasfalreerde pad dat naar 'De Cinquant' leidt. Arend voorop. Een meter achter hem komt Louw. Dan Monique. Carla sluit de rij. Op het erf van de eeuwenoude Brabantse boerderij staan Paul en Carien van de Groes hen al op te wachten. „Daar waren we weer", meldt Arend, met een grijns van oor tot oor. Zonder iets te vragen verdwijnt hij naar de deel, om even later met vier overalls terug te komen. Rap schiet hij in zijn eigen exemplaar. Ook Louw heeft er weinig tijd voor nodig. Carla kan minder met het geval overweg. Ze slaakt een diepe zucht als de laatste knoop vast zit. Gezamenlijk trekt het zestal naar de oude veeschuur. Carla, Louw en Monique volgen Paul naar de scharrelvarkens, Carien neemt Arend op sleeptouw naar de geiten. De dieren weten wat hen wacht en klimmen spontaan op de houten verhoging die in de geitenstal is aangebracht. Onder toeziend oog van Carien reinigt de verstandelijk gehandicapte jongen de uiers en hangt het melkstel aan. Tien meter verderop manoeuvreert Louw een kruiwagen vol bix de varkensstal binnen.

Geintje
Het begon in 1984 met een geintje aan de tap. Na het wekelijkse partijtje badminton hief Paul van de Groes uit Haps het glas met een bevriende maatschappelijk werker. Die maakte hem deelgenoot van zijn zorgen over probleemjongeren uit een gezinshuis in het naburige Boxmeer, die de buurt onveilig maakten. „Stuur ze maar naar ons toe, zei ik, we hebben werk zat. Ik had net in het bos populieren gekapt. Rond het middaguur werden die knapen afgeleverd en nam ik ze mee om stammen uit het bos te sjouwen. Dat ging heel best." De leiding van het huis stond versteld van het resultaat. De hele avond lieten de raddraaiers zich niet horen. „Ze waren bekaf Langzamerhand laat je ze wat meer doen. Twee van die jongens hebben er een vaste baan aan overgehouden, op een varkensfokbedrijf in de buurt. Er kwamen anderen voor in de plaats. Verslaafden, gedragsgestoorden, verstandelijk gehandicapten... Soms hadden we er acht, soms tien, dan weer twee."

Confrontatie
In '92 zat de Brabantse boer met echtgenote Carien en de landbouwvoorlichter aan tafel om de toekomst van het bedrijf te bespreken. De voorlichter adviseerde uitbreiding. Stallen erbij en nog meer fokzeugen. „Dat zag ik niet zo zitten. We hadden een moeilijke start achter de rug en zaten nog behoorlijk diep in de schulden." Na lang beraad besloot het echtpaar zich toe te gaan leggen op het bieden van een zinnige dagbesteding aan verstandelijk gehandicapten. Om dat van de grond te krijgen, klopte Paul aan bij Maria Roepaan, een mega-instelling voor verstandelijk gehandicapten in Gennep. Het was het begin van een confrontatie van twee culturen: een boerenondernemer die voor weinig geld een effectieve dagopvang wil bieden en een bureaucratische zorgorganisatie. Het kwam tot een eerste doorbraak door een aankomend activiteitenbegeleider, die stage wilde lopen op 'De Cinquant'. Maria Roepaan was bereid daarvoor vier bewoners te leveren. „Die zijn hier op een dag simpelweg gedropt. Zo van: Jullie willen dat, oké, los het dan zelf maar op ook."

Trots
Nog steeds komt het viertal elke maandag en dinsdag naar 'De Cinquant'. In de twee en een halfjaar die zijn verstreken, veranderden ze van schuwe toeschouwers in zelfverzekerde hulpboeren. Achter de rug van de boer verdwijnt Carla met een lege kruiwagen om de hoek van de boerderij, waar tussen fruitbomen het hok van de scharrelkippen staat. Elke week wordt het door de verstandelijk gehandicapte vrouw uitgemest. Het verzoek om even het hok uit te komen voor een foto, legt ze naast zich neer. „As ik klaar ben. Ik moet nu werken." Het is een ervaring die Van de Groes met alle verstandelijk gehandicapten heeft opgedaan. „Iedereen wordt ingepast op grond van zijn mogelijkheden. Langzaam zie je mensen daarin groeien. Pas vroeg Louw of z'n ouders mochten komen kijken. Op de bewuste dag kwamen vier auto's aanrijden. Allemaal familie. Als je dat jong door de stallen zag lopen, zo trots. 'Je moet 'm zeker nogal eens aandouwen?' vroeg z'n vader. Ik zeg: Aandouwen? Als we gaan eten moet ik 'm bijna bij z'n werk vandaan trekken."

Stichting
Zo bevredigend als het werken met de bewoners van Maria Roepaan is, zo frustrerend zijn de onderhandelingen met de directie. Het initiatief van de Hapse boer wordt op zichzelf positief gewaardeerd, maar de inrichting in Gennep zou het bedrijf onder de eigen paraplu willen plaatsen. En daar voelt Van de Groes niet voor. Onder geen beding wil hij zijn zelfstandigheid verliezen. Omdat hem te verstaan werd gegeven dat een instelling niet met een boer kan onderhandelen, bracht de agrariër het project onder in een stichting. Als bestuursleden trok hij lokale notabelen aan: De algemeen directeur van een Rabobank, de directeur van een orthopedagogisch centrum en de directeur van een agrarisch opleidingscentrum.
Desondanks verlopen de onderhandelingen over de dagvergoeding nog steeds moeizaam. „Van de bureaucratie in die zorginstellingen zou je een maagzweer krijgen. Maria Roepaan beweerde aanvankelijk zelfs dat we er beter van werden, omdat we gratis arbeidskrachten kregen. Dan moet je je echt inhouden. Als die jongens hier zijn, doe je niks anders dan begeleiden. Het werk dat daardoor blijft liggen, moeten we 's avonds zelf doen."

Camping
Vanuit de reclassering krijgt Van de Groes geregeld justitieklanten toegeschoven. Om een mix aan werkzaamheden te kunnen bieden, schakelde hij geleidelijk over naar een gemengd extensief bedrijf De veestapel omvat zo ongeveer alles wat op een boerderij te bedenken valt. Koeien, varkens, schapen, geiten, een pony, ganzen, kippen, konijnen... De biologische geitenmelk verwerkt Carien tot kaas. Ook de akkerbouw wordt volledig biologisch bedreven. De opbrengst van de biologische moestuin wordt aan huis verkocht.
In '96 begon de boer uit Haps een boerderijcamping, nadat een deel van de fokzeugenstal was omgebouw tot douche- en toiletruimte. Het onderhoud van het terrein is in handen van de hulpboeren, die op hun manier ook een aandeel leveren aan de akkerbouw. „Vorig jaar hebben we een deel van het graan met de hand verzameld en vervolgens laten malen door een vriend van me. Met z'n allen zijn we naar de molen geweest. Het gemalen graan voeren ze zelf weer aan de varkens, het ongemalen graan aan de kippen. Elk jaar poten we ook een klein deel van de aardappels met de hand en aan het eind van het jaar rooien we ze handmatig. Dan zien ze wat erbij gekomen is. Dat vinden ze geweldig. Zeker voor deze mensen zijn arbeidsritme en het ritme van de natuur geweldig heilzaam."

Plezier
In de fokzeugenstal voorziet Monique de varkens van voer. Twee jaar terug durfde ze er zelfs onder begeleiding nauwelijks naar binnen, nu werkt ze zelfstandig. Arend kortwiekt op een motormaaier het campingterrein. Aan de kant zit Louw te wachten op een skelter met aanhangwagen, waarin de volle graszakken geleegd worden. Het gras wordt door de gehandicapte jongen rechtstreeks naar de geiten afgevoerd. „Effe opletten en heel goed nadenken", maant Arend zichzelf als hij de maaier weer moet starten.
Aan de rand van het kampeerterrein ligt een stam uit het stukje bos van 'De Cinquant'. Het eerste begin van een brug die de boer met zijn mannen gaat timmeren, voor over de sloot tussen het kampeerterrein en de wasvertrekken. „Dat soort werk doen we tussendoor. Het afvalhout kan gebruikt voor een kampvuur. Zo probeer je binnen het bedrijf een kringloop te krijgen. Ik ben al vele jaren boer, maar ik heb nog nooit zo veel plezier in m'n werk gehad."

Taakstraf
Iets na half elf komt het hele koppel samen in de keuken van de boerderij. Naast Louw zit Jef een rozenkweker die op 'De Cinquant' 220 uur taakstraf uitdient. Als alternatief voor een gevangenisstraf die hem werd opgelegd vanwege de illegale teelt van hennep. „Ik ben fout geweest, dat weet ik. Dan ben ik liever in een moestuin bezig dan dat ik achter de tralies zit. Ik voel me hier prima thuis. Van origine ben ik sociaal-maatschappelijk werker, dus de hulpverlening is ook niet vreemd voor me."
Paul en Carien moeten het allegaartje tot een eenheid zien te smeden. Wel is er vooraf overleg met de reclassering over de mensen die komen. „Ik moet weten wie ik binnen krijg", vindt Paul. „We zitten hier met z'n allen aan dezelfde tafel. Dan moet je mekaar kunnen vertrouwen. Anders werkt het niet. Zeker niet in combinatie met verstandelijk gehandicapten. Die voelen het tot in de puntjes van hun vingers aan, wanneer het niet botert. Dan is de sfeer helemaal kapot, krijg je niks meer van ze gedaan en loopt alles spaak."

Verslaafden
Verslaafden neemt de Brabantse boer niet meer. Als die er ook nog bij komen, wordt het hem te gecompliceerd. Deze categorie binnen de zorgsector vraagt naar zijn mening afzonderlijke aandacht. Een mening die wordt gedeeld door het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs in Heerlen. In 1981 werd door dit CAD, in samenwerking met het recreatieschap, het ecologisch land- en tuinbouwproject Heihof opgezet. Op de Brunssumer heide, aan de rand van Landgraaf.
Doelstelling was en is het bijbrengen van werkervaring en arbeidsritme aan verslaafden en ex-verslaafden, om daardoor de verslaving te bestrijden en de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.

Jos Verhees, van origine een biologische boer, is primair verantwoordelijk voor de teelt, maatschappelijk werker Herbert Damoiseaux voor de mensen. Onder leiding van het tweetal zijn de verslaafden van acht tot half vijf actief met het kweken, verkopen en distribueren van groente en fruit. Onder het motto: 'Hier wordt niet gespoten'. In tweeërlei betekenis. „Als je zuiver met je lijf en je geest wilt omgaan, moet je ook niet met chemicaliën gaan zitten spuiten."

Inkomsten
Toen het recreatieschap zich begin jaren negentig terugtrok, besloot het CAD Jos over te nemen en het bedrijf zelfstandig voort te zetten. Na lang wikken en wegen. „Binnen de verslavingszorg was het volslagen ongewoon om iets in huis te hebben wat geld oplevert. Welzij nswerk is altijd gekenmerkt geweest door uitgaven. Inkomsten waren vreemd aan de branche." Toch werd de sprong in het diepe gewaagd. De achterliggende jaren groeide de omzet van de alternatieve onderneming van het CAD met sprongen. De producten worden verkocht in de eigen winkel en aan natuurvoedingswinkels, reformzaken en restaurants in de omgeving. Met de jaaromzet kan de exploitatie van de Heihof en het leeuwendeel van de salarissen worden bekostigd.
Belangrijker is voor Herbert Damoiseaux dat het werk therapeutisch bijzonder effectief blijkt. Dertig procent van de verslaafden op de Heihof wordt met succes behandeld. Wel is de instroom de laatste jaren lager dan gewenst. „Een groot deel van de verslaafden uit de regio is hier ooit al geweest. Ik heb ook de indruk dat er steeds minder zijn die willen knokken om van hun verslaving af te komen. Je werkt hier wel acht uur per dag, zonder vergoeding."

Samenwerking
Momenteel wordt nagedacht over samenwerking met een verslavingskliniek in Heerlen, al zitten daar nogal wat haken en ogen aan. „Die klinieken hebben hun eigen programma's, werkprojecten en arbeidstherapie. Het is niet eenvoudig om een bedrijf als dit daarin te integreren."
De Heihof is volgens Damoiseaux niet te vergelijken met arbeidsprojecten binnen een kliniek. „Mensen kunnen hier in alle stadia van verslaving meedoen. Tijdens het werk mag niet worden gebruikt, maar wat ze om half vijf doen is hun verantwoordelijkheid. Net als bij een gewoon bedrijf Daarmee bied je mensen die er niet doorheen zien om clean te worden toch een kans. De praktijk leert dat een aantal dan op enig moment toch de beslissing neemt om af te gaan kicken.

Een ander wezenlijk verschil is dat de therapeutische belangen bij ons hand in hand gaan met economische belangen. Er moet gewoon geld verdiend worden. Dat geeft dit project een hoge realiteitswaarde. Als je mensen een kans wilt geven op de arbeidsmarkt, moet de kloof zo klein mogelijk zijn."

Slechte gedachten
Ook de maatschappij heeft baat bij de Heihof „Vijf dagen per week houden we tussen de vier en twaalf verslaafden acht uur per dag van de straat. Dat betekent dat ze wekelijks veertig uur minder tijd hebben om onzin uit te halen. Op bruiloften en partijen krijg je steevast voor de voeten gegooid: 'Wat kost dat niet een geld, om die junkies wat te laten klooien.' Over de fenomenale bedragen die je ermee bespaart, hoor je niet."
Henri kan de visie van zijn patroon alleen maar bevestigen. Sinds een maand werkt de heroineverslaafde op de Heihof. Het bevalt hem aardig. „Zolang je bezig bent, zit je niet te denken. En 's avonds ben je versleten, dan blijf je gewoon thuis. Dan heb je de dag gehad eigenlijk. Dat is gunstig. Anders ga je toch weer naar buiten en kom je op slechte gedachten." Karel heeft dezelfde ervaring. Hij heeft er een jaar Heihof op zitten. Met genoegen, vooral op donderdag. „Dan rij ik op de bus. Bestellingen naar de klanten brengen. Ik heb inmiddels ook een eigen huis. Nu nog betaald werk. Een Melkertbaan of zo. Herbert geeft me wel een kans. Dat is toch niet gek, als je vanaf 1970 hebt gebruikt."

Zwembad
Arbeidscontracten kent de Heihof niet. De enige stabiele factor in het werknemerskorps zijn de verslaafden die door de rechter tewerk zijn gesteld. Bij de rest is het altijd weer afwachten hoe lang ze het volhouden. „De kortste termijn die we hebben meegemaakt was twintig minuten. Die man begon om acht uur en liep twintig over acht gillend weg. De langste termijn was drie en een halfjaar. Momenteel werken we met elf mensen, maar op een warme dag zijn het er zo goed als zeker minder. Bij 28 graden liggen de meesten toch liever op hun rug in het zwembad dan dat ze op het veld staan te schoffelen." Op zulke momenten komt het spanningsveld tussen landbouw en zorg openbaar. „Jos is boer, ik ben hulpverlener", zegt Damoiseaux. „Zwart-wit gesteld telt voor Jos het aantal geoogste bloemkolen, voor mij het aantal blijde gezichten. Tussen die twee belangen zul je een huwelijk tot stand moeten brengen. De ene keer zal het lukken om de mensen zo te motiveren dat ze drie dagen lang poot aan werken. Een andere keer moet je misschien een veld uien of prei teruggeven aan de natuur. In rond Nederlands: omploegen. Voor elke rechtgeaarde boer is dat een steek door het hart. Mij doet het minder. Wel merk je dat je binnen een project als dit naar elkaar toe groeit."

Vergoeding
Die ervaring biedt de maatschappelijk werker hoop voor een bredere integratie van landbouw en zorg. Zeker nu steeds meer boeren zich afvragen of ze wel op de huidige wijze verder moeten gaan. „Een deel wil best omschakelen naar een ecologisch bedrijf, maar het grote bezwaar daarvan is de factor werk. Omgekeerd zoekt de zorgsector naar arbeidsprojecten waarin de mogelijkheden van bewoners worden geprikkeld. Samenwerking met een boerenbedrijf vind ik een prachtige oplossing. Maar de instelling zal de boer daar dan wel een fatsoenlijke vergoeding moeten geven. De man heeft er een hoop moeite en ellende van, daar mag best een vergoeding tegenover staan."

Als het aan Paul van de Groes ligt, wordt het bieden van dagopvang en arbeidstraining aan verstandelijk gehandicapten op termijn de belangrijkste poot onder zijn bedrijf Inmiddels betaalt Maria Roepaan een vergoeding van veertig gulden per persoon per dag. Het bedrag is bij lange na niet toereikend om de noodzakelijke investeringen en het productieverlies te compenseren. De dagprijs die 'De Cinquant' heeft berekend, komt uit op honderd gulden per dag.

Fantastisch
Momenteel wordt onderhandeld met verschillende zorginstanties. Daarnaast heeft de stichting bereikt dat 'De Cinquant' de komende drie jaar de status van 'pilot project' heeft, en daardoor subsidie ontvangt van het ministerie van landbouw en de provincie. Boeren die geïnformeerd willen worden over de mogelijkheden van de 'zorgboerderij' kunnen in Haps hun licht opsteken. Alleen de werkelijke liefhebbers krijgen van Paul van de Groes het advies om zijn voorbeeld te volgen. „Je moet het op kunnen brengen om aan dezelfde persoon voor de tiende keer hetzelfde uit te leggen. Als je uitsluitend commercieel rekent 'Hoe veel gehandicapten heb ik nodig op hoe veel fokzeugen'— dan wordt het niks. Dat levert enkel gefrustreerde mensen op. Je moet hart voor die kinderen hebben. En dan kun je er veel mee bereiken. Toen Monique hier kwam, was ze doodsbang voor varkens. Nu verzorgt ze zelfstandig de biggen. Ik heb ze zelfs zo ver dat ze kan insemineren. Dat is toch fantastisch. Dat meisje komt een keer in een regulier bedrijf aan de slag. Dat weet ik zeker."

Ter bescherming van hun privacy zijn voor de werkers op 'De Cinquant' en de 'Heihof' schuilnamen gebruikt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 3 september 1997

Terdege | 85 Pagina's

De boerderij als zorgcentrum

Bekijk de hele uitgave van woensdag 3 september 1997

Terdege | 85 Pagina's

PDF Bekijken