Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

K. Norel, schrijver over wind en water

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

K. Norel, schrijver over wind en water

14 minuten leestijd

Wolken, wind en vooral het water waren bijna onmisbare bestanddelen in de boeken van K. Norel. Honderd jaar geleden, op 9 november 1899, werd hij in Harlingen geboren. Met W.G. van de Hulst en Anne de Vries behoorde hij tot de bekendste schrijvers binnen de protestantschristelijke jeugdliteratuur. Momenteel vinden de boeken van de synodaal-gereformeerde schrijver vooral nog aftrek in bevindelijk-gereformeerde kring.

Klaas Norel (uitspreken als Norèl, niet als Nórel) was het eerste kind van veehouder Okke Norel en boerendochter Jacoba Dijkstra. Niemand uit hun gezin is meer in leven sinds Klaas zus Katrien vorig jaar mei op 94-jarige leeftijd overleed.
De familie Norel was in de tweede helft van de 18e eeuw vanuit Epe via Amsterdam in Harlingen terechtgekomen. Daar raakte Klaas gefascineerd door het water, dat hem nooit meer heeft losgelaten. Hij was altijd in de buurt van de haven te vinden.
Op zijn zestiende trok hij naar Enkhuizen, waar hij vanaf zijn twintigste (!) het nieuwsblad De Vrije Westfries redigeerde. Zijn huwelijk in 1925 met Jantje de Vries (1900-1985) werd viermaal bekroond met de kinderzegen.

IJselijk
Norel was een avonturier. En zijn vrouw helemaal niet. „Moeder heeft vaak in ongerustheid gezeten, zegt zoon O.H. Norel. „Dan kwam hij s avonds gewoon niet thuis en vergat hij om even te bellen. In 1929 was hij de eerste die met de auto over het ijs naar Urk ging. Het werd een primeur voor zijn krant. Zijn vrouw wist van niets.
Schrijver P.J. Risseeuw las een artikel van Norel in De Spiegel en moedigde hem aan om boeken te gaan schrijven. Dat werd Land in zicht, dat Norel voor 350 gulden aan Callenbach verkocht. „Het risico was daarbij voor de uitgever. Later, toen de verkoop goed liep, is hij op royalty-basis gaan werken: per verkocht boek zoveel procent. Daarvan konden we goed leven en hij betaalde er ook de meeste reizen uit. Norel schreef voortaan twee tot zeven boeken per jaar, 35 jaar lang.
Risseeuw werd een vriend van hem. Met Van de Hulst en Mary Pos waren er eveneens contacten, ook via de christelijke schrijverskring. Met Anne de Vries ging Norel meermalen op reis. „Vader heeft heel wat afgereisd, naar Mexico, Noorwegen, Noord-Afrika, en altijd deed hij wel schrijfstof op. In 1951 ging hij op verzoek van uitgever Roelofs van Goor te Meppel naar Canada. Daar had hij het geld niet voor, dus de uitgever heeft het grotendeels betaald.
Veel boeken van K. Norel gaan over het water. Hij voer mee met de vissers van Enkhuizen en kon ook goed zeilen, al had hij zelf geen zeilboot.

Verzetsman
In 1940 was hij de eerste journalist die door de Duitsers opgepakt werd en in 1941 was zijn krant de eerste die werd verboden. „Tijdens zijn gevangenschap schreef hij gewoon door. In zijn verhaal sloeg hij het gedeelte over de gevangenschap over, want daarin zou hij zich hebben moeten inleven en dan zou zijn eigen situatie hem aanvliegen. Dat gedeelte schreef hij pas toen hij weer op vrije voeten was.
Tijdens de oorlog leefde hij van de uitkering van het verzet en soms kwam er een voorschot van een uitgever. Honger hebben we nooit gehad, maar het was wel vrij bescheiden. Norel zocht onderdak voor onderduikers in Enkhuizen en Andijk en ontplooide tal van andere activiteiten tegen de bezetter. Hij ontsnapte aan arrestatie en executie en dook onder in Soest. Na Dolle Dinsdag was hij twee maanden thuis. Hij ging alleen s avonds naar buiten, vermomd met bril en pet. Hij had niet in de gaten dat hij toch herkenbaar was: zijn hondje sjouwde altijd achter hem aan, zodat de mensen zeiden: „Kijk, daar gaat Norel.
Daarna zat hij ondergedoken in Heerhugowaard en Noord-Scharwoude. In die laatste plaats kwamen zijn vrouw en zijn oudste zoon weleens per fiets op bezoek. „Bang was vader niet. Moeder stond vaak angsten uit, want hij kon zijn mond niet houden.

Fulltime schrijver
Al tijdens de oorlog schreef Norel het grootste deel van de serie Engelandvaarders. Na de bevrijding voerde hij een groot aantal gesprekken om de boeken te kunnen voltooien. Ondertussen werd hij hoofd van de binnenlandredactie van Trouw. Hij was een van de weinigen die hoofdredacteur Bruins Slot durfde tegenspreken, zoals te lezen is in het jubileumboek van Trouw, Harde koppen, rechte lijnen.
Door de drukte en de spanningen kreeg Norel het aan zijn maag. Hij moest kiezen: journalist of schrijver. Hij koos voor de boekerij. Voortaan leefde hij van de pen. Daardoor kon hij niet gaan zitten wachten op fantasie en inspiratie. „Hij moest gewoon werken en deed dat ook heel gedisciplineerd. Mn moeder bracht hem koffie, die hij al werkend opdronk.
Norels productie was hoog en toch wist hij zijn frisse stijl te behouden. „Zo was hij. Als hij op reis was geweest, vertelde hij daar hele verhalen over. Vervolgens kwam er een vriend en dan vertelde hij dezelfde verhalen weer met evenveel enthousiasme.
Zijn handschrift was klein, maar toch redelijk leesbaar. Zijn bureau staat hier, met aan beide zijden een groot aantal laadjes, waarin hij zijn manuscripten opborg, want hij werkte vaak aan meerdere boeken over hetzelfde onderwerp tegelijk.

Nevenfuncties
Norel blaakte van activiteit. Op de jongelingsvereniging in Enkhuizen verdiepte hij zich in kerkelijke en politieke kwesties. In de gereformeerde kerk van Amstelveen was hij meermalen ouderling. Hij redigeerde een deel van het kerkblad en schreef daarin Krabbels van een ouderling, Krabbels van een kerklid en Notities van een Amstellander.
In Enkhuizen was zijn schoonvader ouderling en die adviseerde schoonzoon Norel niet kandidaat te stellen, omdat die s avonds toch al bijna nooit thuis was. Norel schreef wel een boekje toen de gemeente in 1941 een eeuw bestond. In het boek dat in 1991 bij het 150-jarig bestaan verscheen, zijn Norels verzetsactiviteiten beschreven.
In Enkhuizen was hij wel secretaris van de schoolvereniging. Tijdens de oorlog was hij actief in het schoolverzet. In Amstelveen werd hij mede-oprichter en secretaris van het Christelijk Lyceum in Buitenveldert en daarna ook van scholen in Amstelveen en Mijdrecht. Van die laatste is kleinzoon en naamgenoot Klaas Norel nu voorzitter.
De schrijver zat ook in het bestuur van de ARP-kiesvereniging in Enkhuizen en in Amstelveen heeft hij verkiezingsbiljetten geplakt. Hij was erg oecumenisch ingesteld en voorstander van de vorming van het CDA. In Amstelveen was Norel mede-oprichter en voorzitter van de bibliotheek en deed hij veel in het jeugdwerk. „Hij ging ervan uit, en ik zeg dat ook altijd, dat je naast je werk ook andere dingen moet doen, waarbij je iets voor anderen betekent, zegt zoon Okke.

Drie miljoen boeken
Toen de vraag zich voordeed of het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen of Harderwijk gevestigd zou worden, was het mede aan Norel te danken dat het Enkhuizen werd. Het gemeentebestuur schonk hem later als dank een bundel fotos van dat stadje. „Vader was tot zijn overlijden reuze actief. Hij was op dat moment bezig met Het kopstuk Hilbert, dat door iemand van de uitgeverij is voltooid.
Op de vierde mei 1971 had Norel thuis de vlag nog halfstok gehangen in verband met de nationale dodenherdenking. Daarna ging hij op weg naar zijn dochter in Drenthe, waar een kind jarig was. Op de rijksweg Amsterdam-Amersfoort, toen nog een tweebaansweg, haalde Norel bij Baarn een vrachtwagen in. Daarbij botste hij op een tegemoetkomende vrachtauto. Norel was op slag dood en werd door zijn oudste zoon geïdentificeerd. Norels vrouw lag vier maanden in het ziekenhuis en kon zijn begrafenis niet bijwonen.
Toen Norel overleed, waren er drie miljoen boeken van hem verkocht. Ook daarna volgden nog tal van herdrukken, die worden gecoördineerd door zijn oudste zoon. Vorig jaar kreeg de schrijver uitgebreide aandacht in het sinds 1995 verschijnende blad Ouwe Bram leeft nog! Het artikel van R. van Schoonderwoerd werd gevolgd door een bibliografie met 160 titels. Ook Norels zoon Joost sprak en schreef over hem.

Veranderingen
Binnen de Gereformeerde Kerken, waartoe Norel behoorde, veranderde veel. „Mijn moeder mocht als kind s zondags zelfs niet buiten spelen. Opvattingen verschuiven echter en mijn vader deed daar niet moeilijk over. Toen we hier in Amstelveen kwamen, zagen we dat de kerkjeugd s zondags ging schaatsen. In Enkhuizen deed je dat gewoon niet. We hebben ons hier aangepast.
Vader had er niet zon moeite mee dat er in zijn kerk zoveel veranderde, al weet ik niet hoe hij de huidige situatie beoordeeld zou hebben, waarin mensen als Kuitert (die hier, in Amstelveen, vlakbij woont) en Den Heyer alle zekerheden in twijfel trekken. Die sterke ontkerkelijking van nu heeft vader ook niet meegemaakt.
Norel zette zich niet af tegen de bevindelijkgereformeerde kringen, zoals schrijvers als B.J.W. de Graaff en J.W. Ooms dat soms wel deden. Het zijn juist die kringen waar Norels boeken nog gelezen worden, ondanks het verschil in verbondsbeschouwing. „Ik vroeg aan De Groot Goudriaan waar ze vaders boeken nog verkopen. Dat blijkt vooral op de Veluwe, in Zuid-Holland en in Zeeland te zijn.
Op recensiekaartjes van de openbare bibliotheek worden Norels boeken afgewezen vanwege het ouderwetse taalgebruik, de rolpatronen en het „moraliserende karakter. Dat zijn typeringen die ook schrijvers uit bevindelijk-gereformeerde kring ten deel vallen.
In Terdege wordt momenteel Scheepsmaat Woeltje als stripverhaal gepubliceerd. Vorig jaar werd S.O.S., wij komen! door De Groot Goudriaan herdrukt (onder de titel Noodsein op de Noordzee) en dit jaar Mannen van Sliedrecht.
„Met een titelwijziging heb ik geen moeite, zegt zoon Okke. „Ik maakte wel bezwaar toen een andere uitgever vaders voornaam op de omslag wilde zetten. Hij is bekend geworden als K. Norel, dus dan moet je dat zo laten.

Houen, jongens!
Engelandvaarders, Varen en vechten en Vliegers in het vuur worden door De Boekerij nog steeds herdrukt en vinden een veel bredere verspreidingskring. „Vooral bij de herdenking van 50 jaar bevrijding in 1995 liep de verkoop goed. De Urkers vinden het trouwens nog steeds prachtig dat in Engelandvaarders hun dorp zo naar voren komt. Vader heeft er nogal wat dialect in verwerkt, maar dat liet hij altijd eerst lezen. Zo schakelde hij ook andere deskundigen in. Een bevriende piloot beoordeelde zijn boeken over de vliegerij.
In Duitsland en Canada werden enkele boeken vertaald en dit jaar verscheen de Spaanse vertaling van Stand by, boys!, wat weer een vertaling was van Houen, jongens!, een boekje over de ramp van 1953, dat in Colijnsplaat speelt. Norels kinderen waren in 1993 aanwezig bij de onthulling van het monument in Colijnsplaat waarop Houen, jongens! als opschrift is geplaatst.
Ze werden dit jaar ook uitgenodigd voor de viering van het 25-jarig bestaan van de christelijke basisschool K. Norel in Epe op 28 augustus, waarbij Norels zoon Joost de oudere kinderen en een kleindochter de jongste kinderen over de schrijver mocht vertellen. In de school werd een K. Norel-tentoonstelling ingericht. „Je had in Epe een K. Norelschool met kleuterschool Woeltje, een Anne de Vriesschool met kleuterschool Bartje en een W.G. van de Hulstschool met kleuterschool Rozemarijntje. De namen van de kleuterscholen zijn door de integratie verdwenen.

Vrind en vader
Norels oudste zoon herinnert zich zijn vader als „een vrolijke man. Hij was wel ongeduldig; hij hield van opschieten. Hij was eerlijk, recht door zee. Hij zei waar het op stond en daardoor zijn er weleens kwesties geweest, vooral kerkelijk, want juist daar is zoveel geharrewar. Hij zocht echter altijd weer een basis om elkaar te benaderen.
Hoewel vader het erg druk had, maakte hij altijd tijd voor ons. s Zondags uit de kerk gingen we als gezin altijd eerst thuis koffiedrinken, waarbij de oorlogsomstandigheden uitvoerig besproken werden. Aan tafel las hij s middags uit de Bijbel, s avonds uit In de Soete Suikerbol.
Ik was een jaar of zestien toen ik met een aantal vrienden was wezen biljarten. In een café nogal liefst. Vader zei er niets van, maar een paar weken later kwam er opeens een biljarttafel die hij gekocht had. Voortaan konden we het thuis doen. Hij was een echte vrindvader.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 september 1999

Terdege | 96 Pagina's

K. Norel, schrijver over wind en water

Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 september 1999

Terdege | 96 Pagina's

PDF Bekijken