Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Arie Noorland

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Arie Noorland

„Bij mensen van islamitische komaf houden we met het maken van afspraken bewust rekening met de ramadan

11 minuten leestijd

Tegen alle verwachting kreeg Arie Noorland de mogelijkheid een eigen praktijk te beginnen. Als tandarts. „Niet voor het geld, zoals mensen vaak denken. Het is gewoon een mooi vak. En door de locatie bijzonder veelkleurig. „Je kunt het zo gek niet bedenken, of ik krijg het in de stoel. Turken, Marokkanen, Antillianen, Surinamers, Kaapverdianen, Spanjaarden, voormalige Joegoslaven, Chinezen, Indiërs. Heel boeiend. Ik beoordeel de verkleuring van de samenleving niet negatief, absoluut niet.

Vanaf de zesde klas van de lagere school wist ik dat ik tandarts wilde worden. Het leek me een leuk beroep: werken met je handen, maar niet standaard. Angst voor de tandarts heb ik nooit gehad. Waarschijnlijk omdat ik een goed gebit heb. De achterliggende jaren heb ik heel veel verhalen over de schooltandarts gehoord. In Rotterdam kennen ze die nog. Op het moment dat de bus voor komt rijden, zijn de leerlingen ziek. Heel wat mensen uit mn praktijk zeggen: „Mijn kind gaat er niét naartoe. En dan komen de verhalen van vroeger, wat ze zelf aan angsten hebben doorstaan.
In mijn jeugd was er een geweldig tekort aan tandartsen. Wij gingen vanuit Streefkerk naar Nieuw-Lekkerland, waar Van Driest uit Alblasserdam een buitenpraktijk had, in het Groene-Kruisgebouw. Praten was er niet bij, daar had die man geen tijd voor. Een assistente deelde om vier uur nummertjes uit, Van Driest kwam om zes uur. Mn vader zat om één uur al in de wachtkamer, om überhaupt aan de beurt te komen. Een tandarts in Rotterdam-Zuid had tienduizend ingeschreven ziekenfondspatiënten. Tiénduizend!

Overschot
Misschien werd mn motivatie op de lagere school bepaald door het inkomen, al kan ik me dat niet herinneren. In atheneum-vier was dat zeker niet het geval. De meeste mensen gaan daar wel van uit. Tijdens een beroepskeuzeles werd man voor man gevraagd wat je wilde worden. Na mijn antwoord ging een gejouw op: „Voor het geld. Ik ontken niet dat de beloning een aangename bijkomstigheid is, maar het was voor mij absoluut geen hoofddoel.
Als ik het voor het geld had gedaan, was ik tijdens mn studie overgestapt naar iets anders. Het tweede jaar werd aangegeven dat een woning met een zwembad er niet meer in zat. In het derde jaar kregen we ronduit het advies te gaan omscholen, zo snel veranderde het tekort in een overschot. Toen ik in 87 afstudeerde, kwam ik op een wachtlijst van 1333 mensen te staan, terwijl er jaarlijks zon 120 tandartsen nodig waren. Een bizar vooruitzicht.

Leiding
Ik ben begonnen als vervanger van een tandarts in Den Haag. Halve dagen, voor twintig gulden per uur. Dat bedrag stond in geen verhouding tot wat die man eraan overhield, maar je was allang blij dat je kon beginnen en twintig gulden per uur was heel wat meer dan mn zakgeld. Daarna ben ik in een commercieel project gestapt, gefinancierd vanuit het bedrijfsleven. De bedoeling was een keten van commerciële praktijken op te zetten. We begonnen aan de Beijerlandselaan in Rotterdam-Zuid, een typische ziekenfondswijk. Dat maakte het project in mijn ogen kansloos, maar de initiatiefnemers dachten daar anders over. Voor mij was het een noodsprong. Mn salaris was voor een jaar verzekerd.
Na dat jaar kon ik voor een dag per week bij een tandarts in Spijkenisse aan de slag. Door bemiddeling van een adviserend tandarts ben ik aan een eigen praktijk aan de Dordtselaan in Rotterdam gekomen. Daar heb ik heel duidelijk de leiding van God in gezien. Menselijk gesproken was het een lot uit de loterij. Ik trok het hele land door om een praktijk te vinden, tot ik er een kreeg aangeboden die bijna in onze achtertuin lag.

Griep
Het was een kleine praktijk: ruim 900 patiënten. Als je weinig gewend bent, is dat een ideaal begin. Met oud-klasgenoot Ger Visser, die in diezelfde tijd een eigen accountantskantoor begon, heb ik een businessplan opgesteld. Aanvankelijk stonden de banken niet in de rij om te financieren. Ze vonden de begroting veel te rooskleurig.
Na een jaar keken ze daar anders tegenaan. De praktijk groeide als een tierelier en de omzet lag ver boven wat we ons voorgesteld hadden. Ik heb nu zon 2700 patiënten. We hebben een absolute stop afgekondigd. Het programma zit van s morgens acht tot s middags vijf bomvol. Als ik een dag ziek ben, schuiven alle patiënten van die dag een paar maanden door. Mn assistente zit daar meer mee dan ik. Die belt rustig op, als ik griep heb. „Zullen we morgen maar weer beginnen. Dat doe ik dus niet. Ik ga niet met een grieperig hoofd op die stoel zitten, om de druk in mn praktijk weg te werken. Dan kom je jezelf een keer tegen. Gelukkig ben ik weinig ziek. De laatste keer was november 97.

Smal beroep
Het komt wel steeds vaker voor dat ik s avonds knap afgedraaid ben. Ik zou het graag wat rustiger hebben, maar dat is moeilijk te organiseren. Ik had eerder een stop moeten instellen. Patiënten wegsturen doe je niet. Ik probeer de werkdruk te compenseren door veel vakantie te nemen, dat is het voordeel van een vrij beroep.
Het werk doe ik nog altijd met plezier. Gelukkig, want het is een smal beroep. Je kunt er niet zomaar uitstappen en wat anders gaan doen. Dat zou voor mij overigens geen reden zijn om door te modderen. Als ik het morgen niet leuk meer vindt, staat overmorgen een bord met Te Koop in de tuin. Ik zou er niet aan moeten denken om tot mn zestigste met tegenzin naar mn werk te gaan.
Iets anders is, dat je het fysiek vol moet kunnen houden. Als ik iets met mn handen, mn nek of mn rug krijg, heb ik een fors probleem. Dat houdt me behoorlijk bezig. Het is dom om met oogkleppen op te lopen. Toen ik de praktijk overnam, heb ik meteen een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten. Je hoeft maar één keer ziek te zijn, om te weten hoe kwetsbaar je bent. De inkomsten staan direct stil. Ik ben ook meteen begonnen met het opbouwen van een pensioen. Als zelfstandige moet je dat allemaal zelf regelen.

Emoties
Vroeger hoorde je als tandarts in het rijtje van de burgemeester, de dokter en de dominee. Voetstukmensen. Dat is voorbij. Alleen bij de oudere generatie merk je dat nog. Een deel blijft me aanspreken met dokter. In het begin zei ik: „Dat ben ik niet.
„Hoe moeten we u dan noemen?
„Nou, zeg maar Arie.
Dat werkt dus niet. Ze schrikken al van het idee. Nu laat ik het maar zo.
Het aardige van mijn werk zit in de combinatie van handvaardigheid en het omgaan met mensen. Ik vind het leuk om tijdens het vullen of het aanmeten van een prothese een praatje te maken. Daar moesten ze in het begin heel erg aan wennen. Mn voorganger zei nog geen Goedemorgen.
Er zijn nog steeds patiënten die het bijna in hun broek doen. Pijn kan daarvoor de verklaring niet zijn. Als mensen dat willen, worden ze verdoofd. Waarschijnlijk is het de herinnering aan de schooltandarts, die allerlei emoties oproept. Ik ga daar heel relaxed mee om. Voor mij is een van de boeiendste elementen van het vak mensen die trillend als een rietje binnenkomen zo op hun gemak te stellen en te behandelen, dat de angst voor de tandarts wat normalere proporties krijgt.

Boeiend
Door de locatie van de praktijk is mn patiëntenpopulatie bijzonder veelkleurig. Je kunt het zo gek niet bedenken, of ik krijg het in de stoel. Turken, Marokkanen, Antillianen, Surinamers, Kaapverdianen, Spanjaarden, voormalige Joegoslaven, Chinezen, Indiërs... Heel boeiend. Ik beoordeel de verkleuring van de samenleving niet negatief, absoluut niet. Iedereen brengt wat mee.
Ik ken collegas die er anders over denken, maar wij hebben absoluut geen negatieve ervaringen met allochtone patiënten. Je weet na al die jaren hoe ze zijn en hoe ze reageren. Ze produceren meer geluid en reageren snel wat huilerig. Daar leer je mee omgaan. Ik stel sneller voor om te verdoven.
Bij mensen van islamitische komaf houden we met het maken van afspraken bewust rekening met de ramadan. Als je een datum rond die periode noemt, zie je ze vaak even nadenken. „Nee, dat is na de ramadan, zegt mn assistente dan.
„Hoe weten júllie dat?
„Ja mevrouw, dat houden we netjes in de gaten.
Die mensen stellen dat heel erg op prijs. We laten ieder in zn waarde, ongeacht de geloofsovertuiging. Ik ben er niet blij mee dat kerken plaatsmaken voor moskeeën, maar dat kun je de allochtonen niet verwijten. We stralen blijkbaar weinig uit.

Zuiderkapel
Voor mij is het geloof in de loop der jaren meer gaan betekenen. In Streefkerk was het bijna vanzelfsprekend dat je naar de kerk ging. Dat is nu anders. De Maranathakerk in Rotterdam-Zuid heeft een streekfunctie. Dat geeft een heel ander soort gemeente. Je wordt bewust lid.
Na ons trouwen hebben we eerst op Heijplaat gewoond, waar mijn vrouw Hilda vandaan komt. Zij hoorde bij de confessionele gemeente. Daar kon ik het niet zo goed vinden. Het was allemaal zo vrijblijvend. „Jullie zitten hier, dat komt wel goed. Ik denk dat er wat meer nodig is.
Vervolgens hebben we een paar jaar in de Zuiderkapel gekerkt. Daar kwamen mensen als ds. Poort en ds. Van Gent. Die spraken me enorm aan, maar op een gegeven moment zijn er problemen gekomen. De sacramenten mochten niet meer bediend worden, ds. Poort haakte af, in het RD verschenen geheimzinnige berichten. Je kreeg het gevoel dat je in een soort sekte zat. Inhoudelijk begon de zaak ook te verschuiven. In plaats van ds. Poort kwamen wat vaker evangelisten, je moest allemaal blij zijn, er werden geen boetepsalmen meer gezongen. Daar had ik moeite mee. Als bepaalde elementen uit de Bijbel niet meer belicht worden, is het tijd om op te stappen.

Mannenconferenties
Ik heb geprobeerd de lijn vanuit mn jeugd door te trekken. Daardoor zijn we uiteindelijk bij de Maranathakerk terechtgekomen. Voor Hilda was het wel even wennen. Die heeft me meer dan eens gevraagd: „Waarom doe je zo moeilijk? Vanuit haar achtergrond kan ik dat begrijpen.
Zelf voel ik me daar thuis, al ben ik kerkelijk opener geworden, mede door de jaren in de Zuiderkapel. Voor mij bestaan geen kerkmuren meer. Iemand van de Gereformeerde gemeente is voor mij niet anders dan een hervormde broeder. We staan voor hetzelfde. Ik ga wel eens naar mannenconferenties. Dan ontmoet je mensen uit allerlei kerkgenootschappen, van oud-gereformeerd tot pinkstergemeenten. Op zon dag spelen die verschillen geen rol. Met elkaar zit je te luisteren naar voordrachten van mensen als Dick Langhenkel, Willem Ouweneel en Henk Binnendijk. Ik vind het heerlijk om daar te zijn. Je bent een dag helemaal uit de wereld, Gods eer staat centraal. Dat spreekt me enorm aan. Alleen het zingen al. De laatste keer waren we met 650 mannen, je weet niet wat je hoort: echt een indrukwekkend koor.

Opvoeden
Op zondag staan de kerkmuren er weer. Een evangelische zal het niet in zn hoofd halen om naar de Maranathakerk te komen, ik denk er niet over om naar een evangelische dienst te gaan. Die gemeenten moeten het hebben van het benadrukken van zaken die de traditionele kerken te veel laat liggen. Daar moeten we wel wat mee doen, maar die eenzijdigheid spreekt me niet aan. Ook op de Maranathakerk valt best wat aan te merken, zoals dat voor elke kerk in Nederland geldt, maar de hele Bijbel komt er aan bod. Dat vind ik heel belangrijk.
Ik kan niet zeggen dat ik op een bepaald moment het licht heb gezien. Wel zie ik, als ik terugkijk, een duidelijke geestelijke ontwikkeling in mn leven. De dingen van de Bijbel houden me veel meer bezig, zeker nu we zelf kinderen hebben.
Ze zitten op een protestants-christelijke school. We hebben kinderen gekregen toen we er al bijna niet meer op durfden hopen. Dat heeft waarschijnlijk meegespeeld. Als je in Rhoon voor reformatorisch basisonderwijs kiest, moeten de kinderen naar Barendrecht of Hoogvliet. s Morgens vroeg gaan ze met de bus mee en ze zijn de hele dag van huis. Dat leek ons niet ideaal. We willen ze zelf opvoeden.

Medezeggenschap
Tot nu toe hebben we geen spijt van onze keus. Ze leren versjes die we in de kerk niet zingen, maar die kinderen wel heel sterk aanspreken. Met name de liedjes van Elly en Rikkert hebben een behoorlijke boodschap, in eenvoudige bewoordingen.
Sinds een paar jaar zit ik in de medezeggenschapsraad. Die heeft een behoorlijke invloed. Bestuursvoorstellen kunnen alleen met goedkeuring van de MR worden uitgevoerd. Ik vind dat een goede zaak. Het gaat om jouw kinderen.
Ik vind het heel waardevol dat wij als MR onder meer een adviserende taak bij het aannemen van nieuw personeel hebben. De invloed van de man of vrouw voor de klas moet je niet onderschatten. Als het aan mij ligt, gaan onze kinderen na de basisschool naar de Guido de Brès of het Hoornbeeck College. Niet dat ze daar beter zijn dan op een pc-school, maar je krijgt er wel meer bagage mee. Daar ben ik van overtuigd.

Volgende keer: huismoeder Kariene Hoogendijk-Saarloos.

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 10 november 1999

Terdege | 92 Pagina's

Arie Noorland

Bekijk de hele uitgave van woensdag 10 november 1999

Terdege | 92 Pagina's