Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wintergasten in de stad en in het veld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wintergasten in de stad en in het veld

9 minuten leestijd

Zowel in de stad als daarbuiten zie je in de winter vogels genoeg. De zomergasten zijn vertrokken naar warmere streken. De standvogels blijven. Vanaf eind september komen er wintergasten uit Scandinavië en Siberië. Als de winter lang of streng is, mengen zich soms heel bijzondere vogels onder onze 'eigen' soorten

Op Spitsbergen, in Noord-Scandinavië, IJsland, Groenland en Siberië valt de winter vroeger in dan in onze streken en het wordt er aanzienlijk kouder. De meeste vogels die daar hun jongen hebben grootgebracht, kunnen de winter in dat klimaat niet overleven. Deze De koperwiek rust na het eten. vogels, klein en groot, gaan op trek. Duizenden kilometers vliegen zij naar het zuiden. Een deel blijft in Nederland, andere gaan naar het zuiden van Engeland, Zuid-Europa of zelfs Afrika. De doortrekkers gebruiken Nederland als tankstation. In een paar dagen eten ze hier zoveel dat hun vetreserves voldoende zijn om naar Afrika door te gaan. Er zijn ook vogelsoorten die het in een Nederlandse winter best uithouden. Zij verspillen verder dan ook geen energie en mengen zich vanaf oktober onder onze standvogels. In ons land vinden deze wintergasten voldoende voedsel en bouwen zij hun vetreserves op om in het voorjaar weer terug te vliegen naar het noorden. Eind oktober zijn alle soorten die bij ons overwinteren wel aangekomen. De periode waarin de vogels weer naar het noorden wegtrekken is veel gespreider. Sommige wintergasten vertrekken eind maart al, maar er zijn er ook die hun vertrek uitstellen tot eind mei. Niet vreemd als je bedenkt dat de winter in het noorden van Siberië langer duurt dan in Lapland. Is het geen wonder van de natuur dat die vogels het juiste tijdstip van hun vertrek weten te kiezen om precies op tijd, duizenden kilometers naar het noorden, te gaan broeden?

Ganzen
Nederland is een belangrijk land voor een aantal ganzensoorten. Honderdduizenden brand-, kol- en rotganzen komen hier overwinteren en als je geluk hebt, zie je soms een klein groepje dwergganzen of een roodhalsgans tussen de andere soorten. De Europese populatie brandganzen telt zo'n 80.000 exemplaren en 90 procent daarvan overwintert in Nederland. Met name Noord-Nederland en Zeeland zijn belangrijke overwinteringsgebieden voor ganzen. Op kwelders en schorren zoeken de rotganzen naar eten en bij hoog water zoeken ze resten van wortels en knollen op akkers of braakliggende gronden. Brandganzen en kolganzen grazen graag op weilanden en er zijn plaatsen die speciaal ten behoeve van deze ganzen aangekocht zijn, zodat ze ongestoord kunnen eten. Voor een gans is het belangrijk dat hij tijdens het eten niet te vaak opgeschrikt wordt, want iedere keer als de vogel moet opvliegen of vluchten, verbruikt hij energie en die moet weer met eten worden aangevuld. In Friesland of in Zeeland is het geen probleem om in een dag tienduizenden brand- en kolganzen te bewonderen. De rotgans is meer gebonden aan de kust en de Waddeneilanden. Eigenlijk een vreemde naam, rotgans, maar zijn naam dankt deze vogel aan het geluid dat hij voortbrengt: met een rollende "r" hoor je rrrot...rrrot...rrrrot, als een groep rotganzen boven je vliegt... en dan is het winter.

Roofvogels
Veel roofvogels zien geen kans om gedurende de Noord-Europese winters aan voedsel te komen en trekken daarom naar onze gematigder streken. Een van de bekendste is de buizerd, die ook in Nederland broedt. Let maar eens op de paaltjes van afrasteringen langs de snelweg. Geduldig zit daar de Buizerd te wachten op prooi of aas en in de winter is er voor hem veel meer te halen dan in de zomer. Een naaste verwant van de buizerd is de ruigpootbuizerd, zo genoemd door zijn bevederde poten. De ruigpootbuizerd broedt niet in Nederland, maar in de bergen van Scandinavië. In de winter komt hij naar Nederland en gebieden als de Oostvaardersplassende Weerribben of de Waddeneilanden zijn dan zijn jachtterrein. De ruigpootbuizerd is in het veld ten opzichte van de buizerd niet alleen te herkennen aan zijn wat forsere bouw, maar vooral aan de witte staart met donkere eindband. Steeds vaker worden in Nederland gedurende de winterperiode zeearenden waargenomen. Deze grootste roofvogel van Noord- Europa heeft een spanwijdte van 2,5 meter en is in de vlucht altijd te herkennen aan de brede rechthoekige vleugels. In een gebied als de Oostvaardersplassen wordt heel veel aan de natuur overgelaten en juist daar verschijnt de laatste jaren iedere winter een aantal zeearenden. Veelal zijn dit jonge vogels, op zoek naar een eigen territorium. En wie weet, blijft er ooit een paar bij ons en komt de zeearend in Nederland terug als broedvogel.

Kleinere soorten
Veel zangvogels zijn doortrekkers, maar er zijn enkele kleine vogels die vanuit het noorden komen en bij ons de winter doorbrengen. Heel bekend is de roodborst. Minder bekend is echter dat de roodborst die bij ons in de zomer broedt in de herfst vertrekt naar Zuid-Frankrijk of Spanje. De roodborsten die wij in de winter op de voederplank zien, zijn wintergasten. Zij komen uit Scandinavië en vinden het aangenaam om bij ons te overwinteren. Roodborsten kunnen we bijna in het hele land aantreffen. Net als bij de ganzen zijn er onder de kleine vogels ook weer soorten die aan onze kust overwinteren, waaronder de sneeuwgors. Als deze vinkachtigen bij ons in de winter te gast zijn, hebben ze een bruingelig verenkleed en dat is heel wat anders dan hun wit-zwarte prachtkleed tijdens het broedseizoen in het hoge noorden. Merels zijn bij ons standvogels. Iedereen kent die mooi zingende zwarte man met gele snavel en zijn bruine vrouwtje. De merel behoort tot de vogelfamilie van de lijsterachtigen. Kramsvogel en koperwiek zijn ook lijsterachtigen, met een bont roodbruin en grijs gekleurd verenkleed. Deze bosbewoners uit Scandinavië komen 's winters massaal naar onze streken, want daar heeft de natuur gezorgd voor voldoende voedsel. Heel veel struiken dragen bessen, die niet allemaal tegelijk rijp zijn. De natuur zorgt zo voor een opeenvolging van voedselbronnen vanaf september, als de lijsterbes vrucht draagt, tot ver in februari, als de duindoorn nog eetbare vruchten heeft.

Bijzondere gasten
Er zijn vogelsoorten die bijna nooit bij ons te gast zijn, maar als ze komen, dan doen ze dat in grote groepen. Deze invasies kunnen soms tientallen jaren uitblijven. De notenkraker is zo'n voorbeeld. De laatste grote notenkrakerinvasie had plaats in 1968. Dat wil niet zeggen dat er in andere winters nooit een notenkraker gezien is, maar dan ging het slechts om een incidenteel klein groepje of een losse waarneming. Net als bij de kraaiachtige notenkrakers krijgen wij soms ook te maken met een invasie van pestvogels. Pestvogels zijn besseneters bij uitstek en dat is dan ook de reden dat ze bij ons komen, als in hun broedgebied in het noordoosten van Europa de voorraad bessen niet toereikend is. Het liefst eten zij de bessen van de cotoneaster. Komt er een invasie, dan zijn die struiken groepen eten snel een struik leeg. Zijn er nergens meer bessen te vinden, dan schakelen ze over op rozenbottels. Tegen de tijd dat bij ons alles op is, trekken de pestvogels weer naar hun broedgebieden, waar de sneeuw is gesmolten en de pitten van de onder de sneeuw geconserveerde bessen hun eerste voedsel zijn... De cirkel is weer rond, jaar in jaar uit.

Wintervoedering
Om die prachtige vogelwereld in de winter van dichtbij te bekijken, kunnen we in onze tuin de vogels voeren. Hun gedrag in de strijd om voedsel of het beste plekje is vanuit de huiskamer te bestuderen. Door te voeren helpen we, vooral in strenge winters, de vogels. De lange koude winternachten van soms wel 16 uur lang zijn voor kleine vogeltjes vaak moeilijk te overbruggen. Voeren dient dan ook 's morgens te gebeuren en een uurtje voordat het donker wordt. Op die manier hebben ze reserve voor de koude nacht en krijgen ze 's morgens op tijd hun ontbijt. Vogels die normaal gesproken van insecten leven, hebben in de winter speciaal voedsel nodig. Dit voedsel moet, net als de insecten, eiwitten en vetten bevatten. Vaak wordt gedacht dat bijvoorbeeld mezen graag hakken op harde schalen van noten, maar zij hebben veel liever een zacht soort voedsel. De inhoud van een zonnepit vinden mezen verrukkelijk, maar ze hebben echt een hekel aan het kraken van de harde bast. Ook roodborsten houden van de zachte inhoud van zonnepitten, maar zijn met hun fragiele snaveltjes niet eens in staat de schaal te breken. Zeker na een lange en koude nacht hebben deze vogeltjes gewoon de kracht niet om harde schalen van zaden te kraken. Behalve door het aanbieden van voer op de voedertafel kunt u ook wintergasten aantrekken als er veel bessendragende struiken in uw tuin staan. Krijgt een vogel bij vorst 24 uur geen voedsel, dan zal hij sterven. Het aanbod aan voer voor in het wild levende vogels is tegenwoordig deskundig samengesteld en iedere dierenspeciaalzaak kan advies geven. Omdat op een voederplaats veel dieren samenkomen, is het belangrijk deze regelmatig met heet water te reinigen om verspreiding van ziektes te voorkomen. Nestkasten dienen in oktober schoongemaakt te worden, want er zijn veel vogels die deze kasten in de winter als slaap- en schuilplaats gebruiken. 's Zomers houden de vogels de insecten uit onze tuinen, een paartje koolmezen ruimt per jaar zo'n 1.500.000 insecten op. In het vroege voorjaar genieten we van de zang van de vogels. Het is onze plicht ze de winter door te helpen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 17 januari 2001

Terdege | 80 Pagina's

Wintergasten in de stad en in het veld

Bekijk de hele uitgave van woensdag 17 januari 2001

Terdege | 80 Pagina's

PDF Bekijken