Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Reformatorisch in Noord-Jutland

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Reformatorisch in Noord-Jutland

Petra Ruijmschoot-van Dalen: „De inhoud van de prediking is voor ons bepalend"

10 minuten leestijd

Als volbloed calvinisten emigreerden André en Petra Ruijmschoot naar het geseculariseerde lutherse Denemarken. Het verlangen naar ruimte en een eigen boerenbedrijf bracht hen tot de ingrijpende stap. Na grondige verkenning, ook van het kerkelijk leven. „We wilden niet dezelfde fout als Elimelech en Naomi maken.

Terwijl Ulsted de rust van de avond ademt in het toch al stille Noord-Jutland, is André Ruijmschoot nog in de weer. Met een stagiair is de Nederlandse veehouder bezig met het afdekken van een voorraad kuilvoer. Het is niet de eerste keer dat hij na het avondeten de arbeid hervat. Veel woorden maakt hij er niet aan vuil. „Je doet het voor jezelf, om een bedrijf op te bouwen. Met zulk weer is het al helemaal geen straf om buiten te zijn.
Petra Ruijmschoot heeft er wel een punt achter gezet. De twee kinderen liggen op bed, de koffers voor een bezoek aan Holland staan gereed. In 1995 kwam de aannemersdochter voor het eerst in Denemarken, waar ze vakantiewerk deed bij een Nederlandse veehouder. Op dezelfde boerderij werkte André, boerenzoon uit Zuilichem, als medewerker. De vriendschap die ontstond mondde twee jaar later uit in een huwelijksverbintenis. Petra, die de lerarenopleiding aan de Agrarische Pedagogische Hogeschool in Den Bosch had afgerond, werkte in die tijd als docente aan de Lagere Agrarische School in Ottoland. Het jonge echtpaar vestigde zich in het landelijk gelegen Bleskensgraaf in de Alblasserwaard. „Een huisje in de nieuwbouw.

Tomaat
Ze hield het er precies een jaar vol. „Ik vond het vreselijk. Twee vierkante meter straat en een beetje tuin met een tomaat erin, om toch nog het idee te hebben dat je zelfvoorzienend was. Voor je mensen, achter je mensen, overal herrie. Het was er op zich heel gezellig, we hadden prima buren, maar zes weken vakantie waren voor mij niet om door te komen. Ik ben altijd gewend geweest aan rust en ruimte om me heen.
Uitvoerig overwoog het hervormd-gereformeerde echtpaar de voor- en nadelen van emigreren naar Denemarken. „Als we alle tegens doornamen, zeiden we nee. Als we alle voors op een rij hadden, zeiden we ja. Het onderwijs vond ik leuk, maar erg stressend. André werkte bij de agrarische bedrijfsverzorging en maakte enorm lange dagen. s Ochtends om vier uur opstaan, s avonds om zeven uur thuis. Vlug eten en niet te laat naar bed, want om vier uur ging de wekker weer. Zaterdags sliep hij tot acht uur uit, met gevolg dat hij de rest van de dag hoofdpijn had. Zondags na de morgendienst hingen we met een boek op de bank. s Middags even een tukkie doen, s avonds na de kerk nog een bakje chips en weer naar bed. We zagen het niet zo zitten om op die manier verder te gaan, zeker niet toen we ons eerste kind verwachtten.

Indre Mission
Grote rem om naar Denemarken te emigreren, was de kerkelijke situatie in dat land. Er is daar geen mens die naar de kerk gaat en in God gelooft, beweerde een reformatorische collega van Petra met grote stelligheid. „Dat is de opvatting van heel veel mensen uit behoudende kringen in Nederland. Als christen kun je niet in Denemarken wezen.
Gericht onderzoek leerde dat die constatering wat kort door de bocht was. De inwoonster van Bleskensgraaf kwam schriftelijk in contact met de Luthersk Mission en de Indre Mission, bijbelgetrouwe stromingen binnen de grotendeels liberale Evangelisch-Lutherse Kerk van Denemarken.
In de zomer van 98 trok het echtpaar door Jutland. Naar de familie dacht om vakantie te houden, in werkelijkheid om boerderijen te bekijken en de kerkelijke situatie te verkennen. „We wilden niet dezelfde fout als Elimelech en Naomi maken. Op het hoofdkantoor van de Indre Mission in Fredericia lieten ze zich uitvoerig voorlichten. Het beeld dat ze van de kerkelijke situatie kregen, was niet rooskleurig, maar positiever dan in Nederland was voorgespiegeld. „Dat verbaasde ons niet. We konden het ons slecht voorstellen dat God Denemarken van Zijn landkaart heeft weggeschoven, omdat daar geen mens meer behouden hoeft te worden.

Zwaar
Op 1 november 98 kon het jonge Nederlandse echtpaar zich eigenaar van een veebedrijf bij Ulsted noemen. André was al eerder naar Denemarken vertrokken, om enkele weken met de vorige eigenaar samen te werken en zo de boerderij te leren kennen.
De achterliggende jaren vlogen voorbij. „Het is allemaal geweldig intensief. Een oud bedrijf dat moet worden opgeknapt, je moet de taal leren, in twee jaar tijd hebben we twee kinderen gekregen. Van vrijwel alle Nederlanders in deze omgeving horen we dat de eerste periode erg zwaar is. De meesten zijn gekomen omdat ze niet genoeg geld hadden om in Nederland of Canada een mooie boerderij over te nemen. Ze kopen in Denemarken iets ouds, in de hoop door hard werken het bedrijf te kunnen moderniseren.
Gezellig
De kerkelijke situatie in het dorp gaf weinig reden tot vreugde. „Een vrouwelijke predikant, een koortje, kindertjes die een toneelspel opvoeren. Wij hadden het met twee keer wel gezien. Naar een vrouwelijke predikant willen we sowieso niet en de boodschap die ze brengt is bovendien niet van dien aard dat je er vroeg voor uit je bed hoeft te komen.
De dominee in een dorpje verderop boezemde op het eerste gezicht meer vertrouwen in. „Qua uitstraling zou hij zo in Bleskensgraaf op de kansel kunnen staan, maar het was daar een herrie in de kerk, onvoorstelbaar. Kinderen zaten druk te kleuren, hier rende er een naar zijn oma, daar begon er een te praten. Een informeel gesprek met de voorganger, in de supermarkt, gaf de doorslag om het elders te zoeken. „Hij vindt het geweldig belangrijk dat het gezellig is in de kerk. Dat is toch de plek waar God mensen wil hebben. Daarin heb ik hem gelijk gegeven, maar zijn manier om ze er te krijgen is de onze niet.
In Dronninglund vonden ze een gemeente waar het in ieder geval rustig was. „Dat vonden we al een verademing. De preken kregen we van de dominee op papier. In het begin spraken ze ons wel aan, maar langzamerhand kregen we in de gaten dat hij bijna absolute waarde hechtte aan doop en confirmatie, het overnemen van de doop op 14-jarige leeftijd. Had je die achter de rug, dan kon er eigenlijk niets meer fout gaan. Toen we dat ontdekten, hadden we er moeite mee dat Alinde, onze oudste, door hem is gedoopt. Later gingen we meer beseffen dat het niet gaat om de persoon die de doop bedient. Het is God Zelf die het teken van Zijn verbond schenkt.

Liturgie
Opnieuw verkasten ze, nu naar de gemeente van Albæk en Lyngså. „Daar staat een behoudende predikant. We hebben hem op een avond van de Indre Mission horen spreken over de realiteit van de rampzaligheid en van het behoud door Christus. Dat was echt geweldig.
Eenvoudig is het nog steeds niet. „Wij gaan meestal naar de vroege dienst, om kwart voor negen. Dan zit er een man of vijftien. Dat is even wat anders dan de honderden in Bleskensgraaf. Niet dat het om aantallen gaat, maar het is wel wennen. De preek duurt hooguit twintig minuten, altijd over een tekst uit de Evangeliën, volgens een vast rooster dat in de hele Evangelisch-Lutherse Kerk wordt gebruikt. We weten nu al welk gedeelte over drie maanden op een bepaalde zondag wordt bepreekt.
De dominee hebben we in de kerk nooit meer horen spreken zoals die avond in het Indre-Missionshuis van Dronninglund. Misschien dat hij dat in de kerk niet durft, of dat hij zich in een samenkomst van de Indre Mission vrijer voelt. Hij preekt absoluut bijbels, maar het blijft vaak wat oppervlakkig. De meeste tijd wordt in beslag genomen door de liturgie, die voor ons nogal rooms aandoet. De gebeden, de invulling van een doopdienst, van een avondmaalsdienst, alles ligt vast. De voorgeschreven gebeden, die op zichzelf bijbels zijn, moet elke predikant bidden, doet er niet toe of hij rechtzinnig of vrijzinnig is.

Eigen traditie
Ook met de wekelijkse avondmaalsviering heeft het reformatorische echtpaar nog steeds moeite. „Afgezien van de sterk liturgische invulling heb je geen voorbereiding en nabetrachting wanneer het Avondmaal elke week wordt gehouden. Het wordt een gewoonte. Dat willen we niet. Als wij deelnemen aan het Avondmaal, bereiden we ons daar echt op voor, onder meer door een voorbereidingspreek te beluisteren.
Een voortdurend vergelijken met de kerkelijke situatie en liturgische gebruiken in Nederland vindt de reformatorische boerin uit Ulsted overigens irreëel. „Je kunt niet verwachten dat een lutherse predikant hier ineens een preek van drie kwartier gaat houden, omdat orthodox-calvinistische dominees in Nederland dat ook doen. Denemarken heeft zn eigen traditie. Daar mag je de Evangelisch-Lutherse Kerk niet op afrekenen. Zeker niet als je de Deense taal nog maar amper beheerst. Ik heb moeite met bepaalde liturgische vormen, maar die zijn uiteindelijk van ondergeschikt belang. De inhoud van de prediking is voor ons bepalend.

Niet veroordelen
Haar eigen achtergrond ging de Nederlandse inwoonster van Ulsted in Jutland sterker waarderen en tegelijk meer relativeren. „Op zondagavond luisteren we altijd naar een prekenbandje uit Nederland, van degelijke hervormde dominees. Wat ons daarin nog meer dan vroeger aanspreekt, is het persoonlijke. De oproep tot bekering voor de onbekeerden, een woord van bemoediging voor vertwijfelden. Dat heb je hier veel minder. De tekst wordt goed uitgelegd, maar daar blijf het vaak bij. Hoe zit het nou bij u?, de klemmende vraag die in Nederland vaak op je hart wordt gebonden, hoor je hier zelden. Dat vinden we jammer, want dat heb je wel nodig.
Daar staat tegenover dat we hier geleerd hebben mensen niet meteen te beoordelen op het uiterlijk. Dat gebeurt in Nederland veel te veel. Wij zijn er erg voorzichtig in geworden. Met een aantal mensen die zich tot de Indre Mission rekenen, hebben we een bijbelkring. De eerste keer dat ik erbij was, vroegen ze me waarom ik in de kerk altijd een hoedje draag. Dat heb ik uitgelegd. Ik blijf het ook doen, omdat ik denk dat het bijbels is, maar vrouwen die zonder hoofddeksel naar de kerk gaan, zal ik niet veroordelen. Er zijn hier christenen voor wie we veel respect hebben, al voldoen ze niet aan de kenmerken van de gereformeerde-gezindtemensen in Nederland.

Niet klef
De vrijheid en de ruimte ervaart de jonge boerin nog altijd als een genot. „Geen kakelende buurvrouwen, geen pubers die keihard popmuziek draaien. De afstand naar de verwanten, pakweg duizend kilometer verderop, blijkt in de praktijk geen bezwaar. „We vinden het leuk om ze zo nu en dan te zien, maar ik ben niet iemand die zo klef met de familie is. We vinden het eigenlijk wel lekker dat we niet alle verjaardagen meer af hoeven te werken. Zoals het nu is, blijft het leuk om familie en vrienden uit Nederland te ontmoeten.
Over de verdere toekomst wil ze geen uitspraken doen. „Onze kinderen zijn nu nog klein. Het is hier vanzelfsprekend dat ze op een gegeven moment confirmatie doen. Dat gaat gepaard met een groot feest en dure cadeaus. De vraag is of we daaraan deel willen nemen. Je weet ook niet of de huidige predikant blijft. Ik houd het niet voor onmogelijk dat de situatie op een gegeven moment van dien aard is dat we gaan verhuizen. Nu is daar in ieder geval nog absoluut geen sprake van. We hebben het hier prima naar ons zin.

Volgende keer: Thyborøn, het Urk van Denemarken.

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 augustus 2001

Terdege | 80 Pagina's

Reformatorisch in Noord-Jutland

Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 augustus 2001

Terdege | 80 Pagina's