Bekijk het origineel

Vliegen zonder motor

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Vliegen zonder motor

10 minuten leestijd

Langzaam trekt de lierkabel strak en zet het zweefvliegtuigje zich in beweging. Even rent de tiploper nog mee, daarna neemt de lierman het werk over. De wielen komen los en de neus wijst naar de lucht. 30 seconden later wordt op zon 450 meter de lierkabel losgekoppeld. Dan zweven we hoog boven Brabant.

Zaterdagmorgen half tien. Op de militaire vliegbasis De Peel speuren we de lucht af. Hoe dik is de bewolking en hoe laag hangt die? De weersvooruitzichten leken niet zo gunstig, terwijl niets zo bepalend is of er al of niet gevlogen zal worden als het weer. De verantwoordelijke instructeur bepaalt even later dat er toch gevlogen wordt.
Teamwork is de basis van zweefvliegen. De hele dag trek je met elkaar op. Je stemt af wie wanneer vliegt en wie welke taak op zich neemt. Het samenspel tussen lierman, lichtgever, tiploper en piloot is mede bepalend voor een succesvolle vlucht. Taken worden in de loop van de dag gewisseld.

Looping
Jochem van Koppen (25) legt uit hoe alles in zijn werk gaat. Zelf heeft hij al heel wat vlieguren achter de rug en hij is bevoegd instructeur. Als student aan de Technische Universiteit Eindhoven werd hij lid van de Zweefvliegclub Eindhovense Studenten (ZES). Toen hij na de TU zijn volgende studie begon, bleef hij bij de club. „Onze zweefvliegclub heeft toestemming om op deze militaire basis te vliegen. Niet alleen studenten, maar ook andere belangstellenden zijn welkom, maar de organisatie en verantwoordelijkheid liggen bij ons. Het vliegen blijkt Van Koppen zo te boeien, dat hij er zijn werk van wil maken. „Momenteel volg ik in Eelde de opleiding tot verkeersvlieger aan de KLM Luchtvaartschool. Nog even en ik zet mn studie in Florida voort. Dan begint het echte werk, lacht hij.
Toch vindt de instructeur zweefvliegen geen tamme sport. „Vliegen zonder motor is een aparte belevenis. En de moderne zweefvliegtuigen bieden de mogelijkheid om meer dan alleen maar rondjes te vliegen. Je kunt er genoeg stunts mee uithalen. Wat dacht je van een looping of een spiraalduik? Vlak na de start hebben we genoeg hoogte, dan maken we wel even een looping. Interesse?
Een van de jongste passagiers, hij gaat voor het eerst vliegen, lijkt het wel wat. Hoewel hij wat stiller wordt als hij stevig in de riemen wordt gezet. Uiteraard gaat ook de parachute om. „Maar eerlijk gezegd heb je daar niet veel aan, merkt Van Koppen op. Met de hoogte die we vandaag bereiken, ben je eerder op de grond dan dat de parachute uit is, klinkt het weinig bemoedigend.

De lucht in
Rond het zweefvliegen lijkt een sfeer te hangen van gezelligheid en een wat losser omgaan met regels. Maar regels gelden er wel degelijk. Passagiers moeten er nog wel eens op gewezen worden dat het levensgevaarlijk is om voor het vliegtuig langs te lopen. In het gras liggen, onzichtbaar, een tot zes lierkabels. Wordt een kabel ingetrokken terwijl daar iemand in de buurt is, dan zijn de gevolgen niet te overzien.
De kabels lopen naar de lierwagen, ruim een kilometer verderop. Daar houdt de lierman het veld goed in de gaten. Gaat er in de verte bij het vliegtuig een lamp knipperen dan weet hij dat de kabel langzaam strak getrokken moet worden. In de buurt van het vliegtuig staat namelijk een bus met daarop een aantal felle lampen. De lichtgever houdt op zijn beurt het vliegtuig in de gaten.
De kap is inmiddels dicht en de piloot steekt, na de checklist te hebben doorgenomen, zijn duim op naar de tiploper. Die houdt het vliegtuig, een tweezitter, aan de linkervleugel vast, zodat deze recht staat. Aan de lichtgever geeft hij het teken licht. Boven op de bus gaan de lampen knipperen. De zwaailamp op de lierwagen gaat aan en langzaam gaat de kabel in het gras bewegen. Met een klein schokje komt deze strak te staan. Dan roept de tiploper: Strak. De lampen branden nu blijvend. Met een hoge snelheid wordt de kabel ingetrokken. Even rent de tiploper mee, om te zorgen dat het vliegtuig in evenwicht blijft.
Met een snelheid van zon 110 kilometer per uur gaat de tweezitter de lucht in. Halverwege het opstijgen duwt de piloot de stuurknuppel ineens naar voren. Even wijst de neus naar de grond. Hiermee wordt aan de lierman het teken gegeven dat hij meer gas moet geven. Geeft hij te veel gas, dan laat de piloot het voetenstuur een paar keer naar links en naar rechts gieren. Reageert de lierman niet, dan moet er ontkoppeld worden. De vlieger is verantwoordelijk voor het voorkómen van gevaarlijke toestanden. Blijkt dat het ontkoppelen niet lukt en het vliegtuigje komt boven de lierwagen, dan ontkoppelt de ontkoppelhaak zichzelf.
Met zon 80 kilometer per uur zweeft de tweezitter, de Twin genoemd, door de thermiekbel en probeert door rondjes te vliegen hoger te komen. Van Koppen: „Zijn er roofvogels in de buurt, dan weet je bijna altijd dat daar thermiek is. Wel leuk om samen met zon vogel, heel dichtbij, in dezelfde thermiekbel te zweven.

Stunts
Even later stijgt de andere vlieger ook op. Nadat de piloot de lier heeft losgekoppeld, maakt het vliegtuig een bocht naar rechts. Dat doen de andere toestellen ook, omdat boven de denkbeeldige lijn van startpunt naar lierwagen niet gevlogen mag worden. Momenteel zitten ze op ongeveer 400 meter. Dan gaat de stuurknuppel naar voren en duiken ze redelijk steil naar beneden. Na een duik van ongeveer 200 meter klimt de piloot weer naar boven om dan de looping af te maken.
Zeker de eerste keer is het een aparte belevenis wanneer je tot maximaal 6G op je voelt duwen (6G betekent: zes keer je eigen gewicht). Je wordt bij het optrekken uit de duik letterlijk in je stoel geduwd. Niet naar achteren, maar naar beneden.
Van Koppen weet nog wel andere stunts te bedenken: „Je kunt een looping ook inzetten door te beginnen met een flick-roll, waarbij het toestel plotseling 180 graden omdraait en zo in de duikvlucht terechtkomt. Na de looping kun je dan bijvoorbeeld nog een hoge bocht maken.
Door de looping heeft het vliegtuig veel hoogte verloren; daarom maakt het zich klaar voor de landing. Die wordt ingezet door in tegengestelde richting langs de startbaan te vliegen. Gecontroleerd wordt of de baan vrij is en of de mensen op de baan weten dat de vlieger de landing inzet. Niet veel later scheert het vliegtuig over het gras. Uit de vleugels zijn de omhoog gekomen remkleppen goed te zien. Kort daarna rolt het vliegtuig over de grond. Nadat het tot stilstand is gekomen, komen piloot en passagier er meteen uit, om met behulp van anderen de baan vrij te maken en het vliegtuig al duwend naar zijn parkeerplaats te rijden.

Solovlucht
Zweefvliegen vereist wel enige opleiding. Na het maken van vele starts met instructeur en het opdoen van de nodige kennis komt het moment dat je je eerste solovlucht mag vliegen. Weer later mag je passagiers meenemen. Heb je voldoende vliegervaring en de volledige vliegopleiding gevolgd, dan kun je instructeur worden.
Instructeur Van Koppen kan in een zweefvliegtuig niet meer dan één passagier tegelijk meenemen. Straks zullen er tientallen tegelijk in zijn toestel zitten. Toch blijft hij ook zweefvliegen. „Alles heeft zn bekoring en uiteindelijk gaat het om het vliegen.

--------------------------------------------------------------------------------------------

Informatie over zweefvliegen of het maken van een proefvlucht is verkrijgbaar bij een van de veertig zweefclubs in Nederland: http://www.dit.is/zweefvliegen/

--------------------------------------------------------------------------------------------

Thermiek
Wanneer de zon de aarde verwarmt, wordt de onderste laag van de lucht warmer. Die warmere lucht is lichter dan de lucht erboven. Een laag warme lucht kan soms wel groeien tot 60 meter dikte en vervolgens ineens loslaten en in een slurf opstijgen. Dit is thermiek. Thermiek is de motor voor zweefvliegers, maar ook heel veel vogels benutten deze enorme onzichtbare energiebron. Als het de vlieger lukt in die stijgende lucht te blijven cirkelen, gaat het zweefvliegtuig voortdurend omhoog, soms wel een paar duizend meter. Daardoor kan de vlucht uren duren en kun je grote afstanden afleggen. Het Nederlands duurrecord thermiekvliegen staat op 10 uur en 24 minuten en de verste vlucht in rechte lijn vanuit Nederland was maar liefst 905 km lang.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 12 februari 2003

Terdege | 88 Pagina's

Vliegen zonder motor

Bekijk de hele uitgave van woensdag 12 februari 2003

Terdege | 88 Pagina's

PDF Bekijken