Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een redder? Neen, de Zaligmaker

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een redder? Neen, de Zaligmaker

8 minuten leestijd

Een van de kostelijkste bijbelteksten is de boodschap van de engel in Lukas 2 vers 11: dat u heden geboren is de Zaligmaker, Welke is Christus de Heere. Wat een voorrecht, wanneer die blijmare ook ons te beurt mag vallen. Maar verbijsterd was ik, toen ik deze tekst las in de NBV. Een redder. Een uit velen. Is dat de bijzondere boodschap waarvoor de engel uit de hemel gekomen is?

Wat een dissonant, zo kort na de Lofzang van Zacharias! Hij profeteerde dat de komst van de langverwachte Messias nu voor de deur stond. Hij noemde Hem de Hoorn der soteria (het Griekse woord voor verlossing, zaligheid). En dan nu: een redder??
Ik weet het antwoord wel: in het Grieks staat in vers 11 bij soter (Zaligmaker) nu eenmaal het lidwoord niet. Maar dat gaat niet op. Bij Christus staat ook soms het lidwoord wel, dan luidt de vertaling: de Christus, en dikwijls ook niet. Dan vertalen we toch ook niet: een christus, of: een messias? Christus is een eigennaam geworden. Dat kunnen we in zekere zin bij soter ook zeggen. De Joden zagen uit naar de beloofde Verlosser (Soter), Die tot Sion zou komen.
In de heidenwereld was ook een uitzien naar een soter, de wereldheiland met wiens komst een gouden tijd zou aanbreken. Keizer Augustus maakte daar handig gebruik van. In Halicarnassus in Klein-Azië is een monument teruggevonden met de woorden: keizer Augustus, de vader des vaderlands, de goddelijke Romein, de soter van het menselijk geslacht. Augustus noemde zichzelf ho euergetes kai soter tes holes oikoumenes, de weldoener en heiland der gehele wereld.
Lukas ziet wat er in Bethlehem gebeurt, in wereldperspectief. De contrasten zijn groot. Tegenover de geweldige verlangens en pretenties proclameert de engel: Heden is u geboren (in een kribbe, in doeken gewonden, lager kan haast niet) Soter, Christus, Kurios (Heere). In die drie titels heeft hij alles samengevat wat toen aan heilsverwachting gangbaar was.
Niet een soter is geboren, maar de Soter. Ook in Efeze 5:23 en Filippenzen 3:20 heeft Soter in het Grieks geen lidwoord.

De gehele wereld
Hoe weinig de NBVers beseft hebben welke lijnen Lukas hier trekt, blijkt uit hun vertaling van vers 1. Lukas schrijft niet dat alle inwoners van het rijk beschreven moesten worden, maar de gehele oecumene (= bewoonde wereld). In de praktijk van de volkstelling was dat natuurlijk wel het Romeinse rijk, maar het was nu juist typerend voor de opgeblazen taal van de keizer (zie boven), om dan van de gehele wereld te spreken. Lukas laat Augustus snoeven. Maar diens bevel om de wereld te tellen, wordt ondergeschikt gemaakt aan de komst van de echte Soter der wereld.

De heerlijkheid des Heeren
Als de engel verschenen is, lezen we in de NBV dat de herders werden omgeven door het stralende licht van de Heer. Maar de betekenis daarvan is niet dat de herders ineens in helder licht stonden. Wat hier staat, is haast zo erg als wat Het Boek ervan heeft gemaakt: Door de verschijning van de engel werd de omgeving in een helder licht gezet. Hebben zulke vertalers dan helemaal niet in de gaten dat het in deze doxa Kuriou gaat om de heerlijkheid des Heeren, bekend uit het Oude Testament? Dat wondervol en indrukwekkend verschijnsel, in de vorm van een majesteitelijke wolk vol vuur, dat diende om Gods bijzondere aanwezigheid aan de omstanders kenbaar te maken.
Het teken van de heerlijkheid des Heeren in de kerstnacht laat de herders zien dat het Woord vlees geworden is en onder ons is komen wonen, en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, zegt Johannes. Jesajas woord En de heerlijkheid des Heeren zal geopenbaard worden, Jesaja 40 vers 5, nam in de Messiasverwachting een grote plaats in.
Wat is dat voor een vertaling, waarin zulke wezenlijke zaken niet meer te vinden zijn?

Apart taalgebruik
Lukas schrijft dit Kerstevangelie woord voor woord, zin voor zin, in hebraïserend Septuaginta-Grieks. Dat begint al direct met En het geschiedde in diezelve dagen.
Hij kan wel degelijk goed Grieks schrijven. Geen klassiek platonisch Grieks, maar normaal Grieks met de normale zinsbouw. Zie bijvoorbeeld hoofdstuk 15. Wanneer hij dan toch in zijn eerste twee hoofdstukken een veelheid van oudtestamentische zegswijzen bezigt, doet hij dat omdat hij die Hebreeuwse manier van uitdrukking nodig heeft voor wat hij zeggen wil.
Wat moet een vertaler dan doen? Woordelijk vertalen, zoals onze Statenvertalers. Want Lukas heeft het beslist zo bedoeld. Hij wist heel goed wat hij deed. Dit is geen gewoon gangbaar Grieks, maar Hebreeuws-Grieks.
Wanneer Lukas voor Griekssprekenden, die dit taalgebruik zo niet kenden, bewust hebraïserende taal gebruikt, doet hij dat opzettelijk omdat wat hij te zeggen heeft eigenlijk niet anders gezegd kan worden dan met deze typische oudtestamentische taal.
Dan dient een vertaler dat ook in de vertaling te laten doorklinken. Dat is een kwestie van aanvoelen. Waar moet de vertaler hebraïserend vertalen en waar mag hij dat laten? Dat is een grote vraag. Sommigen schieten door. De Statenvertalers hebben mijns inziens een goed evenwicht betracht. De NBV is een voorbeeld hoe het echt niet mag.
Schrijf maar in het Nederlands precies wat Lukas in het Grieks schreef. Dat kan eenvoudig niet mooier. Zeg maar rustig in het Nederlands: En het geschiedde, als zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zou. En zij baarde. Niet een zoon, maar haar Zoon.
Neen, zeggen de NBVers, baren vinden wij geen mooi woord, en dan nog tweemaal achter elkaar; dat moeten we vermijden. Terwijl het herhalen van woorden juist een kenmerk is van de bijbelse verteller. Het gaat om het geschieden, om de dagen, om het vervuld worden, om het baren, om het zien van het woord dat er geschied is: het Hebreeuwse dabar, woord en daad, de Heere zegt wat Hij doet en Hij doet wat Hij zegt.
Dit schrijft iemand die bepaald niet tot de Amsterdamse School gerekend wenst te worden, maar wel veel geleerd heeft van de cahiers van Breukelman.

Kribbe en herberg
Veel zou nog te noemen zijn, zoals de onzinnige verandering van kribbe in voederbak (twee woorden die precies hetzelfde betekenen) en van herberg in nachtverblijf (helemaal verwarrend, want anno 2004 alleen nog bekend uit de dierenverzorging). Wie randkerkelijken nog meer van de Bijbel wil vervreemden, moet vooral zulke veranderingen invoeren.

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 december 2004

Terdege | 180 Pagina's

Een redder? Neen, de Zaligmaker

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 december 2004

Terdege | 180 Pagina's

PDF Bekijken