Bekijk het origineel

Rian Withaar:

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Rian Withaar:

„Mijn werk moet niet fotografisch, maar schilderachtig zijn"

11 minuten leestijd

Aan de grachten van het oude Elburg staat een pandje met koopwaar die er precies past. Kunstenares Rian Withaar en haar vader brengen hier hun schilderachtig werk aan de man.

Anton Dommerholt
Landschappen en idyllische plekjes van vader Reint domineren in het voorste gedeelte van de galerie, achterin hangen de bloemen van Rian. Het verschil zit m vaak vooral in de thematiek; de stijlen lijken sprekend op elkaar. Veel kleur kenmerkt beide kunstenaars, en voor allebei geldt dat de romantiek in dikke lagen olieverf van hun doeken spat.
Omdat echter ook Withaar senior zich wel eens aan een bloem waagt en dochter Rian op haar beurt nu en dan een landschap schildert, kan de kaartenstandaard klanten in verwarring brengen. Daarin hangt het werk van vader en dochter namelijk door elkaar. Is dat oude pandje met die zonnebloemen ervoor nu van Reint of van Rian? De bloemen doen je raden naar de laatste, maar het tafereel blijkt toch van de hand van haar vader te zijn. Het is dan ook geen verrassing als Rian vertelt dat ze het schilderen van hem heeft geleerd. En dat ze hem bewondert.

Blauwe luchten
Ze zit boven de galerie tussen de ezels in het atelier waar ze gewoonlijk haar werkdagen doorbrengt. Een weelderige haardos heeft ze, zesenveertig jaar oud is ze, getrouwd met Jack Captein en moeder van een negenjarige tweeling die tekent zoals zij vroeger tekende, maar toch anders. Rian Withaar werd in 1958 in Leeuwarden geboren en toen zij opgroeide, had je nog niet de verf die kinderen van nu tot hun beschikking staat. „De materialen zijn vriendelijker geworden, stelt Rian. „Schilderen deed ik niet, maar ik heb wel altijd meer dan gemiddeld getekend. Ook zó dat het opviel in de klas, zeg maar. Dat mijn vader me stimuleerde, kan ik me niet herinneren, hoewel hij zelf zoon van een kunstenaar was en in zijn vrije tijd veel schilderde. Wel wees hij me op de blauwe luchten, terwijl mijn moeder me leerde de details in de natuur te zien, de vogeltjes en de blaadjes.
In die tijd verdiende mijn vader de kost als etaleur en dat wilde ik ook worden. Dat beroep bleek echter aan het uitsterven te zijn, omdat je de letters en andere benodigdheden tegenwoordig gewoon kunt bestellen, terwijl die vroeger zelfgemaakt waren. Volgens een leraar was ik modegevoelig en dus ging ik naar de DEVA vakschool, kunstacademie.
Ook op een mode-ontwerpster zat echter niemand te wachten en zo belandde Rian als kamermeisje op Vlieland. Vervolgens werkte ze als serveerster en zelfs als kok in de horeca. De werkweken telden doorgaans vijf of zes dagen en het schilderen schoot er dan ook bij in. Totdat ze het begon te missen en zich bij een privé-academie in Amsterdam aanmeldde. Vanaf dat moment liet Rian Withaar het penseel niet meer los.

Geen fijnschilders
„Ik ben naar de Rietveldacademie gegaan toen mijn vader inmiddels al jaren een galerie en winkel in Elburg had. Hij was hier terechtgekomen doordat hij er op een braderie had staan schilderen, maar was van plan het pand te verkopen. Op dat moment heb ik gezegd: Pa, ik wil het.
In 1989 heb ik het overgenomen. Mijn vader bleef op een andere plek schilderen voor de galerie en mijn werk kwam erbij. Eerst woonden wij boven de winkel; later zijn we elders gaan wonen en nu kan ik hier schilderen en workshops geven.
Tijdens haar opleiding maakte Rian grondig kennis met de diverse stijlen en stromingen, met klassieke en moderne kunstenaars. Wie ze het meest is gaan waarderen? „Toch wel de oude meesters. Rembrandt en ook Monet. Die zijn inderdaad heel verschillend. Van Rembrandt houd ik vanwege het licht in zijn werk; van Monet vanwege de kleuren. Willem Haanraets bewonder ik ook – en natuurlijk mijn vader. Hij is nu 76, maar hij wordt steeds beter.
Hoewel ze beaamt dat de stijl van de beide Witharen duidelijke overeenkomsten vertoont, ziet Rian ook verschillen tussen haar eigen werk en dat van haar vader. „Die zitten niet alleen in de onderwerpen, want ik schilder soms ook landschappen. Ik wil natuurlijk niet mijn vader zijn, maar een eigen stijl hebben. Niet dat ik daar krampachtig naar heb gezocht, maar ik heb wel geëxperimenteerd. Je probeert van alles, om ten slotte te ontdekken: Dit past bij mij. Mijn vader en ik hebben wel eens allebei buiten gezeten en hetzelfde landschap geschilderd. Dan zie je dat mijn kleurgebruik anders is. Feller. We gebruiken wel allebei lekker veel verf, dat is waar. En we zijn geen fijnschilders. Ik heb periodes dat ik dat probeer te zijn, maar uiteindelijk is dat gepriegel toch niet wat ik wil. Ik wil niet fotografisch werken, het moet schilderachtig zijn. Wat Henk Helmantel doet, vind ik heel mooi en heel knap, maar ik vind het heerlijk om veel verf te gebruiken, al is dat misschien kostbaarder... Ondertussen blijf ik wel steeds nieuwe dingen proberen.

Beschilderde T-shirts
Rian haalt een doek met een schelp erop tevoorschijn. Ze wijst naar de achtergrond van craquelé. Al die kleine barstjes horen wel degelijk bij het fijne werk, legt ze uit. „Maar aan het eind heb ik toch weer even flink dikke verf voor de schelp zelf gebruikt...
Abstracte schilderijen spreken mij minder aan. Toch heb ik wel abstract geschilderd en ben ik van plan dat weer te gaan doen. Kijk, de achtergrond van die amaryllis daar aan de muur bestaat uit allemaal vage blokjes. Nu wil ik eens alleen maar zon achtergrond gaan maken en dan zó dat het toch interessant is om naar te kijken.
Haar experimenten gaan soms ver. Een tijdlang deed Rian bijvoorbeeld aan textielschilderen. „Dat kwam door de modevakschool, denk ik. Ik beschilderde een T-shirt voor mezelf. Iemand vond dat leuk en toen ben ik ermee doorgegaan. Nee, hier in de winkel hebben ze nooit gehangen, maar ik heb er wel mee op braderieën gestaan.
Wat ze ook probeert, uiteindelijk komt de schilderes altijd weer bij dezelfde soort tube uit: „Olieverf is lekker smeerbaar en je schilderij blijft lang nat, in tegenstelling tot bijvoorbeeld acrylverf. Je moet er altijd een heleboel voor overhoop halen, maar nu ik hier een vaste plek heb en niet telkens alles hoef op te ruimen, is olieverf míjn verf.
Inmiddels staat het werk van Rian op veel meer artikelen afgedrukt dan op T-shirts en wenskaarten. Een speciale firma zorgt daarvoor. Ze toont een borduurpakket met bloemen, een Zuid-Afrikaanse agenda met lavendel, een Henzo-fotoalbum met beren. „Ik heb heel lang beren geschilderd, omdat ik die verzamel. Nu is dat even uit. Ik ben een mens van perioden. Ik ben ook wel een beetje een trendsetter, als ik dat zo zeggen mag. Dat komt door die firma. Op dit moment zie je de kleur rood terugkomen in het interieur. Daar spring ik op in. Er zijn kunstenaars die daar moeite mee hebben. Dat kan ik me best voorstellen, maar zelf vind ik het juist leuk.
Haar werk blijft desondanks kunst, vindt de schilderes. „Het is geen ambacht, want de drang tot schilderen zit in me.

Twee klaproosjes
Van heel andere orde dan bloemen en beren is de serie van mensen die samen naar het licht kijken. De schilderes is daar nog volop mee aan het werk. Eén exemplaar staat al in de winkel, andere nog in het atelier. Telkens zijn er vage mensfiguren op hun rug te zien, die allemaal naar het licht kijken dat naar binnen valt. Een open deur bovenaan een trap, een boograam en pilaren wekken de indruk dat er van een kerkinterieur sprake is. „Dat hoeft niet per se, aldus Rian. „De achterliggende gedachte is alleen: op weg naar het licht. Niet dat ik het idee heb dat ik iets door moet geven. Mijn vader heeft dat wel. Ik geloof en ik heb dat ook nodig, maar ik denk niet dat ik met een stuk moet laten zien: Hij bestaat.
Als ze naar haar topstuk wordt gevraagd, noemt Rian zonder aarzelen een schilderij met twee klaproosjes. „Je schept niet graag op over je eigen werk. Vaak denk ik: Nu is het af. Maar als ik er dan de volgende dag weer naar kijk, zie ik dat het toch beter had gekund. Bij die klaproosjes had ik dat niet. Dat was het echt helemaal! Er zat een beetje beweging van de wind in.
Ze kan het schilderij niet meer laten zien. Het is verkocht. Wat ze ook maakt, als iemand het hebben wil, doet ze het van de hand. „Alleen een schilderij van onze jongens verkoop ik niet. Dat is te veel van mezelf. Overigens schilder ik normaal gesproken geen portretten, en ook geen dieren. Daar ben ik nu eenmaal niet in gespecialiseerd. Ik wil mijn vrijheid houden.
Een andere bron van inkomsten vormen de workshops die Rian geeft. „Dat doe ik af en toe een vrijdag in de winter als het rustig is. Meestal bestaat de groep uit ongeveer zes mensen. Het was aanvankelijk de bedoeling dat zij eenmalig kennis kwamen maken met verschillende technieken, maar veel mensen zie ik toch terugkomen. Sommigen willen echt verder met het schilderen, anderen hebben gewoon zin in een dagje uit.
Commercieel is het natuurlijk ook aantrekkelijk en voor mij is het fijn om eens onder de mensen te zijn. Jack staat in de galerie, dus meestal zit ik hier maar eenzaam te schilderen.

Voor meer informatie: Galerie Withaar, Beekstraat 11, Elburg, tel. 0525-682698.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 26 januari 2005

Terdege | 109 Pagina's

Rian Withaar:

Bekijk de hele uitgave van woensdag 26 januari 2005

Terdege | 109 Pagina's

PDF Bekijken