Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Brusjes in de knel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Brusjes in de knel

8 minuten leestijd

Aan kinderen met problemen wordt door hulpverlening en literatuur uitgebreid aandacht besteed. Vaak wordt echter vergeten dat een veel grotere groep broers en zussen van deze kinderen is. Ze hebben het niet gemakkelijk.

Heeft een kind een handicap, een (chronische) ziekte, een gedrags- of een leerstoornis, dan komt in gesprekken vanzelf aan de orde hoe het kind en zijn ouders dit ervaren. De andere kinderen in het gezin blijven meestal ver op de achtergrond. Deze brusjes, een door mw. R. Vuyk bedachte term die wordt gebruikt voor zowel de jongere als de oudere broers en zussen, hebben echter ook hun vragen, frustraties en angsten. Ze zijn vaak erg voorzichtig om die te uiten. Hun ouders hebben het immers al zwaar genoeg!
In een normale broer/zus-relatie bestaan onderlinge verbondenheid (spelen), een stuk gezonde rivaliteit (delen met elkaar, soms even knokken), onbevangenheid (jezelf kunnen zijn, soms ruzie kunnen maken, want je broer en zus laten je toch niet in de steek) en onderlinge beïnvloeding (de eerste oefeningen in sociale en andere vaardigheden doe je thuis).
Hierbij is sprake van wederkerigheid. Kinderen houden rekening met elkaar en stemmen hun gedrag op elkaar af. Heeft echter één van de kinderen in het gezin een handicap of andere problemen, dan zijn al deze dingen niet meer vanzelfsprekend.

Serieus en volwassen
Brusjes voelen zich doorgaans oververantwoordelijk voor hun broer of zus. Ze hebben het idee dat ze hem of haar steeds moeten helpen. Ze zijn bang iets verkeerd te doen. Áls er iets mis gaat, kunnen ze zich schuldig voelen. Vooral meisjes zijn geneigd om verzorgende en controlerende rollen van hun ouders over te nemen. Door de confrontatie met de moeite en ernst van het leven komen brusjes soms nogal serieus en volwassen over en missen ze de aansluiting met hun leeftijdgenoten.
Andrea (14 jaar) voelt de last van haar gehandicapte zusje met gedragsproblemen soms zo: „Dan voel ik me schuldig omdat ik er soms geen zin meer in heb, dan kan ik er even niet meer tegen, en ik weet dat ze er niets aan kan doen, dus dat mag eigenlijk niet.

Problemen
Vaak zijn brusjes zo bezig met hun broer of zus dat ze minder toe komen aan hun eigen ontwikkeling, waardoor ze juist later echt volwassen worden. Brusjes zijn gewend zich weg te cijferen, waardoor ze moeite krijgen om voor zichzelf op te komen. Doordat ze soms geen vrienden mee naar huis durven nemen, kan de sociale ontwikkeling ook vertraagd zijn. Over het algemeen zijn ze niet geneigd hun emoties te tonen of te bespreken. Ze vinden dat ze die zelf moeten kunnen verwerken. Boosheid en angst duwen ze weg. Schuldgevoelens echter spelen vaak een te grote rol en kunnen zelfs het geloofsleven beïnvloeden.
Meestal willen en kunnen brusjes best begrijpen dat hun zieke, gehandicapte of problematische broer of zus zoveel aandacht opslokt. Maar jaloersheid is er ook. Die wordt echter weggeredeneerd. Daar voelen ze zich schuldig over.
Daniël zegt: „Soms voel ik me wel eens te veel... Als mn broer in het middelpunt staat, denk ik: laat ik maar weggaan, terwijl ik ook wel even aandacht wil. Nee, ik mís niet echt aandacht. Je bent eraan gewend en ik ben graag alleen. Maar natuurlijk wil iedereen wil eens aandacht!

(Over)belasting
Brusjes ondervinden vaak dagelijks last van de handicap of ziekte van hun broer of zus. Denk aan strakke dagindelingen, geluiden (door apparatuur of door het kind zelf), beperkingen of verstoringen bij gezinsuitstapjes, spullen die kapot worden gemaakt, minder aandacht, ouders die vaak weg of onbereikbaar zijn, enzovoorts. Van een brusje wordt veel begrip, aanpassing en incasseringsvermogen gevraagd. Meestal zijn ze daartoe bereid, maar soms wordt het toch even te veel. Vooral als ouders er te vaak nadrukkelijk om vragen, is de kans groot dat de bom wel eens barst.
Soms weten ze niet precies wat er met hun broer of zus aan de hand is. Ouders vinden het vaak moeilijk om hun kinderen hiermee te belasten. Onduidelijkheid kan zorgen voor allerlei vragen en fantasieën. Als een brusje niet weet wat er aan de hand is, is het heel moeilijk om begrip op te brengen. Ook kan er angst zijn want misschien is de ziekte wel een straf van God, omdat ik mijn zusje ertoe verleid heb iets stouts te doen. Of wie weet, heb ik morgen ineens dezelfde problemen als mijn broer of zus! Als het brusje geen verklaring weet voor het gedrag van broer of zus kan hij zich er voor gaan schamen. En oudere brusjes kunnen zich (onnodig) zorgen maken over mogelijke erfelijkheid.
Gelukkig is er ook wat goeds te melden: Brusjes zijn nogal eens opgewekte mensen die met humor, gebed en doorzettingsvermogen hebben geleerd zichzelf op de been te houden, het beste ervan te maken, zich over te geven aan de leiding van de Heere en goed voor een ander te zijn. Veel brusjes kiezen een baan in de verzorging of hulpverlening.

Tips voor ouders
- Help brusjes emoties te uiten; vraag ernaar! Neem ze serieus. Dat voorkomt ergere problemen en ze kunnen zich dan beter schikken in de situatie.
- Stimuleer dat het brusje zich uit bij een steunfiguur, iemand buiten het gezin bij wie hij of zij af en toe stoom kan afblazen en vragen en problemen kwijt kan.
- Zorg voor momenten van individuele aandacht. Onderneem regelmatig iets samen met één van de brusjes (fietstochtje, winkelen). Dan voelt het brusje zich gezien.
- Leg brusjes geen extra verantwoordelijkheden op, dat kan irritatie opwekken.
- Verwacht niet te veel begrip en verantwoordelijkheid.
- Voorkom dat brusjes oudertaken overnemen.
- Geef uitleg over de ziekte, handicap of stoornis, aangepast op het leeftijdsniveau.
- Bevorder sociale contacten, waak voor terugtrekking door schaamte of angst voor overlast.
- Stimuleer lotgenotencontact. Verschillende instanties (Eleos, RIAGGs) organiseren brusjesdagen of brusjesgroepen.

Een gezin leiden waartoe een kind met een ziekte, handicap of stoornis behoort, is niet eenvoudig. Gods weg gaat soms „door de zee. Gelukkig gaan veel ouders intuïtief al heel goed met brusjes om. Ze hebben niet veel extra (extra dus cursief) tijd nodig, als ze maar voelen dat u hen ziet en met hen meeleeft. Als ze maar weten dat het kind met problemen niet de belangrijkste is, maar al uw kinderen u even lief zijn. Dat u ze allemaal ziet als uit Gods hand ontvangen en u ze allemaal wilt opvoeden tot Gods eer en tot vreugde en nut van de naaste. Schroom niet ook uw kerkelijke gemeente om hulp te vragen! En de Heere heeft beloofd: „Roep Mij aan in de dag der benauwdheid, Ik zal u uithelpen.

De auteur is orthopedagoog bij Driestar educatief en Concordium

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 februari 2006

Terdege | 92 Pagina's

Brusjes in de knel

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 februari 2006

Terdege | 92 Pagina's

PDF Bekijken