Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een nieuwe start voor een afgeleefde Eend

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een nieuwe start voor een afgeleefde Eend

Johan Kuin: „Je kunt alles op handkracht repareren, liften of testkasten heb je niet nodig''

7 minuten leestijd

Zijn kraakpand verwisselde hij voor een koopwoning, de straat voor een nissenhut. Voor het overige bleef Johan Kuin een vrije vogel met een alternatieve onderneming. Via Garage Ruimzicht beginnen afgeleefde Eenden aan een tweede leven. „De gegoede ouderen en de yuppen houden zich keurig aan de beurten. Dat geeft mij wat zekerheid.

Ontspannen zit Johan Kuin (54) op de simpele houten bank voor Garage Ruimzicht. De stress die voor velen verbonden is aan het ondernemerschap gaat hem voorbij. Schijnt de zon, dan neemt hij de tijd om ervan te genieten. Morgen is er weer een dag. Op de motorkap van een lichtblauwe Lelijke Eend ligt een plastic zak met een croissant. Ernaast staan twee flesjes Cola. Met zijn witte pet, bevlekt geel shirt en plastic slippers aan blote voeten is Kuin geen doorsnee ondernemer. Zoals Ruimzicht, gelegen aan de Amsterdamse Wenckebachweg, geen doorsnee garage is. De Nissenhut, die als werkplaats dient, is omgeven door geboomte, struikgewas en welig tierend onkruid. De toegangsdeur is bekleed met antieke emaillen borden. Tientallen aftandse voertuigen, voor het merendeel Lelijke Eenden en Ami’s, vormen een blikken haag rond het alternatieve pand. Na de meao werkte de Amsterdammer een poosje als handelscorrespondent bij een reguliere onderneming. „Ik ben altijd goed geweest in vreemde talen.Wat dat betreft ging het prima, maar dat bedrijf werd Amerikaans gerund. Heel straight. Tijdens het werk mocht je niet praten. Met m’n lange haren en m’n spijkerbroek viel ik nogal uit de toon, en als ik wou praten, dan deed ik dat. Vanaf m’n geboorte heb ik een grote vrijheidsdrang. Na drie maanden ben ik vertrokken en gaan reizen. Naar Groenland, naar India, drie jaar heb ik in Denemarken gewoond.” Met wat sjacheren verdiende hij de kost. „Als je een leeg flesje van de straat pakt, en je levert dat in, dan heb je tien eurocent. Doe je dat tien keer, dan heb je een euro. Daar kun je een kilo aardappels voor kopen. In Kopenhagen woonde ik met een stel anderen in kraakpanden. De laatste bewoners hadden de mooiste spullen achtergelaten.Wij lieten antiquairs komen die de handel bekeken. Af en toen zat er iets waardevols bij.”

Vrijstaat
Na terugkeer, in 1979, vestigde de hippie zich in een kraakpand aan de Van Lennepkade in de Kinkenbuurt. „Daar kreeg ik van iemand een Lelijke Eend. M’n buurman had er ook een. Geld hadden we geen van beiden, maar hij had de durf om te gaan sleutelen, ik de vindingrijkheid om aan onderdelen te komen. In die tijd stonden in Amsterdam de wrakken van Eenden nog gewoon op straat. Ik spoorde de eigenaar op en kreeg zo’n ding voor 25 gulden mee. Binnen een paar maanden hadden we feitelijk een sloperij voor de deur. Op een dag belt iemand aan voor een motortje van een Eend. De dag ervoor had ik van de overkant van de straat een Eend waarvan de eigenaar niet was te achterhalen naar m’n voordeur gesleept. De motor deed het nog. Die hebben we aan die man verkocht, voor honderd gulden. Dat was een leuke deal. Van het een kwam het ander. Uit drie wrakken stelden we een rijdende Eend samen, die we voor pakweg zeshonderd gulden verkochten. Aanbod was er genoeg. Iedereen was in die tijd heel nonchalant met Eenden. Je kocht zo’n ding voor driehonderd gulden.Was hij stuk, dan liet je hem staan en kocht je een andere.” Tussen de bedrijven door keek Kuin de kunst van het repareren van z’n compagnon af. „Van mezelf ben ik absoluut niet technisch, maar als ik iets een keer heb gezien, kan ik het ook.” Na een jaar ging het illustere tweetal uit elkaar. „Die kraakpanden werden gesloopt, m’n maat ging elders in de stad wonen. Ik verhuisde naar een pand in Amstelveen. Daar was een hele wijk gekraakt. Het was een beetje een vrijstaat. Mijn garage had ik op straat. In de regen en de sneeuw zat ik te sleutelen.”

Ruimzicht
Twintig jaar terug verkaste de Amsterdammer naar de Wenckebachweg, z’n eerste officiële locatie. „Hier liepen paarden. De grond heb ik van de gemeente gehuurd.” Op het braakliggende terrein zette hij een oude Nissenhut. Bij een collega die er kort daarvoor mee was gestopt, sloopte hij het emaillen naambord Garage Ruimzicht van de muur, en schroefde dat boven de toegangsdeur van zijn nieuwe loods. Sindsdien staat hij bekend als Johan Ruimzicht. Gespecialiseerd in renovatie en onderhoud van Lelijke Eend, Ami, Dyane en Mehari. Het kraakpand verwisselde hij voor een koophuis in Duivendrecht. „Ik ben nu heel netjes.” Aanvankelijk had hij uitsluitend hippies als klant, die net als hijzelf bijna geen cent te verteren hadden en een zwervend bestaan leidden. „Je weet hoe dat ging in de jaren zeventig. Met een Eend of een Ami trok je naar Marokko, naar India, naar Nepal.” Het legendarische model van Citroën sluit volgens de alternatieve garagehouder naadloos aan bij mensen met een losse manier van leven. „Het rijgedrag, de vering, de constructie. Met mooi weer gooi je zo het dak open. Een voordeel voor mij is de toegankelijkheid. Je kunt alles op handkracht repareren, liften of testkasten heb je niet nodig. Veel andere auto’s zijn al snel technisch ‘total loss’. De reparatie weegt niet meer op tegen de waarde van de auto. Dat heb je bij een Eend vrijwel nooit. Een andere motor, een andere versnellingsbak, het kost nooit een vermogen.”

Zekerheid
Van de Amsterdamse Eendenbezitters heeft Ruimzicht het merendeel als klant. In de loop der jaren werd het cliëntenbestand geleidelijk breder. „Ik heb nu ook veel mensen van wie de ouders in zo’n Citroën reden. Zestigers die hun geld binnen hebben en uit sentiment een Eend kopen. Die komt in de garage naast de Volvo V70 te staan. Ze rijden er alleen mee als het niet regent.” Een derde categorie wordt gevormd door Amsterdamse yuppen. „Dat is ook wel een lekkere groep. Die kopen een Eend waar ze elke dag in willen rijden, en dat mag wat kosten. Ze gooien het geld niet over de balk, maar een paar duizend euro is geen probleem. Het hoeft allemaal niet zo benauwd en stroef. Bij de hippies was 25 gulden al te veel.” Het zoeken van onderdelen is geen probleem meer. „Alles wordt gemaakt. Niet door Citroën, maar door een leverancier die zo veel vraag naar onderdelen van Eendachtigen kreeg, dat hij ze laat maken. Dat is niet zo moeilijk. Je pakt de deur van een Eend en die stuur je naar Brazilië of China met de opdracht: ‘Maak dit na.’ Zelf werk ik nog steeds het meest met onderdelen van ouwe auto’s. Bijna alles wat hier staat is sloop. Die auto’s strip ik tot het bot.” De meeste klanten kreeg Kuin zo ver dat ze ook aan regulier onderhoud gingen doen. „Dat is nu m’n belangrijkste bron van inkomsten. De gegoede ouderen en de yuppen houden zich keurig aan de beurten. Dat geeft mij wat zekerheid.”

Nooit zorgen
Het vroeg van de alternatieve ondernemer wel een omslag in denken en doen. Hij liet een website ontwikkelen en neemt tegenwoordig de telefoon op. „Die stond vroeger altijd op het antwoordapparaat. ‘Spreek maar in, dan bel ik je later terug.’ In de loop van de jaren was ik heel arrogant geworden. ‘Ze hebben me toch nodig.’ Ik had eerder te veel dan te weinig werk. Vandaag heb je overal garages die Eenden repareren. Vooral de yuppen zijn heel snel. Neem ik de telefoon niet meteen op, dan zoeken ze al naar het telefoonnummer van een ander. Ze willen à la minute geholpen worden. Dat past helemaal niet bij mij, maar ik moet wel mee als ik m’n bedrijf overeind wil houden. Voor iets anders voel ik niet. Dit is een heerlijk vrij leven. De deur staat altijd open, is het mooi weer, dan ga ik buiten even op de bank zitten.” Hoe lang hij nog aan de Wenckebachweg zit, weet Kuin niet. „Ik mocht hier maximaal drie jaar blijven. Inmiddels zijn het er twintig. Er waren steeds weer nieuwe plannen. Nu moet er woningbouw komen. Daarvoor moet het bestemmingsplan worden gewijzigd. Dat kost drie jaar, dus voorlopig heb ik weer zekerheid. Voordeel van zo’n tijdelijke vestiging is dat ik alleen aan de minimale milieu-eisen hoef te voldoen. Dat scheelt me een hoop geld. Over de toekomst heb ik me nog nooit zorgen gemaakt. Het komt altijd weer op z’n pootjes terecht.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 oktober 2006

Terdege | 90 Pagina's

Een nieuwe start voor een afgeleefde Eend

Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 oktober 2006

Terdege | 90 Pagina's

PDF Bekijken