Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Leven tussen draaiorgels

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Leven tussen draaiorgels

Jan van Eyk: „Die muziek verveelt me na een dag nog niet''

8 minuten leestijd

Vanuit de kermiswereld belandde Jan van Eyk in het draaiorgelvak. In 1979 bouwde hij zijn eerste orgel, vandaag is zijn naam onder pierementspecialisten een begrip. „Mijn pijpen gaan niet makkelijk van toon af.''

Op het erf voor de loods van Van Eyk en Zonen staat de trots van de onderneming. Een aanhanger met daarin een zeven meter lang concertorgel, de Ruisdael, voorzien van dertien registers. Geschikt voor alle soorten muziek, van ouverture tot opera. Jan van Eyk (75) en zoon Huug bouwden het orgel, zoon John ontwierp het front en maakte de beelden en ornamenten. Het schilderwerk op het front verzorgde Jan: acht kopieën van werk van Ruisdael, met als blikvanger diens bekende Molen bij Wijk bij Duurstede.
Bijna al zijn orgels vernoemde Van Eyk naar bekende schilders. Op zijn eerste exemplaar, de Rembrandt, schilderde hij diens zelfportret als Paulus. Op de Jan Steen het schilderij van Jan Steen met zijn luit. Op de Pieter Breughel de Bruiloft van Breughel. Het schilderen maakte hij zichzelf eigen. „Als ik zin heb, zet ik in een dag een schilderij neer.
In totaal maakte hij ruim dertig draaiorgels, in alle soorten en maten. In de woonkamer van zijn eenvoudige houten onderkomen in Terwolde prijkt een huiskamermodel. Voor in de loods naast de woning staat een exemplaar voor het straatwerk, op een aanhanger. Dat orgel vervaardigde de inwoner van Terwolde voor een kleinzoon, reden waarom hij het de naam t Kleintje gaf. „Mn vrouw zei steeds: Je moet iets maken voor de jongens, voor als je er straks niet meer ben. Dat heb ik gedaan.

Stemmen
Van Eyk leerde het draaiorgel kennen door het beroep van zijn vader. „Die was zoon van een kastelijn, mn moeder was een boerendochter. Samen begonnen ze een kruidenierswinkel in Nieuwveen. Ze verkochten aan tuinders, allemaal op de lat. Bij de nieuwe oogst kwamen de klanten afrekenen. Dat zaakje draaide prima, totdat er in Ter Aar een groentenveiling kwam. Toen dacht vader Huug bij zn eigen: Dat gaat niet goed. Hij besloot een zweefmolen te kopen, met geld dat hij van de bakker leende. Voor die tijd ging hij met zn ijswagentje al de kermissen in de buurt af. Door die ommezwaai van mn vader ben ik altijd kermisexploitant geweest, maar geen echte. Mn zus en ik gingen naar de ulo, terwijl de meeste kermismensen in die tijd analfabeet waren.
Naast zn zweefmolen schafte vader Huug twee draaiorgels aan. „Ze werden gestemd door Gijs Perlee uit Amsterdam, in de draaiorgelwereld een begrip. Als vierjarig jongetje zat ik al op zijn schouders toe te kijken als hij aan onze orgels bezig was. Op een gegeven moment moest weer een orgel worden gestemd, maar de stemmer kwam niet opdagen. Ten slotte zei mn broer: Probeer jij het maar. Toen ik net klaar was, kwam de stemmer: ome Henk Meulman. Die ging meteen aan de slag, maar tot zijn verbazing hoefde hij niets aan dat orgel te doen. Op dat moment vertelde ik dat ik hem al had gestemd. Zo is het begonnen. Vijftien jaar was ik toen.

Muzikaal
Nadat zijn oudste zoon was getrouwd, besloot de kermisexploitant het reizigersbestaan aan zn kinderen over te dragen. Zelf ging hij een draaiorgel bouwen. „Dat was in 79. Ik heb nooit een vak geleerd, maar wat mn ogen zien kunnen mn handen maken. En ik ben muzikaal. Noten kan ik niet lezen, maar fluit twee keer een liedje en ik speel het op mn accordeon na. Tel je die twee bij elkaar op, dan kun je een orgel bouwen. Door het stemmen van de orgels had ik het interieur al goed leren kennen.
De klank van het eerste orgel, de Rembrandt, was kwalitatief zo goed dat collegas over „een gelukstreffer spraken. De volgende exemplaren bewezen dat dit niet het geval was. In tegenstelling tot de meeste draaiorgelbouwers produceert Van Eyk afgezien van het wiel alles zelf. „We hebben niemand nodig. Daarin zijn we denk ik uniek in Europa. De enige die we inhuren, is Dolf Schinkel, een houtsnijder in Kampen. Die werkt de houten figuren af. Wij kunnen dat ook, maar Dolf doet het zes keer zo snel.
De orgels van Van Eyk gingen over de hele wereld. „Twee naar Japan, op Aruba staat er een, naar Finland gingen er twee, in Engeland zitten er een stuk of zeven, in Amerika staat een orgel van ons... De meeste zijn gekocht door particulieren, die allemaal uit zichzelf bij ons terecht zijn gekomen. Adverteren heb ik nog nooit gedaan. Zon Japanner stapt in Amsterdam uit de trein en daar staat een orgel te spelen dat ik gebouwd heb. Hij leest het etiket op de boeken, noteert mn adres en belt me op, s avonds om half tien. Zo rolt dat balletje verder. Mensen die interesse voor draaiorgels hebben, kennen allemaal de naam van Jan van Eyk. Onze orgels hebben een mooie klank en mijn pijpen gaan niet makkelijk van toon af.

Franse wals
Voor zowel de pijpen als de ornamenten en beelden gebruikt Van Eyk de houtsoorten jeluton, parana pine en esdoorn. Het houtsnijwerk maakt John van Eyk met een freesmachine op voorraad. Potentiële klanten kunnen daardoor zelf een front samenstellen, met ornamenten die al gereed liggen op schappen en alleen nog moeten worden geschilderd . „Dat kan nergens ter wereld, verzekert Van Eyk.
Ook de kartonnen muziekboeken voor de draaiorgels maak Van Eyk zelf. Hij had al een kopieermachine, sinds kort kan hij digitaal kopiëren. Trots toont de ondernemer uit Terwolde de nieuwste aanwinst. Het apparaat waardoor het draaiorgelboek rolt, is verbonden met een computer die de notatie vastlegt. Vervolgens kan via de computer een ponsapparaat voor de vervaardiging van nieuwe boeken worden aangestuurd. Zogenaamde noteurs van draaiorgelmuziek kunnen hun composities nu digitaal aanleveren. „Als iemand mij per email een liedje stuurt, kap ik er een boek van, zegt Van Eyk. „En dat met mn 75 jaar.
Hoogtepunten zijn voor de draaiorgelbouwer uit Terwolde de internationale festivals. Die van het Engelse Dorset en het Franse Dijon heeft hij net achter de rug. „In Dorset waren we bij een heel groot stoomfestival, op een terrein van 240 hectare. Dat staat vol met oude autos, honderden stoommachines, draaiorgels, oud legermateriaal en ga zo maar door. Het gebeuren trekt honderdduizenden bezoekers, uit de hele wereld. Wij stonden er met de Ruisdael en de Anton Pieck. In Dijon kom ik al sinds 1990. Daar hebben ze om de drie jaar een draaiorgelfestival. Overal in de stad hoor je draaiorgelmuziek. Voor dat festival heb ik een paar leuke Franse stukjes aangeschaft. Een Franse wals, een chanson...

Gezellig
De zogenaamde Duitse draaiorgels, die qua klank meer naar een kerkorgel neigen, heeft Van Eyk niet in zijn assortiment. „Wij maken alleen de vrolijke orgels. Wat niet wegneemt dat hij wel interesse kreeg voor de pijporgelbouw. „Ryle in Heerde is een heel goede kennis van me. Ik kwam al bij zijn vader. Zit ik met iets, dan kan ik altijd bij hem binnenlopen. Toen de Ruisdael klaar was, in 96, is hij omgekeerd met al zijn personeel bij ons geweest.
De draaiorgels die hij zelf exploiteert, zet Van Eyk in voor bruiloften, partijen en evenementen. „Een open dag van Ikea, een hele zomer heb ik gespeeld bij vestigingen van de Edah, voor dat soort dingen zijn we te huur. Mn zoon en mn schoondochter hebben er zelfs bijpassende klederdracht voor.
De draaiorgelbouwer is ervan overtuigd dat de vraag naar draaiorgels tot in lengte van dagen blijft bestaan. „Alleen in Nederland heb je er nog zeker vier-, vijfhonderd. Je kunt nergens komen, of de mensen blijven staan luisteren. Jongelui, vrouwen met een peuter op hun arm, bejaarden. De reactie is steevast gelijk. Gezellig meneer. Dat gaat er nooit uit. In Engeland begonnen we s morgens om negen uur en speelden we door tot s avonds kwart voor twaalf. Dat is toch een tijd, maar aan het eind van de dag sta je er nog steeds met plezier naar te luisteren. Die muziek verveelt ons nooit.

Anton Pieck
Hoogtepunt in zijn carrière blijft voor Van Eyk de onthulling van de Anton Pieck. „Dat zou Pieck zelf doen, maar toen het zo ver was, mocht hij van de dokter niet komen. Hij was al te zwak. Dat was een enorme teleurstelling voor ons. Ik had uitnodigingen in zijn stijl gemaakt en wist dat er enorm veel mensen zouden komen.
Ineens kreeg ik een idee. De volgende morgen ben ik met mijn videocamera naar hem toe gegaan. We hebben een opname van acht minuten gemaakt. Dat kon allemaal nog net. Voorafgaand aan de onthulling van het draaiorgel liet ik op een groot scherm dat filmpje zien. De opname begint bij de werktafel van Anton Pieck, waarop zijn laatste tekening ligt. Vervolgens geeft hij een speech, zo mooi... Ik word er nog steeds emotioneel van.
Aan het eind zegt hij: Kan het nou? Oké, het spijt me dat ik er zelf niet bij kan zijn, maar mijn kleinzoon Erik zal nu voor jou het orgel onthullen. Het was een grandioze gebeurtenis. De mensen zaten tot in de raamkozijnen, iedereen was enthousiast. Kort daarna is Pieck gestorven. Daardoor heb ik de laatste bewegende beelden van Anton Pieck. Een mooiere herinnering kun je toch niet hebben.''

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 18 oktober 2006

Terdege | 108 Pagina's

Leven tussen draaiorgels

Bekijk de hele uitgave van woensdag 18 oktober 2006

Terdege | 108 Pagina's

PDF Bekijken