Kameleondorp
We gingen een weekje naar Friesland. Lekker uitwaaien aan het IJsselmeer. Met een heerlijk najaarszonnetje reden we richting de provincie van water, wind en zon. Naarmate de reis vorderde, liet de zon ons meer en meer in de steek. En op het moment dat we Friesland binnen reden, kletterde de regen op ons autodak en waaide de wind stevig om ons heen. Bij “Het vrouwtje van Stavoren” gingen we er toch even uit. Floris werd goed ingepakt en in de rolstoel gezet. We liepen Stavoren drie keer op en neer en doken snel een plaatselijk cafeetje in, om met warme chocolademelk weer op verhaal te komen.
De reis werd voortgezet, rechtstreeks richting geboekt hotel in Makkum. Prachtig uitzicht over het IJsselmeer vanuit de twee naast elkaar gelegen hotelkamers. De kinderen deden echter meteen de gordijnen dicht, pakten hun teken- en knutselspullen uit de koffer en trokken hun pantoffels aan. Nee, voorlopig wilden ze niet meer naar buiten. Samen liepen mijn man en ik langs het strand van Makkum. Af en toe keken we richting hotel. Bij een van de kamers zaten de gordijnen stevig dicht en zag je de lichtjes gezellig branden. Floris zat vanwege het aanhoudende gure weer hele dagen in zijn rolstoel. We bezochten de bekende elf steden, maar liepezzde hotelkamer gingen. We stelden voor om Kameleondorp te bezoeken. Dat was een schot in de roos. In het souvenirwinkeltje waar we ook de entreekaartjes moesten kopen, kochten ze alle drie alvast een leuk aandenken aan het dorp, waar we nog naartoe moesten. Bij Kameleondorp kregen we alle hulp vanwege de rolstoel. Personeel snelde op ons af om ons, via een speciale ingang, binnen te laten en zo een lange rij wachtende mensen te omzeilen. Dat Friezen stug zouden zijn, konden wij meteen ontkennen want we kregen een topontvangst. Een van de medewerkers leidde ons rolstoelvriendelijk rond en vertelde dat je via een trapje en een ladder over een omloop, en een laddertje met daarna een klein trapje, via een stijl kippenladdertje, boven in de mooi nagebouwde molen De Woudaap kon komen. Zonder dat iemand het merkte, stapte Floris de rolstoel uit en volgde de door de medewerker uitgestippelde route. In ‘no time’ zat hij boven in De Woudaap. Zijn zussen volgden hem. Mensen die buiten in de kou hadden staan kijken hoe wij met voorrang naar binnen mochten, keken ons, met de lege rolstoel, meewarig aan. „Ik pas wel op de spullen”, zei mijn man en keek hoopvol mijn kant op. Stuntelig volgde ook ik de route, maar verdwaalde een paar keer. Terwijl ik over de omloop van de molen liep, zwaaide mijn man lachend naar me, terwijl hij met een cappuccino plaats nam op het gezellige terrasje. Na veel klim- en klauterwerk kwam ik aan bij het laatste steile laddertje. „Hoe ben je boven gekomen?” riep ik omhoog. „Nou, gewoon”, antwoordde Floris. „Kom maar naar beneden?” zei ik. „Nee, ik wil hier blijven.” „De zussen zijn er ook.” „Ik kom je halen”, dreigde ik. „Nee, er lopen hier spinnen, niet doen!” Beneden op het terras dronken mijn man en ik ons cappuccinootje op. „Nu jij naar boven?” vroeg ik mijn man. Halverwege zijn zoektocht kwam hij Floris tegen, keurig tussen zijn zussen in. Eén voor hem en één achter hem schuifelden ze voetje voor voetje naar beneden. Ze hadden wel dorst gekregen en wilden graag iets drinken op het terras, waar ze ons vanuit een klein raampje hadden zien zitten. We streken nogmaals neer aan hetzelfde tafeltje op het terrasje van het o zo vriendelijke Kameleondorp.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 31 oktober 2007
Terdege | 92 Pagina's