Bekijk het origineel

Het Deelerwoud

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het Deelerwoud

Tijdens een wandeling kunt je reeen, damherten en edelherten ontmoeten

4 minuten leestijd

Het Deelerwoud is een afwisselend en rustig stukje Veluwe met glooiende heidevelden, naald- en loofbossen. Het gebied heeft een goede wildstand, waardoor tijdens een wandeling de kans bestaat dat je herten of zwijnen tegenkomt.

Het Deelerwoud, dat ten noorden van Arnhem ligt, is een relatief rustig gebied tussen twee drukbezochte nationale parken: de Hoge Veluwe aan de westkant, de Veluwezoom aan de oostkant. Het woud omvat ruim 2000 hectare. Hiervan is het zuidoostelijke deel (1200 ha) in bezit van Natuurmonumenten. Dit is, op de rustgebieden na, opengesteld voor publiek. De overige delen van het Deelerwoud zijn particulier eigendom. Rond 1800 bestond het Deelerwoud voornamelijk uit stuifzanden, grassteppen en heidevelden. In 1842 werd begonnen met bebossing. Lange tijd was het woud jachtgebied voor de adellijke families Van Heeckeren en Van Pallandt. Later ging het over naar verschillende andere eigenaren. In 1966 wilde de toenmalige bezitter 1200 hectare verkopen, waarvan 200 hectare in kleinere kavels. Geschrokken door de mogelijkheid van versnippering en bouwactiviteiten, gaven provincie en rijk subsidies voor aankoop van het gebied door Natuurmonumenten. Omdat deze subsidies niet toereikend waren, startten particulieren de actie Behoud het Deelerwoud. In 1967 werd het gebied, met als hoogste punt de Hartenhulberg (90 meter), definitief eigendom van Natuurmonumenten.

Heide
Het Deelerwoud maakt samen met het Nationale Park De Veluwezoom deel uit van een stuwwallenlandschap. De eerste bewoners van dit gebied kapten bossen en zorgden voor akkers en heidevelden. Ze hielden schaapskudden voor de productie van wol en de bemesting van het land. Er ontstonden stuifzanden op plekken waar de heide te intensief werd benut. De komst van kunstmest en de import van goedkope wol maakten de schaapskudden aan het eind van de 20e eeuw overbodig, waardoor de heide gedeeltelijk weer begroeid raakte met bomen. Nu wordt de heide opengehouden door begrazing met Schotse hooglandrunderen.

Zevenster
In het Deelerwoud kun je naast gewone dopheide en struikheide ook kraaiheide aantreffen. Het is een soort die geleidelijk, onder invloed van klimaatsverandering, in omvang afneemt in Nederland. Door begrazing van de bossen en de heide nemen kruiden zoals blauwe en rode bosbes geleidelijk in aantal toe. Doordat ook struikheide zich door de begrazing verjongt, krijgt klein warkruid kansen zich te ontwikkelen. Deze soort parasiteert op jonge heide. Klein warkruid wordt ook wel duivelsnaaigaren genoemd. Zeer bijzonder is het voorkomen van zevenster, een soort die goed gedijt in de wat oudere bossen. Rondom de Deelerheide staan verschillende boomsoorten, als restanten van een vroeger onderzoek naar soorten die het stuifzand konden beteugelen.

Ecoduct
Drie soorten herten kent het Deelerwoud: edelhert, damhert en ree. Als het meezit, komt u ze alle drie tegen tijdens een wandeling. Ook leven er wilde zwijnen. De dieren kunnen via een ecoduct bij het zweefvliegveld Terlet over de A50 naar De Veluwezoom trekken. Vooral de edelherten  maken hier evenzo gebruik van. Reeën en damherten zijn honkvaster. Andere zoogdieren zijn onder andere vos, das en de zeldzame boommarter. Het gebied herbergt veel reptielensoorten: adder, gladde slang, hazelworm, levendbarende hagedis, zandhagedis en ringslang. Deze dieren laten zich overigens maar zelden zien. Ook amfi bieën zijn hier gesignaleerd, waaronder de heikikker en de rugstreeppad, evenals algemenere soorten als bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Op de heide en in de bosranden jagen vele soorten libellen. Zo komt de zeldzame venwitsnuitlibel nog voor in het Deelerwoud. Een opvallende verschijning is de lentevuurspin, die veel lijkt op het lieveheersbeestje. In de heide komen dagvlinders voor als bruine vuurvlinder, heivlinder, heideblauwtje en kommavlinder. Voor deze soorten heeft Natuurmonumenten een vlindercorridor aangelegd.

Nachtzwaluw
Tellingen wezen uit dat in het woud zestig vogelsoorten broeden. Daaronder diverse roofvogels, zoals sperwer, havik, torenvalk, boomvalk, buizerd en wespendief. Spechten zijn vertegenwoordigd met vier soorten. De in Nederland sterk achteruitgaande veldleeuwerik is in het Deelerwoud nog behoorlijk talrijk aanwezig, dankzij het behoud van de heide. Op een mooie zomeravond is de geheimzinnige zang van de nachtzwaluw hoorbaar. Deze soort is er de laatste jaren duidelijk op vooruitgegaan. Dat geldt ook voor een andere karakteristieke heidebewoner: de roodborsttapuit. Sinds 1979 houden ook raven zich weer in het woud op. Ze zijn gemakkelijk herkenbaar aan het lage kro-kro-geluid.


Wandelinformatie

Natuurmonumenten heeft een folder met een wandelroute uitgegeven. De wandeling start op de Kop van Deelen. Tegenwoordig ligt de westingang van het Deelerwoud iets zuidelijker dan voorheen. Het is aangegeven met een bord in de scherpe bocht van de Deelenseweg. De parkeerplaats ligt tegenover het Museum Vliegbasis Deelen. Aan de oostzijde is er een ingang bij Groenendaal, via de tunnel onder de A50. Er zijn drie gemarkeerde wandelroutes, van 3,5, 8 en 10 km.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 7 juli 2010

Terdege | 84 Pagina's

Het Deelerwoud

Bekijk de hele uitgave van woensdag 7 juli 2010

Terdege | 84 Pagina's

PDF Bekijken