Voor de kerk stond een trapauto klaar
De huwelijksdag van een door de Duitsers gezochte verzetsman werd een paar keer uitgesteld
Een bruidspaar stak de hoofden tussen de spijlen van de knielbank door, als koeien in een stal. De dominee moest vervolgens hoognodig zijn neus snuiten voordat hij de dienst kon vervolgen. Tijdens trouwplechtigheden gebeurt soms van alles wat de dag extra onvergetelijk maakt.
Hilarisch was ook het ogenblik dat een ander bruidspaar naar de knielbank schreed en zo elegant mogelijk neerknielde. De bruidegom had de bovenkant van zijn schoenen keurig gepoetst. Naar de onderkant had hij niet gekeken. Dát deed de gemeente, en op een felgekleurde sticker stond met grote letters: AANBIEDING!
Tijdens een huwelijksdienst was de predikant het formulier aan het voorlezen toen de bruidegom opeens opstond en ijlings de kerk verliet. Geschrokken snelde de ceremoniemeester naar de deur, door de hal, naar buiten. Daar liep de chauffeur van de trouwauto te wachten. „O, gelukkig, zijn jullie er al?” zei hij. Hij vond dat het lang genoeg geduurd had. „Nee, we zijn nog niet klaar”, stelde de ceremoniemeester hem teleur. „Maar heeft u de bruidegom gezien?”
Die bleek niet naar buiten gekomen te zijn. Hij had gevoeld dat de nood steeg en had bedacht dat hij waarschijnlijk tijdens het knielen naar het toilet zou moeten. Dat leek hem geen handig idee.
Inmiddels had de predikant het lezen maar gestaakt en wachtte de gemeente tot de bruidegom weer tevoorschijn kwam.
Paard op hol
Over trouwauto’s gesproken: een bruidspaar liep na de dienst het kerkgebouw uit, naar de plaats waar het uit de trouwauto was gestapt. Die was echter verdwenen. Voor de kerk stond een trapauto klaar. Grapje van een paar broers.
Andere bruidsparen laten zich rijden in een koets of huifkar. Er zijn meerdere verhalen bekend van paarden die op hol sloegen en hun passagiers een angstwekkend en niet-gepland onderdeel van de trouwdag bezorgden. Als de draverij tot averij leidde, moest een alternatief vehikel worden geregeld.
Boze koster
Tip van een koster: „Ik loop met een bruidspaar altijd even de route van de auto naar het podium langs en bespreek de verschillende onderdelen van de dienst, om verrassingen te voorkomen en het bruidspaar op zijn gemak te stellen. Dan vertel ik hun ook dat ze tijdens het knielen niet over de bank heen moeten hangen. De eerbied blijkt uit het knielen en de gevouwen handen; het hoofd mag best een beetje rechtop, zodat de zegen niet boven de ruggen wordt uitgesproken.”
Zo’n rondleiding sluit ongeplande gebeurtenissen overigens niet geheel uit. Fotografen hebben er bijvoorbeeld soms weinig begrip voor dat ze in de kerkzaal niet mogen fotograferen. Er is een foto van een vroegere koster van de Gereformeerde Gemeente in Rotterdam-Centrum bekend die vanaf de galerij werd gefotografeerd terwijl hij, verwoed zwaaiend, de fotograaf maande te vertrekken.
In Den Haag is het gebeurd dat een ouderling naar de galerij snelde om een fotograaf te verwijderen. Terwijl de ouderling de ene trap besteeg, daalde de cameraman de andere trap af. Terwijl de ouderling op de galerij onderweg was van links naar rechts, was de fotograaf onder de galerij op weg van rechts naar links. Toen de ouderling de trap afdaalde, was de fotograaf via de eerste trap weer op weg naar boven, omdat hij toch zijn plaatjes wilde schieten.
Twee brillen op
Ds. H.J. Grisnigt, die een aantal vrije gemeenten diende, bevestigde begin jaren zeventig een huwelijk bij de Vereniging tot Verbreiding der Waarheid aan de Vriendenlaan te Rotterdam. Op het spreekgestoelte keek hij de gemeente aan, constateerde dat hij zijn bril was vergeten en vroeg of er iemand was die hem van een bril kon voorzien.
Iemand stond op en reikte hem er één aan. Even proberen... Nee. „Is er misschien nog iemand die mij kan helpen?” Opnieuw stapte een kerkganger naar voren. Ook zijn bril was niet zo geschikt, maar... de weleerwaarde probeerde beide brillen over elkaar en jawel, dat was het!
O, Johnny!
In Amerika is het gebruikelijk dat een bruidspaar met bruidsjonkers en -meisjes de hele dienst staat. Dat levert weleens wat gedrentel en gewiebel op. Een enkele keer valt er iemand fl auw. Toen een bruidegom ineenzeeg, jammerde zijn moeder in paniek: „O, Johnny! O, Johnny! O, Johnny!” De dominee wachtte tot de bruidegom (en zijn moeder) weer enigszins tot zichzelf gekomen waren.
Een ander voorval: Een bruid en haar tante bogen zich even over de hoed van de bruid. De hoofden kwamen zo dicht bij elkaar dat de bril van de tante in de knot van de bruid verstrikt raakte. Het was een hele worsteling om de bril uit het kunstig gevormde kapsel te verwijderen zonder er een janboel van te maken.
Preek op zak
Lastig is het als een voorganger niet komt opdagen. Een predikant die langdurig in een file vastzat, kon onmogelijk op tijd zijn. Gelukkig was een emerituspredikant die dicht bij de kerk woonde, bereid voor hem waar te nemen.
Een andere predikant had een afspraak niet genoteerd, zo bleek toen de kerkenraad informeerde waar hij bleef. Er waren twee mogelijkheden: het hele gezelschap kon een uur wachten tot de dominee via weg en pont gearriveerd was. Of een in de kerk aanwezige predikant, zij het uit een ander kerkverband, moest maar waarnemen; hij bleek er zelfs een preek voor op zak te hebben. Voor die laatste optie werd gekozen. En, meldde een oom van de bruidegom, „iedereen vond het een mooie preek.”
Een predikant kon een dienst niet afmaken omdat hij zich niet goed voelde. Het bruidspaar hoefde echter niet onverrichterzake te vertrekken: de ouderling van dienst las het formulier en bevestigde het huwelijk. Tijdens de oorlog gebeurde het wel dat een ouderling een trouwdienst geheel overnam als de dominee niet kon komen.
Illegaal
Soms ervoer het bruidspaar het als een wonder dat ‘hun’ dag zonder incident verliep, bijvoorbeeld als een bruidegom in oorlogstijd het gevaar liep opgepakt te worden. Op 13 april 1944 werd in Zeist het huwelijk bevestigd van een verzetsman. Hij werd door de Duitsers gezocht en daarom was de trouwdag al een paar keer uitgesteld.
Een vertrouwde ambtenaar maakte het mogelijk dat de verzetsman alsnog in het huwelijk kon treden. De trouwdienst werd bij familie thuis gehouden. Naast een ouderling en een diaken waren alleen de naaste familieleden aanwezig. Voorzichtig, niet allemaal tegelijk, waren ze naar de woning gekomen en pas toen het donker werd, gingen ze beurtelings weer weg. Oefenaar L. Wijting, oom van de bruid, preekte over de toepasselijke woorden uit Spreuken 13:12: „De uitgestelde hoop krenkt het hart; maar de begeerte, die komt, is een boom des levens.” De dienst verliep ongestoord.
Spannend was het ook toen ds. J. Fraanje op 30 augustus 1944 in Ede het huwelijk bevestigde van een man die helemaal niet in Nederland mocht zijn. De bruidegom had een oproep voor arbeid in Duitsland ontvangen, maar was ondergedoken. Eigenlijk liep hij op zijn trouwdag dus illegaal op straat. Dat wisten ze op het gemeentehuis ook wel, maar men was niet van plan hem te verraden.
Ook in de kerk verliep de plechtigheid ongestoord. Bij het 60-jarig huwelijksjubileum werd in de kerkbode gememoreerd: „Al met al was het een aangename dag, maar ook een spannende dag. Je wist immers maar nooit.” De bruid bleef bij haar ouders; de bruidegom dook onder bij zijn schoonouders.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 9 november 2011
Terdege | 148 Pagina's