Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een bescheiden Schriftgeleerde

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een bescheiden Schriftgeleerde

Ds. J. Brons: „Van der Meiden vergeestelijkte niet, maar wilde op een geestelijke wijze de Schriften verstaan”

10 minuten leestijd

Hij had niet het sprankelende van de hoogleraren Wisse en Van der Schuit. Toch zette prof. L.H. van der Meiden op veel christelijke gereformeerde predikanten een stempel. Door zijn nauwgezette exegese en eerbied voor Gods Woord. „Van der Meiden was er diep van overtuigd dat de ware omgang met de Schrift bevindelijk van aard is.”

Als knaap van amper zeventien jaar gaat Jaap Brons naar Apeldoorn, om admissie- examen af te leggen. Hij weet zich geroepen tot het ambt van predikant, en wordt direct toegelaten tot de Theologische School van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Een geheel onbekende wereld voor de Veluwse jongen uit Ermelo, zoon van een keuterboer.
Hoog kijkt hij op tegen de drie hoogleraren. „Van der Schuit was de voorman. Hij doceerde dogmatiek en overzag heel het kerkelijk leven. Van der Meiden had het breedste pakket: Oude Testament, Nieuwe Testament en ambtelijke vakken. Een gebied dat één man in feite onmogelijk kon bestrijken. Hovius gaf kerkgeschiedenis.”
Vooral Van der Schuit en Van der Meiden maken indruk. „Het waren allebei eerbiedwaardige figuren, de zeventig al gepasseerd.” Omdat de Theologische School nog uitsluitend als predikantsopleiding voor het eigen kerkverband fungeert, zijn de groepen klein. „Ons jaar bestond uit twee studenten. Mijn medestudent was de later bekende ds. F. Bakker. Hij was al voor in de dertig. We konden het heel goed vinden samen. Bakker was voor mij een vaderlijke vriend.”

Autodidact
De aanspreektitel professor hebben de hoogleraren, die geen van allen gepromoveerd zijn, aan de ijdelheid van de befaamde ds. G. Wisse te danken.
„Die was van 1928 tot 1936 aan de Theologische School verbonden, en wilde professor genoemd worden. Dat is na hem zo gebleven.”
Van der Meiden brengt de twee studenten de eerste beginselen van het Hebreeuws bij. „Een groot deel van zijn kennis had hij als autodidact vergaard, met een enorm doorzettingsvermogen. Van zijn studenten verwachtte hij dezelfde inzet. Doe je nu examen in Hebreeuws, dan moet je een aantal ‘capita selecta’ voorbereid hebben. Bij Van der Meiden wist je niet welk Bijbelgedeelte je toegewezen zou krijgen. Dat kon uit heel het Oude Testament zijn. Hij legde de lat heel hoog. Voor een student te hoog.”
Karakterologisch is Van der Meiden de tegenpool van Van der Schuit.
„Professor van der Schuit trad op de voorgrond. Van der Meiden was zeer bescheiden, wel standvastig. Hij liet zich niet opzij zetten. Ze vulden elkaar goed aan, en werkten zeer harmonieus samen. Als Van der Schuit al filosoferend wel heel weidse vluchten maakte, zette Van der Meiden hem weer met beide benen op de grond.”

Hooglied
Van der Meiden maakte op de inmiddels 77-jarige emeritus predikant uit Urk vooral indruk vanwege zijn doorwrochte en tegelijk eenvoudige, diep bevindelijke omgang met de Schrift. „Hij theoretiseerde niet over bevinding, zoals Wisse vaak deed, hij wás bevindelijk. De bevinding kwam bij hem altijd op vanuit de tekst. Van der Meiden was er diep van overtuigd dat de ware omgang met de Schrift bevindelijk van aard is. Bij elke tekst was zijn worsteling: ‘Wat bedoelt de Heere met dít woord?’ Tot de letter toe.”
Door artikelen in De Wekker zoekt de hoogleraar ook de kerken te vormen. „Zijn wetenschappelijk bezig zijn was helemaal gericht op de toerusting voor de prediking. Heel waardevol vind ik zijn commentaar op het Hooglied. Daarin vind je Van der Meiden ten voeten uit, wars van allegoriseren. Hij vergeestelijkte niet, maar wilde op een geestelijke wijze de Schriften verstaan. Dat is ook het eigene van zijn boek over het Hooglied. Vanuit de natuurlijk liefde van man en vrouw, geheiligd naar Gods scheppingsinstelling en in de vreze Gods, komt hij terecht bij wat Paulus zegt: ‘Deze verborgenheid is groot, maar ik zeg dit ziende op Christus en de gemeente’. Zijn lessen voor de praktijk van het christelijk huwelijk vind ik nog altijd heel sprekend.”

Onafhankelijk
De onafhankelijkheid van Van der Meiden brengt hem ertoe mee te werken aan een nieuwe Bijbelvertaling. Terwijl hij weet dat dit in de rechterflank van zijn kerkverband, waarmee hij zich verbonden weet, gevoelig ligt. Met zijn medewerking kiest de Apeldoornse hoogleraar bepaald niet de eenvoudigste weg.
„Het moet voor hem een enorme opgave zijn geweest om de wetenschappelijke kenners van het Oude Testament bij te benen. Toch wilde hij zich niet aan de taak onttrekken. Het was zijn verlangen dat de Schriften in verstaanbare taal zouden blijven klinken en dat de vertaling geen verhindering zou zijn voor het verstaan van de boodschap. Met zijn deelnemen aan de Nieuwe Vertaling bedoelde hij overigens niet dat deze ook direct in de kerken gebruikt zou gaan worden.”
Voor zover de Urker emeritus predikant weet, reageerde Van der Meiden in De Wekker slechts één keer op de vaak felle kritiek die hij kreeg vanwege zijn bijdrage aan de Nieuwe Vertaling. „Op een voor hem typerende wijze. Hij adviseerde de critici hun woorden te wegen op een weegschaal die heilig is, vanuit zijn eigen diepe overtuiging dat we eens rekenschap hebben te geven voor Gods aangezicht. Ook over alles wat we hebben gezegd en geschreven. Tekenend was voor hem het woord van Paulus: ‘Het is mij om het even wie mij oordeelt, want Degene die mij oordeelt is de Heere.’ Zo heeft hij zijn arbeid verricht. Niet om zichzelf te profileren, maar om dienstbaar te zijn aan de kerken. De invloed die hij daardoor op mij had, gaat ver over de grenzen van het jaar dat ik Hebreeuws van hem kreeg.”

---
Van landarbeider tot hoogleraar

Leendert Huibert van der Meiden (20 april 1882) groeit op als oudste zoon in een hervormd gezin in Loosduinen. Zijn opleiding aan de ambachtsschool breekt hij na anderhalf jaar af om zijn vader te kunnen helpen op de boerderij.
Het lezen in een bundel preken van de oudvader Jodocus van Lodenstein, die hij op zolder vindt, brengt een geestelijke ommekeer in zijn leven teweeg. Omdat de prediking in de hervormde gemeente geen antwoord op zijn vragen geeft, gaat hij op zoek naar een plaats waar dat wel gebeurt. Die vindt hij in de Eben-Haëzerkerk aan de Haagse Snoekstraat, waar de christelijke gereformeerde ds. J.C. Wisse het Woord bedient.
Daar gaat het licht van Gods genade in zijn ziel op en ontstaat het verlangen ook zelf het Woord te mogen verkondigen. Met een attest van de kerkenraad wendt hij zich tot het curatorium van de Christelijke Gereformeerde Kerken, en wordt aangenomen.
In 1905 begint hij de opleiding aan de Theologische School, ondergebracht in Villa Nuova in Rijswijk. Van ’s morgens zes tot ’s nachts twaalf uur studeert de boerenzoon, om zijn achterstand in scholing in te halen. Op 30 oktober 1912 treedt hij in het huwelijk met Rookje van der Hout. Ruim twee weken later, op 17 november, doet hij intrede in zijn eerste gemeente: Enschede. Vijf jaar later neemt hij het beroep van de gemeente Dordrecht aan, in 1927 vertrekt hij naar de christelijke gereformeerde kerk van Den Haag. De gemeente waar hij zelf zo veel zegen heeft ontvangen.

Hoogleraar
In 1934 wordt Van der Meiden door de generale synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken verkozen tot hoogleraar, maar hij bedankt. Vier jaar later durft hij de verkiezing niet naast zich neer te leggen, hoewel hij een onmogelijk brede opdracht krijgt: het doceren van Oude Testament, Nieuwe Testament en ambtelijke vakken.
Op 16 september 1938 houdt hij zijn inaugurele rede over ‘De beteekenis der exegese voor den Dienst des Woords’. Een goed predikant is voor Van der Meiden in de eerste plaats een secure exegeet. Uit de exegese komt de bevindelijke toepassing op, nooit omgekeerd. In een reeks artikelen in het blad De Wekker geeft de Apeldoornse hoogleraar aan wat hij onder bevinding verstaat. Ze worden later gebundeld in het boekje ‘Wat is bevinding?’ De auteur distantieert zich zowel van een allegorische uitleg die afvoert van Schriftuurlijke bevinding als van een zodanig benadrukken van het verbond dat er voor de Schriftuurlijke beleving ervan geen plaats overblijft.
Binnen zijn kerkverband heeft Van der Meiden een prominente plaats. Hij leidt de generale synodes van Dordrecht (1922) en Hilversum (1937), heeft vele jaren zitting in het curatorium, is lid van meerdere deputaatschappen, redactielid van De Wekker, voorzitter van de Bond voor Jongelingsverenigingen en redacteur van het bondsorgaan ‘Luctor et Emergo’ en het naoorlogse ‘Ons Jeugdblad’. Mede voor zijn inzet als voorzitter van het christelijke doofstommeninstituut Effatha ontvangt hij een Koninklijke onderscheiding.

Nieuwe vertaling
Prof. Van der Meiden is een van de medewerkers aan de zogenaamde Nieuwe Vertaling van 1951. Hoewel hij die tegenover criticasters verdedigt, strijdt hij niet voor invoering ervan binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken. De vrede en eenheid binnen zijn kerkverband staat voor hem voorop.
Ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag, in 1952, schrijft collega J.J. van der Schuit: „Prof. Van der Meiden is een van die gebeeldhouwde figuren in Christus’ kerk die ons zeggen dat de Koning der Kerk ons brengt waar wij zelf nooit gedacht hadden te kunnen komen.” Een jaar later gaan beide hoogleraren met emeritaat. Van der Meiden is dan vijftien jaar aan de Theologische School verbonden geweest, Van der Schuit 31 jaar. Hun opvolgers zijn B.J. Oosterhoff voor het Oude Testament en W. Kremer voor het Nieuwe Testament en de ambtelijke vakken. Dr. J. van Genderen gaat dogmatiek doceren.
In zijn slotcollege behandelt Van der Meiden de exegese van de woorden ‘berit chadasjah’ (nieuw verbond) in Jeremia 31 vers 31. Zijn betrokkenheid op deze profeet blijkt uit zijn commentaar op de Klaagliederen van Jeremia. Na zijn emeritaat gaat hij nog veelvuldig voor in zijn woonplaats Den Haag. Op zondag 18 november 1962 preekt hij voor het laatst, over de woorden: ‘Maar het zij verre van mij dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onze Heere Jezus Christus; door Welke de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.’ De preek staat in het teken van zijn 50-jarig ambtsjubileum.
Zes dagen later overlijdt hij door een hersenbloeding. In een ‘In Memoriam’ voor De Wekker schrijft
prof. Van der Schuit: „Als man des vredes heeft hij zich nooit druk gemaakt om het zwaard te scherpen in de strijd. Zijn kracht lag niet direct in het offensief, ook niet in het defensief, maar wel in het massief van Gods waarheid.” Vanuit de Jeruzalemkerk in Den Haag wordt het lichaam van Van der Meiden onder grote belangstelling naar de bekende begraafplaats Oud Eik en Duinen vervoerd, waar zijn stof rust tot de jongste dag.

---
Zwakke biografie
Uitgeverij ‘Om Sions Wil’ bracht onlangs een boek over professor L.H. van der Meiden uit. Na een informatieve bijdrage van prof. A. Baars over de theologische betekenis van de Apeldoornse hoogleraar volgt een nogal rommelige levensbeschrijving. Opvallend is dat nauwelijks inhoudelijke aandacht wordt besteed aan zijn wetenschappelijke arbeid. Zo ontbreekt informatie over zijn commentaren op Klaagliederen en het Hooglied.
Het tweede deel van het boek bevat meditaties die Van der Meiden schreef voor het jeugdblad ‘Luctor et Emergo’, waarvan hij vele jaren hoofdredacteur was. Onduidelijk is waarop deze keuze is gebaseerd.
Een selectie uit zijn artikelen voor De Wekker zou een veel breder beeld van Van der Meiden hebben gegeven. Kortom, een man van deze statuur verdient een beter boek.

N.a.v. ‘Liefde voor het Woord. Leven en werk van prof. L.J. van der Meiden’; red. G. Koffeman en
ds. A. van de Weerd; 189 blz.; prijs € 16,50.

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 januari 2012

Terdege | 84 Pagina's

Een bescheiden Schriftgeleerde

Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 januari 2012

Terdege | 84 Pagina's

PDF Bekijken