Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Christen in het Groninger land

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Christen in het Groninger land

„Met mensenwerk red je het nergens, maar in deze streek zeker niet”

15 minuten leestijd

De christenheid in Nederland wordt een steeds kleinere minderheid. Dat roept onder reformatorische christenen in de Bijbelgordel de vraag op wat hun te wachten staat. Ze kunnen leren van orthodoxe medechristenen in Groningen. Die hebben ervaring in het alleen staan. „Je moet afleren om te tellen.”

De nieuwbouwwijk Reitdiep aan de rand van Groningen lijkt op de foute plek beland.
Zielloos staan de woningen in het kale grasland. Kunstmatige waterlopen moeten de bewoners de indruk geven op stand te wonen. Nog geen vijfhonderd meter verderop ligt het eeuwenoude terpdorp Dorkwerd, acht huizen groot.
Boven op de heuvel, achter kerkelijk centrum De Hoeksteen, staat een uit 1648 daterend kerkje. Eromheen rust het stof van verdwenen geslachten. De zerken houden de namen in gedachtenis. Op de fl ank van de terp, op z’n Gronings een ‘wierde’, ligt een boerderij uit 1731. Onder paardenliefhebbers is de hoeve een begrip. Al meerdere generaties fokt de familie Wolters hier haar raspaarden.
Vanuit het klokkengat in de kerktoren klinkt een schurend geluid.
Achter de kerkdeur staat scriba Jan Oldenhuis, in werkkleding. Hij assisteert de ambachtsman die het mechanisme van de luidklok repareert.
„We hebben hier minder te besteden dan de meeste kerken in het westen”, verklaart de authentieke Groninger, „dus als er wat te repareren valt, help ik mee.”
Aan de voorkant van de wierde ligt de pastorie, met op de gevel de woorden ‘Pax Intrantibus’. ‘Vrede voor hen die binnentreden’. Sinds augustus 2009 wordt het karakteristieke pand bewoond door Michel van Heijningen (35). Na een loopbaan in het reformatorisch onderwijs trok hij met zijn jonge gezin naar het Groninger land.

Dankbaar
De kerkelijk werker van de PKN volgde de Cursus Godsdienstonderwijs van de Gereformeerde Gemeenten en de opleiding Godsdienst Pastoraal Werker aan de Christelijke Hogeschool Ede. Vanuit het verlangen zendings- of evangelisatiewerk te gaan verrichten. Door een advertentie in De Waarheidsvriend, het orgaan van de Gereformeerde Bond, kwam hij in Dorkwerd terecht. „Ze zochten hier een kerkelijk werker voor twaalf uur per week. Dat ben ik geworden, iets waar ik alle dagen nog blij en dankbaar voor ben.”
Gaandeweg kwam Van Heijningen in een steeds geseculariseerdere omgeving terecht. „Ik ben opgegroeid in Zuilichem. Daar ging het halve dorp naar de kerk. Na ons trouwen zijn we in Krimpen gaan wonen. Daar waren ook de buren en de overburen nog kerkelijk. In Zwijndrecht waren we bijna de enigen in de buurt die naar de kerk gingen. Hier zijn het enkelingen in een dorp.”
Het kostte wat tijd om te wennen aan de aantallen. „Je moet afl eren om te tellen. In het begin waren we blij als er op zondag dertig mensen in de kerk zaten. En dan zijn wij nog bevoorrecht. Veel gemeenten kennen geen catechisatie meer, omdat er geen jeugd is. Ik heb twee catechisatiegroepen van elk vier jongeren, een Bijbelkring en een gebedskring van een paar mensen. In andere dorpen leid ik soms een dienst voor negen mensen, inclusief de kerkenraad en de organist.”
Toch verlangt hij niet terug naar de Bible Belt. „De reformatorische cultuur heeft een bewarende invloed, maar vertroebelt tegelijk het beeld van de werkelijkheid waarin we leven. Al veel langer heb ik het idee dat we té veel met bijzaken bezig zijn. Mensen moeten bij het kruis van Christus komen, dat is voor mij de kern van de zaak. Daar word je hier sterk op teruggeworpen.”

Rechtzinnig
Sinds kort assisteert Van Heijningen in de hervormde gemeente van het Friese Wijnjewoude. Een dominee beroepen zit er ook daar niet meer in. „Het aantal kerkgangers is gezakt tot zo’n veertig. Dat is de situatie in steeds meer gemeenten.”
Daardoor groeide zijn besef dat God Zelf Zijn kerk in stand moet houden. „De gemeenten zijn hier klein en kwetsbaar. Met mensenwerk red je het nergens, maar in deze streek zeker niet. De tekst voor mijn intreepreek was psalm 90 vers 16a: ‘Laat Uw werk gezien worden.’ En dat mógen we gelukkig ook zien.”
Voor nuanceverschillen laat het geestelijk klimaat in Groningen weinig ruimte. „Je bent hier rechtzinnig of vrijzinnig. Zo wordt dat ook door de gemeenteleden beleefd. Wij zingen uit het Liedboek, maar zou een predikant enkel psalmen opgeven, dan heeft vrijwel niemand dat in de gaten. Met dat soort zaken houden ze zich hier niet bezig. Ik ook niet, omdat ik het verwacht van de prediking, niet van de liturgie. Daarom sluit ik me overal aan bij de bestaande situatie.”
Samen met de hervormde gemeenten van Noordhorn-Saaksum, Sebaldeburen, Leek, Bedum-Onderdendam, Siddeburen-Steendam-Tjuchem, Stedum-Lellens-Wittewierum-Ten Post en Westerbroek vormt Dorkwerd de ring van rechtzinnige hervormde gemeenten in Ommelanden.
„Het dubbele is dat we door reformatorische christenen in het westen als licht worden gezien, terwijl ze ons hier superzwaar vinden.”

Bijbeluur
Door de nabijgelegen nieuwbouwwijk, die deels onder Dorkwerd valt, groeide het aantal papieren leden van de PKN-gemeente in het minidorp sterk. Het formele lidmaatschap van wijkbewoners maakt het Van Heijningen in ieder geval gemakkelijk om contact te leggen.
„Bij een aantal mensen ben ik nu welkom. Kerkelijk werk en evangelisatie lopen in Groningen sterk door elkaar. In het vorige seizoen heb ik met een aantal mensen een ‘Kennismakingscursus christelijk geloof ’ gevolgd.”
Allerlei gelegenheden om te preken of te spreken grijpt de kerkelijk werker aan. Dat kan een Bijbeluur in een bejaardenhuis zijn, maar ook een evangelisatiedienst op een camping.
Juist die variatie vind ik zo mooi en boeiend. Het zijn mogelijkheden en kansen, waarbij de Bijbel opengaat.”
Om buitenkerkelijken te trekken, houdt de gemeente van Dorkwerd op zondagavond regelmatig een zangdienst. Op initiatief van Van Heijningen kwamen er de nog laagdrempeliger ‘Open kerk middagen’. „Die trekken relatief veel bezoekers. Mensen kunnen op elk moment binnen lopen, we geven ze een bak koffie en gaan met hen in gesprek. Aan het eind van de middag gaat de Bijbel even open en wordt er gebeden. Soms merk je dat het bezoekers raakt. Je bereikt op deze manier mensen voor wie de drempel naar een gewone kerkdienst nog te hoog is.”

Schuur
Aan een eindeloze landweg buiten Spijk, vlak onder de Waddenzee, woont Vera Tukker (73). Voor en achter haar minibungalow ligt kaal akkerland, ontsierd door elektriciteitsmasten en windmolens. „Ja, die zijn niet fraai”, lacht de weduwe van dr. C.A. Tukker, „maar het landschap zelf vind ik mooi. Ik voel me hier thuis.”
In 1976 kwam ze voor het eerst naar Groningen, door het beroep dat haar man kreeg van de hervormde gemeente van Noordhorn- Niezijl-Saaksum. „Hij heeft het per telefoon aangenomen, omdat hij wist dat hij daar moest zijn. Het is misschien maar goed dat we er niet eerst zijn wezen kijken. Na Meppel vroeg een van onze jongens: ‘Wonen hier geen mensen meer?’
Omdat ze de kerk aan het restaureren waren, werden de diensten in een soort schuur gehouden. Aan de pastorie moest van alles gebeuren. Maar de mensen waren allerhartelijkst.”
Na zijn vervroegd emeritaat, in 1995, trok de orthodox hervormde predikant met zijn echtgenote naar Spijk. Naar Groningse maatstaven een florerend dorp, verzekert de uitbater van cafetaria ’t Spiekertje. In het centrum ligt de oude hervormde kerk, omgeven door een singel waarin zwarte zwanen zwemmen. „Vaak kwamen we hier niet”, bekent Vera Tukker, „want mijn man preekte heel veel in de omgeving. Bijna uitsluitend in gereformeerde kerken. De gereformeerde mensen zijn in Groningen meestal orthodoxer dan de hervormde.”

Bijbellezingen
Op zaterdagmorgen hield Tukker regelmatig Bijbellezingen in een zaaltje in Spijk, voor liefhebbers uit een wijde omtrek. Vanuit de Griekse grondtekst behandelde hij complete nieuwtestamentische Bijbelboeken: pericoop na pericoop, hoofdstuk na hoofdstuk. „Mede daardoor kreeg hij steeds meer uitnodigingen van gereformeerde kerkenraden. Ze hadden in de gaten: ‘Bij die man kun je wat horen.’ Omgekeerd voelde hij zich thuis onder de Groningers. De volksaard lag hem.”
Hoewel hij een verklaard tegenstander was van de vrouw in het ambt, ging de behoudende hervormde predikant ook voor in gemeenten met vrouwelijke ouderlingen. „Hij zag deze streek als zendingsgebied. Soms zijn er gewoon geen mannen. En hij woog de zaken tegen elkaar af. Het belang van een Bijbelse prediking stond voor hem voorop. Mijn man liet zich bovendien niet in een vakje plaatsen. Hij was gastlid van een kloostergemeenschap in Zuid-Duitsland. Nog steeds krijg ik berichten van de Brüder und Schwestern vom Geimeinsamen Leben. Pas nog, omdat pater Johannes is overleden.”

Spijk
Inmiddels wordt de hervormde gemeente van Spijk gediend door de gereformeerde predikant van het dorp. „De ene keer zitten we in de hervormde kerk, de andere keer in de gereformeerde. Geld voor een tweede predikant is er niet, en die hoeft er wat mij betreft ook niet te komen. We hebben nu een prima dominee. En een man des vredes. Dat is in zo’n situatie heel belangrijk.”
Toch zakt de kerkgang geleidelijk verder terug. „Toen we hier kwamen wonen, was de hervormde kerk op zondag redelijk gevuld. De gereformeerde kerk had nog twee diensten. Nu kunnen we met gemak met twee gemeenten in één kerk, een tweede dienst is er maar af en toe. Je moet in zo’n omgeving oppassen dat je zelf ook niet afglijdt. In het begin mis je de tweede dienst, geleidelijk wen je eraan.”
Over het gezag van de Bijbel ging de predikantsweduwe, die in een vrijzinnig milieu opgroeide en op jonge leeftijd tot bekering kwam, niet anders denken. „Gelukkig niet. Dan komt je enige zekerheid op losse schroeven te staan. Wel heb ik afgeleerd om mensen voor onze opvattingen te winnen. Gods Geest moet het doen. Ik hoop door mijn leven iets te laten zien van de liefde van God. De een is goed met woorden, ik ben beter in het zorgen voor mensen die het moeilijk hebben. Mijn moeder zei al: ‘Jij trekt de kneusjes aan.’ Toen we hier kwamen wonen, heb ik me direct opgegeven voor algemeen vrijwilligerswerk onder ouderen. Door dat werk krijg je soms spontaan een gesprek over het geloof. In onze gemeente ben ik twee jaar wijkbezoeker geweest. Omdat er in die periode niet genoeg ouderlingen waren.”

Leegloop
Akkerbouwer en pluimveehouder Marco van der Spek (39), ouderling van de gereformeerde gemeente in Groningen, groeide op in het Groninger land. In 1954 ‘emigreerden’ zijn ouders vanuit Moerkapelle naar Houwerzijl, toen nog een behoudend dorp. Nu gaat vrijwel geen dorpeling meer naar de kerk. De voormalige gereformeerde kerk wordt particulier bewoond. In de voormalige gereformeerd vrijgemaakte kerk kwam De Theefabriek, ‘een paradijs voor de theeliefhebber’.”
De treurige ontwikkeling is volgens Van der Spek deels te wijten aan leegloop door de mechanisatie in de landbouw, deels door de snelle opmars van de vrijzinnigheid. „Als je het gezag van Gods Woord loslaat, verdwijnt de noodzaak om nog onder de prediking te komen.”
Vooral de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt verschoten in korte tijd sterk van kleur. „Onze oudste gaat naar het vrijgemaakte Gomarus College in Groningen. Toen ik daar leerling was, waren mijn theologische opvattingen wel wat afwijkend, maar het verschil in levensstijl was minimaal. Nu is onze dochter echt een uitzondering, omdat ze niet deelneemt aan door school georganiseerde bezoeken aan theater en bioscoop.”

Details
Een scherpslijper is de reformatorische boer niet. „Het inhoudelijke verschil tussen ons en anderen is zo groot, dat je je niet hoeft te onderscheiden op details. Met onderling getwist kunnen we ons al helemaal niet bezighouden. We hebben elkaar veel te hard nodig om samen een reformatorische basisschool in stand te houden en naar de buitenwacht duidelijk te maken waar het in Gods Woord om gaat.”
Dat heeft grote voordelen, vindt Van der Spek. „Discussies over bijzaken spelen hier minder. Je moet meteen naar de kern. De jongeren van onze gemeente zijn daardoor weerbaarder. Ze moeten leren verwoorden waar ze voor staan. We proberen hen te wapenen vanuit het positieve. Als we Jezus Christus als onze Zaligmaker kennen, hebben we een troost in leven en sterven en een Hulp die ons in alles gelijk is geworden, uitgenomen de zonde. Door de geseculariseerde omgeving waarin onze jongeren leven, doen ze ook bewuster belijdenis. Dat werkt kerkzuiverend.”
De leden van de Groningse streekgemeente zijn afkomstig uit tal van kerken: van de Oud Gereformeerde Gemeenten tot de Gereformeerde Kerken synodaal. De interne liggingsverschillen leveren geen problemen op. „We respecteren dat we over ondergeschikte zaken verschillend denken. Die ruimte moet er zijn, anders krijg je hete hoofden en koude harten. Dat waar het echt om gaat, sneeuwt door getwist over bijzaken heel gemakkelijk onder. Dat speelt hier gelukkig minder. Typerend is dat jongeren en ouderen uit kleine gemeenten van andere kerkverbanden lid zijn van onze verenigingen.”

Scherp
Echtgenote Rianne, ook afkomstig uit Moerkapelle, kwam in 1994 door haar huwelijk naar Groningen. In de loop der jaren bouwde ze in de omgeving een kring van kennissen op. Deels onkerkelijk. Tijdens de ontmoetingen gaat het meest over alledaagse zaken. „Gesprekken over het geloof heb je hier niet snel. Ook de gereformeerden en de vrijgemaakten willen het er meestal niet over hebben, vanwege de scheuring die er is geweest.”
De jongste kinderen gaan naar de kleine reformatorische basisschool in Groningen. Daar zijn ook kinderen welkom van ouders die niet tot de gereformeerde gezindte behoren, maar wel het grote belang van degelijk christelijk basisonderwijs zien.
„Ook een grote reformatorische basisschool moet daarvoor open staan, vindt Marco. „Zonder de grondslag te relativeren. Juist in deze tijd is kennis van de gereformeerde belijdenisgeschriften geweldig belangrijk. Daarin is de Bijbelse leer heel duidelijk vervat.”

Overal
Als hij alle plussen en minnen van het leven op het Groninger land op een rij zet, is Van der Spek niet jaloers op zijn familie in het westen.
„Uiteindelijk leeft de wereld niet om ons heen, maar in ons hart. Dat is een reden te meer om als reformatorische christenen al het kerkelijke getwist te staken, en schouder aan schouder het christelijk geloof te belijden in woord en wandel. Want de secularisatie gaat heel hard, ook in de Bible Belt. Houwerzijl laat zien dat een behoudend christelijk dorp in vijftig jaar kan veranderen in een totaal onchristelijk dorp.”
Michel van Heijningen adviseert jonge mensen die overwegen de zending in te gaan, eerst na te denken over de vraag of ze in eigen land nog iets kunnen betekenen. „Ook Nederland kent zijn zendingsvelden. Voor kleine kerkelijke gemeenten is het bovendien een geweldige bemoediging als een jong gezin zich aansluit. En je kunt hier het verschil maken.”
Duidelijk voorbeeld is de familie Van den Bergh, die tientallen jaren geleden vanuit Delft naar Groningen kwam. Moeder Nelie, de vrouwelijke kerkrentmeester van Dorkwerd, is een steunpilaar voor de gemeente. „Een zoon van haar zat in de kerkenraad van Onderdendam. Een andere zoon kerkt in Stedum, een dochter in Bedum. Overal proberen deze mensen de orthodoxe prediking in stand te houden. Zulke families kunnen hier enorm veel betekenen. Veel meer dan in het westen.”

---
Ds. S.P. Roosendaal: „Een roep uit Groningen telt voor twee”
„Christenen in Groningen zijn gewend om te leven in een minderheidspositie.
Dat geldt ook voor de leden van de christelijke gereformeerde kerk van Nieuwe Pekela. De meeste gemeenteleden leven en werken in een seculiere omgeving. Daarom komt een Pekelder niet alleen naar de kerk om zelf door de verkondiging te worden gevoed. Hij of zij heeft ook een woord nodig voor buren, collega’s en sportvrienden. De woorden die van de kansel klinken, mogen een echo krijgen op het kantoor en in de kantine.
Toen ik voor het eerst als kandidaat in de classis Groningen mocht voorgaan, heb ik die spanning gevoeld.
Hoe mag ik het Woord zo doorgeven, dat het op maandag nog vrucht draagt? Dan moet ik het zo concreet zeggen dat een niet-kerkganger het kan begrijpen. De roeping uit Groningen telde dus voor twee. Ik ontving de roepstem die uitging van de gemeente en tegelijk hoorden daar ook al die mensen bij die God in de provincie Groningen nog wil bereiken. De Heere legde het in mijn hart om deze classis met veel vacante gemeenten te dienen.
Juist in een onkerkelijk gebied wil God Zijn gemeente gebruiken om Zijn liefde voor de wereld te laten zien. Voor mij als beginnend predikant ligt in het noorden de taak om de boodschap van zonde en genade te brengen en om dat Evangelie verstaanbaar te laten zijn voor onze tijd.”

---
Dr. J. Stolk: „Groningen is kerkelijk zeker geen woestijn”
„Toen ik mijn collega’s in Amsterdam vertelde dat wij na mijn pensionering naar Lutjegast in Groningen zouden verhuizen, keken ze mij ongelovig aan. ‘Daar krijg je spijt van!’ Inmiddels wonen we hier vijf jaar en we willen nooit meer terug naar het westen. We ontdekten al gauw dat het beeld van de stugge Groninger een Hollands vooroordeel is. Als je geen kapsones hebt, word je hier zo in de dorpsgemeenschap opgenomen. Mijn vrouw volgde een cursus Westerkwartiers dialect en meldde zich aan bij de historische kring van het dorp. We werkten mee aan de praalwagens voor het dorpsfeest en zaten met elkaar te eten aan lange tafels in de Dorpsstraat.
‘Maar hoe is het dan kerkelijk’, vragen mensen soms. ‘Dat valt zeker niet mee?’ Nee, dat valt nergens mee, maar Groningen is kerkelijk zeker geen woestijn. De orthodoxe gemeenten in de omgeving zijn klein maar standvastig. Er zijn Bijbelclubs voor kinderen en jongeren, er zijn gebedskringen, er wordt geëvangeliseerd en er is een bloeiende christelijke boekhandel.
Zelf zijn wij lid geworden van de christelijke gereformeerde kerk van Siegerswoude-De Wilp, een streekgemeente. We ervaren het als een bijzondere zegen dat we daarnaartoe geleid zijn. Een bevindelijke prediking, een hechte gemeenschap, meelevend, wars van allerlei vernieuwingen. Zo zijn ze hier in het noorden. De preek, daar gaat het om, en de rest houden we zoals het altijd was. In dat proiel passen wij wel. Kerkelijk en maatschappelijk is het in Groningen natuurlijk niet beter dan elders in het land, maar wij hebben hier wel geleerd om onze zegeningen te tellen. We verbazen ons over wat de Heere hier nog geeft.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 februari 2012

Terdege | 84 Pagina's

Christen in het Groninger land

Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 februari 2012

Terdege | 84 Pagina's

PDF Bekijken