IMAGES OF GOD IN THE OLD TESTAMENT
Mary B, Mills, IMAGES OF GOD IN THE OLD TESTAMENT, 159 p. £ 14, 99. Cassel, Lon don 1998.
Voor Mary Mills heeft de God van het Oude Testament vele gezichten. Al naar gelang de tijden en omstandigheden veranderen de beelden die mensen van Hem hebben. In haar eerste aantekening verwijst zij naar het bekende boek van J. Miles, God: A Biography verschenen in 199.'> . Daarmee is direct al de toon gezet.
De Tora laat drie van elkaar te onderseheiden Godsbeelden zien: de God der vaderen in het boek Genesis waarvan de polytheïstische achtergrond onder de oppervlakte nog zichtbaar is (19-30), de God van de wet en de verbondssluiting op de Sinaï die frappante parallellen vertoont met de Ugarithische Baal, de 'wolken-rijder', die zijn woonplaats heeft op de berg van het Noorden (31-43) en de God van liefde en naijver uit het boek Deuteronomium (44-55). Mills vergelijkt de ban met de ethnische zuiveringen in Irak, Afrika en op de Balkan (51).
De Profeten als onderdeel van de Hebreeuwse Bijbel zijn op te vatten als een commentaar op de Tora. De schrijfster noemt dit verschijnsel "canonical criticism" (59). Het Godsbeeld van Deuterojesaja als de Eerste en de Laatste (want buiten Hem is er geen God), geeft de God der vaderen uit het boek Genesis een uitgesproken monotheïstisch karakter (59-70). De voorstelling van God als de Vader en Echtgenoot van het volk Israël bij de Profeten is controversieel omdat het leidt tot een negatieve waardering van de vrouw (71-82). Toch mag niet over het hoofd worden gezien dat er bij de God van Israël vrouwelijke trekken te herkennen zijn. De innerlijke bewegingen van Gods barmhartigheid worden tot uitdrukking gebracht door een woord dat oorspronkelijk de aanduiding is voor 'moederschoot" (77). Het Godsbeeld bij Ezechiël wordt bepaald door twee thema"s: de heiligheid van God en de toepassing van de mythologische voorstellingen van de berg Sion op het heiligdom van de toekomst (83-94).
In de Geschriften, het derde deel van de Hebreeuwse Bijbel, ontbreekt de samenhang met de Tora en de Profeten (97). In de Profeten wordt vooral gebruik gemaakt van titels om aan te geven wie God is is, in Spreuken en Prediker zijn het meer de eigenschappen die Hem worden toegedicht, met name de wijsheid. Zij werkt door in de schepping. Vrouwe Wijsheid wijst op feministische aspecten in de voorstelling van God (97-108). In de Psalmen komen vooral de macht en gerechtigheid van God naar voren. De liturgie van het heiligdom geeft vorm aan de dynamiek van een cultisch drama. Daarop wijst bet mytologisch taalgebruik. Jeruzalem wordt het symbool voor Gods heerschappij over alle plaatsen en alle tijden (109-122). In het boek Daniël treedt God vooral naar voren als de God van de tijd en de Heer van de geschiedenis (122-134). De apocalyptiek is een uiting van verzet tegen onderdrukking: 'the god of time is a political deity who is a major political force in history" (130).
Nemen wij de Hebreeuwse Bijbel als één geheel dan blijkt dat al deze beelden staan ingekaderd in de voorstelling die van God al gegeven is in Genesis I-I I: Hij isde Schepper, Rechter en Verlosser. Dit grondpatroon veronderstelt een relatie tussen en God en mens. Het geeft weer wat wij mensen ervaren. Wij zijn geschapen, worden voortdurend beoordeeld en verlangen op de een of andere manier naar verlossing. Dat is het schema van onze biografie. Volgens Miles wordt dat dan ook het schema van de biografie van God. God in Zijn solitaire staat weet niet Wie Hij is. De interactie tussen God en Zijn mensen zet een ontwikkeling in gang waarin God Zijn eigen diepten ontdekt. Gaat het over God dan gaat het meteen ook over ons (135-140). Deze benaderingswijze staat op gespannen voet met het traditioneel christelijk geloof Mary Mills komt niet tot een oplossing. Kaardoel is bereikt wanneer haar studenten de oude tek.sten leren lezen in hun .sociaal-culturele context in het besef dat zij op hun beurt weer staan in de context van onze moderne tijd. Tegenover het mythologisch kader van toen staat ons ideologisch kader nu (141-149).
Wie studie maakt van dit boek ziet dat de principia van de theologie in de bijbelwetenschap een
steeds grotere rol spelen. Staat achter God een werkelijkheid die God is of is het woord 'God' niet anders dan expressie van wat mensen in een sociaal-culturele context hebben ervaren van wat zij een 'hogere macht' noemen of noemden? De uiterste consequentie is dan de deconstructie-theorie van J. Derrida. Dat is nog minder dan het nominalisme van weleer.
H.
H.d.B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1999
Theologia Reformata | 307 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1999
Theologia Reformata | 307 Pagina's