Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Onze Belijdenis.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Onze Belijdenis.

6 minuten leestijd

Art. 4b. deze worden aldus geteld in de Kerke Gods.

XX.

De Schriften des Ouden en Nieuwen Testaments, de Kanonieke Boeken kunnen op verschillende wijzen verdeeld of geteld worden. Deze indeeling kan geschieden op de wijze waarop dit gewoonlijk en ook in Art. 4 onzer Belijdenis plaats heeft. We kunnen n.l. de verschillende geschriften, die de Heilige Geest den profeten en apostelen in den mond en in de pen heeft gegeven, in de gewone volgorde samenvoegen en dit doende bemerken we dat het Oude Testament uit 39, het Nieuwe Testament uit 27, dat dus onze geheele Bijbel uit 66 boeken bestaat.

Voor we echter aan het ontstaan en aan den inhoud dezer verschillende boeken een enkel woord wijden, willen we op een andere indeeling de aandacht vestigen. De Heilige Schrift kan n.l. op goede gronden ook ingedeeld worden  naar het verschillend karakter, dat aan de onderscheidene boeken des Ouden en Nieuwen Testaments eigen is. Zoo zijn er boeken, die een zuiver historisch karakter dragen; in het Oude Testament zijn deze boeken 17, in het Nieuwe Testament slechts 5 in getal. Daar zijn, althans in het Oude Testament, boeken van een dichterlijken aard, en niet zelden hebben deze geschriften ook de bedoeling om leering of onderwijzing te geven; in het Oude Testament bestaan er van zulke dichterlijke boeken 6, terwijl het Nieuwe Testament 21 van zulke, zij het dan ook niet-dichterlijke, leerboeken bevat. En zoo zijn er in beide Testamenten ook boeken met een profetische strekking. Te dien opzichte geeft het Oude Testament ons 16 geschriften, terwijl daarentegen het Nieuwe maar 1 boek in zich besluit.

Nog een andere-onderscheiding, v.n.l. van de boeken des Ouden Verbonds, is de indeeling die ons in de H. Schrift zelf aan de hand wordt gedaan. Of was het de Heiland zélf niet, die eenmaal den Emmaüsgangers wees op wat van Hem in de (en daarmee doelde Hij op het Oude Verbond) Wet van Mozes en Psalmen en Profeten geschreven stond.

Wet, Profeten, Psalmen en bovendien de z.g.n. chokma; dat is dan ook niet zelden de indeeling, waarnaar de verschillende soort van Oud-Testamentische litteratuur onderscheiden wordt.

In de eerste plaats de Wet, ook wel de Wet van Mozes genaamd. Gewoonlijk verstaan we daaronder niet slechts de Wet der 10 geboden, die Mozes op twee met Gods eigen vinger beschreven tafelen ontving, maar de gansche inhoud van de eerste vijf Bijbelboeken, die, al werden sommige gedeelten door hem ook aan andere toen reeds bestaande bronnen ontleend, toch door dezen middelaar des Ouden Verbonds op schrift zijn gebracht.

In de tweede plaats de Profeten. Daaronder moeten niet slechts verstaan worden de geschriften dier mannen, die bij ons gewoonlijk met den naam van Profeten worden aangeduid. Wij moeten niet meenen, dat de Profeten slechts de 4 groote en de 12 kleine Profeten zijn, van welke Jesaja de eerste en Maleachi de laatste is. De profetie, d. w.z. het getuigenis afleggen in den Naam des Heeren, dateert reeds van veel vroeger. We vinden dan ook in de historische boeken des Ouden Verbonds telkens van allerlei profeten — denk maar aan Samuel, Gad, Nathan, Elia en Eliza — melding gemaakt. Niet onwaarschijnlijk, dat niet slechts de boeken van Samuel, maar ook de boeken van Koningen en Kronieken door zulke profeten uit de in Israel bestaande profetenscholen geschreven zijn. Wanneer er, van verschil tusschen de z.g.n. „vroegere" en „latere", ook wel „eerste" en „laatste" profeten sprake is, dan is dat verschil hierin gelegen, dat de „eersten" hun blik meer tot de inwendige aangelegenheden van het volk Israel beperkten, terwijl dè „laatsten" ook een oog hadden voor de staatkundige en maatschappelijke toeatanden des volks en voor de verhouding waarin Israels volk hoe langer hoe meer tot andere volken kwam te staan.

In de derde plaats de Psalmen! Dat zijn de liederen, waarvan een groot gedeelte door David, den man naar Gods hart, is gedicht. Ook in de historische boeken vinden we soms van liederen melding gemaakt. We denken aan het lied van Mozes, dat ons in Deut. 32, aan het lied van Debora, dat ons in Richt. 5, aan het lied van Hanna, dat ons in 1 Sam. 2 is bewaard; verder aan het lied van het zwaard, waarvan in Gen. 4; het lied van de bron, waarvan in Num, 21 gesproken wordt, terwijl we ook in de profetische geschriften, als in Jes. 5, Jes. 33 en Habakuk 3 liederen geboekt kunnen vinden.

Aan deze liederen zijn de liederen uit onzen Psalmbundel wel verwant, maar toch zijn zij er vooral hierin van onderscheiden, dat onze Psalmen, die wij als zoodanig kennen, in den regel het karakter dragen van een. gebed, ln het onderschrift van Psalm 72 wordt dan ook gezegd, dat de gebeden van David, den zoon van Isaï, een.einde hebben. Wanneer David of een der andere Psalmdichters hunne snaren tokkelden, dan was dat in den regel om hun hart uit te storten voor het aangezicht Gods. En als zij dan uiting gaven aan de blijdschap waarmee hun hart was vervuld, dan kreeg men natuurlijk een lofpsalm (Ps. 103 en 150); als zij uiting gaven aan de klacht die daar uit hunne ziel oprees, dan kreeg men natuurlijk een klaagpsalm (Ps. 38 en 142); of als zij uiting gaven aan den ijver van Gods huis, waardoor zij verteerd werden en aan den heiligen toorn over de lasteringen, waarmee de vijand den Naam des Heeren lasterde, dan kreeg men natuurlijk een vloekpsalm (Ps. 59 en 109). En zoo zijn er verschillende Psalmen, naar gelang de verschillende gestalten waarin de dichters verkeerden; er zijn Psalmen die meer zien op de groote werken Gods in het rijk der natuur (Ps. 29 en 104), er zijn er ook die meer betrekking hebben op de heerlijke werken Gods in het rijk der genade (Ps, 51 en 119).

Behalve Wet, Profeten en Psalmen, hebben we dan verder in het Oude Testament nog de z.g.n. chokma, dat is de leer der Wijsheid. Hiermee worden bedoeld de verschillende wijze levenslessen, die ons voornamelijk in de Spreuken en in den Prediker gegeven zijn. Deze lessen hebben tot uitgangspunt, dat de vreeze des Heeren het beginsel van alle wetenschap, het begin van de wijsheid zelve is. Zij slaan in den regel op de practijk van het leven en hebben betrekking op verschillende verhoudingen die in het dagelijksch leven bestaan.

Op deze wijze kan dus de Oud-Testamentische litteratuur onderscheiden worden.

Aan deze verdeeling sluit de onderscheiding der Nieuw-Testamentische boeken zich aan. Ook daar heeft men immers boeken, die evenals de historische boeken des Ouden Verbonds, een zakelijk karakter dragen. Het zijn de Evangeliën, waarin ons van den Persoon en het werk van Christus en de Handelingen der Apostelen, waarin ons van de wording en het ontstaan der Christelijke Kerk gesproken wordt. Ook daar heeft men boeken die, overeenkomende met de Oud-Testamentische chokma en Psalmen, de bedoeling hebben om te leeren, te bemoedigen en te troosten. Het zijn de verschillende brieven die ons van de hand van Paulus en van de andere apostelen zijn nagelaten. En ook daar heeft men overeenkomende met de profetische boeken des Ouden Verbonds, de Openbaring van Johannes, waarin ons in Oostersche beeldspraak de toekomst van het Koninkrijk Gods, de toekomstige heerlijkheid van de Kerk des Heeren geteekend wordt.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Onze Belijdenis.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken