Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kringloop.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kringloop.

6 minuten leestijd

Hetgeen dat geweest is, dat is nu, en wat wezen zal, dat is aireede geweest, en God zoekt het weggedrevene. Pred. 3:15.

(Slot.)

Evenals ons creatuurlijk bestaan, zoo IS ook ons natuurlijk leven als mensch gebonden aan dezelfde wet. Wat geweest is, dat keert weer. De vermogens, die nog sluimeren in de prille jeugd, ze komen tot ontplooiing, doch ze schrompelen ook weer in bij het afgaan der jaren. En dan een groote boog, door dat rijk, buiten de tijden der eeuwen, waar juist de tijd wegïchuilt achter het begrip eeuwigheid, totdat ook het sterfelijke weer onslerfe-p lijkheid zal aangedaan hebben. Als striak» het „stoffelijk overschot", aan den schoot der aarde is toevertrouwd, ja, dan segt ons het Woord, dut een natuurlijk lichaam is gezaaid, maar ook meldt hetzelfde Woord, dat de kringloop niet volbracht is, want een geestelijk lichaam zal opgewekt worden. Toen God den mensch schiep werd eerst het lichaam geformeerd en daarna werd hij tot een levende ziel.

En zoo gelooven wij, dat bij den opbouw van het geslacht der menschen het verborgen borduursel, maar voor Hem niet verborgen, zoo het iu haar ontwikkelingsphase tot den menschelijken vorm is geschreden, de Haere den mensch een ziel inplant. „Hij geeft den geest, aan allen, die op de aarde wandelen (Jes. 42). Zoo toegerust met ziel en lichaam beide, gaan wij tot het aardsche leven in, maar straks komt we«r de scheiding en dan mag de Prediker immers wel weer vragen': Wie merkt er op, dat de ziel des menschen opvaart naar Boven tot God? Danloopen dus de banen van ziel en lichaam weer uiteen, totdat straks hun loop zal samenvloeien, als in de opstanding des vleesches onze ziel zal geoordeeld worden over hetgeen iu hot lichaam geschied is, 'tzij goed of kwaad. En daar zal eerst in volheid dat woord ons duidelijk worden, dat God het weggedrevene zoekt, en niet minder dat ook de geestelijke dingen gehoor­ zaam hun kringloop volbrengen, omdat Hij de dingen, die niet zijn, roept alsof zij waren. Dan zullen zij moeten naderen en komen voor onse conscientie, als wij ze reeds lang verzonken waanden hi vergetelheid.

Zeker, dat wordt evengoed ervaren in ons geestelijk bestaan op aarde, maar toch eerst in volkomenheid voor Gods Troon, Daar zal, wat hier ten deele gekend wordt, in volkomenheid voor ons bewustzijn treden.

O, het woord der Schrift wijst er zoo op, immers: op duizend vragen te antwoorden, wat zal het anders zijn, dan dat God h«t weggedrevene zoekt en voor onze conscientie voert. Dat op duizend vragen geen enkel antwoord komt, 't zal niet zijn omdat we geen besef meer hebben noch wetenschap omtrent de beelden, die opdoemen voor onze conscientie, maar omdat we geen verantwoording, geen voldoende rekenschap kunnen afleggen.

We zullen herkennen de schuldige elementen van ons geestelijk bestaan en aan de veroordeelde ziel zal de kreet der conscientie ontperst worden: Mijn zonden, mijn zonden zijn het voorwerp van Uw toom. Dan aal het woord: God zoekt het weggedrevene, dat toch eigenlijk zoo zacht klonk, een bittere, een harde waarheid voor ons insluiten. Immers daardoor

kwam de zelfveroordeeliug. Ja, God zoekt het weggedrevene en het verborgene brengt Hij uit tot het licht. Tot het licht van ons eigen bewustzijn en juist dat licht zal zulk een donkerte over de ziel brengen, 't zal voeren tot uiterste duisternis.

Toen de mensch in Adam viel, werd hem het zintuig ontnomen, waardoor hij zijnen Schepper kende aan den wind des daags, maar de Heere gaf een nieuw zintuig, het geweten, waardoor hij toch nog contact kon verkrijgen met de bovennatuurlijke dingen. En daarom zal de veroordeeling der ziel zulk een beschamend, oordeel zqn, omdat, wat tot ons heil werd geschonken, de conscientie, dan zal branden in de ziel, met een vuur, dat niet wordt uitgebluscht.

Wat geweest is, dat ksert weer en God zoekt het weggedrevene. Ook de zonden die wij bedrijven, zyn besloten onder deze wet van den kringloop. Het ijdele woord, de zondige gedachte zelfs, ze gaan van ons uit en volbrengen hun baan vaak een vernielende kracht vormen ze die op den weg dien ze gaan zooveel verwoesten. Denk slechts welk een verderf de eerste zonde braflit, n.l. dedood en die dood kwam in tot alle mensehen En de zonde werd de vruchtbare moeder van vele zonden en hare bezoeking volgt tot in het derde en vierde geslacht. Maar ook hare bittere heugenis keert telkens weer tot ons, vaak zonder dat er aan leiding toe is bij ons, maar 't is juist God, die het weggedrevene zoekt en weerbrengt, die Zijn Geest uitgezonden heeft, om te overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel.

Evenals de trillingen der luchten zich voortspoeden op de ethergolven in het luchtruim, totdat ze op de gevoelige draden hun indruk meedeelen en hunboodschap brengen in het draadlooze station, zoo is het Gods Geest, die op de gevoelige plek der conscientie terugvoert, wat eens van ons uitging, in gedachte, woord of daad. Gelukkig hij, die door Gods genade leerde acht geven op deze werking des Geestes Gods, wiens concientie geopend werd, door de overtuigende werking des Geestes, en die zoo gebracht werd tot het inzicht, dat hij gezondigd had, en geleid werd tot schuldbesef en innig berouw, om dan als een boeteling te smeeken om genade en geen recht. Die 't dan mag betuigen: 'k Bekende o Heer' aan U oprecht mijn zonden, 'k Verborg geen kwaad dat in mij werd gevonden. Deze ziel zal nu ondervinden, dat het woord der wet: God zoekt het weggedrevene, toch een rijk Evangelie inhoudt, waut ook hier zal de wet blijken een tuchtmeester tot Christus, diekward om het verlorene te zoeken. Die kwam van de plaats waar Hij heerlijkheid bij den Vader had en afdaalde tot een gevallen wereld, die geleden heeft en gestorven is en nedergedaald ter helle, maar opgestaan van de dooden en weer opgevaren is tot Zijnen Vader en uitermate verhoogd werd. O, gezegende kringloop van den Zoon die in gehoorzaamheid werd volbracht om voor allen, die zich zondaar weten, den weg te ontsluiten tot het eeuwige leven tot vergeving en verzoening en. ze voert tot aanbidding der Goddelijke deugden, die gerechtigheid zond om liefde te geven uit vrije genade.

Straks zal geween en zuchten wijken en eeuwige blijdschap zal op hun hoofd zijn omdat hun Borg in het oordeel voor den Vader zal treden en zeggen dat Hij verzoening voor hen gevonden heeft en niet wil dekt ze in het verderf komen. — Boven het machtig gewirwar van wentelende raderen, der menigvuldige kringloopen was een onbeweeglijke kring vol glans, als de boog ten dage des piasregens, om Hem op den troon. Onbeweeglijke vastheid van de trouw; desgenen, die Zijn waarheid nimmer krenken maar eeuwig Zijn Verbond gedenken zal. Zijn Woord gaat nog uit en keert weder, maar niet ledig. Kringloop ook van dat Woord, dat doet 8, 1 wat Hem behaagt. Wat Hem behaagt is de liefde Gods in Christus uit te Btorten in onse harten opdat: Uit Hem, door Hem en tot Hem alle dingen zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Kringloop.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken