Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Onze Belijdenis.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Onze Belijdenis.

9 minuten leestijd

Art. 18d . Daarom belijden wij (tegen de ketterij der Wederdoopers die loochenen dat Christus menschenvlijt vleesch van Zijne moeder aangenomen heeft; dat Christus is deelachtig worden des vleesches en bloeds de kinderen; dat Hij een vrucht der lendenen Davids is naar den vleesche; een vrucht des buiks van Maria, geworden uit de vrouwe; eene spruit Davids, een scheute uit den wortel Isaï's; gesproten uit het geslacht vat Juda, afkomstig van de Joden naar den vleesche, uit den' zade Abrahams aangezien Hij aangenomen heeft ' zaad Abrahams, en is Zijnen broederen in alles gelijk geworden, uitgenomes de zonde; alzoo dat Hij in der waarheid onze Immanuël is, dat is; Gods met ons.

LXXIV.

De menschelijke natuur van den Middelaar is op verlerlei wijzen miskend ol geloochend geworden. En met name de dagen van de Reformatie dienden  oude dwalingen zich in nieuwe vormen aan. Een der gevaarlijkste richtingen die in dien tijd opkwamen, was het Anabaptisme. De aanhangers van deze richting ook wel Wederdoopers genoemd, : verkregen binnen betrekkelgk korten tijd een sterken invloed, waardoor de doorwerking der reformatie vaak niet weinig benadeeld werd.

Het karakter van de leer der Wederdoopers lag in hun onschriftuurlijke beschouwing van het verband dat daar tusschen natuur en genade bestaat. Volgens de beginselen die ons in Gods Woord geopenbaard zijn, werkt de genade herscheppend en wederbarend op het natuurlijk leven in en wijdt dat tot den dienst van God. Volgens de leer der Wederdoopers echter werd door de genade Gods gansch iets nieuws geschapen, iets dat met de natuur in lijnrechte, tegenspraak bleef Uit deze verkeerde beschouwing vloeiden natuurlijk allerlei onschriftuurlijke opvattingen voort. Zoo kwam men er toe om de Kerk te beschouwen jls een nieuwe gemeente, die uit enkel wedergeborenen bestond, eü die het wereldleven, dat uit den booze was en uit den booze bleef, liefst zooveel mogelijk raijden eu vlieden moest. Met den Staat moesten de heiligen eigenlijk niets te maken willen hebben. Deze was alleen goed voor de onwedergeborenon en de overheid bestond alleen om de misdadigers in toom te houden. De wedergeborenen echter mochten zich tot den dienst van den Staat niet schikken, waarom het bekleeden van overheidsambten hun dan ook verboden was.

Volgens de Wederdoopers was dus het geestelijk leven iets aparts, iets afzonderlijks, dat met het natuurlijk leven niet alleen niets te maken had, maar daar lijnrecht tegenover-stond, en het dus ook zooveel mogelijk bestrijden moest. Aangezien de gemeente alleen uit wedergeborenen mocht bestaan, werden alléén zij tot de gemeenschap toegelaten, die toonden het levend geloof te bezitten en das waarachtig bekeerd te zijn. Alleen dezulken werden dan ook gedoopt, en zoo sprak het wel van zelf, dat de kinderdoop verworpen werd. De consequentie van het Anabaptisme was dan ook, dat er in het midden der wereld een nieuwe staat moest worden gevormd, die straks met het duizendjarig rijk in het rijk der heerlijkheid eindigen zou. Inderdaad zijn sommige Wederdoopers ook tot deze uiterste gevolgtrekking gekomen.Bekend is, dat zekere Melchior Hoffman, zich uitgevende voor Elia, die voor Christus heenging, in zijn propaganda voor het Anabaptisme verkondigde dat binnen 7 jaar de wederkomst van Christus op de wolken des hemels zou plaats hebben. En nog bekender is het revolutionair fanatisme, waarin het Anabaptisme ten slotte onder Jan Matthijsz, een bakker te Haarlem, en Jan Beukelsz, , een kleerrniaker te Leiden, is ontaard. Vooral de laatste heeft in de stud Munster het ideaal der, Wederdoopers trachten te verwezenlijken. Hij heeft van deze stad een nieuw Jeruzalem trachten te mèken, waarin hij zich zelf als koning van Zion liet uitroepen, ea waarin hij onder vromen schijn een reeks van gruwelen bedreven, en o.m. de polygamie, de veel wijverij, verdedigd heeft. Toen de stad Munster in 1535 weer in handen van den bisschop viel, is Jan van Leiden met zijn kanselier en zijn scherprechter gevangen genomen, gemarteld en gedood, waarna zij in yzeren kooien aan den toren werden opgehangen.

Zoo was dus de nieuwe schepping te midden van de oude wereld op niets uitgeloopen, en was het opnieuw gebleken dat de Heere niet wil dat Zijn volk uit deze wereld zal weggaan, maar dat zij juist geroepen zijn om in het midden der wereld te wezen een stad op een berg, die niet verborgen kan zijn.

Trouwens, dat de genade Gods iets nieuws schept — de gronddwaling van het Anabaptisme — is zoowel met Schrift als ervaring in strijd. Door heel dë Schrift heen loopt de lijn der wedergeboorte, di. de herschepping van wat eerst geschapen werd, maar sinds door de zonde van nature verdorven is.

En daarmee in verband staat nu ook dat de menschelijke natuur van Christus niet een nieuw geschapen natuur was, die evenals Adams natuur door God in 't aanzijn was geroepen. Dit juist leerde de Wederdoopers. Om den persoon van Christus in overeenstemming te brengen met hun leer dat de genade gansch iets nieuws schept in den zondaar, leerden dat Christus als een vreemd kind in deze wereld was ingedaald, dat Hij dus buiten het vleesch en bloed van Maria om was ontstaan, zoodat Hij Zijn menschelijke natuur niet uit haar had aangenomen, maar uit den hemel had medegebracht.

Het spreekt wel vanzelf, als dit gevoelen der Wederdoopers waar was, het vleesch van Christus geen menschelijk vleesch was, en het bloed van Christus liet als menschelijk bloed kan aangemerkt worden. Dan zou er dus tusschen Hem en ons niet de minste levensgemeenschap gestaan, en zou er ook van een plaats-bekleedend vergieten van Zijn bloed als het onze geen sprake zgn geweest. Ja, dan zou het bloed dat op Golgotha vergoten werd, inderdaad vreemd bloed zijn geweest.

Zoo is dan ook in dezen de ketterij der Wederdoopers in lijnrechten strijd met de uitdrukkelijke uitspraken die de Heere te dien opzichte in Zijn Woord heeft gedaan. Of staat het niet met zoo vele woorden in Hebr. 2:14: overmits dan de kinderen des vleesches en bloeds deelachtig zijn, zoo is Hij ook desgelijks derzelve deelachtig geworden". Daar zegt de apostel het dus duidelijk dat Hij derzelve, d.i. van het menschelijk vleesch en bloed deelachtig is geworden. Ook in Hand 2:30 wordt Hij een vrucht der lendenen Davids naar den vleesche genoemd. De apostel Petrus toch roept het daar, gedreven door den Geest des Heeren, op den Pinksterdag te Jeruzalem uit-in zijn groote rede die hij toen tot het Joodsche volk gehouden heeft: alzoo hij (n.l. David) dan een profeet was, en wist dat God hem met eede gezworen had dat, hij uit de vrucht zijner lendenen, zooveel het vleesch aangaat, den Christus verwekken zoude, om Bem op zijnen troon te zetten". Trouwens, waartoe zou ons anders ook de Davidische afkomst van Christus zoo breedvoerig verhaald zijn in de twee geslachtsregisters die ons in Matth. 1 en Luk. 3 bewaard zijn gebleven, indien het'niet was om aan te toonen dat Jezus naar den vleesche werkelijk uit den zade Davids was. En niet slechts in de dagen des Nieuwen Verbonds, maar was Hij ook in de bedeeling der Schaduwen niet reeds aangekondigd als het rijsje dat zou voortkomen uit den afgehouwen tronk van Isaï (Jes. 11 : 1), of als de Spruite der gerechtigheid, dien de Heere David zou doen uitspruiten (Jer. 83:15) Ja, wordt Hij zelfs niet het zaad Abrahams genoemd in Hebr. 2:16? Wordt Hij niet voorgesteld als afkomstig van de Joden, in Rom, 9:5, (uit welken Christus is, zooveel het vleesch aangaat), en wordt niet van Hem gezegd dat Hij geworden is uit eene vrouw, in Gal. 4:4? En wilt ge 't nog duidelijker, zie dan hoe Hij in Luk. 1:42 de vrucht des buiks van Maria wordt genoemd en hoe het vooral in Luk. 2 : 7 met zoovele woorden geschreven staat dat als de dagen van Maria vervuld waren dat zij baren zoude, zij haren eerstgeboren zoon baarde.

Uit al deze uitspraken blijkt duidelijk dat Christus, Hij moge dan op buitengewone wijze van den Heiligen Geest zijn ontvangen, op gewone wijze geboren is, en uit Luk. 2 : 40 en 52 blijkt bovendien dat Hij, zoo naar lichaam als naar geest, ook op zuiver menschelijke wijze is ontwikkeld. Zijn natuur is dus geweest een volmaakt menschelijke natuur. Niets van alles wat wij menschen bezitten, uitgenomen de zonde, bleef Hem vreemd. Wanneer gij dus alleen de zonde uitzondert, dan is Hij inderdaad den broederen in alles gelijk geworden. En ach, dat men nu niet wijzer had willen wezen dan God!

Eensdeels zijn dit de Roomschen geweest dio uit de onbevlekte ontvangenis van Jezus, ook d^ onbevlekte ontvangenis van Maria hebben afgeleid. Hoe was het mogelijk dat men niet begreep dat het wonder van Christus' geboorte daardoor in het allai-minst niet verklaard is geworden, maar dat dit slechts een verplaatsen van de moeilijkheid is! Maar anderzijds zijn dat allen geweest die op de wijze der modernen Christus toch rein verklaren, met loochening dat Zijn afkomst een bovennatuurlijke was.

Een van tweeën toch. Of Jezus was een gewoon menschenkind, maar dan lag Hij ook, evenals allen die uit vrouwen geboren zijn, verloren voor God; of  Jezus is wel op gewoon menschelijke  wijze uit Maria geboren, maar hetgeen  in haar ontvangen was, was van den H. Geest, doch dan ook was uit het vleesch en bloed dat uit de maagd voortkwam de macht der zonde geweerd,

, Ziet daar dan ook de belijdenis van de menschwording van den Zoon van God, een belijdenis die door het verstand niet begrepen kan worden, maar die bij Geesteslicht alleen door het geloof wordt verstaan. Zonder geloof is het onmogelijk om ook in dezen te buigen voor de waarheid die ons in Gods Woord is geopenbaard. Alleen wanneer waarachtig geloof in onze zielen werkzaam is, dan verstaan we iets van de verborgenheid dei-godzaligheid dat God is geopenbaard in het vleesch; en hoe dan ook bestreden en op velerlei wijzen miskend, dan kan het niet anders of het moet door ons erkend en beleden worden dat het Kind, door de werking des Geestes uit de maagd Maria geboren, in der waarheid onze Immanuel is, dat is. God met ons,

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Onze Belijdenis.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken