Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Stichtelijke overdenking.

12 minuten leestijd

Des Heeren Heilig Avondmaal. Want zoo dikwijls als gij dit brood zult eten en dezen drinkbeker zult drinken, zoo verkondigt den dood des Heeren totdat Hij komt. 1 Cor. 11:26.

Des Heeren Heilig Avondmaal.

Hoe de satan en de wereld ook woeden en hoezeer het volk 't ook bederft, de verhoogde Verbondsmiddelaar Jezus Christus zal niet toelaten, dat de disch des Verbonds uit 't midden der gemeente worde weggenomen. Tot Zijn wederkomst zal Hg er voor zorgen dat het Heilig Avondmaal voor Zijn Gemeente op aarde zal blijven. Dat heeft Hij beloofd en dat zal Hij ook waarmaken.

En zóo is 't, dat ook nu weer de tafel des N. Verbonds met brood en beker onder ons staat aangericht.

Daarin ligt tegelijk bewijs, dat geen enkel kind van God buiten het eten van het brood en het drinken van den wijn kan; evenmin als ons lichaam kan blijven bestaan zonder voedsel tot ons te nemen.

Wanneer het dus wèl is, zal Christus' Gemeente op gezette tijden Avondmaal vieren. En degenen, die den Heere vreezen, zullen moeten aanzitten waar de Hemelsche Gastheer noodigt.

Tegen Gods geopenbaarden wil in te gaan kan nooit goed zijn, maar stelt schuldig. Des Konings bevel ongehoorzaam te zijn valt nooit te prijzen, maar steeds te laken.

Gods inzettingen zijn geen onverschillige dingen.

Neen! daarin ligt vroolijkheid en licht, vree en zaligheid. Ze halsstarrig te vertreden berooft van troost en belemmert den geestelijken groei. Waarom ? Omdat we den verkeerden kant uitgaan als we Gods weg niet loopen. Omdat we verkeerd groeien als we ons door den Heere niet recht laten zetten. Omdat we onze wortels \ in schadelijken bodem inslaan als we ons onttrekken aan 'tgeen de Heere gaf. Hij geeft niet het kwade voor Zijn kinderen; maar Hem te ontwaken is kwaad.

Waarom heeft de Heere het heilig Avondmaal ingesteld en waarom doet Hij 't blijven tot aan de voleinding der wereld?

Omdat de geloovige nooit geestelijk welgesteld kan zijn of hij moet zich er klaar van bewust zijn en hoe langs hoe meer er zich van bewust worden, dat hem 't leven is geschonken in den dood van Christus; dat zijne gerechtigheid ligt in des Middelaars vervloeking; en dat zijn troost komt uit de ervaring, dat de verhoogde Heiland leeft om de ziele te voeden met Zijn heil.

Wat de geloovige in den weg der bekeering en wedergeboorte heeft ontvangen is geen dood ding, dat opgeborgen kan worden, zooals die dienstknecht dat talent zijns meesters in een doek knoopte en in den grond ging ingraven om 't daar stil, roerloos, ongebruikt te laten liggen.

Zóo werkt de Heere door Zijn Woord en Geest niet.

Als 't waarlijk werk Gods is, dat aan de ziele geopenbaard wordt, dan is dat Geest en leven.

En dan is de ervaring dat de Heere' bij de armoede rijk komt maken, en bij den rijkdom arm houdt.

Het brood waarbij we eertijds leefden ontvalt ons.

En de Heiland Zelf wordt het brood, het brood des levens; waarvan we op de pelgrimsreize voortdurend, dagelijks, telkens weer opnieuw moeten eten, zal onze ziele niet bezwijken in dit Mesech.

Daarom zullen we geestelijken honger naar geestelijke spijze moeten kennen.

En de Heilige Geest leidt alle Gods kinderen in dien weg, opdat ze verzadigd zullen worden met vroolijkheid.

Dat is het wondere van Gods weg: de H. Geest maakt arm om met goederen te vervullen; maakt hongerig om te verzadigen met spijs en drank; maakt afhankelijk om te zegenen met sterkte.

De zielen verder ver Satan maakt rijk, om in armoede ellendig te doen omkomen; maakt zóo dat geens dings gebrek is, om hongerig te doen sterven; maakt weiverzekerd om in 't eind het ontzettend „wee u" te hooren.

En zóo loopt men dan ook het kruis van Golgotha voorbij, men acht het bloed Christi niet; men kent de sterkte van Gods toorn niet en acht Hem niet die den last der zonde droeg tot in den dood des kruises. Maar dat is dan ook een bewijs van verblindheid en verdwaasdheid. Men meent riijk en verrijkt te zijn en men weet niet, dat men arm en blind en naakt is.

Een eigengerechtige heeft God niet van noode.

Die ziet naar de tafel des Heeren met brood en beker niet.

Maar die door schuldbesef verbroken en verslagen is die hoort gaarne van het gebroken brood, dat Christus beduidt, gebroken als het offer dat Gode kon behagen. Die luistert, als er gesproken wordt van het bloed, dat niet van stieren en bokken kwam, maar van het onbestraifelgk Lam Gods, van betere dingen sprekend danhet bloed van Abel, reinigend van de zonde een ieder die gelooft.

Onder die schaduw zou men dan wel willen rusten.

Van dat water zou men dan wel willen drinken.

Bij die genade zou men dan wel willen leven en sterven.

En opdat ze komen kunnen, die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, richt de Heere de tafel des N. Testaments gedurig weer toe en zet daar de uitgelezene spijze Zijner genade en Zijns ontfermens, opdat men komen zou en vrede smaken.

Er zullen altijd zijn, die het van genade hebben moeten.

Daar zal de Heere zelf voor zorgen.

En dan moet er toch een tafel aangericht staan waar men verzadiging kan vinden!

Er zullen altijd gevonden worden, die bitterlijk bedroefd zijn vanwege hun schuld en zonden en geen helper of redder hebben.

Dan moet de poort van de vrij stad toch openstaan en de hoornen van het altaar moeten toch te grijpen zijn — dan moet men zien den beker, die spreekt van het bloed des Nieuwen Testaments, dat reinigt van alle zonden; dan moet men ontvangen van het brood dat voor ellendigen is geschonken.

Voor die nieuw geboren jonge kinderen moet door alle tijden heen de Avondmaalstafel staan in het midden van ' Christus Gemeente, tot aan de voleinding der wereld als Hij zeif zal komen op de wolken om al de Zijnen tot Zich te nemen en hen te doen aanzitten daar boven aan het bruiloftsmaal des Lams.

De Avondmaalstafel kan en mag hier niet gemist worden.

De Kerk die haar zou wegdoen uit haar midden, zou uitbannen wat de eenige troost is voor het harte dat dorstend naar verzoening schreit tot God.

Die Kerk zou wegnemen wat een Goddelijk teeken is van de alles overtreffende en alles vervullende borggerechtigheid van Christus, den Middelaar.

Die Kerk zou den zoekenden mensch op zich zelf dan moeten wijzen, om lafenis te zoeken buiten Christus' lijden en sterven om.

Die Kerk zou het brood wegwerpen en steenen voor brood voorzetten.

Neen, het heilig Avondmaal des Heeren moet blijven voor de eerstbèginnenden.

Ddar moet de wankele schrede heen, om ddar genezen t© worden, om dé, ar getroost, en gesterkt en bemoedigd te worden. De Heiland heeft gezegd: „neemt, eet, dat is mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in mijn bloed."

En omdat geen kind des Heeren de kracht in zich zelf heeft en niet op eigen wortel stoelt, maar in Christus alle heil en zaligheid vindt — daarom kan het ; Avondmaal ook in den voortgang niet gemist worden. En het al of niet aangaan wil de Heere als een toetssteen geven, of Zijn kinderen in ootmoed wandelen of een steunpunt buiten Christus hebben. Of ze vermakingen kennen in het heil, dat de Heere schenkt aan de oprechten van harte — of dat ze zich verblijden met 't geen eigen hand voortbrengt.

O! wat steunt het genadeleven in diepen ootmoed.

Wat heeft de ziele Van den godvruchtige behoefte om op God te steunen en te leunen.

Wat weet de verlichte ziel, dat in het houden van Gods geboden groot loon ligt, daar de Heere Zijne inzettingen in liefde gaf, om daarin uit genade voordeel te bereiden aan de ziele die Hem naarstig zoekt.

Dat leert Gods Geest.

En de oprechten zoeken den Heere, om onder de schaduw Zijner vleugelen te schuilen, bij ervaring wetend, dat dit blijdschap en sterkte geeft.

Zoodra als de ziele leven kan buiten den dood van Christus en gezegend zich weet buiten de verdiensten van den Borg en gesterkt zich weet buiten den Oversten Leidsman en Voleinder des geloofs — dan kan zij ook buiten het Avondmaal.

Maar dan is zij ook ziende blind, hoorende doof — dan is zij in den waan te leven maar is dood, dan meent zij rijk te zijn en is er ellendig aan toe.

Wat ontnuchtering zal dat geven!

Want dat moet weer goed gemaakt worden, dat moet weer hersteld worden — en wat de ziele meende te moeten bezitten moet haar ontvallen, om weer te gaan uitzien naar 'tgeen zij missen kon.

Wilde loten schieten zoo makkelijk op, die zijn zoo spoedig groot. Maar 't is wild en onnut — 't wordt afgesneden en in 't vuur geworpen.

Het echte werk des Geestes wortelt in de diepte en blijft in de diepte wortelen — en naarmate de wortelen dieper inwortelen in 'tgeen in Christus Jezus gegeven 'is, wordt de ziele verzadigd en verkwikt.

Christus in 't hart — dat geeft vreugd. En Christus is een volzalige Borg en Middelaar als Hij gekend mag worden in Zijn kruis-en zoenverdiensten.

In dit geloof kan de ziele leven.

In dit geloof kan de ziele sterven.

En om dit geloof te sterken, te bevestigen, te bestendigen en te bewAren is het heilig Avondmaal des Heeren, opdat de ziele bij brood en beker zich verliezen zal in haren Heiland en Zaligmaker en daar zal ervaren, dat Hij is de opstanding en het leven, dat Hij is onze vrede, dat Hij is de verzoening met God; en dat Hij de wereld heeft overwonnen, zeggende tot al de Zynen: „Gij zijt méér dan overwinnaars."

Met veel tegenheden heeft de geloovige te worstelen.

Met veel verdriet en lijden.

En dan is 't alleen bij Jezus veilig en goed.

Hij, die de Zijnen liefgehad heeft tot in den dood, zal hen niet laten omkomen in duren tijd of hongersnood.

En als de satan, de groote tegenpartijder, de aanklager der broederen opstaat — dan is de ziele alleen veilig daar, waar Jezus is, die Satan heeft overwonnen door Zichzelf te geven-tot een rantsoen en losprijs voor al de Zijnen.

Wie zal verlossen als een brandhout uit het vuur ? Wie zal vrijmaken als vuile kleeren bezoedelen en beschuldigen?

Immers Hij. alleeng die Zelf zich gaf als een Lam ten brandoffer om de Zijnen van'het verterend vuur te redden; Hij, die witte kleederen verwierf voor degenen die gansch melaatsch zqn en wier harte van nature is een vuile bron van ongerechtigheid.

Daar moeten Gods kinderen dus schuilen.

En dan valt het „eertijds" weg.

Dan vallen de zonden, die hen aankleven, weg.

Dan komt hun zondige aard niet in rekening met verdoemende kracht.

Dan staat satan beschaamd.

Dan zwijgt de hel.

In Jezus, dicht bij Hem, wegschuilend onder Zijne vleugelen — beluistert de ziele van Gods kind die hemelsche stemdie zegt: „geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn."

Dan is 't: „al 't oude is voorbijgegaan, alles is nieuw geworden."

Dan is 't: „maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk."

En alles alleen in Christus wetend, zegt de ziele: „laat mij hier mogen blijven, ' want hier is 't goed."

Zit hier dan neder, o ziele, die in waarheid God vreest.

En onderzoek u zelf, onderzoek u nauw, waar de oorzaak is, dat gij soms zoo weinig verlangend uitziet naar de viering van des Heeren heilig Avondmaal.

Slaan uwe wortelen dan ook in in 'tgeen niet van den Heere is gegeven tot verzadiging en vreugd?

Is het ook 't vleesch waarop gij vertrouwt?

Houdt hoogmoed u gevangen soms?

Of bekoort de zonde u ook?

Heeft de wereld vat op u?

Dient gij de lusten uwer oogen of loopt gij in de wegen die uw zondig vleesch behagen ?

Is uw leven ook teer. en oprecht voor God?

Wentelt gij uwen weg ook op den Heere en nadert gij tot Hem met al uw nooden en zorgen?

Staat het goed met uw gebedsleven? Wandelt gij ook in liefde en geloof? Werkt zich misschien allerlei in tusschen uwe ziele en God?

Dan is uw heil verre.

Dan wordt uw dag in duisternis omgezet.

Dan vermagert uw ziele.

Dan is de ware vreugd bij. u niet.

Dan raakt Christus op den achtergrond.

Dan is genade niet uw roemen alleen.

Dan is het niet: nabij God te wezen is mij goed.

En neen! dan ziet ge ook niet uit naar des Heeren heilig Avondmaal.

Dan gaat het voorbij terwijl gij 't niet opmerkt.

Dan eet gij niet en drinkt niet — of als gij eet en drinkt doet gij het als niet etende en niet-drinkende, dewijl gij uzelf niet naarstig hebt onderzocht en uw hart en wandel niet hebt gezuiverd.

Dat zal u niet tot voordeel zijn.

Daar kan uw ziele niet bij leven.

Dat kan uw harte niet vervullen met hoop en moed. ' ,

Dat eert uwen God niet.

Keer, keer dan weder tot de vreugde van eertijds en kies de wegen der gerechtigheid.

Daar is heil.

Daar is genade en eere.

En zóó is de Heere voor Zijn volk geen dorre woestijn, geen fontein die geen water^eeft.

Het volk dat bij Hem leeft zal het bekennen: „hier is het goed; in de schaduw Uwer vleugelen zal ik vroolijk zingen".

Werp dan alle ballast weg.

Want zooals een drenkeling met een steen aan zijn hals zeker naar de diepte gaat, gaat uwe ziel met al die ballast geestelijk onder in de donkere wateren van ellende en treurigheid.

Laat uwe ziele liever een frisch bad nemen in de wateren der genezing door den Heiland u aangewezen.

En laat uw harte alles verliezend in Hem het zalig geloofsleven weder verkrijgen, om steunend op Christus' kruis en zoenverdiensten blij te roemen in genade.

Waarbij allen die onbekeerlijk van harte zijn en blijven, wel mogen bedenken, dat dit de eenige weg is om behouden te worden, de eenige spijze die verzadigt, het eenige middel dat redt.

Die dit niet in geloove leert aannemen, voor dezulken is verder geen raad. D& t missende moet de ziel sterven den eeuwigen dood.

Waarom de Heiland nu nog zegt, in den dag der genade: „komt allen tot Mij die vermoeid en beladen zijt, want Ik zal u ruste geven".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 oktober 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 oktober 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken