Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

GEESTELIJKE OPBOUW

8 minuten leestijd

Het duizendjarig Rijk. (1)
Het Chiliasme of de leer van Het duizendjarig Rijk (ook wel Millennium geheeten) is niet iets, dat behoort aan een bepaalde secte. De aanhangers zitten verstrooid bij kerkelijken en onkerkelijken; ook bij gereformeerden. Terwijl tot de voorstanders behooren zoowel ontwikkelden als eenvoudigen, niet zelden menschen, die wij gaarne achten om hun geloof en godsvrucht.
Dat maakt het moeilijk en ingewikkeld om over deze leer te spreken, maar toch ook weer aantrekkelijk en noodzakelijk. En dan zullen we opmerken, dat deze leer zéér oud is, maar altijd 't meest naar voren komt als er zware, moeilijke tijden zijn; tijden van lijden, van verdrukking, van vervolging. Dan zijn er velen, ook stillen in den lande, die zich troosten bij al het wereld--- met het verlangend heenblikken naar verre of nabije toekomst, waarin de  C h r i s t u s - r e g e e r i n g  op aarde volmaakt zal zijn en het duizendjarig vrederijk (Millenium) hier gevonden zal worden. Eenvoudigen en ontwikkelden zijn dan met een heilig heimwee naar dat vrederijk vervuld!
Wij willen deze leer nu toetsen aan de Heilige Schrift, Gods Woord bij uitnemendleid, daarbij Gods Woord in de geschiedenis niet verwaarloozend. En mocht het blijken, dat de H. Schrift iets anders leert dan  d e  v o o r s t a n d e r s  v a n  e e n  d u i z e n d j a r i g  v r e d e r ij k  op aarde zeggen, dan zullen we vriendelijk, maar toch beslist, de dwaalleer in Schriftuurlijk licht stellen, om te oordeelen en te veroordeelen. En we wilden trachten, om ook bij deze dingen bekend te maken wat de Schriftuurlijke Waarheid is, waarbij het volk van alle tijden toch maar alleen blijdschap en vrede kan genieten, met vruchten voor den tijd en voor eeuwigheid.
I. Laat ons eerst vragen: wat het  C h i l i a s m e  eigenlijk is en wat dus de  l e e r  v a n  e e n  d u i z e n d j a r i g  v r e d e r ij k van Christus op aarde (Millennium) omvat?
Bij alle leeringen door secten en „geestelijke stroomingen" voorgedragen, die wel op waarheid lijken, doch nochtans van de Schriftuurlijke waarheid afwijken, vinden we het merkwaardige verschijnsel, dat de één niet in alles precies leert, wat de ander gelooft; de een neemt méér, de ander minder in z'n gelooven en belijden op. En zoo is het ook met het  m i l l é n a r i s m e  of de leer van het  d u i z e n d j a r i g  v r e d e r ij k  o p a a r d e. Er liggen in de voorstellingen nog al verschillen, omdat de één, in sommige onderdeelen, weer anders zich den gang van zaken voorstelt, dan de ander dat doet
Daarom zullen we ook niet op allerlei bizonderheden en allerlei onderdelen van de leer ingaan, maar alleen de grond-of hoofdgedachten trachten te vertolken, om in groote lijnen dus, te zien, wat de voorstanders van het duizendjarig rijk bedoelen en verwachten.
De grondgedachten, die bij alle  C h i l i a s t e n  gevonden worden en telkens in de voorstelling bij velen terugkeeren, zijn de volgende:
Er zal een tijd aanbreken, waarin Christus op aarde regeeren zal over een heerlijk rijk van vrede en vreugd;
daartoe zal Christus bij Zijn eerste wederkomst de anti-christelijke, satanische wereldmacht overwinnen, Satan met ketenen binden en Sion rondom Zich vergaderen;
de vromen, vooral de martelaren, zullen uit hun graf opstaan, om mee te leven weer op aarde in het midden het ondermaanse vrede-rijk;
waartoe ook vooral zullen worden toegebracht de Joden, die zich in massa zullen leeren bekeeren en die in massa naar Palestina zullen terugkeeren, alwaar het vrederijk gesticht zal worden;
na de voleindiging van dit duizendjarig vrede-bestaan op aarde, dat Christus, 't zij dan van uit den hemel, 't zij van uit Zijn aardsche residentie Jeruzalem, onmiddellijk regeerde, zal er weer een tijd komen van grooten afval en verdrukking op aanstoken van den duivel, die weer wat vrijer in z'n bewegen zal zijn; •— waarna Christus dan, in Zijn tweede wederkomst, als de Rechter over levenden en dooden op de wolken zal komen, voor het groote eind-gericht.
Dat zijn zoo ongeveer de Jeeringen die bij het Chiliasme in het spel zijn. Dus :
1. Tweeërlei komst van Christus.
2. Tweeërlei opstanding der dooden.
3. Een aardsch vrede-rijk waarin het Joodsche volk een vooraanstaande plaats zal innemen.
Om de periode van die  v r e d e - r e g e e r i n g  van Christus op aarde, liggend tusschen Zijn eerste-en Zijn tweede wederkomst uit den hemel, gaat het natuurlijk voornamelijk. En omdat die periode van het vrederijk op aarde ais een tijd van 1000 jaren wordt voorgesteld, wordt deze leer van ouds bij voorkeur genoemd de leer van het Chiliasme, naar het Grieksche woord c h i l  i o, 't welk duizend beteekent; terwijl het woord Millennium afgeleid is van m i l l e, het Fransche woord voor duizend. De leer van het Chiliasme en de leer van het duizendjarig rijk is dus hetzelfde.
II. Vragen we nu in de tweede plaats: waar komt die leer vandaan? Is het een oude leer of is zij van den laatsten tijd alleen? Is het iets specifiek christelijks of bestaat die leer buiten het christendom in wezen ook? Is het iets, dat onder Gereformeerden thuis hoort? Of is het van Lutherschen oorsprong? Of is het misschien van de Roomschen?
Allemaal vragen, die we onder de oogen willen zien, om dus na te gaan  d e  g e s c h i e d e n i s  van de leer van het duizendjarig rijk of van het Chiliasme. De leer van een vrederijk op aarde, als een tijd van afwisseling, van verademing en rust te midden van het leven dat zoo vol van druk en moeite kan zijn, is héél, héél oud.
Eigenlijk geen wonder. Want de mensch, — alle menschen —  is een paradijskind, dat zwervende nu is over de lengte en de breedte der aarde, met herinnering aan dien gouden tijd die achter ligt en met een stil verlangen naar vernieuwing van dien weelde-tijd. Dat is den mensch ingeschapen; dat behoort bij z'n natuur. En aan zichzelf overgelaten, droomt en fantaseert de mensch altijd, waarbij een toekomstige rusttijd met een paradijs-leven, een vruchtbaar onderwerp van droomerijen is.
Bij de oudste volkeren vinden we die paradijs-voorstellingen reeds.
Het P a r z i s m e of de Perzische godsdienst gewaagt ook van een periode van  v r e d e s h e e r s c h a p p ij, waarbij 't lijden verwisseld wordt met vreugd en het strijden met vree. En de Perzen spraken in dat verband van verschillende wereldperioden, waarbij in de  d e r d e  wereldperiode de  d e r d e  zoon van hun god  Z a r a t h u s t r a  zou komen, welke goden-zoon den naam van S o s i o s h, d.i. Redder, zou dra­gen. Deze  S o s i o s h  of Redder zou een duizendjarig vrederijk inleiden en het verlossingswerk van zijn vader voltooien.
Ook onder de Mohammedanen kwam het geloof op, dat er een gouden tijd aanstaande was, waarin het geluk van boven zou worden geopenbaard aan de aardbewoners, die trouwe volgelingen van Mohammed waren.
Men hield dus rekening met iets, dat boven deze aarde uitgaat. Men verwachtte nog iets anders dan de gewone stoffelijke dingen. Men stelde zich voor een ingrijpen van hooger hand en men verwachtte een tijd van rust en vrede en voorspoed, naar de beschikking Gods.
Hierin staat het Parzisme en het Mohammedanisme, hoewel valsche godsdiensten zijnde, met hun toekomstdroomen, die gefantaseerd zijn, hooger dan het moderne ongeloof van den tegenwoordigen dag. Want 't Parzisme en het Mohammedanisme verwachten het nog „van boven", door een ingrijpen van den „god", dien zij zichzelf hebben gemaakt; terwijl 't moderne ongeloof z'n toekomstdroomen, óók vol van paradijs-gedachten, bouwt op het creatuur, het schepsel, dat beneden is.
Immers Darwin, die den mensch van een aap laat afstammen, spreekt de hope uit, dat de geëvolutioneerde mensch straks een ideale cultuurhoogte zal bereikt hebben, zoodat de toekomstige volmaakte menschen dan als vanzelf een paradijs op aarde zullen scheppen; waarbij de Socialisten al niet veel anders redeneeren, zeggende, dat, wanneer kapitaal en arbeid maar recht verdeeld zal zijn, de menschen zelf een wereld zonder onrecht, zonder lijden en zonder strijd zullen formeeren, levend als broeders en zusters in volmaakten vrede.
Verrukkelijk ideaal! Waarvoor dag aan dag met luide stem alle proletariërs van alle landen worden opgeroepen, om zich mee in dien strijd voor een idealen toekomst-staat te werpen. Zóó gaat de hope des menschen, ook tegen hope in, altijd weer uit naar het creatuur, het schepsel. En het oog is gesloten voor hoogere, voor heerlijker dingen, waarvan de valsche godsdiensten droomen, naar die zij niet recht weten te onderscheiden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken