Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

MEDITATIE

DE KLACHT EN DE BEGEERTE DER GELOOVIGEN.

7 minuten leestijd

Mijn ziel kleeft aan het stof; maak mij levend naar Uw Woord. Psalm 119 vers 25.

Gelijk het gejaagde hert schreeuwt naar de waterstroomen, zoo dorsten de zielen van Gods kinderen naar den Levenden God. Hun klacht is het steeds : „Wanneer zal ik naderen voor Uwe oogen, in Uw Huis, Uw naam verhoogen ? " In die klacht ligt dus ook nog een begeerte opgesloten en dat kan ook niet anders, daar degenen, die door den Heere uit het stof zijn opgericht, over hunnen ellendigen toestand door de zonde moeten Magen ; zij verlangen naar het leven, in Christus levend gemaakt zijnde. De natuurlijke mensch verstaat dat klagen van 's Heeren volk niet, noch hun roepen uit de benauwdheid huns harten ; het is hun zelfs een dwaasheid.
Nu zegt de Psalmdichter : „Mijn ziel kleeft aan het stof ; maak mij levend naar Uw Woord". Hij drukt in dezen 119den Psalm zijn innig verlangen uit, dat de Heere hem in elken weg, waarin het Hem behaagde te leiden, mocht sterken, erkennende, dat hij door Gods genade gespaard is gebleven om van den Heere af te gaan. In allen nood mocht hij zich tot den Heere wenden. Die de God zijns levens was. Vele beproevingen zijn zijn deel geweest, zoowel uit-als inwendig, maar in alles bleek het hem dat de Heere zijn God en zijn toevlucht was. Voor Hem stortte hij zijn gansche hart uit, zonder iets voor Hem te verbergen en moet hij het Gode klagen : „Mijn ziel kleeft aan het stof".
De dichter spreekt in het voorafgaande over geestelijke dingen, zoodat hij met deze woorden wil zeggen : „Er is over mij zulk een groot lijden gekomen ; ik verkeer in een toestand, zoo vol leed en jammer, dat ik mij daaronder geheel en al machteloos en krachteloos gevoel. Ik ben zoo neergeworpen innig bedroefd, dat ik mij niets anders dan een haastige ondergang kan voorstellen. Tot in zijn ziel trof het leed hem ; ja, hij kon zich zelf daaruit niet opheffen ; nedergebogen door het groote leed, was zijn vraag : „wanneer zal mijne hulp komen ? "
Zoo moeten en kunnen in meerdere of mindere mate alle zondaars, die van hun verloren en ellendigen toestand voor God zijn overtuigd en bekend gemaakt, klagen. Ook door de zwakheid van hun geloof kleven hunne zielen aan het stof. Hoe zwak is menigmaal hun vertrouwen, zoodat zij bij menschen dikwijls troost en hulp zoeken. Hun vleesch is de oorzaak, dat dit geschiedt; zij gevoelen zich onmachtig om zich van het stof te ontslaan ; de zorgvuldigheden des levens vervullen hunne zielen; daarbij drukt inwendig de groote last der zonde zoo, dat zij hunne oogen niet eens ten hemel durven slaan.
En voor wien zullen zij nu deze klacht anders uitstorten, dan voor God en hun Heiland Jezus Christus ? God is hun Maker; Hij is de Vader van alle barmhartigheden en de God der vertroostingen. Zij vertrouwen, dat hun hemelsche Vader mededoogen zal hebben.
Tot Hem richten zij zich dan ook, gelijk de dichter het deed met de bede : „Maak mij levend naar Uw Woord". Die bede ziet dus op wat hij noodig heeft in zijnen toestand, om niet in zijn druk te vergaan, maar om onder alles, wat hem overkwam, staande te blijven. Hij bidt niet om verlossing alleen van het drukkende en dreigende, dat liet hij aan God over ; maar dat de Heere hem krachtdadig in zijne zielsbenauwdheden, die hij ondervond, mocht ondersteunen, en dan zoo, dat hij met nieuwe levenskracht en levensblijdschap vervuld, zijn God mocht dienen en verheerlijken en niet minder danken.
Het was hem te doen, dat God zijn geloof vermeerderde, zoodat hij onberispelijk in heilgmaking mocht zijn en Gods goedertierenheid hem vertroosten.
Zoo bidt, moet ieder bidden, die gelijk de dichter, het leven ontvangen heeft. Dat begeeren naar geestelijke levendmaking kennen zij alleen ; want zij weten bij ervaring, dat gelijk het natuurlijke leven dagelijksche versterking, onderhouding noodig heeft, zal het blijven bestaan, ook het geestelijke leven van den Heere versterking moet ontvangen. En dat geschiedt, als de Heere hun doet gevoelen, dat Hij in zekeren zin paal en perk stelt aan de drukkende lichamelijke en geestelijke ellende, die hen benauwen ; dat doet Hij door de werking van Zijnen Heiligen Geest.
Nu wijst hij evenwel ook de grond aan, waarop dat gebed, dat hij tot zijn God richt, rust: „Naar Uw Woord". Welk Woord ? Geen ander dan Gods Woord. Daarin wordt door Hem zelf verklaard, dat Hij hun alles wil geven, wat zij tot hun leven en hunne zaligheid voor dit en het toekomende leven van noode hebben. Hij kan en wil en zal het doen. Dat Woord, zoo vol beloften, moet de ziel opbeuren. Buiten dat Woord heeft hij geen steunsel; want in zichzelven vindt hij geen waardigheid, geen kracht, geen bekwaamheid, waarvan hij iets te verwachten heeft. Gods Woord evenwel is eeuwig, onveranderlijk. De gansche openbaring Go> ds toch is in Christus Jezus Ja en Amen. Is er dan wel een andere en betere troost in onze ellende, als dat die beloften en toezeggingen Gods ons levend maken; dat wij daaruit en daarin gaan leven ?
Een leven toch, dat niet met dat Woord overeenkomt, dat is geen leven, maar de dood ; alles wat ingaat tegen het Woord Gods, brengt smart en geen leven, daar toch in Christus, Gods Zoon, alles bevestiging en vervulling heeft gevonden en Hij de |evensvorst is.
Daarom is de begeerte van ieder van Gods volk, om dat leven te genieten en hier beneden te leven reeds, dat naar Gods eisch en bevel is. En geeft nu de Heere den wensch van allen, die Hem vreezen, hunne gebeden niet afwijzende, dan ervaren zij met den dichter, dat hun leven verlost is, hunne vijanden verslagen zijn en hunne hoop op God niet beschaamd wordt; hunne klachten, in gebeden voor Hem neergelegd, wil Hij hooren en om Zijn Zoon Christus' wil, Die het Levende Woord is, verhooren. Hoe hunne zielen aan het stof mogen kleven en zij op het diepst neergeslagen mogen zijn, de Heere zal er hen uithelpen. Immers : Wie in het stof lag neergebogen, wordt door Hem weer opgericht". Hij geeft sieraad voor asch, vreugdeolie voor treurigheid en het gewaad des lofs voor een benauwden geest.
Is het uwe begeerte ook, lezer, levendgemaakt te worden naar Zijn Woord ? Te leven in en door Christus, Die als het vleesch geworden Woord uw Leidsman, uw Borg is, zoodat gij Gode welbehaaglijk moogt leven ? Zie, dan zal toch ook eerst door genade de klacht gekend moeten worden : „Mijn ziel kleeft aan het stof". Als de Heere 'Zijne genade aan uw ziel heeft verheerlijkt, door u de weldaad van de wedergeboorte te schenken, dan heeft Hij u bekend gemaakt met uw zondigen toestand, ja, met uwe aardschgezindheid ; dan is er in u iets levend geworden, dat klaagt: „Mijn ziel kleeft aan het stof" en dat bidt: „Heere, maak mij levend naar Uw Woord". Op uwen zondeweg tot stilstand gebracht door Hem, is het voor u geworden tot uw lust en vermaak. Hem te dienen en te leven. Gij gevoelt u verbonden aan God en Zijn Woord, n.l. Christus, in Wien gij ingeplant zijt geworden.
Hopen wij op Zijn Woord : Hij zal voor de Zijnen gewisselijk komen en Zijne beloften en toezeggingen vervullen aan Magers en bidders, die hunne zielen voor Hem leeren uitstorten ; want evenmin als Hij den dichter aan zich zelven overliet, zal Hij het u doen, daar ook nu nog Zijn Woord waar is : „Gisteren en heden, ja, tot in alle eeuwigheid is Hij Dezelfde Getrouwe Bonds-God".

Mijdrecht.  A. v. Griethuysen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken