Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

MEDITATIE

DE TREKKENDE KRACHT VAN DEN GEKRUISTEN CHRISTUS.

8 minuten leestijd

En Ik, zoo wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal ze allen tot Mij trekken. Johannes 12 vers 32.

DE TREKKENDE KRACHT VAN DEN GEKRUISTEN CHRISTUS.
Dit woord werd door den Heere Jezus gesproken, toen het kruis zijn donkere schaduwen wierp over Zijn levenspad. En met dit woord laat Hij eeuwigheidslicht vallen over dat kruis. Want met het kruis gaat Zijn glorie niet onder. Integendeel, het aal Hem de weg zijn tot de hoogste heerlijkheid.
Met het kruis eindigt niet de hope van Zijn discipelen. Integendeel, daar zal hun hope zalig worden vervuld. Daar zal de band worden gelegd,die in eeuwigheid niet zal verbroken worden.
Enkele Grieken, waarschijnlijk Jodengenooten, die opgekomen waren om op het feest te aanbidden, hadden tot Filippus van hun verlangen gesproken om Jezus te zien.
Waaruit dit verlangen voortkwam — we weten het niet. Enkel ijdele nieuwsgierigheid of waarachtige zielsbehoefte ?
Het wordt ons niet verhaald. Toch meenen wij, dat iets meer dan gewone nieuwsgierigheid de bron was, waaruit hun verlangen opkwam. Om Hem alleen maar te zien met het lichamelijk oog — daar hadden zij Filippus niet voor noodig. Hij was immers dagelijks verkeerend onder het volk. Maar zij wilden nader met Jezus kennis maken ; zij wilden Hem hooren spreken.
Het verzoek der Grieken moet het hart van den Heiland hebben verheugd. In beginsel wordt hiermee een der profetieën van het Oude Testament vervuld.
Bij Christus' geboorte kwamen de heidenen uit het Oosten.
Vlak voor Zijn heengaan van deze aarde kwamen de Grieken uit het Westen.
Het was immers voorzegd, dat ze van het Oosten en Westen zouden komen om zich voor dezen Koning neer te buigen ?
Maar dan moet Hij eerst afdalen in de benedenste deelen der aarde.
Dan moet Hij eerst dragen den vloek der wet en volkomen vervullen den eisch van Gods gerechtigheid.
„Indien het tarwegraan in de aarde niet valt en sterft, zoo blijft hetzelve alleen ; maar indien het sterft, zoo brengt het veel vrucht voort",
Heerlijk licht laat de Heiland met deze woorden opgaan over Zijn sterven. Zijn dood zal zijn als het sterven van het tarwegraan — het zal zijn een sterven om te leven, om te doen leven, om te doen leven die groote schare, die Hem van den Vader in de stilte der eeuwigheid gegeven is, maar die nog gebonden ligt in de banden van de zonde en den dood.
Hij weet — er is geen andere weg dan de weg door het graf.
En toch wekt de gedachte aan het kruis groote ontroering in Zijn hart. Is het wonder, dat Jezus' reine ziel huivert voor de schande van het kruis en siddert bij de gedachte om met de misdadigers gerekend te worden ?
Hij huivert en siddert — toch : Hij keert zich niet af.
Hij is bereid om den smartenbeker aan de lippen te zetten.
Er is maar één machtig verlangen in Zijn ziel: dat de Naam Zijns Vaders er door verheerlijkt worde.
En dat zal geschieden ! Met een groote stem uit den hemel bevestigt en verzegelt de Vader dit.
Het is deze bevestiging, die den Heere Jezus de woorden doet spreken, waaruit onze tekst genomen werd : „Nu is het oordeel dezer wereld; nu zal de overste dezer wereld buitengeworpen worden ; en Ik, zoo wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal ze allen tot Mij trekken". (En dit zeide Hij, beteekenende hoedanigen dood Hij sterven zoude).
Johannes verklaart het ons, dat we bij de verhooging, waarvan Christus hier spreekt, moeten denken aan Zijn verhooging aan het kruis.
Verhoogd aan het kruis !
Verhoogd ! Is dat woord geen bespotting voor het vreeselijke lijden van Christus aan het kruis ?
Ja, verhoogd is Hij op Golgotha in den letterlijken zin van het woord. Maar is die verhooging niet tegelijk de allergruwelijkste vernedering ?
Is die verhooging niet een wegzinken iti de allerdiepste, allerbangste diepte ?
Ja, en toch is het verhooging. Want het kruis is de plaats, waar de hemel zich neerbuigt tot de aarde. Het kruis is de plaats, waar de macht des satans gebroken wordt en waar de deuren der gevangenis geopend worden voor een volk, dat gekneld ligt in de banden van den dood, omdat de angst der hel hen allen troost doet missen.
Wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal Ik ze allen tot Mij trekken.
Alle trekken, al wordt het gedreven door nog zoo groote liefde, is vergeefsch, als aan Gods recht niet voldaan is.
Alle trekken, al wordt het gedreven door nog zoo groote barmhartigheid, is vergeefsch, als satans macht niet verbroken is.
Maar op Golgotha is de Naam des Vaders verheerlijkt.
Daar stralen uit al Gods deugden in hun eeuwige schittering.
Daar ligt de satan met gevelden schedel. En daar trekt Christus ze allen tot Zich, die Hem van den Vader gegeven zijn.
Als Christus op Golgotha van de aarde verhoogd is, is het pleit in beginsel beslecht met een nederlaag voor den duivel.
En nu kan Hij de Zijnen uit hun kerker uittrekken.
O, dat velen in dezen lijdenstijd toch hun banden mochten leeren kennen.
Bij elke schrede, die wij op den kruisweg leeren zetten, worden voor onzen voet afgronden van schuld en verlorenheid geopenbaard.
Tegenover elk stuk van den lijdensweg staat een stuk van onze groote ellende.
Het kruis predikt het ons, dat wij van onszelven verloren, voor eeuwig verloren zijn.
Ook daarom zijn we zulke groote vijanden van het kruis van Golgotha. Wij roepen met Israël : we hebben nooit iemand gediend en we weten niet, dat we gebonden liggen in de banden der zonde en des doods. Wij weenen met de dochters van Jeruzalem om de pijn en de smart van den lijdenden Heere, en we weten niet, dat wij het zijn, die den beker der smart zoo vol hebben gemaakt.
Wij zijn rijk en verrijkt geworden en hebben geens dings gebrek, en we weten niet, dat we ellendig zijn en jammerlijk en arm en blind en naakt.
De verhoogde Christus trekt.
Hij laat Zijn Woord klinken in onzen kerker en leert ons onze banden kennen.
Hij komt met Zijn Geest door de gesloten deuren van ons hart en maakt de doode zonde levend ; Hij verandert den vrede in onvrede, dé rust in onrust en doet de vraag geboren worden: Zou er nog een weg zijn om de straf te ontgaan en wederom tot genade te komen ?
O, dat we hooren mochten de woorden, waarmee de verhoogde Christus trekt: „Ontwaakt gij die slaapt, en staat op uit de dooden, en Christus zal over u lichten".
„En Ik, zoo wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal ze allen tot Mij trekken". De verhoogde Christus trekt de Zijnen tot Zich.
Tot Zich aan het kruis. Ze zullen met Hem sterven, opdat ze met Hem leven.
Ze zullen met Hem gekruist worden, opdat ze met Hem verheerlijkt worden. Het leven met Christus is een stervend leven. Hèt is een sterven aan de wereld ; een sterven aan de zonde, een sterven aan de wet, een sterven aan zichzelven
Ze sterven lederen dag.
Maar als stervende, en ziet, zij leven.
Bij Christus, in Zijn gemeenschap, door Zijne genade leeren zij den jubel van den apostel verstaan : Ik ben met Christus gekruist en ik leef; doch niet meer Ik leef, maar Christus leeft in mij".
Een machtig verlangen is het, dat hun harten vervult: „opdat ik Hem kenne en de kracht Zijner opstanding in de gemeenschap Zijns lijdens. Zijnen dood gelijkvormig wordende. Of ik eenigszlns moge komen tot de wederopstanding der dooden".
Tot Zich trekt de aan het kruis verhoogde Christus de Zijnen.
Maar het kruis was voor Hem het einde niet. Van het kruis voerde Zijn weg naaf het Hof der hoven, naar het middelpunt des heelals, naar de heerlijkheid, die de Zoon had bij den Vader, eer de wereld geschapen werd.
Zijn weg ging over het kruis naar de kroon, door lijden tot heerlijikheid.
En daarheen voert ook de weg van allen, die leerden kennen de trekkende kracht van den gekruisten Zaligmaker.
Hebt gij, lezer, reeds ervaren de trekkende kracht van den gekruisten Christus ? Die trekkende kracht is de kracht Zijner liefde en almachtige genade.
Een gekruiste Christus is alleen dierbaar voor degenen, die zich als doodschuldigen voor den driemaal Heilige leerden kennen.
Een gekruiste Christus is en blijft een ergernis voor den mensch, die het leven tracht te vinden in zichzelven.
Maar er is geen grooter vreugde voor den ontdekten zondaar, dan bij Hem te zyn. Bij Hem en met Hem in de Vaderarmen en aan het Vaderhart.
Bij Hem wordt gezongen het wondere duet van Gods Geest en den geest der zijnen, die samen getuigen van het kindschap Gods.
Bij Hem is rust en vrede en eeuwig leven. Trek ons dan, Heere, opdat we bij U mogen zijn.
Hilversum
W. J. v. Lokhorst

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken