Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

DE GEHUWDE VROUW IN HET GEZIN.

4 minuten leestijd

Het vraagstuk van den vrouwenarbeid en wel in het bijzonder dat van den arbeid der gehuwde vrouw, is, sedert dat de Troonrede aankondigde, dat wettelijke regelingen tot beperking van den arbeid der gehuwde vrouwen in voorbereiding zijn, weer aan de orde van den dag.
In tweeërlei opzicht valt de arbeid van de gehuwde vrouw af te keuren.
In de eerste plaats, omdat de gehuwde vrouw haar plaats niet moet hebben op het kantoor of in de werkplaats, doch in het gezin. Zoo is het naar de ordinantiën Gods en naar de Christelijke zede. Dat de vrouw in het gezin aanwezig is, is noodig ten behoeve van de vrouw zelve, ten behoeve der kinderen en ten behoeve van de maatschappij .
En in de tweede plaats kan de arbeid der gehuwde vrouw niet toegelaten blijven in een tijd van groote werkloosheid. In zulk een tijd mag geen middel onaangewend worden gelaten om het arbeidsterrein voor hen, die van de werkloosheid het slachtoffer zijn, te verruimen.
Daarbij komt, dat het een schrijnende tegenstelling is, wanneer een gezin, doordat naast den man ook de vrouw arbeid verricht, dubbele inkomsten geniet, terwijl een ander gezin, waar de kostwinner werkloos is, geen verdiensten heeft.
De Regeering heeft thans aan het voornemen, dat in de Troonrede werd medegedeeld, gevolg gegeven en een voor-ontwerp eener wet, houdende beperkende bepalingen inzake arbeid van gehuwde vrouwen, ter kennisse van de Staten-Generaal gebracht.
De Minister van Sociale Zaken, tot wiens bemoeienis de arbeidswetgeving behoort, ziet het vraagstuk van den arbeid der gehuwde vrouw ook in de eerste plaats als een zaak van beginsel. , In de toelichting op het voorontwerp van wet schrijft de Minister :
De Overheid behoort zich openlijk te scharen aan de zijde van hen, die meenen, dat de gehuwde vrouw, door het enkele feit, dat zij gehuwde vrouw is, haar levenstaak heeft in haar gezin en dat het gezin dient beschermd te worden, zooveel mogelijk tegen het verrichten van beroepswerkzaamheden door de gehuwde vrouw".
Tot zoover de Minister.
Daarom doet het uit een beginseloogpunt er niet toe, of het kwaad van den arbeid der gehuwde vrouw al of niet van grooten omvang is. De Minister streeft naar bescherming van het gezin, dat hij noemt : één zoo waardevol element in de maatschappij, dat, waar mogelijk, in het algemeen belang tegen ongezonde gezinsverhoudingen moet worden opgetreden. Immers de arbeid van de gehuwde vrouw brengt het overwegend bezwaar met zich, dat zij door haar beroepsbezigheden verhinderd wordt de gezinsbelangen naar behooren te behartigen.
Maar naast de beginselzijde van het vraagstuk, acht de Regeering ook het sociaal euvel, dat de gehuwde vrouw in een tijd, waarin de werkloosheid nog altijd op geweldige wijze ons volk blijft teisteren, op de arbeidsmarkt als concurrente optreedt van den man, die mede door den arbeid die de gehuwde vrouw verricht, niet in de behoeften van het gezin kan voorzien, van zoodanige beteekenis, dat een optreden daartegen van de Overheid op zijn plaats is. Bij het huidige nog steeds zeer hooge percentage van mannelijke werkloosheid is het naar het oordeel van den Minister van Sociale Zaken de moeite waard om de gehuwde vrouw te beletten zich op de arbeidsmarkt mede een plaats te veroveren.
Intusschen blijft bij de Regeering de hoofd­ zaak, waarom zij den arbeid der gehuwde vrouw zooveel mogelijk wil beperken, gericht op het belang der vrouw zelve en op dat van het gezin. Uit dien hoofde is dus het uitgangspunt niet het verbieden van bepaalden arbeid of arbeid in een bepaald milieu, b.v. in fabrieken of werkplaatsen aan de gehuwde vrouw, maar een verbod van arbeid als zoodanig terwille van het gezin.
Wij schreven hierboven, dat de arbeid van de vrouw zooveel mogelijk zal beperkt worden, omdat uitzonderingen moeten worden toegelaten, o.a. voor de vrouw, die de kostwinster is voor het gezin. Hoezeer het ook te betreuren valt, dat tal van vrouwen door den nood gedwongen, zich met beroepswerkzaamheden moeten bezig houden om aldus de kost voor het gezin te verdienen, de Overheid mag dat niet verbieden.
Intusschen, de wettelijke regeling tot beperking van den arbeid der gehuwde vrouwen verdient de steun van allen, die het huwelijk en het gezin zien in het licht van de eeuwige beginselen van Gods Woord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

PDF Bekijken