Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

UIT DE HISTORIE

1588 JOHANNES MACCOVIUS 1938

6 minuten leestijd

III.
Wij komen thans tot een zeer belangrijke kwestie, die wij in onze artikelen over Maccovius reeds even hebben aangeroerd : ZIJN THEOLOGISCHE METHODE, die door LUBBERTUS volstrekt is afgekeurd.
Men heeft het Maccovius als een verdienste aangerekend, dat hij de scholastieke behandeling der theologie in eere heeft hersteld. Wat wil dat zeggen ?
De SCHOLASTIEK is een wijsgeerige richting, waarvan THOMAS VAN AQUINO, die in de dertiende eeuw leefde, de voornaamste vertegenwoordiger is. Met behulp van de philosophic van Aristoteles zocht de scholastiek de leer der Kerk wetenschappelijk te bewijzen, en tegen aanvallen van ongeloovige zijde te handhaven en te verdedigen. Langs den weg eener logische redeneering wilde de scholastiek geloofswaarheden voor het denkend verstane^ aannemelijk maken. Op deze wijze werd de wijsbegeerte in dienst gesteld van de godgeleerdheid. Door spitsvondige redeneeringen trachtte de scholastiek de christelijke religie voor de vierschaar der menschelijke rede te rechtvaardigen. Heel dit streven draagt een schoolsch karakter, en het is met het ware wezen der theologie in flagranten strijd. De Waarheid Gods en de mysteriën der heilsfeiten laten zich niet logisch verklaren, 's Menschen intellect kan het gebied, dat God 't gesteld heeft, nu eenmaal niet overschrijden. Daarom achten wij de scholastiek in wezen en doel verkeerd. Al nemen we gaarne aan, dat er in de scholastiek diverse nuances bestaan, — een onderscheiding, die Maccovius' levensbeschrijver maakt tusschen scholastiek in GUNSTIGEN en ONGUNSTIGEN zin, kennen we niet. Wij houden het er voor, dat alles, wat naar scholastiek riekt, de ware theologie schaadt. Wie de godgeleerdheid verstaan en verklaren wil met elementen, die niet ontleend zijn aan haar eigen karakter, begaat een principieele fout.
De Reformatoren, die door Gods genade zijn teruggekeerd tot de zuivere bron der openbaring Gods, hebben van meetaf geweigerd, hun toevlucht te nemen tot het intellect, om de Heilige Schrift opnieuw te leeren kennen. Zij toch weten niet van een Gods-BEGRIP, maar hebben een levenden God in den hemel. De Hervorming wilde tot den Bijbel terug, en tot hem alléén ! Al zouden we niet durven beweren, dat de Reformatoren dit standpunt steeds voor de volle honderd procent zijn trouw geweest, — vast staat, dat zij de theologie volkomen hebben willen vrijhouden van menschelijk geredeneer en scholastieke spitsvondigheden. Zonder het menschelijk verstand te minachten, is met name Calvijn er op bedacht geweest, dal wij langs wijsgeerigen weg nimmer eenige kennis kunnen bekomen van de dingen Gods. Zonder hooger licht zijn wij „als een blinde, die kleuren wil sorteeren", en „als een ezel, die de schoonheid eener symphonie wil verstaan”.
Door de echt gereformeerde theologen wordt de wetenschap, dat wij op geenerlei wijze met onze denkmethoden in den hemel kunnen opklimmen, deemoedig aanvaard. De boeien der scholastiek hebben zij verbroken, en zij zijn weergekeerd tot de eenvoudige Waarheid van Gods Woord.
Het valt te betreuren, dat niet alle theologen aan Calvijn's methode zijn trouw gebleven, doch teruggegaan zijn op de middeleeuwsche methoden, waarvan die der scholastiek de voornaamste was.
Langzaam begon de wijsbegeerte na Calvijn de theologie te beïnvloeden, en de schadelijke gevolgen zijn in allerlei opzicht te constateeren, wanneer men sommige werken uit de na-Calvijnsche periode ter hand neemt.
Na dit uiteraard beknopt overzicht van wat de scholastiek is en wil, zal het den lezer geenszins verwonderen, dat wij voor ons het nu juist geen verdienste achten, dat Maccovius de scholastieke methode aan onze hoogescholen opnieuw heeft geïntroduceerd.
Zonder twijfel is het recht aan de zijde van Lubbertus geweest, toen hij zijn collega om dit „baanbrekend" werk critiseerde. Voor zoover het hier de methode betreft, is het juist, om te zeggen, dat Lubbertus méér Bijbelsch theoloog was dan Maccovius. Doch men vergete niet, dat de laatste nimmer onschriftuuriijk heeft willen zijn of de Waarheid Gods welbewust heeft willen aanranden. Tegen Maccovius' methode moge terecht ernstig bedenken rijzen, — doch is hij om deze verkeerde zienswijze nu zonder meer gehéél te veroordeelen ? Beide mannen hadden elkander wat beter moeten verstaan en verdragen. Ook zou het een te waardeeren zaak geweest zijn, wanneer zij met wat meer goeden wil hadden samengesproken. Wij zouden dit niet zeggen, wanneer was komen vast te staan, dat Maccovius een ketter is. Maar de Dordtsche Synode van 1618/'19 heeft hem daarvan vrijgesproken. Wat ons toch óok nog iets zegt ! Met instemming citeeren wij hier een uitspraak van dr. Los :
„Den Hoogleeraar Maccovius, die tijdens de Dordtsche Synode aan de Franeker hoogeschool doceerde, komt de twijfelachtige eer toe, in Nederland het formalisme der Scholastiek openlijk te hebben ingevoerd".
Inmiddels meenen wij door deze uiteenzetting, die de verkeerde methode van Maccovius niet heeft vergoelijkt, de noodige objectiviteit te hebben betracht. Lubbertus' strijdwijze is namelijk van dien aard geweest, dat zij geen navolging verdient. Ondanks verschillen, had er tusschen beide mannen meer blijdschap moeten zijn over de goederen, die zij gemeen hadden. En die blijdschap' werd, helaas, geheel gemist.
Onder de gereformeerde theologen is vooral Maccovius de man, die als polemist bekend staat. Ook hierom is hij verschillend beoordeeld.
Prof. Visscher is van oordeel, dat Maccovius te veel „het zwaard der onverbiddelijke logica" hanteerde en van zijn studenten krijgers maakte.
Maccovius levensbeschrijver daarentegen eert hem om zijn polemische gaven en kent hem een eereplaats toe onder de verdedigers van het gereformeerd protestantisme.
We zouden in strijd komen met den opzet dezer rubriek, wanneer wij alle kwesties, waar over men onderling heeft gestreden, hier gingen uiteenzetten. De belangstellende lezer kan bepaalde onderdeden zelf bestudeeren, als hij daartoe lust heeft.
Vele mannen van naam hebben in later tijd Maccovius met eere genoemd. Voetius en Comrie hebben zich meermalen met instemming op hem beroepen.
Al is er bij Maccovius, evenals bij alle theologen, wel eens iets, dat men gaarne anders gewild had, — in den grond van de zaak was hij een gereformeerd theoloog, die de godgeleerdheid, als wetenschap, heeft begeerd te dienen. Het feit, dat wij niet steeds met hem konden instemmen, zij voor ons geen aanleiding, de verdiensten, die hij gehad heeft, te miskennen.
Literatuur :
A. Kuyper Jr., Johannes Maccovius, Leiden 1899.
H. Visscher, Guilielmus Amesius. Zijn leven en werken, Haarlem 1894.
J. Heringa Ezn. De twistzaak van den hoogleeraar Johannes Maccovius door de Dordrechtsche Synode, ten jare 1619 beslecht ; in : Archief voor kerkelijke geschiedenis, inzonderheid van Nederland, derde deel. Leiden, 1831, blz. 503—664.
D.
d. Z.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

PDF Bekijken