Bekijk het origineel

De Heidelbergsche Catechismus

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Heidelbergsche Catechismus

3 minuten leestijd

naar de verklaring van ZACHARIAS URSINUS (4)
Vraag II van den Catechismus in de eerste Zondagsafdeeling luidt : „Hoevele stukken zijn II noodig te weten, opdat gij dezen troost genietende, zalig leven en sterven moogt ? "
En het antwoord luidt : Drie stukken : ten eerste, hoe groot mijn zonde en ellende zij ; ten andere, op welke wijze ik van alle zonde en ellende verlost worde ; ten derde, welken dank ik Gode voor die verlossing schuldig zij.
Kennis van ellende - van verlossing - en dankbaarheid.
Dit is het plan en de verdeeling van geheel den Catechismus. Het valt samen met de onderscheiding die de Schrift maakt tusschen Wet en Evangelie, met het verschil tusschen deze twee.
Nu kan de kennis der ellende nooit onze troost zijn, ook niet een deel daarvan ; zij verschrikt ons immers méér dan zij ons troost ? Maar de kennis der ellende is plaatsmakend voor onzen troost en de onmisbare voorwaarde om tot den troost te geraken.
Waarom is dus de kennis van ellende allereerst noodig ?
Omdat zij in ons het verlangen naar verlossing opwekt, evenals de zieke naar het medicijn uitziet. Zoolang men niet ziek is, haalt men geen geneesheer !
Indien men de bevrijding van de zonde en ellende niet verlangt, zoekt men niet ; en indien men ze niet zoekt, verkrijgt men ze óók niet ; omdat God slechts bevrijding geeft aan wie zoeken, slechts opent aan wie kloppen, doet ontvangen aan wie bidden. „Bidt en gij zult ontvangen, zoekt en gij zult vinden ; klopt en u zal worden opengedaan". Matth. 7 vers 7. „Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid ; want zij zullen verzadigd worden" Matth. 5 vs. 6. „Komt herwaarts tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u ruste geven". Matth. 11 VS. 28. „Ik woon bij dien, die van een verbrijzelden en nederigen geest is". Jesaja 57 vers 15.
De kennis der ellende is noodzakelijk om het verlangen naar verlossing op te wekken. en wel kan zij zelve dan niet troosten, maar het is toch een eerste voorwaarde om de troost te zoeken en straks getroost te worden. De kennis der ellende op zichzelve schrikt af ; doch die schrik is noodig en wordt heilzaam, zoo het geloof er bij komt ; het geloof, dat Christus en al Zijne weldaden leert aannemen.
Als wij de zonde en de ellende niet kennen, zijn we ongeschikt het Evangelie te hooren. Want zoo er door de prediking der Wet, die handelt over de zonde en spreekt van Gods toorn, geen voorbereiding plaats heeft tot de prediking der genade, volgt er een vleeschelijke gerustheid en ontstaat er een onvaste troost, daar een zekere troost met vleeschelijke gerustheid niet bestaanbaar is.
Hieruit is het duidelijk, dat men met de prediking der Wet moet beginnen ; zooals wij ook zien, dat de Apostelen en Profeten gedaan hebben ; opdat bij den mensch de hoop op eigene gerechtigheid ter neder geworpen worde en zij tot de rechte zelfkennis en een waar berouw worden voorbereid. Zoo dit niet geschiedt, worden ze door de verkondiging der genade nog geruster en weerspanniger en de paarlen worden voor de zwijnen geworpen ter vertreding.
Zoo is dan de kennis der ellende allereerst noodig. (Wordt voortgezet.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

De Heidelbergsche Catechismus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

PDF Bekijken