Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE DAG DES HEEREN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DE DAG DES HEEREN

10 minuten leestijd

X.

De opening der zes zegels omtrent de openbaring van den toorn Gods op aarde bracht alzoo groote ontroering te weeg onder de menschen. Zoo zag Johannes het en zoo zal het geschieden.

Het zevende zegel wordt nog niet direct geopend, of liever Johannes heeft eerst een ander gezicht. Het wijst er wellicht op, dat er nog eenig uitstel zal zijn tusschen de teekenen van die zes en het zevende. Dat komt overeen met de onderstelling, die gemaakt werd, dat het einde er nog niet is, als de zes zegelen geopend zijn.

Daar is nog wat op te merken. Wanneer wij in het achtste hoofdstuk lezen van de opening van het zesde zegel, valt het op, dat er gesproken wordt van zeven engelen met zeven bazuinen. Dan volgt eerst de stem van vier bazuinen en de teekenen, die daarmede gepaard gaan.

De opening van het zevende zegel krijgt daardoor reeds een meer geaccentueerd karakter. Maar niet alleen dat. Het heeft ook iets te zeggen, dat de bazuinen in de hand der engelen zijn. Engelen, dat zijn hemelsche wezens, doen de bazuin schallen. De teekenen komen kennelijk uit den hemel. Wij weten, dat geen ding bij geval geschiedt, ook niet de teekenen van de eerste zegelen, doch hier wordt dit duidelijk en bijzonderlijk aangekondigd, opdat een iegelijk het kan opmerken, dat de Heere zich ten oordeel heeft opgemaakt. Hij gebruikt daarom Zijn gedienstige geesten om door het geschal der bazuinen de teekenen aan te kondigen. In ieder geval wordt het bijzonder karakter van het zevende zegel door een en ander duidelijk in het licht gezet. Het zevende hoofdstuk, dat aan die opening voorafgaat, heeft daarom ook een bijzondere beteekenis in verband met het naderend einde.

Dit hoofdstuk verplaatst ons weer naar de aarde. Johannes zag vier engelen staande op de vier hoeken der aarde, houdende de vier winden der aarde, opdat geen wind zou waaien. (Openb. 7 : 1). Het Zuiden en het Noorden, het Oosten en het Westen worden door de engelen afgezet. Stilte heerscht op de aarde. Geen storm van verwoesting zal het werk verhinderen, dat thans wordt aangekondigd. Wellicht wijst dit op een tijd van rust in het leven der volkeren en in de natuur.

En wat is dan het werk, dat geschieden zal ? De verzegeling van de dienstknechten Gods, die op aarde zijn. Honderd vier en veertig duizend in getal worden verzegeld aan hun voorhoofden. (Openb. 7 : 3—8). Aangezien deze handeling de kerk op aarde betreft kan men daaruit opmaken, dat na deze de kinderen des Koninkrijks onderscheiden zijn en als zoodanig gekend zullen worden. Daar zal geen twijfel meer zijn, met wien men van doen heeft, want zij dragen het zegel van Christus.

Zij worden in de twaalf stammen Israels genoemd, „uit de geslachten der kinderen Israels", en dat heeft sommigen mede aanleiding gegeven om te meenen, dat deze plaats ziet op het volk Israël, zoodat het bekeerlingen uit de Joden zou betreffen. Dit behoeft niet alzoo te zijn en heeft ook geen grond. Het huis Israels in geestelijken zin is de kerk, het lichaam van Christus, uit alle volken en tongen en natiën. Tegen die meening spreekt ook de tekst zelf. Immers Dan ontbreekt, Jozef wordt als een geslacht genoemd. Het is duidelijk, dat het twaalftal domineerende beteekenis heeft en op den symbolischen zin wijst. Men heeft naar een verklaring gezocht, waarom Dan ontbreekt en kon daarbij met eenig recht denken aan den zegen van Jacob. „Dan zal een slang zijn aan den weg, een adderslang nevens het pad, bijtende des paards verzenen, dat zijn rijder achterover valle.'' (Gen. 49:17). De verrader Judas Iskarioth zou dan uit den stam van Dan zijn. Wie dezen weg volgt, zou ook moeten verklaren, waarom naast Manasse nog Jozef wordt genoemd. Een en ander kan slechts duidelijker aan het licht brengen, dat het getal twaalf symbolisch wijst op het verband der kerk als geheel. Dat keert trouwens terug in de 144 duizend, zijnde 12 x 12 duizend. Of zou men meenen, dat dit letterlijk de uitkomst eener telling bedoelt ? Wij scharen ons aan de zijde dergenen, die meenen, dat daarmede de volheid van Christus' kerk wordt aangeduid.

In het negende vers komt een nieuw gezicht. Na dezen zag ik, en ziet, een groote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken en talen, staande voor den troon en voor het Lam, bekleed zijnde met lange, witte kleederen en palmtakken waren in hunne handen. (Openb. 7:9).

Deze zijn het, die uit de groote verdrukking komen, de martelaren dus, die voor den Naam van Christus geleden hebben en gestorven zijn. Daarom zijn zij voor den troon van God.

Het eerste en het tweede gezicht verschilt dus daarin, dat het eerste een blik geeft in de kerk op aarde, het tweede in den hemel. Toch moet er verband zijn tusschen die twee en het is treffend, dat in vs. 9 en vervolgens bepaaldelijk op de martelaren en hun heerlijkheid wordt gewezen. Die heerlijkheid wordt onderscheiden, want „daarom zijn zij voor den troon van God en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel; en Die op den troon zit, zal hen overschaduwen. Zij zullen niet meer hongeren en zullen niet meer dorsten, en de zon zal op hen niet vallen, noch eenige hitte, want het Lam, Dat in het midden des Troons is, zal hen weiden, en zal hun een Leidsman zijn tot levende fonteinen der wateren ; en God zal alle tranen van hunne oogen afwisschen".

Deze zegeningen worden aan allen, wel is waar, beloofd, die van Christus zijn. Zij zullen als koningen heerschen en met Hem zitten in Zijn troon, om met het hoogste te beginnen. Zij leeren Hem ook allen kennen als den oversten Leidsman des geloofs, een Leidsman tot fonteinen van levende wateren, een Herder van de schapen Zijner weide. En nochtans wordt aan degenen, die uit de groote verdrukking komen, hier een bijzondere heerlijkheid toegekend. (Zie vs. 15). Daar wordt verband gelegd tusschen het komen uit de groote verdrukking en het zijn voor den Troon van God.

Wellicht wijst dit tevens op het verband tusschen het eerste en het tweede gezicht. Immers ook de verzegeling, waarvan gesproken wordt, heeft een bijzonder karakter. Men kan toch zeggen, dat alle kinderen Gods verzegeld worden door den Heiligen Geest, maar hier ziet het toch op een bepaalde daad Gods, die op Zijn bevel wordt volbracht.

Wij denken in dit verband aan Ezechiël 9 : 3 v.v  „En de heerlijkheid des Gods van Israël hief zich op van den cherub, waarop Hij was, tot den dorpel van het huis ; en Hij riep tot den man, die met linnen bekleed was, die den schrijvers-inktkoker aan zijn lenden had. En de Heere zeide tot hem : Ga door, door het midden der stad, door het midden van Jeruzalem, en teeken een teeken op de voorhoofden der lieden, die zuchten en uitroepen over de gruwelen, die in het midden derzelve gedaan worden".

Ook hier nadert de dag van Gods toorn over Jeruzalem en worden degenen, die smart hebben over de gruwelen, geteekend. Daar is dus zekere overeenkomst tusschen deze plaats en de verzegeling, wanneer het eindoordeel aanstaande is. En aangezien de verdrukking van Gods kerk in zulk een tijd een zware beproeving zal brengen, zal de verzegeling zonder twijfel ook een bijzondere versterking schenken aan degenen, die zulk een verdrukking doormaken. God zorgt voor de Zijnen in allen nood en dood. In die verzegeling moet dus een bijzondere genadekracht worden gezien, welke de Heere schenkt aan degenen, die in de groote verdrukking gaan. Door alle tijden heen heeft de Heere de martelaren bijgestaan met kracht uit den hooge en Hij zal hen ook in den dag der groote beproeving niet verlaten of begeven.

Paulus acht het een voorrecht om Christus' Naam smaadheid te lijden. Hij zag daarin een bijzondere genade. Johannes wordt een blik gegund in de heerlijkheid dergenen, die uit de groote verdrukking komen. De Heere heeft door dit gezicht een bijzondere vertroosting gegeven aan Zijn kerk, inzonderheid aan de Zijnen, die in groote verdrukking komen, door hen voor oogen te stellen, welke heerlijkheid den getrouwen getuigen wacht, als zij voor Zijn troon zijn.

De verzegeling dergenen, die op de aarde zijn, is dus een profetie en voorbereiding van de groote verdrukking, die komende is, omdat de Dag des Heeren nadert, maar ook een profetie der heerlijkheid, zooals in het tweede gezicht wordt geopenbaard.

Dit alles kan tevens verklaren, waarom de opening van het zevende zegel nog niet werd geopenbaard, wijl het den dag des oordeels nader bij brengt. Het zevende zegel loopt door tot aan het eind der Openbaringen en omvat dus alles wat daarna zal geschieden in de voleindiging der dingen.

Het achtste Hoofdstuk meldt de opening, van het zevende zegel. Er werd een stilzwijgen in den hemel omtrent van een half uur. Het is een plechtige stilte, een stilte des gebeds. De gansche kerk is er bij betrokken. De gebeden aller heiligen worden op het gouden altaar, dat voor den troon is, gebracht en gelouterd door den engel met het gouden wierookvat. (Openb. 8 : 3 v.v.). Alle gebeden, die door de eeuwen heen zijn opgezonden, worden voor den troon Gods als in een machtig gebed der kerk gedacht, als het zevende zegel door het Lam wordt geopend. Het is een plechtige gemeenschapsoefening van het Lam met Zijn gemeente voor den troon Gods. De kerk op aarde en in den hemel vallen samen in het verlangen naar de openbaring Zijner heerlijkheid en vereenigen zich in de bede, dat het einde moge komen. Dit laatste mag verstaan worden uit het volgende: „En de engel nam het wierookvat, en vulde dat met het vuur des altaars, en wierp het op de aarde, en er geschiedden stemmen, en donderslagen, en bliksemen, en aardbeving", (vs. 5). Daarna komen de bazuinen.

De verdrukking op aarde heeft het verlangen naar de eeuwige heerlijkheid tot op het hoogst doen rijzen en maakt dat de kerk op aarde dicht bij den Heere leeft. Haar wandel is in den hemel. Op aarde zijn de getrouwen vreemdelingen en martelaren, wier vaderland in den hemel is. Daarom vloeit hun gebed saam met degenen, die voor den troon zijn. Een roep gaat uit naar het Lam. En het gebed in gemeenschap met alle gebeden der heiligen wordt verhoord. Immers het wierookvat, dat deze gebeden gelouterd had, wordt op aarde geworpen. Het besluit is gevallen, het zegel geopend, de engelen staan gereed om de bazuinen te verheffen, als reeds de aarde wordt bewogen door de dingen, die in den hemel geschied zijn.

De scheiding is voltrokken. Christus maakt zich op ten oordeel. Hij zal zich openbaren als de Koning Zijner kerk en de Rechter der gansche aarde. Dit is het nieuwe en bijzondere van het zevende zegel. Het einde is nabij gekomen, de dag, waarop een nieuwe hemel en nieuwe aarde zal worden gezien, waarin gerechtigheid woont.

Zien wij op de teekenen van de vier bazuinen, die nu volgen, dan is het opmerkelijk, dat deze betrekking hebben op het plantenrijk, op de zee, op de rivieren en wateren, en op de zon, maan en sterren.

Zij betreffen de werken, welke God in de eerste dagen der schepping heeft toebereid. De fundamenten worden aangetast, welke in den beginne gelegd werden om de aarde toe te bereiden. Neemt men daarbij in aanmerking, dat de teekenen bijzonderlijk uit den hemel komen, dan staat tegenover de daden Gods, het telkens weer spreken Gods om wat nieuws voort te brengen of toe te bereiden in den beginne, nu telkens weer de bazuin om het oude te doen voorbij gaan en in zijn fundament aan te tasten als een vervulling van den vloek, die over de schepping kwam en een openbaring van den dood, die in de wereld is ingegaan. Ook daarin komt de beteekenis van het zevende zegel klaarder uit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 22 August 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE DAG DES HEEREN

Bekijk de hele uitgave van Thursday 22 August 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken