Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

MEDITATIE

De verzoeking van Jezus in de woestijn

9 minuten leestijd

Toen werd Jezus van de Geest weggeleid in de woestijn om verzocht te worden van de duivel. Mattheüs 4 vers 1.

Het waren heerlijke ogenblikken, die de Heiland doorleefd had bij de Doop in de Jordaan. Daar heeft Hij zijn taak als Messias eerst in de volle zin van het woord aanvaard. Door de doop in de Jordaan nam de Heiland als het ware de schuld der kerke Gods op zich. Met die schuld beladen kwam Hij weer uit de wateren van de Jordaan te voorschijn. Maar toen daalde de Heilige Geest in de gedaante van een duif op Hem neer. Met de ambtelijke gaven om Middelaar te kunnen zijn, werd Hij toegerust. En de stem van de Vader klonk uit de hemel : Deze is Mijn Zoon, Mijn geliefde in welke Mijn ziel een welbehagen heeft.

Direct na die zalige ogenblikken werd de Heere Jezus van de Geest weggeleid om verzocht te worden van de duivel. De uren van zalige gemeenschap met de Vader werden dus dadelijk gevolgd door tijden van heftige geestelijke bestrijding. Geen wonder dat dit ook de ervaring is van degenen, die mogen weten door het geloof één met de Heiland te zijn ! Hoe menigmaal komt het niet voor dat men eens heeft mogen spreken van hetgeen de Heere deed ondervinden, van wat God gedaan heeft aan de geest. Er kunnen wel eens tijden zijn, waarin men met vrijmoedigheid mag getuigen van de heilgeheimen, die de Heere naar Zijn vreeverbond getoond heeft. Maar, dan komt het ook menigmaal voor, dat deze tijden van innige Godsgemeenschap gevolgd worden door tijden van heftige bestrijding. Men is dan bevreesd te veel gesproken te hebben. Of gesproken te hebben boven de geestelijke stand, waarin men gewoonlijk verkeert. Of niet gesproken te hebben tot eer van Gods Naam! Zo wordt de ziel, die eerst in alle vrijmoedigheid mocht getuigen van de grote werken Gods, weer bestreden. Dat vinden we trouwens bij zovele bijbelheiligen. Denk maar eens aan Elia. Eerst staat hij in zijn heerlijk Godsvertrouwen op de Karmel en even later vinden we hem op zijn vlucht voor Izebel moedeloos nederliggen in de woestijn.

Toen werd Jezus weggeleid van de Geest om verzocht te worden van de duivel.

Men heeft wel eens de vraag gesteld : Kon Jezus ook vallen bij deze verzoeking ? Die vraag doet iemand, die de Heere vreest, pijn. Wanneer men eens aan een rechtgeaard kind zou vragen, of b.v. een schandelijke misdaad door zijn vader zou kunnen bedreven zijn, zou zulk een kind die vraag toch zeer terecht als een belediging opvatten. En zou dan de vraag, of de Heere Jezus kon vallen, een kind van de Hemelse Vader niet evenzeer smart doen ? Zelfs de mogelijkheid onderstellen, dat Jezus kon vallen, is een belediging voor Hem, die één met de Vader was en die gekomen was om alle gerechtigheid te volbrengen! Neen, Jezus kon niet vallen bij de verzoeking in de woestijn.

Maar is dan de verzoeking geen ijdele vertoning ? Alleen een schijngevecht ? Er wordt dan iemand verzocht, die niet vallen kon.

Maar nu moeten we onderscheid maken tussen de mogelijkheid om te vallen en het doorstaan van de smarten der verzoeking. Dit laatste werd de Heiland geenszins gespaard. Ook al was de mogelijkheid van bezwijken in de verzoeking niet aanwezig, daarom kon Hij wel in de benauwdheid der verzoeking terecht komen en die op ontzaggelijke wijze doormaken. Men zou om dit duidelijk te maken, kunnen wijzen op hetgeen Gods kinderen ook doormaken. Dat een van Gods gekenden voor eeuwig omkonit, is toch immers onmogelijk. Er is toch geen afval der heiligen. Het werk, dat de Heere in de ziel aanving, zal Hij toch niet meer teloor laten gaan. De zaligheid van Gods kerk ligt toch alleen vast in het eeuwig raadsbesluit des Heeren. En dat is toch onveranderlijk. Wanneer Gods gekende ergens zeker van kan zijn, is het toch wel van God zelf, die het werk Zijner handen niet laat varen. Maar kan er nu geen bestrijding meer vallen in het hart van Gods volk ? Worden zij nooit meer aangevochten en bestreden ? Beken Belials verschrikken hen meermalen. Angsten der hel grijpen hen soms nog geweldig aan. Heftige bestrijding en duistere tijden maken ze nog menigmaal door. Dat is geen inbeelding, geen vertoning, geen schijngevecht, geen comediespel. De smarten der verzoeking doorstaan ze menigmaal in zeer heftige mate, terwijl het toch onmogelijk is dat ze voor eeuwig zullen omkomen.

Nu is zeker het zieleleven van een kind van God niet op één lijn te plaatsen met dat van de Heere Jezus. Daar is natuurlijk een oneindig verschil tussen. Maar 't gaat er nu alleen om, om enigszins duidelijk té maken, dat er verschil is tussen de mogelijkheid van bezwijkeh in de verzoeking en het doorstaan van de smarten der verzoeking. Blijkens de spanning der ziel kon Jezus  dus wel de smart der verzoeking doorstaan, ook al was de mogelijkheid om te vallen niet aanwezig.

Er is nóg een zeer belangrijk verschil tussen onze verzoekingen en die van de Heere Jezus. Ook wij, mensen, worden in verzoeking geleid. God zelf verzoekt niemand. Bij Jacobus lezen wij: : Niemand, als hij verzocht wordt, zegge: Ik word van God verzocht, want God kan niet verzocht worden en Hij zelf verzoekt niemand. Maar verzoekt God zelf niemand. Hij leidt de mens wel in verzoeking. Om dat te bewerken gebruikt de Heere menigmaal de boosheid van Satan. Maar God bepaalt in dat opzicht idan toch de mate, de duur, de aard en de tijd der verzoeking, die hij Satan laat uitvoeren. Denk maar aan de geschiedenis van Job. God keurt dikwijls voor ons mensen goed, dat we verzocht worden om ons in alle godzaligheid te oefenen : dus om ons te doen ervaren, hoe we zwak zijn in onszelf en hoe er alleen hulp in de dagen der beproeving bij de Heere te vinden is. Vandaar dat Jacobus ook schrijft : Acht het voor grote vreugde, mijn broeders, als gij in velerlei verzoekingen valt, wetende dat de beproeving uws geloofs lijdzaamheid werkt. Doch de lijdzaamheid hebbe een volmaakt werk, opdat gij moogt volmaakt zijn en geheel oprecht, in geen ding gebrekkelijk.

Gods kinderen worden menigmaal in verzoeking geleid om hen te oefenen in de godzaligheid. Maar dat is in het geheel niet het geval bij de Heere Jezus. We hebben Hem vooral te zien als Borg, die gekomen is om alle gerechtiglieid te vervullen. Voor oefening in de Godzaligheid heeft Jezus de verzoeking in de woestijn niet nodig. Hij gaat de smarten der verzoeking doorstaan als Tweede Adam. Als zodanig hebben wij Hem in de verzoeking te zien. Als Tweede Adam moest Hij gaan boeten voor hetgeen de eerste Adam had misdaan. Als Tweede Adam moest Hij opbouwen, hetgeen de eerste Adam had verwoest. Vandaar, dat Christus als Tweede Adam moest worden weggeleid. De Geest des Heeren leidde Jezus naar de woestijn. Anders kon Hij geen Tweede Adam zijn, geen Borg voor de kinderen van de eerste Adam! Zo kon Hij alleen worden het Hoofd van een geheel nieuw mensengeslacht.

Toen werd Jezus van de Geest weggeleid in de woestijn. In de woestijn werd de Tweede Adam verzocht. Hoe anders was het bij de eerste Adam, toen de moordenaar van de beginne hem naderde. De eerste Adam was in het paradijs, waar alles vrede en geluk en blijdschap ademde. Daar schouwde de onbenevelde blik van het eerste mensenpaar in de diepten des hemels, in de onbereikbare verten van het liefdewezen Gods. Daar heerste in en rondom hem de schoonste harmonie.

Hoe anders was 't bij de Tweede Adam. In het Evangelie naar de beschrijving van Marcus lezen wij, dat Jezus was bij de wilde gedierten. Daar was het dus met recht een woestijn, vol gevaren van allerlei aard. In die woestijn moest Christus nu ingaan, opdat Hij in al onze benauwdheden benauwd zoude zijn en een barmhartig Hogepriester voor Zijn volk zou kunnen wezen.

We willen nog letten op het eind van Jezus' verzoeking in dte woestijn. Terwijl de eerste Adam bezweek in de verzoeking in het paradijs, hield de Tweede Adam stand. Terwijl de eerste Adam de doemschuld door zijn zonde over de mensheid bracht, verloste de Tweede Adam Zijn kerk van alle ongerechtigheid.

Voor Adam werd het paradijs gesloten. Het eerste mensenpaar werd verdreven uit de paradijsheerlijkheidl Zelfis werden twee Cherubim's met vlammend zwaard bij de ingang van het paradijs geplaatst, opdat de mens niet zou eten van de boom des levens. De hemel werd gesloten als het ware boven de mensheid.

Maar de hemel werd geopend boven het hoofd van de Tweede Adam. Na de verzoeking kwamen de engelen tot de Heiland en dienden Hem. Daar, waar de engelen zijn, is het paradijs. Jezus herschiep de wildernis tot een paradijs, terwijl Adam het paradijs herschiep in een woestijn! De hemel gesloten boven het hoofd van de eerste Adam. Maar ook boven het hoofd van de kinderen van de eerste Adam. Ook van nature dus boven ons hoofd. Welk een vreselijk oordeel! Te moeten leven onder een gesloten hemel. Maar nog erger is het, dat de mens zich hierom zo weinig bekommert en deze toestand hem geen zorgen baart!

De hemel geopend boven het hoofd van de Tweede Adam. En Gode zij dank ook boven het hoofd van de kinderen van de Tweede Adam. Nu komt het er echter op aan dat we weten kinderen van de Tweede Adam te zijn. Door onze geboorte zijn we kinderen van de eerste Adam, door wedergeboorte en bekering worden we kinderen van de Tweede Adam. Geve God Zijn Geest, die in alle waarheid leidt, opdat wij mogen weten kinderen van de Tweede Adam te zijn!

Niet steeds is de hemel voor het bewustzijn van Gods kinderen geopend boven hun hoofd. Ze zijn hier nog in de woestijn. Worden nog menigmaal in verzoeking geleid. Dat hebben ze nodig voor hun oefening in alle Godzaligheid. Maar dan mogen ze zien op de Tweede Adam, die in al hunne benauwdheden is ingegaan en die ook voor hen alle gerechtigheid opleverde. God sterke hen in de weg des geloofs, opdat zij in alle smarten van het leven bij Christus mogen schuilen!

(Nijkerk)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

PDF Bekijken