Bekijk het origineel

Eindredactie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Eindredactie

6 minuten leestijd

van de Kerkorde, voorzover deze in eerste lezing vrerd vastgesteld ter vergadering van de Generale Synode, gehouden van 8 tot 14 Juli 1948 op „Woudschoten" te Austerlitz.

XIV. 

Van de opleiding en vorming tot dienaar des Woords.

De zorg voor de opleiding en vorming van de dienaren des Woords berust bij de Generale Synode.

Zij ontvangen hun opleiding en vorming bij de theologische faculteit van de daarvoor door de Synode aangewezen universiteiten. De Generale Synode kan, in geval van een opleiding elders of bij singuliere gaven, een andere weg tot het predikambt openen. Degene, wiens opleiding en vorming is voltooid, onderwerpt zich aan een herderlijk gesprek inzake zijn roeping en aan een onderzoek inzake zijn geschiktheid en bekwaamheid tot het ambt.

Zo geen bezwaren bestaan, wordt hij als candidaat tot de Heilige Dienst toegelaten tot de Evangeliebediening in de Nederlandse Hervormde Kerk en verkrijgt hij het recht te staan naar het ambt van dienaar des Woords.

XV.

Van de Heilige Doop.

De Heilige Doop wordt aan de kinderen der gemeente in haar midden op gezette tijden bediend door de dienaren des Woords, met gebruikmaking van een daartoe aangewezen Formulier uit het dienstboek der Kerk. 

Degenen, die niet als kind zijn ten Doop gehouden, ontvangen na openbare belijdenis des geloofs te hebben afgelegd, de Heilige Doop met gebruikmaking van een daartoe bestemd Formulier uit het dienstboek der Kerk.

XVI.

Van de catechese.

De catechese is het onderricht aan de kinderen der gemeente en verder aan allen, die dit onderricht begeren. Het doel der catechese is hen voor te bereiden tot de openbare belijdenis des geloofs, daardoor te brengen tot de deelneming aan het Heilig Avondmaal, en mitsdien tot het dragen van medeverantwoordelijkheid als belijdend lid voor de opbouw der gemeente van Christus.

Het kerkelijk, onderricht betreft het lezen en verstaan van de Heilige Schrift, de belijdenis en geschiedenis der Kerk, het kerkboek, in het bijzonder het kerklied.

De Kerk geeft leiding en voorlichting ten opzichte van de leerboeken en geschriften, die bij het catechetisch onderricht worden gebruikt.

XVII.

Van de openbare belijdenis des geloofs.

Zij, die begeren als belijdende leden in het midden der gemeente te worden opgenomen, daardoor tot het Heilig Avondmaal te worden toegelaten, en medeverantwoordelijkheid te dragen voor de opbouw der gemeente van Christus, doen in de gemeente openbare belijdenis des geloofs.

Tot deze belijdenis worden zij niet toegelaten, dan na onderzoek door de Kerkeraad.

De openbare belijdenis geschiedt in het midden der gemeente met gebruikmaking van een daartoe bestemd Formulier uit het dienstboek der Kerk.

XVIII.

Van het Heilig Avondmaal.

Het Heilig Avondmaal wordt op gezette tijden in het midden der gemeente gevierd.

Het wordt, met gebruikmaking van een daartoe bestemd Formulier uit het dienstboek der Kerk, bediend aan de belijdende leden der Kerk door de dienaren des Woords onder opzicht van de ouderlingen en met bijstand van de diakenen.

XIX.

Van de dienst der barmhartigheid.

Krachtens de gemeenschap aan het Heilig Avondmaal en in navolging van haar Heer, vervult de gemeente haar diakonale opdracht in de Kerk en in de wereld.

De leden der gemeente geven door werken der barmhartigheid gehoor aan de roeping tot onderling dienstbetoon en tot bijstand aan hen, die lichamelijk, maatschappelijk of zedelijk in nood verkeren, en dragen de arbeid der diakenen.

XX.

Van het opzicht.

Het opzicht, gegrond in de barmhartigheid van de Heer der Kerk, geschiedt tot eer van God, tot bewaring der gemeente, en tot behoud van hen, die dwalen.

Dit opzicht wordt uitgeoefend door of in opdracht van de ambtelijke vergaderingen en betreft het geestelijk leven der gemeenten en belijdenis en wandel van leden en ambtsdragers. Het opzicht over de gemeenten, gehouden door visitatoren, betreft haar geestelijk leven en de vervulling van ambten en bedieningen en heeft ten doel de opbouw van de gemeente en de bevordering van haar dienst in de wereld.

Het opzicht over belijdenis en wandel van leden en ambtsdragers wordt gehouden door broederlijke samenspreking en herderlijk vermaan.

Indien nodig, gaat de Kerk over tot toepassing van de daartoe gegeven bijzondere middelen ter-- handhaving van de kerkelijke tucht.

XXI.

Van het huwelijk.

Het huwelijk, als inzetting Gods, zal in de gemeente des Heeren heilig worden gehouden. De bevestiging en inzegening van het huwelijk geschiedt, na verkregen goedkeuring van de kerkeraad, in het midden der gemeente met gebruikmaking van een daartoe bestemd Formulier uit het dienstboek der Kerk.

XXII.

Van de financiën.

De diakonale financiën der gemeente worden verzorgd door de diakonie, haar overige financiën door de Kerkvoogdij.

De verzorging van de generale financiën der Kerk geschiedt in samenwerking tussen de verschillende delen van het kerkewerk door een generale financiële raad.

XXIII.

Van het toezicht. 

Het toezicht, hetwelk de zorg voor de goederen, administraties en financiën der Kerk betreft, strekt zich uit over al haar Organen.

XXIV.

Van de behandeling van bezwaren en geschillen.

Bezwaren en geschillen, voor de behandeling van welke in de orde der Kerk niet een afzonderlijk orgaan of een bijzondere wijze van behandeling is aangegeven, worden voorgelegd aan commissies voor de behandeling van bezwaren en geschillen.

XXV.

Van het verband met andere Kerken.

De Nederlandse Hervormde Kerk, als openbaring van de ene, heilige, algemene Christelijke Kerk, neemt deel aan de oecumenische arbeid in Nederland en in de wereld en onderhoudt nauwere betrekkingen met Kerken, waarmede zij door bijzonder banden van belijdenis of van geschiedenis verbonden is.

XXVI.

Van de éénwording der Kerken.

De Nederlandse Hervormde Kerk zoekt éénwording met de andere Kerken, waarmede eenheid of verwantschap bestaat in geloof en kerkorde.

XXVII.

Van de ordinantiën.

De orde in het leven en werken der Kerk wordt verder geregeld in ordinanties.

Een ordinantie komt tot stand en wijzigingen daarin worden aangebracht op een voorstel, hetzij gedaan in de Generale Synode, hetzij bij haar ingediend door een provinciale kerkvergadering, door een classicale vergadering, of door één der organen van bijstand der Synode.

Een voorstel daartoe van een provinciale kerkvergadering, van een classicale vergadering of van een orgaan van bijstand, kan daar echter niet op dezelfde vergadering worden ingediend en afgehandeld. 

De Synode stelt de ordinantie of de voorgestelde wijziging in eerste lezing vast, zendt haar aan de kerkeraden toe ter consideratie door de classicale vergaderingen en stelt — zo het beraad over deze consideraties haar daartoe doet besluiten — de ordinantie of de wijziging daarin in tweede lezing vast.

In een ordinantie kan worden bepaald, dat daarin aangewezen zaken nader worden geregeld bij generale regeling van de Synode. Indien de naleving van een bepaling ener ordinantie door buitengewone omstandigheden in een bepaald geval naar het oordeel der Generale Synode tot kennelijke onrechtvaardigheid leiden zou, kan de Generale Synode, bij met redenen omkleed en ter algemene Kennis van de Kerk gebracht besluit, van de naleving van die bepaling in dat bijzondere geval ontheffing verlenen.

De Generale Synode draagt zorg voor bundeling en uitgave van de kerkorde, ordinanties, generale regelingen en andere voor de kennis van de orde der Kerk van belang zijnde stukken.

XXVIII.

Van veranderingen in de Kerkorde.

Voorstellen tot wijziging in deze kerkorde kunnen worden gedaan hetzij in de Generale Synode, hetzij door een provinciale kerkvergadering of een classicale vergadering aan de Synode.

Zulk een voorstel kan echter niet op eenzelfde bijeenkomst van een mindere vergadering worden ingediend en afgehandeld. De Synode stelt een wijziging in eerste lezing vast en zendt haar ter consideratie door de classicale vergaderingen, ten minste drie maanden tevoren aan de kerkeraden toe.

Indien het beraad over deze consideraties haar daartoe doet besluiten, stelt zij de wijziging in tweede lezing vast in een vergadering van de, voor dit geval verdubbelde Synode.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Eindredactie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken