Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Huwelijk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Huwelijk

7 minuten leestijd

Echtscheiding

Helaas een zaak, die vooral na de oorlog steeds meer aan de orde komt en niet alleen onder ongelovigen. Daarom zullen wij ook aan dit probleem niet voorbij mogen gaan. De classieke plaats hiervoor is Matth. 19 VS. 3—9, terwijl ook het huwelijksformulier hierover spreekt.

De Farizeen wilden Jezus een strikvraag voorleggen en vragen daarom of echtscheiding om allerlei reden geoorloofd is. In die dagen waren er namelijk twee stromingen, onder aanvoering van Hillel en Sjammai, die verschillend over deze aangelegenheid dachten. Volgens Hillel was echtscheiding reeds gerechtvaardigd, wanneer een vrouw het eten liet aanbranden. Doch Sjammai was van oordeel, dat men hiertoe slechts bevoegd was, wanneer iets schandelijks was voorgevallen, waarmee dan bedoeld werd : overtreding van het 7de gebod.

Christus' antwoordt op de vraag der Farizeen met een heenwijzing naar de scheppingsorde. God heeft man en vrouw tesamengevoegd en wat God samengevoegd heeft, scheide de mens niet. „Zo wie zijn vrouw verlaat anders dan om hoererij en een ander trouwt, die doet overspel.  Dr. Van Royen merkt hierbij op, dat in Jezus' dagen geen burgerlijke wetgeving bestond, zoals wij die kennen en waarmede wij dus rekening moeten houden. In de vraag der Farizeën gaat het inderdaad om een eigenmachtig , scheiden, waarbij men soms om luttele oorzaken zijn vrouw eenvoudig wegstuurt met een „scheidbrief".

Intussen is het vraagstuk van de echtscheiding ook nu nog een moeilijk probleem. Er kunnen zich immers toestanden voordoen waarbij men zich afvraagt of de verbinding van een man en vrouw zedelijk gezien nog wel een huwelijk genoemd kan worden. Volgens de leer der R.K. Kerk is het huwelijk een sacrament en als zodanig dus onontbindbaar. Scheiding is derhalve onmogelijk, tenzij dan dispensatie door de paus zelf verleend wordt. Dit probleem wordt b.v. behandeld in het bekende boek „Dr. Vlimmen", van Roodhart.

Volgens de Lutherse opvatting, is echtscheiding geoorloofd in de volgende gevallen : 1. bij overspel; 2. verlating ; 3. verschil in geloof; 4. bij weigering van gemeenschap. De Gereformeerde opvatting was van meetaf veel strenger. Echtscheiding was alleen geoorloofd op grond van : 1. overspel, en 2. geloofsverschil (mahtiosa religionis causa).

Geesink merkt op : „de protestantse Kerk heeft op grond van 1 Cor. 7 vs. 15 ook de malitiosa desertio (kwaadwillige verlating) als reden tot echtscheiding erkend. Het ius constitutum, ons burgerlijk recht, kent overspel, kwaadwillige verlating, veroordeling tot een onterende straf (na het huwelijk uitgesproken) en levensgevaarlijke mishandeling als redenen van echtscheiding. De Kerk kan echter geen andere laten gelden dan de eerste twee, doch in de practijk leidt dit tot grote moeilijkheden, wanneer de Kerk een door de Overheid erkend huwelijk niet wil erkennen. Men denke b.v. aan de quahficatie van de daaruit geboren kinderen Mishandeling mag ten hoogste leiden tot scheding van tafel, en bed". Aldus Geesink.

Brunner schrijft : „op zichzelf behoeven echtbreuk en mishandeling geen grond voor echtscheiding te zijn : door bet geloof kan men trouw blijven. Anderzijds kunnen kleine moeilijkheden veel zwaarder drukken". Terwijl Brunner verder er op wijst, dat een samenleving binnen een huwelijk, waar de liefde ontbreekt, toch eigenlijk veel weg heeft van prostitutie.

Theleman, in zijn behandeling van het 7de gebod, schrijft: „een hoogst lichtzinnige opvatting breekt zich baan in de litteratuur en in de practijk van het leven. Het huwelijk is voor velen niet meer dan een contract, dat men moet kunnen opzeggen De Christen zal  — als zijn huwelijk ongelukkig wordt — dit zolang mogelijk aanvaarden en dragen als gevolg van zijn eigen daad en in dat dragen meer karakter tonen, dan wanneer men maar onmiddellijk de schadelijke gevolgen van hetgeen men zelf misdeed, van zich afwerpt. Maar er is een grens, en ieder zal voor zichzelf hebben te beslissen, wanneer hij voor God tot echtscheiding gerechtigd is"

Intussen wordt er vaak in stilte en eenzaamheid bitter veel leed geleden in menig huwelijk. En het oordeel der liefde eist, dat wij niet te spoedig klaar staan met de banvloek der Wet. Anderzijds is ook voor dit leed balsem bij de Heiland van zondaren. En bij Hem is uiteindelijk de énige troost. Wij zien in de Evangeliën de Heere Jezus in gesprek met de Samaritaanse vrouw, in wier leven veel verkeerd ^was en die op dat ogenblik leefde met een man, die haar man niet was. Wij horen Christus' oordeel over die vrouw, in overspel gegrepen. (Joh. 8) En deze dingen zijn niet geschreven om dit alles goed te praten, maar wèl om ons te waarschuwen, dat — waar Christus zelfs in zo'n geval niet wil veroordelen — het ons zeker niet past lichtvaardig een oordeel te vellen. Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt!

Wat weten wij van al het leed, dat reeds doorworsteld werd, voordat de buitenwereld bemerkte dat het huwelijk van die en die te wensen overliet! En wie zou ook de problemen voor het geestelijke zowel als zedelijke leven van deze mensen kunnen peilen, dan alleen de man, die zelf in deze ellende geleefd heeft of nog leeft.

Laat ons deze gedachte tot voorzichtigheid manen. Wel weten wij van een barmhartige Hogepriester, die medelijden kan hebben met al onze zwakheden. De practijk leert ons, dat het huwelijk van sommige mensen — ook zonder overspel van één der partijen - een hel kan worden, waarin het geestelijk leven wel verstikken moet.

Zolang ook maar enigszins mogelijk is, zullen man en vrouw, die beide christen willen zijn, trachten zich met elkander te verzoenen, gelijk dit christenen altijd betaamt. Een grote factor vormt immers ook het kind, in wiens leven door de scheiding der ouders wordt. zulk een bittere scheur getrokken

Maar inderdaad kan er een grens komen en dan zal ieder voor Gods Aangezicht moeten beslissen. En ik meen, dat dan de voorkeur gegeven moet worden aan een scheiding van tafel en bed, waardoor men niet lichtvaardig komt tot het sluiten van een ander huwelijk, waardoor de mogelijkheid tot verzoening en hereniging voor altijd afgesneden wordt.

Wij zullen immers altijd moeten blijven bedenken, dat man en vrouw beide zondaar zijn. En dat er daarom ook altijd schuld gezocht moet worden bij beide partijen, wanneer het eenmaal niet goed gaat.

Deze gedachte zal ons blijvend verootmoedigen en dat is nodig, opdat wij daarin aanleiding vinden zoveel mogelijk in ons is vrede te houden met alle mensen, doch inzonderheid met eigen huisgenoten en dan nog weer zeer in het bijzonder met hem of haar, met wie God ons heeft samengevoegd.

Dat overigens een tweede huwelijk gerechtvaardigd is, wanneer het eerste door de dood werd ontbonden, blijkt duidelijk uit Rom. 7 vers 3, waar de apostel zegt: ,,indien zij (de vrouw) eens anderen mans wordt, terwijl de man leeft, zo zal zij een overspeelster genaamd worden, maar indien de man gestorven is, zo is zij vrij van de wet, alzo dat zij geen overspeelster is, als zij eens anderen mans wordt".

En een tweede huwelijk na wettige (in dit geval door Gods Woord toegelaten) echtscheiding wegens overspel door de andere partij, moet ook .geoorloofd geacht worden. .i

Men vergete echter nimmer, dat de band, éénmaal door God Zelf tussen man en vrouw gelegd, van zulk een ingrijpende aard is, dat men er nimmer meer geheel vrij van worden zal. Het „één-vlees" zijn grijpt vooral diep in, in de ziel van een vrouw. Daarom zal de wellicht fel begeerde herwonnen vrijheid nooit waarachtig kunnen bevredigen. En het lijkt mij toe, dat bij een fijn-gevoelend mens juist deze gedachte het zuivere geluk in de weg zal staan.

Laat ieder daarom in zijn huwelijk bedenken, dat liefde en huwelijksgeluk dingen van onschatbare waarde zijn, maar ieder op zich zelf teer als een zeepbel. Het zijn immers juist de kleine dingen, waardoor een huwelijk gezegend kan zijn.

En weer moet er aan herinnerd worden, dat het daarom vóór alle dingen nodig is, zich te laten leiden door de Heilige Geest, die de Geest van Christus is-. En alleen, die door de Heilige Geest geleid worden, zijn kinderen Gods.

Ik eindig dit artikel met de vermanende woorden van de apostel Jacobus: ,,Is iemand onder u in lijden ? Dat hij bidde!"

Belijdt elkander de misdaden en bidt voor elkander.

Ziet, wij houden hen gelukzalig, die verdragen. Gij hebt de verdraagzaamheid Jobs gehoord en gij hebt het einde des Heeren gezien, dat de Heere zeer barmhartig is en een Ontferm er !"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Huwelijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken