Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zie, de mens!...

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zie, de mens!...

9 minuten leestijd

Johannes 19 vers 56.

Eenzaam staat de Heere Christus in het midden van Zijn vijanden. Als een Lam is Hij in het midden van de wolven. Pilatus immers heeft de Onschuldige als een kwaaddoener overgegeven aan zijn krijgsknechten, opdat zij Hem geselen zouden. En hoewel Jezus Christus zich uit de handen van die krijgsknechten had kunnen bevrijden, omdat Hij Gods Zoon is, liet Hij toch die smartelijke en smadelijke mishandeling over Zich komen, omdat Hij op Zijn rug de slagen wilde laten neerkomen, die Zijn volk verdiend heeft.

En in die bereidheid van de Heere Jezus Christus, om dit alles over Zich te laten heengaan, mogen wij Zijn onuitsprekelijk grote liefde aanschouwen, met welke Hij over de zondaar bewogen is.

Reeds eeuwen te voren was geprofeteerd, dat deze smadelijke belediging Christus zou worden aangedaan, toen de profeet zeide : „Ik geef mijn rug dengenen, die Mij slaan, en ploegers hebben op mijn rug geploegd ; zij hebben hun voren lang getogen".

Daar staat Christus, met ontblote rug gebonden aan de geselpaal, tot een spot en hoon voor de krijgsknechten. En wie zichzelf heeft Ieren kennen als een schuldig zondaar voor God, die moet belijden, dat niet de Heere Jezus Christus, maar de zondige mens — wij zelf — die geseling hadden moeten doormaken. Wij immers hebben ons van de hoge God afgekeerd en wij hebben een eeuwige pijniging verdiend vanwege onze zonden. En vol aanbidding moeten wij zeggen : „Ja. waarlijk, wij zijn duur gekocht. Niet met zilver of goud, maar met Zijn dierbaar bloed".

De krijgsknechten geselen Jezus Chris-tus en daarna vergrijpen zij zich aan Zijn heilige persoon. Zij hebben gehoord, dat deze Veroordeelde zich had willen opwerpen tot een Koning der Joden, en nu zullen zij Zijn koningschap belachelijk maken. Een versleten purperen soldatenmantel wordt over Zijn bloedende rug gehangen. Een krans van doornen wordt op Zijn hoofd gedrukt en een rietstok bij wijze van scepter in Zijn hand gegeven. En spottend buigen de krijgsknechten zich het ene ogenblik voor Jezus Christus neer, om Hem het andere ogenblik in het aangezicht te spuwen en met de rietstok op het gedoomde hoofd te slaan. En Christus verzet Zich niet hooghartig tegen die soldaten. Neen! In stilte duldt en lijdt en draagt Hij alles.

Zal onze ziel niet in aanbidding neerzinken voor Christus, Die gekroond werd met de doornen van onze zonden, en Die bespot werd in Zijn koningschap, en Die door het hoongeroep van de natuurlijke mens geminacht werd in Zijn heerschappij ? Ook ons leven is zo menigmaal schijnbaar een bidden tot God. en even later geven wij met onze zonden een slag in het aangezicht van de Allerhoogste Majesteit. Dan is het niet een buigen voor Christus, maar een dienen van de Satan, van de wereld en van onszelven.

*

Jezus Christus staat daar als een spotkoning. Zijn lichaam is omhangen met een spotkleed. Zijn hoofd is gekroond met doornen. Zijn aangezicht is overdekt met speeksel en smaadheden. Hoe verdorven is Zijn gedaante.

En gekroond met doornen en omhangen met de purperen soldatenmantel, moet Jezus Christus naar voren treden, voor het aangezicht van de wachtende menigte, opdat deze door een gevoel van deernis zou bewogen worden. Met een enkel gebaar wijst Pilatus op de naar buiten tredende Jezus en zegt: „Zie, de mens !"

Pilatus vraagt als het ware : „Is dat nu iemand, die kan beantwoorden aan uw Messiasverwachting ? Meent gij, dat deze Persoon, die een toonbeeld is van zwakte en ellende, uw leider zal zijn in een opstand tegen de keizer ? "

Pilatus dacht, dat de Joden, door de deerniswaardige toestand, waarin Jezus door de krijgsknechten gebracht was, met medelijden over Hem bewogen zouden worden, en wel van verdere eisen zouden afzien.

Maar niets was minder waar dan dat ! En toch sprak Pilatus, zonder het zelf te weten, een waarheid uit van wereldomvattende betekenis. Want in de woorden van Pilatus vinden wij weerspiegeld de ellende, waarin wij mensen gevallen zijn.

Wij beelden ons nog zoveel in. Schenk aandacht aan het woord van Pilatus, opdat gij ziet, dat gij geheel ontluisterd zijt in uzelven. En overtuigd zijnde van zonde, zult gij voor de Heere verootmoedigd worden. Dan komt er onrust in uw hart. En dan blijft het niet bij schuldgevoel, maar dan komt het tot een schuld belijden en vernederen voor de Heere. Dan is het een erkennen dat, als de Heere met u had willen doen naar uw zonde. Hij u had moeten vernietigen van voor Zijn heilig aangezicht. Evenwel komt de Heere nog steeds uw ongerechtigheden onder de aandacht brengen, als Hij u bij monde van Pilatus zegt: „Zie, de mens !"

Hebt gij uw beeld gezien ? Een spotkoning, verachtelijk en afschuwelijk ! Wie werkelijk door Gods Geest ontdekt wordt, die ziet zijn ellende en zonde en hij gaat belijden „ik ben de grootste der zondaren", maar óok gaat hij bidden :

„O God mijns heils, vergeef mijn schuld.
„Mijn bloedschuld toch, hoe billijk ook te doemen".

*

Wat is er over van de heerlijkheid, waarmede wij gekroond waren ? God had ons gesteld tot koningen om te heersen op de aarde en over al het gedierte des velds. Maar dat koningschap hebben wij moedwillig prijsgegeven en de soldatenmantel der schande ligt over onze schouders. En de kroon, die wij dragen, is een doornenkroon, want de aarde is vervloekt en brengt niet anders voort dan doornen en distelen. En waar is onze heerlijkheid en waar is de glans en schittering, die in de eerste mens was ? Wij hebben geen heerschappij meer, want wij zijn een dienstknecht der zonde geworden. Adam had het beeld Gods, bestaande in kennis, gerechtigheid en heiligheid, maar al onze majesteit bestaat in een afgedankte soldatenmantel.

Werkelijk. Pilatus had gelijk, toen hij zeide : „Zie de mens !"...... Want de mens is geworden een spotbeeld van datgene, wat hij was, toen Adam leefde in heerlijkheid.

En nu wacht de dood en de vervloeking. Wij zijn in zonde ontvangen en geboren. Wij zijn kinderen des toorns, geen hoop hebbende voor de toekomst.

Hebt gij zó uzelven leren kennen ? Zie, de mens ! Zie, wat gij geworden zijt. Gij zijt zo diep gevallen en gij zijt des doods schuldig.

O, het is zo nodig, dat gij uw toestand voor God kent en erkent. Daartoe moet gij uzelven in uw binnenkamer onderzoeken voor de Heere en bidden, dat God u aan uzelf ontdekke. En op die zélfinkeer moet ook volgen een terugkeer tot God, van Wien gij zijt uitgevallen. En nu zijt gij zo hoogmoedig en eigengerechtigd. En het is zo moeilijk, om als een doemschuldige voor God te buigen.

Maar de Heere zegt in Zijn genade : „Zie, de mens !.......... En wie zijn ellende gaat zien, die gaat zijn schuld en ellende belijden, maar hij mag óok Christus zien als de Borg, Van Wie de profeet zegt: „De Heere heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen".

*

Jezus dan kwam uit, dragende de doornenkroon en het purperen kleed. En Pilatus zeide : „Zie, de mens !"..........

Als wij niet door Gods Geest geleid worden, dan verstaan wij niet dat Jezus Christus juist de mens is, omdat Hij gegeseld is en ten spot geworden door Zijn doornenkroon en het purperen kleed. Wij zullen het nooit verstaan, als wij niet onszelf hebben leren kennen als een zondaar voor God.

Jezus Christus heeft mens, ja, de mens willen worden, van Wien de Heilige Schrift zegt: „Hij had geen gedaante noch heerlijkheid ; en als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben".

Jezus Christus is de broederen gelijk geworden, uitgenomen de zonde. Zonder schuld stond Hij daar. Maar geslagen en bespot. En zo opent Hij voor de boetvaardige zondaar de toegang tot het hemelse paradijs. In Jezus Christus, Die bespot en gegeseld is, vinden wij immers alles, wat wij nodig hebben om voor God te kunnen bestaan. Laat dan, als gij wegzinkt in uw zonde en schuld, uw oog gericht zijn op Jezus Christus, want Hij heeft uw zonde gedragen en uw schuld weggenomen.

Zie, de mens ! Laat Jezus Christus uw toevlucht zijn al de dagen, uws levens en ook in het uur van de dood.

Zie het wonder van Gods genade, dat geopenbaard is in de lijdende Christus. In Hem is verlossing voor verloren zondaren. En wie door genade dit mag verstaan, die wordt verslagen bij de aanschouwing van die grote weldaad Gods. Christus is mens geworden en ingedaald in onze verlorenheid, opdat de mens tot God zou komen.

Zie, de mens !.......... De straf, die ons de vrede aanbrengt was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden.

Zie, de mens !.......... Jezus Christus is gesmaad, gelasterd en gehoond. Wat een sprake is dat van onze verlorenheid. En gij wordt gewaarschuwd om de Heere Christus niet voorbij te gaan als de mens in onze plaats, want zo gij Hem veracht, gij zult eens de vloek Gods te dragen hebben in eeuwige rampzaligheid Maar zo gij aan uzelf gestorven zijt, zo zult gij leven in Jezus Christus. Dan is Hij u de dierbare, lijdende Borg. Gij steunt dan niet meer op uw deugden en voortreffelijkheden. Dan is Christus u alles. Hij is uw Verlosser, Uw Redder en Behouder !

En als gij bij het woord van Pilatus bekommerd zijt vanwege uw zonde, dan richt God uw oog op de aangebrachte gerechtigheid van Jezus Christus en zegt : Zie, de mens !.......... Zie Mijn Zoon, Jezus Christus, Die mens geworden is ; Hij is in uw plaats gaan staan.

Ga toch met uw gebed tot Jezus Christus. Houd het oog op Hem gericht bij al uw strijd, bij al uw wankelingen en struikelingen. Zie, de mens! Wat een vertroosting geeft het, dat gij dat doen nioogt. Hem zien als de „mens" in uw plaats.

Zie, de mens ! Dit woord van Pilatus wijst u heen naar Jezus Christus, Die een spotkoning heeft willen worden, opdat gij door Hem weer tot Koningen, tot „ware" Koningen zoudt gemaakt worden.

Tholen.
B. G. A. VAN DER WIEL.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Zie, de mens!...

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken