Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

PASEN, het feest van de grote omkeer

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

PASEN, het feest van de grote omkeer

9 minuten leestijd

Gelooid zij de God en Vader van onze Heeie Jezus Ctiristus, die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden. 1 Petrus 1 vs. 3.

Paasfeest is het feest van de grote omkeer. Sinds de mens tegen zijn Schepper is opgestaan en een zondaar is geworden, heeft de dood in deze wereld geheerst.

Als de apostel Paulus het oor te luisteren legt, hoort hij de ga& 'r^e schepping zuchten onder de , , dienstbaarheid der verderfenis".

Door de opstanding van Jezus Christus uit de doden is echter voor de gelovige alles anders geworden. Nu is het uit met de macht en de tyrannie van de dood. De dood is verslonden tot overwinning. Het leven en de onverderfelijkheid zijn aan het licht gebracht. Er is uitzicht gekomen in de donkere kerker, waarin de mens door zijn zonde is opgesloten. De blik der gelovigen reikt over dood en graf heen en weidt in hemelse verten.

Al wie door het geloof met de opgestane Heiland in aanraking komt, ervaart in zijn persoonlijk leven iets van deze grote omkeer. Indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden.

De apostel Petrus v/eet ook van deze grote omkeer in zijn leven te spreken. Hij looft de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, die naar Zijn grote barmhartigheid hem en alle gelovigen heeft wedergeboren tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden,

Wat een donkere dagen moet deze apostel voor zijn innerlijk leven hebben doorgemaakt tussen Jezus' sterven en opstanding! Hij had zijn Meester verloochend tot driemaal toe en die Meester lag nu in het graf! Al Petrus' hoop was met Jezus begraven. Immers aan zijn Meester was hij verbonden geweest met al de vezels van zijn vurige ziel. Zijn Meester was alles voor hem geweest ; zijn voorspraak bij God, zijn gerechtigheid, zijn leven, zijn licht.

Deze Meester had hij verloochend en nu was Hij dood! Bitter berouw verscheurde zijn ziel, maar waar moest hij ~ ermee heen? Hij kon het zijn Meester niet meer zeggen. O, 't was hopeloos met Petrus gesteld. Hij had geen uitzicht meer.

Toen is op die onvergetelijke eerste dag der week de Heiland aan hem verschenen. Wij weten niet, wat tussen de opgestane Heiland en Zijn diepgevallen discipel verhandeld is. Maar sinds dat ogenblik is 't geheel anders geworden bij Petrus. De donkerheid is opgeklaard en het is licht geworden, heerlijk stralend licht.

Nu Jezus was opgestaan uit de doden is voor Petrus een heel ander licht gevallen op Diens lijden en sterven. Eerst had hij daar niets van begrepen. Een Messias, die leed en stierf, was voor hem een ondenkbaarl^eid geweest. Die twee pasten niet bij elkaar. Heere, dit zal U geenszins geschieden! had hij in z'n onverstand uitgeroepen, toen Jezus Zijn naderend einde voorspelde.

Vanuit Jezus' opstanding echter werd het hem alles duidelijk. Nu begreep Petrus dat Jezus' kruisdood geen noodlot, maar gehoorzaamheid, geen nederlaag, maar overwinning, geen ondergang, maar doortocht tot heerlijkheid was geweest. Nu verstond hij, wat hij in deze zelfde brief schrijft: Die zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout, opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden.

Onze zonden — dus ook Petrus' zonden, ook zijn verloochening. Ze waren verzoend. Jezus had er voor geleden, was er voor gestorven, 't Was, of een zwaar pak van Petrus' schouders afviel.

Nu kwam er ook uitzicht. Want Petrus kende het oordeel Gods : de ziel, die zondigt, die zal sterven. Dat oordeel Gods had hem benauwd. Maar nu Jezus was opgestaan, na zich in de plaats der Zijnen onder dat oordeel Gods gesteld te hebben, nu wist Petrus dat dit oordeel van hem was weggenomen. Nu keek hij door de dood heen en ving hij in zijn zielsoog op de stralen van het eeuwig licht.

Zo was Petrus een heel ander mens geworden. Hij was wedergeboren tot een levende hoop ; een hoop, die verder reikt dan dit aardse leven i een hoop, die bestand is tegen dood en graf.

Daarom looft hij nu de God en Vader van onze Heere Jezus Christus. Want Petrus weet : aan deze God, die zich in Christus Jezus heeft geopenbaard en Zijn Zoon heeft gegeven tot een verzoening voor onze zonden, heeft hij de eeuwige heerlijkheid, die hem en al Gods kinderen wacht, te danken.

En daarom, niet alleen door Petrus, maar door allen, wien deze hoop der zaligheid geschonken is, worde deze God geprezen en gedankt. Hem zij de lof in alle eeuwigheid!

Beste Lezers! We gaan straks weer ons Paasfeest vieren. Ons zal weer worden verkondigd : Jezus Christus, gestorven voor uw zonden, is opgestaan van de doden. De macht der hel is verslagen, de hemelpoort geopend. Er is weer hoop voor wanhopige zondaren, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren.

De grote vraag is voor ons allen : hebben wij deel aan deze hoop? De apostel Paulus schrijft aan de Efeziërs, dat zij eertijds zonder Christus

waren, geen hoop hebbende en zonder God in de wereld. Zo is het met ons allen van nature.

Zeker, er is wel velerlei hoop onder ons, mensen. Zonder hoop kan een mens niet leven. Der wanhoop nabij zijn, is een schrikkelijke toestand, waarin niemand het uithoudt.

, En volslagen aan de wanhoop prijsgegeven te zijn, dat is de hel. Boven de poort van de hel staat geschreven : al wie hier binnentreedt, laat, alle hope varen !

Ontzettend: geen enkel uitzicht meer te hebben in der eeuwigheid! Altijd te willen sterven en het nooit te kunnen! Het zal het deel zijn van allen, die buiten Christus hebben geleefd en zonder Hem zijn gestorven.

Die toestand van de volslagen wanhoop wordt hier op aarde, dank zij Gods genade, niet gekend. Zo aan alle kanten vastgelopen kan de mens niet wezen, of hij heeft hier nog altijd wel een sprankje hoop. Zolang er leven is, is er hoop, luidt het gezegde. En dat geldt ook in een diepere zin.

Maar niet alle hoop is de ware.

Er is een hoop, die los van Christus staat. Ze leeft bij inbeeldingen. Zulke hoop is ijdele hoop. Men komt er bedrogen mee uit.

Aan een stervende vrouw vroeg ik eens, of zij de hoop bezat op het eeuwige leven. Ze antwoordde vrij vlot en zonder meer met ja, maar ik was er niet gerust op. Op welke grond rust dan uw hoop? was daarom mijn wedervraag. — Omdat ik mij nooit met slechtigheid heb opgehouden, antwoordde ze.

Ziet, vrienden, zulke hoop is een ijdele hoop. Ze rust op valse grond.

Er is een andere hoop. Een hoop, die wel op Christus is gebouwd, maar alleen voor dit tijdelijke leven. Paulus zegt daarvan : indien wij alleen in dit leven op Christus zijn hopende, dan zijn wij de ellendigste van alle mensen. En wij begrijpen dat, nietwaar? Het leven met Christus toch is wel een leven van vreugde en zaligheid, maar ook een moeilijk leven. De Heere Jezus heeft gezegd : wie zijn kruis niet dagelijks opneemt en Mij navolgt, die kan Mijn discipel niet zijn. Een waar discipel van Jezus is een kruisdrager. En dat kruisdragen heeft betekenis voor de eeuwigheid. Het werkt een gans zeer uitnemend gewicht der heerlijkheid. En ofschoon Jezus' discipel zijn kruis „vrolijk" draagt, het zal hem toch een vreugde zijn, het eenmaal te mogen afleggen en er voor eeuwig van bevrijd te zijn. Dat blijde vooruitzicht troost hem in al zijn leed, bij al zijn moeite en druk, en geeft hem kracht om hier zijn kruis te dragen.

, Maar als hij 'nuj/iit vooruitzicht niet zou hebben, als zjjn hoop op Christus alleen betrekking had op dit tijdelijke leven, dan was het kruis, dat hij te dragen heeft, tevergeefs. Het had geen enkel nut voor de eeuwigheid. Dan zou hij er slechter aan toe zijn dan degenen die Christus niet kennen en daarom vreemd zijn aan het kruis. Ja, dan kan hij met recht de ellendigste van alle mensen worden genoemd. Hier op aarde een moeilijk leven en daarna de eeuwige dood

Er is tenslotte ook een gestorven hoop. Zulk een hoop, die geen hoop meer is, hadden de Emmaüsgangers. Ze zeggen van Jezus : wij hoopten, dat Hij was Degene, die Israël verlossen zou, doch met dit al is het thans reeds de derde dag, sinds deze dingen geschied zijn (ze bedoelen : sinds Jezus' kruisiging) U hoort de spijt en twijfel klinken in hun stem.

Wij hoopten — in de verleden tijd. M.a.w. nu hopen wij het niet meer. Nu is het uit met onze hoop. Hun hoop was gestorven, te niet gedaan door Jezus' dood. Ook dit is verschrikkelijk : te lijden aan een gestorven hoop in natuurlijk of in geestelijk opzicht. Een hoop, die de bodem is ingeslagen door de harde feiten van het leven of door de zonde.

Het gaat er om : zijn wij wedergeboren tot een levende hoop ? Is onze hoop bestand tegen de verwoestende macht van de dood ?

Wil dit zo zijn, dan moet zij op Christus zijn gebouwd, niet alleen voor dit tijdelijke, maar ook voor het eeuwige leven. Op Hem, die gestorven is voor onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking. Hij, Christus, is de , , Hoop der heerlijkheid". Hij heeft de sleutel der hel en des doods.

Inderdaad moeten wij tot zulk een levende hoop worden wedergeboren. Van nature bezitten wij haar niet.

Maar geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus !

Naar Zijn grote barmhartigheid wil Hij ons deze hoop schenken.

Ja, Petrus zegt: Hij heeft ons wedergeboren tot een levende hoop.

Waardoor? Door de opstanding van Jezus Christus uit de doden.

Hier ligt de grond onzer hoop, de grond onzer algehele levensvernieuwing. Bij het geopende graf van Jezus Christus begint het te lichten in de zondaarsziel. Daar verdwijnen de schaduwen van de dood en spreidt de genade des Heeren haar morgenrood.

Nemen wij dan in onze zondenood en doodsangst de toevlucht tot de gestorven en opgestane Zaligmaker.

Wie in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.

't Leven heeft de dood verslonden ; 't Graf is ledig en geschonden. Dood, waar is uw overmacht? Waar uw prikkel? waar uw kracht? 's Heeren vrijgekochten hopen, Want de hemel gaat hun open.

H. van Dijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 2 April 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PASEN, het feest van de grote omkeer

Bekijk de hele uitgave van Thursday 2 April 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken