Bekijk het origineel

De nieuwe weg

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De nieuwe weg

FEUILLETON

4 minuten leestijd

door J. W. OOMS

De buren waren van weerszijden ge- "wekt door het hulpgeroep en snelden toe. Het was plotseling een gegil en geschré.euw van belang. Een boereninecht, ternauwernood gekleed, fietste als een bezetene weg om de brandspuit te alarmeren.

Intussen begonnen de buren en Mienema zoveel als in hun vermogen was te blussen. Niet de hooiberg — want die brandde als een fakkel en met emmers water kon men niets beginnen tegen de vuurzee. Maar de uiterste punt van het dak van de boerderij begon ook al te branden door overspringende vonken en daar was hun aandacht op gejicht. Er waren spoedig heel wat em- Jners en men vormde een ketting van •de sloot naar de boerderij. Mienema had •een ladder ontdekt en tegen de hofstee gezet. Hij stond zelf boven op de ladder 'en wierp telkens de emmers water, die iem toegereikt werden, over de brandende daklijst. De, hitte was bijna niet te verdragen, want het brandende hooi, 3o vlakbij, wierp een verzengende gloed af. Toch hield hij vol en ze zagen, dat ze wonnen, want de vlammen die rond liet houtwerk van de overstekken kronkelden, verminderden met elke guts ~water, die Mienema op het vuur wierp.

De brandspuit was gelukkig snel te.r plaatse. Ook hoorden ze nu de klok ileppen en een sirene scheurde de stilte van de nacht kapot. Er kwam veel volk op de been, ook de burgemeester en de veldwachter verschenen spoedig op het erf van Botermans.

Terwijl de blussing van de brand voortging, begonnen de burgemeester en de veldwachter reeds inlichtingen in te Avinnen omtrent de oorzaak van de brand.

Botermans had geen tijd om uiteen te zetten, wat hij er zelf van dacht ; bovendien was hij er in zijn opgewondenheid ook niet toe in staat geweest.

Maar één van de boeren uit de omgeving, die ijverig meehielp met het blussen van de brand, vroeg op zeker ogenblik aan iemand, wat die vreemde snoeshaan van het grote werk van de wegenaanleg bij deze brand te maken had.

, , Ik vind het mirakels verdacht, dat hij er het eerst bij was", zei hij hardop. 't Gaf eensklaps een nieuw gezichtspunt omtrent de oorzaak van de felle brand.

Gedachten zijn tolvrij en niemand keert het kwade gerucht.

Niet lang daarna spraken enkele boeren, terwijl zij ijverig met emmers water sjouwden, of hulp boden bij het water pompen voor de brandspuit, hardop als hun mening uit, dat die jonge opzichter veel meer afweten zou van de brand.

De veldwachter hoorde dat aan en hij achtte het zijn plicht om ogenblikkelijk in deze richting te gaan met zijn onderzoek naar de oorzaak.

Mienema werd tussen het volk vandaan geroepen en de veldwachter ondervroeg hem, in bijzijn van de burgemeester. Hij moest precies vertellen wat hij deze avond gedaan had en op welke wijze hij de brand ontdekt had en welke maatregelen hij getroffen had om de bewoners te wekken van de boerderij.

Rustig en beheerst vertelde Mienema zijn wedervaren ; hij was er zich nog niet van bewust, dat enkele boeren verdachte opmerkingen omtrent hem gemaakt hadden.

Doch eensklaps zei de veldwachter : , , Weet u al, cfet sommigen de mogelijkheid niet uitgesloten achten, dat u méér van de oorzaak van deze brand afweet? "

Mienema moest eensklaps lachen.

„Het is ernst", antwoordde de veldwachter op Mienema's opvatting, dat 't nu geen tijd was om te schertsen. , , Het is bittere ernst en daarom zal ik u nauwgezet' moeten horen".

Toen de opzichter begreep, dat het inderdaad ernst was en dat er niet viel te spotten met de veldwachter, die het heel serieus opnam, kwam er kwaadheid in hem op. Welke idioot was op de waanzinnige gedachte gekomen, dat hij een brandstichter zou zijn?

, , Ik ken deze boer niet, heb van zijn bestaan tot op dit ogenblik niets afgeweten en ik zou graag willen, dat u op dergelijke idioterie niet ingaat", zei hij luid en een beetje verbolgen.

„Mijn ambt vraagt van mij, ernstig te zijn", zei de veldwachter waardig. , , U moet toch weten dat brandstichting ook een soort ziekte zijn kan. Er zijn mensen, die bezeten zijn van het verschrikkelijke verlangen om vlammen te zien. Zo goed als er mensen zijn, die het stelen niet kunnen laten. Dat noemen ze dan ook een soort ziekte. Daar moet ik rekening mee houden en daarom moet u mij ernstige antwoorden geven".

Mienema werd driftig.

, , Met deze onzin van u heb ik niets te maken", beet hij de veldwachter toe.

, , Beledig geen ambtenaar in de uitoefening van zijn functie", zei de veldwachter waardig.

No. 49 (Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De nieuwe weg

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken