Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

GOD MAAKT ROOD WIT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

GOD MAAKT ROOD WIT

6 minuten leestijd

Komt dan en laat ons tezamen richten, zegt de Heere; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol. Jesaja 1 vs. 18.

Guide Gezelle, de bekende en beminde Vlaamse dichter, heeft eens in een gedicht uitgeroepen, dat alles een taal spreekt. Dat is ook van toepassing op kleuren, ook die spreken een taal.

Komt blauw niet tot ons met de boodschap van trouw ? Spreekt geel ons niet van haat ? Wijst wit ons niet op reinheid ? En zo heeft rood, een van de kleuren die in Jesaja 1 vs. 18 voorkomen, ons óok wat te zeggen.

Rood is de kleur van de zonde. Om een enkel voorbeeld te noemen : is rood niet de kleur van de revolutie, van de zondige hartstochten en van bloeddorst en bloedvergieten ?

Zo is rood de kleur van alle mogelijke zonden, ook in de Schrift. Niet voor niets is het, dat in het laatste bijbelboek de duivel ons getekend wordt niet als een witte of een bruine, maar als een rode draak, rood van de ongerechtigheid.

Nu wordt echter in de tekst niet enkel maar gesproken over zonden, die rood zijn, maar zonden, die rood zijn als scharlaken en als karmozijn. En wat is nu het kenmerk van scharlaken, zowel als van karmozijn ?

Dat het geen flets rode en geen zacht rode, maar diep rode en fel rode kleuren zijn.

Wanneer de Heere het nu in de tekst heeft over zonden als scharlaken en karmozijn, zonden als diep en fel rode kleuren, dan worden daarmede de allerergste zonden bedoeld als moord, overspel en openlijke opstand tegen God.

Ja, aan deze grove overtredingen had Israël zich schuldig gemaakt, lees Jesaja 1 maar eens door ; er is zelfs sprake van zonden van Sodom en Gomorra.

En  wat wil God nu doen met dat diep zondige volk ?

Wat heeft het verdiend ? Toch niet anders dan de eeuwige verdoemenis.

Maar wat zegt de Heere ? Dat Hij die felrode zonden wit wil maken en dan niet een klein beetje "Wit, zelfs niet véél wil, maar volmaakt wit, zodat er van het rood niets meer overblijft.

De Heere toch zegt dat Hij die scharlaken zonden niet enkel wit wil maken, maar wit als sneeuw.

Hoe wit sneeuw is, dat leert deze winter ons wel, nu al enkele malen de zwarte aarde met eem sneeuwlaag is bedekt geweest. Witter dan sneeuw is er, naar ik meen, niet.

En wat bedoelt de Heere daar dan mee, als Hij de zonden wit wil maken, ja, de scharlaken zonden als sneeuw ? Toch voornamelijk dit, dat Hij de overtredingen wil vergeven, volkómen vergeven, zodat die mens met zijn karmozijn kleed, rood van de zonde, voor Hem komt te staan in reine witte klederen.

Zó groot is Gods genade ! Maar hoe kan de Heere dat doen. Hij, die in hetzelfde hoek Jesaja zo vaak de Heilige heet ?

Dat weten wij, mensen van het Nieuwe Verbond. Dat kan de Heere alleen maar doen om het bloed, het rode bloed van Christus. Dat bloed dat is niet rood van de zonde, maar van de liefde lot God en de naaste. Ja, voor Gods heiligheid en om de mens te hehouden, heeft Christus Zijn zuiver bloed laten vloeien. Dat bloed reinigt van alle zonden. Door dat rode 'bloed verbleekt het rood van de zonde in ons leven en wordt door dat rood wit, wit als sneeuw die vers op 't aardrijk nederviel.

Maar wie geldt dit nu ? Dat geldt hen, die willen weten dat ook hun leven rood is van de zonde, nog sterker, rood als scharlaken, dat hun zonden groot zijn.

Willen wij dat erkennen ? Denken we soms dat het met óns niet zo erg gesteld is, dat wij, nu ja, wel rood zijn van de zonde, maar niet felrood als scharlaken en karmozijn ?

Och, luister dan eens naar de Heere ; die zegt: Komt, en laat ons tezamen richten. En als wij ons dan plaatsen voor 's Heeren vierschaar en wij leggen ons leven voor Hem bloot, weet gij wat de Heere dan zegt ?

Mens, al staat ge bij de mensen niet bekend als een overspeler en een moordenaar, bij Mij wèl. Want Ik zie dat uw hart vol is van onreine begeerten en dat is voor Mij overspel en Ik zie ook dat uw hart vol haat zit en dat is voor Mij doodslag, en Ik zie nog zoveel andere gruwelijke zonden. En daarom zijn uw zonden voor Mij ook rood als karmozijn.

En laat ons dat nu maar niet trachten te logenstraffen, maar laat ons ja én amen daarop zeggen, dan zegt de Heere óok ja en ameri op de vrijspraak en tian zegt Hij ook tot ons, dat Hij onze zonden wit wil maken als sneeuw.

Echter, de Heere vraagt niet alleen belijdenis van zonde, maar óok een breken met het kwaad, uit dankbaarheid voor Zijn allesomvattende vergeving. Dat is iets, wat Jesaja 1 ons ook gedurig voorhoudt. Denk alleen maaraan vers 16 : Wast u, reinigt u, doet de boosheid uwer handelingen van voor jMijn ogen weg, laat af van kwaad te, doen.

Er zijn mensen, die denken dat het. alleen maar aankomt op vergeving van zonden. Zeker is en blijft dit het voornaamste, maar het gaat tóch niet minder om de heiligmaking, de bekering, of hoe ge het noemen wilt.

Wij moeten het rood der zonde in ons leven leren haten en bestrijden en het wit der heiligheid leren liefkrijgen en najagen. En vooral dan als we veel bezig zijn met dat bloed, dat rode bloed van Christus, dat gestroomd heeft voor onze zonde, leren we het rood der zonde te verafschuwen en gaat ons hart uit naar het wit.

Maar wie geeft ons dan de kracht, het rood te bestrijden en het wit - te betrachten ?

Wel, dezelfde God die het rood wit maakt, wil ons Zijn Heilige Geest ook geven, door wie het mogelijk wordt het rood te vlieden en naar het wit te grijpen.

Het is echter mogelijk, dat ge van dit alles niet wilt weten, dat ge u nu door de Heere niet wilt laten richten tot uw vrijspraak en dat ge ook u niet wilt laten brengen tot een nieuw leven. Bedenk dan, dat God u tóch eens zal richten, maar dan geen vrijspraak meer, maar eeuwige verdoemenis.

Daarom nu komen om ons te laten richten, om dan ook te horen : al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen worden als sneeuw. Nu ook jagen in Gods kracht naar de heiligmaking, zonder welke niemand, neen, niemand de Heere zien zal.

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GOD MAAKT ROOD WIT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken