Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE WIJSHEID GODS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DE WIJSHEID GODS

9 minuten leestijd

Wij maken onderscheid tussen wetenschap en wijsheid. Wetenschap is geordende kennis van de dingen om ons heen, van de mens en zijn geschiedenis, van de wereld, van de natuur, en zo is er ook een wetenschap van de Bijbel, en van God en de goddelijke dingen, voor zover deze ons zijn geopenbaard en voor zover wij daarvan enige kennis hebben. Het is n.l. bedroevend, hoe weinig vele - theologen, die dikke boeken schrijven over de Christelijke leer, met kennis van zaken oordelen over de geestelijke dingen.

De beoefening der wetenschap kan met de gave der wijsheid gepaard gaan, maar dat is niet altijd het geval. Eenvoudige mensen, die weinig of geen wetenschappelijke studie hebben gevolgd, om niet te zeggen gemaakt, kunnen ons vaak treffen door hun klaar inzicht en intuïtief oordeel, door hun wijsheid.

Wijsheid is anders van aard dan verstand, hoewel het verstand daaraan niet vreemd is. Wijsheid heeft betrekking met het practische leven, en is zedelijk van aard. Dit is echter nog niet de hoogste wijsheid. Deze, de ware wijsheid wortelt in de vreze Gods, handelt naar de Wet Gods. (Deut. 4:6-8; Ps. 19 : 8 ; 111 : 10 ; Job 28 : 28 ; Spr. 1 : 7; 9 : 10).

De Schrift spreekt van de wijsheid Gods (Job 9 : 4 ; 12 : 13 ; 17 : 37-38 ; Jes. 40 : 28 ; Ps. 104 : 24). Zij doet dit in verband met de werken Gods; met de schepping en de verlossing (Joh. 1:3; Hebr. 11 : 3; 1 Cor. 1 : 18 ; 1 Cor. 1 : 24) en betreffende heel de leiding Gods (Rom. 11 : 33). Men bedenke daarbij, dat in God alle kennis eeuwig en onveranderlijk is.

De waarachtigheid Gods.

De waarachtigheid Gods is een deugd van verstand en wil. Men kan op God volkomen vertrouwen. Hij is geen man, dat Hij liegen zou. (Num. 23 : 19; 1 Sam. 15 : 29). Hij zweert bij Zichzelven.

Hij is de waarachtige, de Waarheid. (Joh. 14 : 6). Al Zijn beloften zijn in Christus ja en amen. (2 Cor. 1 : 18, 20).

Omdat Hij is de waarachtige, de Waarheid in de meest oorspronkelijke zin, en daarom de grond van alle waarheid, derhalve de grond van alle waarheid in het zijn en in het kennen der dingen en daarom de bron van alle kennis der waarheid onder de mensen.

De waarheid Gods behoort tot Zijn Wezen. Zij is niet een aan dat Wezen toegevoegde deugd, maar Hij is de waarheid. De waarheid Gods behoort evenals alle deugden, voor zover wij daarover mogen spreken, tot Zijn Wezen. De Christus zegt niet: „Ik heb de waarheid, maar Ik ben de Waarheid".

Zo zijn alle deugden Gods kenmerken van Zijn Wezen. Zij zijn de Waarheid van alle waarheid.

Hij is de Waarheid, daarom kunnen wij op Hem vertrouwen, in Hem geloven, en wij zullen niet beschaamd worden. (Vgl. Hebr. 11).

De goedheid Gods.

In het gewone leven noemen wij een ding goed als het geschikt is voor ons doel, als het ons dienen kan. Wij gebruiken dit woord dan in betrekkelijke zin.

Iets anders wordt het, als we over het goede in zedelijke zin spreken. Dan hangt het goede niet af van een al of niet geschikt zijn voor ons doel, maar het zedelijk goede is op zichzelf goed, afgezien van de vraag, hoe wij er tegenover staan.

Het is dus niet onverschillig, hoe men over deze dingen denkt, want men kan begrijpen, dat het begrip goed met betrekking tot God in volmaakt absolute zin wordt gebruikt. Alle deugden komen God in volkomen absolute zin toe. Ook Zijn goedheid. Hij is goed in absolute zin en de oorsprong van alle goed in Zijn schepping. (1 Kron. 16 : 34 ; 2 Kron. 5 : 13 ; Ps. 34 : 9 ; 106 : 1; 107:1 ; 118 : 1 ; 136 : 1; Jer. 33 : 11)'.

De goedertierenheid Gods.

De goedertierenheid Gods ziet op de bijzondere genegenheid Gods tot Zijn volk ; b.v. tot Jozef, Gen. 39 : 21 ; tot Israël, Num. 14 : 19 ; tot David, 2 Sam. 7 : 15 ; Ps. 18 : 51 ; tot de vromen, Psalm 5 : 8.

In al haar rijkdom heeft God Zijn goedertierenheid geopenbaard in de Heere Jezus Christus, Rom. 2 : 4; 2 Cor. 10 : 1, v.

De Schrift spreekt van barmhartigheid als God Zijn goedheid bewijst aan zondaren en geeft daarvan vele voorbeelden in Oude en Nieuwe Testament. Veelvuldig is in de Schrift ook sprake van Gods lankmoedigheid jegens strafwaardigen.

Een heel bijzondere plaats neemt de, genade in de goedheid Gods in. Zij be-^ treft het volk Zijner verkiezing, van Zijn verlossing en van Zijn weldadigheid. Ex. 15 : 13 ; 19 : 4 ; 33 : 19 ; Deut. 4 : 37 ; Jes. 35 : 10 ; 42 : 21 ; Jer. 3:4; 31 : 9; Hos. 8 : 14; 11 : 1.

In Christus is die genade nog rijker geopenbaard : Joh. 1 : 14 Luk. 4 : 22; Col. 2 : 2 en 3 ; Ef. 1 : 15—23.

De gaven der genade sluiten alle verdiensten onzerzijds uit, omdat daarvan geen sprake kan zijn in het licht van het recht Gods en onze ongerechtigheid. Joh. 1 : 17; Rom. 4 : 4—16; 6 : 14; 11 : 5; Ef. 2 : 8; Gal. 5 : 3.

De hoogste openbaring der goedheid Gods is de liefde Gods, die alle verstand te boven gaat. Zij ontbreekt in het Oude Testament niet, maar zij openbaart zich op bijzondere wijze in de ' zending van de Zoon Zijner liefde. Ps. 103 : 13 Jes. 49 : 15 ; Jer. 31 : 3 ; Mal. 1 : 2.

De liefde Gods openbaart zich in de Christus, niet alleen, dat de Vader de Zoon liefheeft (Joh. 3 : 35 ; 5 : 20; 10 : 17; 14 : 31), maar de Heere God openbaart in die Christus ook, dat Hij de mens liefheeft. Joh. 3 : 16 ; Rom. 5 : 7 ; 8 : 37 ; 1 Joh. 4:9; Joh. 14 : 23 ; 16 : 27 ; 17 : 23 ; Rom. 9 : 13 ; Gal. 2 : 20.

De heiligheid Gods.

Het woord heilig is niet altijd duidelijk begrepen door de theologen en allengs is men tot de ontdekking gekomen, dat de Bijbel met heilig, zowel in het Oude als Nieuwe Testament, een verhouding van God tot de wereld uitdrukt. Dat wil nog niet zeggen, dat degenen, die het daarmede eens zijn, ook nader tot overeenstemming zijn gekomen.

Het kan daarom zijn nut hebben om

aan de hand van de Schrift iets nader te onderzoeken. Uit het Oude Testament is ons n.l. bekend, dat heiUg op een zekere afzondering wijst in verband met de dienst van God, een afgezonderd, een onderscheiden worden van het gewone, met een vreemd woord profane. Om enkele voorbeelden te noemen: een heilig land, een heilige verzameling, een heilig volk, een heilig huis, enz. enz. Vgl. Ex. 3 : 5; Ex. 12 : 16; Ex. 19 : 6; Lev. 27 : 14. Denk ook aan het heilige der heiligen.

In al deze gevallen betekent geheiligd zijn afgezonderd zijn, aan God gewijd zijn, aan de dienst des Heeren gewijd zijn, maar wijst nog niet op een inwendige heiligheid.

Heiliging van personen in die inwendige zin is een werk Gods: „Ik ben de Heere, die u heilige". (Ex. 31 : 13).

Heel de geschiedenis van Israël in de Schrift is de geschiedenis van de heiliging Israels door de Heere God: de wetgeving, de zalving, het priesterschap, de offerande, de tabernakel, het altaar. (Vgl. Exodus, Leviticus, Numeri).

Het heilige is dus voor de Heere God afgezonderd of eigenlijk uit het gewone en verzondigde leven door de Heere afgezonderd. Vandaar de wetgeving en ceremoniën en de dienst des tabernakels, ja de afzondering van Israël en de gave der profetie om daarvan te getuigen en het volk te onderwijzen van de weg der goddelijke barmhartigheid en van de toekomst van de verkorenen Gods in de Heere Jezus Christus.

In dit licht zou men haast willen zeggen, dat het in Israël eigenlijk niet verder is gekomen dan tot een machtige symboliek. Doch als iemand van de profeten Gods uit het Oude Testament nog niet geleerd heeft, dat de Heere God in Israël een levend volk heeft onderhouden, dan kan 'hij de vruchten daarvan in de psalmen vinden. In zoverre heeft 'de begenadigde Israëliet de kracht van het waarachtig geloof gekend en uit de beloften Gods geleefd, m.a.w. een smaak der heiligheid gekend.

De heilige God wil een heilig volk en een heilige dienst. Daarom heiligt Hij zich een volk. In Israël bereidt Hij zulk een volk voor en laat het in Zijn gaven delen om het in en door Christus te vervullen en te voltooien tot openbaring van Zijn heerlijkheid. Daarom komt Gods heiligheid uit in al Zijn bemoeienis met het volk, dat Hij verkiest. (Ex. 29 : 43—46).

Die bemoeienis Zijner heiligheid is uit de aard der zaak tweeërlei: als de Heilige is Hij de Koning Israels, die Zijn volk verlost, leidt, verhoort en er over waakt. Deze betrekking houdt echter ook in, dat de Heilige Israels Zijn volk straft wegens ongehoorzaamheid en verbreking van Zijn' verbond. (1 Kon. 9 : 3—7 ; 2 Kron. 7 : 16—20 ; Jes. 5 : 16; Ezechè 28 : 22).

De hoogste openbaring van Gods heiligheid wordt ons voorgesteld in de Christus, in Wien God zich aan Zijn gemeente geeft tot verlossing en vernieuwing.

Door de Christus zal de Heere God gerechtigheid aan Zijn volk brengen, n.l. de gerechtigheid Gods.

De gave Zijner gerechtigheid is tegelijk een gave Zijner genade. Ps. 97 : 11, 12 ; Ps. 112 : 4 ; 116 : 5 ; 119 : 15—19. Zij is vergeving der zonde, Ps. 51 : 16 ; 103 : 17 ; 1 Joh. 1 : 9 . De openbaring van die gerechtigheid zijn daden van verlossing. Richt. 5 : 11 ; 1 Sam. 12 : 7 ; Ps. 103 : 6 ; Jes. 45 : 24, 25.

De gaven Gods zijn uitwendige zegeningen, maar ook vergeving van zonden, wedergeboorte, heil. De Heere schenkt Zijn gerechtigheid aan Zijn uitverkorenen. Christus brengt die gerechtigheid aan Zijn volk. Hij is de Middelaar, die de zonde des volks op Zich heeft genomen, het oordeel doorstaan en voor Zijn volk heeft gedragen. Zo ligt het behoud van de mens in

de genade Gods.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE WIJSHEID GODS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken