Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

UIT DE GESCHIEDENIS VAN NOORD-BRABANT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

UIT DE GESCHIEDENIS VAN NOORD-BRABANT

8 minuten leestijd

20 november 1964 werd in een bijzondere zitting der Provinciale Staten van Noord-Brabant herdacht, dat deze Staten 150 jaren hadden bestaan. De Rijksarchivaris in de provincie Noord- Brabant Dr. L. P. Pirenne hield daarin een rede, waarin verschillende historische bijzonderheden werden gereleveerd. Ook de provinciale pers liet zich niet onbetuigd en gaf een en ander uit de geschiedenis van Noord-Brabant weer. Aangezien ik meen, dat deze geschiedenis „in het Noorden" weinig bekend is leek het me wel interessant voor de lezers van ons blad om een en ander hierover naar voren te brengen.

Nader zal blijken, dat men van mening kan verschillen over de vraag of het jaar van herdenking wel juist gekozen is. In elk geval kan gesteld worden, dat de Staten onder de vigeur van de grondwet van 1814 inderdaad 150 jaar bestonden. Alleen, dit geldt voor de provinciale staten van alle provincies, en ik geloof niet, dat deze veel aandacht aan dit feit geschonken hebben. Dat Noord-Brabant dit in elk geval wel deed, hangt samen met de geschiedenis van deze provincie.

De Staten van Brabant zijn ook inderdaad van origine vrij oud en stammen al uit de middeleeuwen, zoals trouwens ook de staten van verschillende andere provincies. Toen maakte Noord- Brabant deel uit van het machtig hertogdom Brabant. Dit hertogdom is sedert het jaar 1005 langzamerhand gegroeid uit het graafschap Leuven. De graven van Leuven, die almaar machtiger werden en hun gebied voortdurend uitbreidden, kregen in 1186 de titel hertog van Brabant. In 1184 sticht hertog Godfried III de stad den Bosch.

Het jaar 1288 is van grote betekenis in de wordingsgeschiedenis van het hertogdom. Jan I verslaat dan Gelre, Keulen en Limburg bij Weerringen. Daarna heeft Brabant het voor het zeggen in het gebied tussen Maas en Rijn, toen al een belangrijk handelsgebied. De hertogen wisten uit die positie munt te slaan. Al in de 12e eeuw stelden zij de „Groote Zwijgende Brabandsche Landtol. Geleide- en Paardegeld" in. Vreemdelingen, die hun waren door Brabant vervoerden, moesten het tolgeld betalen, maar de Brabanders waren er van vrijgesteld. In 1795 werd de tol voorlopig buiten werking gesteld, maar nadrukkelijk afgeschaft is hij nooit.

Hoe zijn nu de Staten ontstaan ?

Tot in de 14e eeuw regeerde de hertog als volkomen souverein. Hij maakte de wetten, hij liet ze uitvoeren, en hij benoemde de rechters, die overtredingen straften. Het beginsel, dat geld macht is, gold toen ook al. De hertog had meer macht dan geld en dat is hem opgebroken. Hij deed wat hij kon om het slijk der aarde te bemachtigen: hij vervreemdde domeingoederen, leende waar men hem geven wou, verpandde renten en verkocht de ambten, die hij als alleenheerser te vergeven had. Zijn onderdanen vonden het best, totdat de buitenlandse schuldeisers hun goederen in beslag namen, als hun hertog zijn verplichtingen niet nakwam.

Deze gebondenheid in geldzaken heeft tot samenwerking in het bestuur geleid. In 1312 sloten de 15 grote steden en de adel een verbond en dwongen hertog Jan II het befaamde Charter van Cortenberg af. De onderdanen namen de hertogelijke schulden op zich, maar daartegenover moest de hertog een raad naast zich dulden van vier edelen en tien vertegenwoordigers der goede steden. Deze raad zag er op toe, dat de hertog niet buiten zijn boekje ging en de privileges van zijn onderdanen in acht nam. Hij moest het bijv. niet wagen van Brabanders tol te heffen!

Twee jaar later, in 1314, stond de hertog de z.g. twee Waalse charters toe, waarin de tussenkomst van adel en steden bestendigd werd. In 1355 volgde weer een regeringscrisis. De onderdanen bedongen toen, dat elke nieuwe hertog zijn „blijde inkomste" in de steden zou houden en daarbij de zeggenschap van het volk in het bestuur zou bevestigen.

Daarmee was er behoorlijk aan de alleenheerschappij van de hertog geknabbeld. Hij moest voortaan het volk raadplegen bij het verklaren van oorlog, bij het sluiten van bondgenootschappen met vreemde mogendheden en bij het slaan van nieuwe munt.

De „Volksvertegenwoordiging" krijgt nu voor het eerst de naam „Staten", d.w.z. standen. Behalve adel en steden werd in dit college ook de geestelijkheid vertegenwoordigd. De prelaten van twaalf grote Brabantse abdijen hadden in de Staten zitting.

Had het gewone volk iets in die Staten te vertellen, of bleef het een onderonsje van hoge heren? De Provinciale Staten, zoals wij die kennen, worden door de burgers gekozen, maar in de middeleeuwen kende men geen algemeen kiesrecht. Toch zat er een democratisch element in die oude Staten van Brabant. De vertegenwoordigers van de vier hoofdsteden in de Staten beslisten pas na ruggespraak met hun stadsbesturen. Daarin zaten de dekens van de gilden of ambachten, die weer gekozen waren door het volk.

De situatie, zoals die in Brabant ontstaan was, beviel het volk beter dan zij de hertog deed. Hij had veel van zijn macht verloren. Een absolute vorst als Karel V, aan wie het hertogdom na de dood van Philips de Schone in 1506 toeviel, zou het zeker gelukt zijn de alleenheerschappij te herstellen, als hij het niet te druk gehad had met allerhande moeilijkheden in het buitenland. Hij zag kans het huidige noordoost- Nederland bij de Bourgondische erflanden te voegen, waartoe Brabant en Holland al behoorden, maar aan interne bestuurswijzigingen kwam hij amper toe. Zijn zoon, Philips II, een Spanjaard in hart en nieren, volgde hem op. Hij nam de Staten van Brabant, die toch al in een wrevelige stemming verkeerden omdat de Habsburgers zoveel geld vroegen voor hun grote oorlogen, van meet af tegen zich in. Philips probeerde de alleenheerschappij te herstellen, en die poging is uitgelopen op de tachtigjarige oorlog. De Staten van Brabant namen zijn absolutisme niet, evenmin als de andere Nederlandse gewesten. Zij waren te zeer aan medezeggenschap in het bestuur gewend.

Interessant is te lezen hoe men van r.k. zijde hierover schrijft:

„Men kent de trieste geschiedenis. De godsdienststrijd tussen katholicisme verdedigd door de Spaanse regering, en protestantisme, dat vanuit het zuiden kwam opzetten en al gauw wortel schoot in Holland en Zeeland, werd de splijtzwam in de eensgezindheid, waarmee alle Nederlandse gewesten zich tegen het absolutistisch streven van Philips verzetten. De in Gent bekrachtigde eenheid viel uiteen in de Unie van Utrecht, waarbij de protestantse gewesten zich aansloten, die Breda als enige Noordbrabantse stad medeondertekende, en de katholieke Unie van Atrecht".

Philips stond in de oorlog aanvankelijk het sterkst. In 1580 vluchtten de Staten-Generaal, het college waarin de Nederlandse Gewesten hun gemeenschappelijke belangen regelden, van Antwerpen naar Den Haag. Parma veroverde de stad in 1585, en van die tijd af verschenen de vertegenwoordigers van de Brabantse Staten niet meer in de Staten-Generaal.

Het huidige Noord-Brabant verging het in de tachtigjarige oorlog slecht. Het was frontgebied. West-Brabant, het noordelijk deel van het kwartier van Antwerpen, ging van hand tot hand. In 1590 veroverde Maurits met behulp van turfschipper Adriaan van Bergen de stad Breda, die aldus weerkeerde in de schoot van de Unie van Utrecht. Maar in 1625 werd de stad weer door de Spaanse veldheer Spinola veroverd. In 1637 werd de stad andermaal genomen, dit keer door Frederik Hendrik, de bejubelde stedenbedwinger. Na deze verovering werd Breda niet meer als lid van de Unie van Utrecht erkend. Dientengevolge viel Breda hetzelfde lot ten deel als Den Bosch, dat in 1629 veroverd werd. Deze verovering heeft voor het noordelijk deel van het oude hertogdom Brabant catastrofale gevolgen gehad. Het huidige Noord-Brabant werd door de Republiek als veroverd gebied beschouwd. Over het gezag van de Meiereij van Den Bosch hebben de Staten-Generaal in Den Haag en de Spaanse regering bijvoorbeeld tot de vrede van 1648 getwist. Gevolg was een dubbele belastingheffing, zowel van de Spanjaarden als van de Republiek. Dat kostte de inwoners alleen aan beden elk ongeveer 50.000 gulden per jaar. Bovendien werd door Spanje, met goedkeuring van de Staten van Brabant, nog buitengewone belasting geheven, terwijl de Republiek oorlogscontributie eiste.

De Noord-Brabantse steden hebben meerdere pogingen aangewend om tot de Unie van Utrecht toegelaten te worden. De stad Bergen op Zoom probeerde al in 1586 lid van de Unie te worden. In 1607 doen Breda, Bergen op Zoom, Willemstad en Grave een poging om opname en stemrecht in de Unie te krijgen. Zonder resultaat.

Ook pogingen in 1629, 1631, 1647 en 1651 mislukken.

Waarom werd Noord-Brabant de toegang tot de Staten-Generaal geweigerd? Holland oordeelde, dat er al kleine gewesten genoeg waren met gelijke stem in de Generaliteit als Holland. Het hoofdmotief is echter wel geweest, dat de gelijkberechtiging van Brabant een aantasting zou betekend hebben van de bevoorrechte positie die de gereformeerde godsdienst in de Republiek innam.

Het heeft tot het einde van de achttiende eeuw geduurd, voordat Brabant kans kreeg het verloren zelfbestuur binnen het kader van de Republiek opnieuw te verwerven.

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE GESCHIEDENIS VAN NOORD-BRABANT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken