Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jozua vóór Jericho

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Jozua vóór Jericho

11 minuten leestijd

En Hij zeide (tot Jozua): Neen, maar Ik ben de Vorst van het leger des Heeren. Ik ben nu gekomen. Jozua 5 : 14.

Het is weer Advent. In prediking en stille overdenking staat de gemeente stil bij het wonder van Gods komen tot de wereld. En daarin staat de persoon van de Heere Jezus Christus centraal. Naar Gods belofte zou Hij komen, is Hij gekomen en zal Hij wederom komen. In Hem komt God met Zijn verlossing en vernieuwing tot mensenkinderen. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij gekomen is in Zijn eniggeboren Zoon.

Het Oude Testament is vol van de schaduw van de komende Christus. Overal ontmoeten wij voetsporen en tekenen van Zijn komst. Zo ook in het boek Jozua. Laat ons zien.

Het uur heeft dan ten leste geslagen, het is Gods D-day, de dag der beslissing! Vanuit het Oosten passeren eindeloze kolonnes van Israël de verrassend drooggevallen Jordaan. De Heere Zelf baant de weg. Historisch ogenblik! Na concentratie op de andere oever wordt de opmars voortgezet. Ligt het land open? Toch niet, — na enkele dagmarsen wordt halt gecommandeerd. Vóór het front ligt Jericho, het sperfort, geducht, massief en ongenaakbaar. Jericho, oudste stad van Kanaän, palmen- en rozenstad als in een oase, jawel, maar in militair opzicht sleutelpositie, alle toegangen beheersend. Als een vuist naar het Oosten gebald, om iedere invasie de pas af te snijden en een vijand, die de Jordaan overschrijdt, deze onbezonnenheid bitter te doen berouwen. Want vóór ligt het „onneembare" Jericho en achter stroomt de snelle Jordaan. Dubbele vestingmuren omringen de stad. Een beroemde expeditie, die in 1909 het oude Jericho opgroef, legde de restanten der reusachtige muren bloot: Een buitenmuur, 2 meter dik, en drie meter daarachter een tweede muur van liefst 4 meter dik en 8 meter hoog. Eventuele belegering en bestorming dus een hachelijk probleem. In deze situatie verkeert Israël. Het zal van uur tot uur uit het geloof hebben te leven.

Jozua staat voor Jericho. Eenzaam en behoedzaam verkent hij in het veld de vijandelijke stellingen. Hoe moet de vesting genomen worden? Gehard personeel, technische keurtroepen, belegeringsmateriaal zijn niet beschikbaar. Slechts een wonder kan Jericho doen vallen, want naar de mens gesproken, staat het hopeloos. De veronderstelling is niet ongewettigd, dat Jozua de eenzaamheid gezocht heeft, — was het reeds avond? — om het aangezicht des Heeren te zoeken. De stilte van het veld is beter bidkapel dan het gonzend legerkamp. De nood dringt. En Jozua is man des geloofs en dus man des gebeds. Maar tevens mens van gelijke beweging als u en ik, door al wat zichtbaar en tastbaar is, geslingerd en aangevochten in het blijven bij het Woord. „Mij aangaande, mijne voeten waren bijkans uitgeschoten", zegt Asaf openhartig. U kent dat ook, nietwaar?

En dan opeens, zijn ogen opslaande, ontwaart hij daar een Man met getrokken zwaard. Geen visioen, geen gezichtsbedrog! Calvijn merkt fijntjes op: „Dat hij zijn ogen opsloeg, wordt ons verhaald, om de geloofwaardigheid der verschijning te bevestigen". Zo staat Jozua daar dan oog in oog geconfronteerd met deze vreemde Krijgsman. Is dat getrokken zwaard geen bedreiging, geen uitdaging? Het staat er niet bij, maar de eerste gewaarwording moet schrik geweest zijn. Ook de dapperste is even overstuur bij overrompelend gebeuren. Zal Jozua niet onwillekeurig naar zijn eigen zwaard gegrepen hebben? Het is oorlog. En een schildwacht of voorpost vraagt terstond om het wachtwoord, als hij een verdachte beweging ziet.

Vandaar Jozua's resolute vraag aan de Onbekende: „Zijt Gij van ons of van onze vijanden? " Logische reactie! Op het slagveld is neutraliteit ondenkbaar, vooral bij een Man, die zijn zwaard reeds getrokken heeft. Derhalve deze vraag op de man af: Vreemdeling, wie zijt gij? Vriend of vijand? De Onbekende licht daarop het vizier en maakt Zich bekend. En Hij doet dat met onmiskenbare meerderheid en hoogheid: „Neen", zegt Hij, „maar Ik ben de Vorst van het leger des Heeren. Ik ben nu gekomen". Op dit „Ik" (denk aan het „Ik ben" van zoveel Godsopenbaringen) valt in de grondtekst de nadruk.

In dit antwoord is majesteit. Het klare en verhevene „Neen" snijdt radicaal alle bloedverwantschap aan vriend of vijand af. Deze „Vorst" is niet van beneden, maar van Boven. Hij is de Aanvoerder der hemelse legerscharen, de Heere Zebaöth in hoogst eigen persoon, en nu ook en daarom ook de Chef van Israëls legerscharen. En zo ontmoet Jozua in Hem de roemruchte „Engel des Heeren" (zó is er maar Eén), in Wie de Heere altoos op de kruispunten van Israëls heilsgeschiedenis verschijnt, om Zijn volk te beschermen of tot victorie te leiden.

Jozua verstaat de onderwijzende terechtwijzing, in dit antwoord begrepen. Is Christus de Legeraanvoerder, dan is Jozua het niet; daarom krijgt hij lust, zich van de tekenen van zijn veldheerschap te ontdoen en deze aan de voeten des Heeren te leggen. Zo valt dan deze generaal van Israël aan de voeten van de Generalissimus neder en vraagt hij eerbiedig naar de bevelen: „Wat spreekt mijn Heere tot Zijn knecht? "Deze Vorst in menselijke gestalte, de Gode gelijke Engel des Heeren, de Man met het zwaard openbaart Zich hier als de ware Bevelhebber. De openbaring in de wolk wordt hier en nu vervangen door de Vorst met het zwaard, prefiguratie van de vleeswording van Gods Zoon. „Ik ben nu gekomen", zegt Hij, d.w.z. in dit beslissend tijdsgewricht vóór Jericho. Immers is het de strijd des Heeren, die aan Israël de zege zal schenken.

Wij hebben daarin het theocratisch principe op te merken, dat in de verbondsverhouding van God tot Zijn volk als een gouden lijn door de historie loopt. Daar staat nu Jozua. Staat hij nog? Neen, hij ligt ter aarde, hij aanbidt, hij buigt zich met het diepste respect voor de autoriteit van deze Vorst des hemels. Welk een bemoediging voor Jozua en het ontmoedigde volk! Zeker, als u maar opmerkt, dat de mens hier op zijn plaats gezet wordt. En dat Jozua dit goed verstaat, blijkt zonneklaar uit Jozua's onderdanige houding. Hij heeft om orders gevraagd. Welnu, hij ontvangt ze. En de eerste order is deze, dat hij zijn schoenen van de voeten moet doen. De plaats der ontmoeting met God is immers heilige grond. Zo verging het ook Mozes, toen de Heere hem bij het brandende braambos verscheen. Vandaar de korte woorden, die klinken als een militair commando. De verhoudingen zijn daarmede duidelijk gemarkeerd. Het is hier ook geen „gewone" oorlog, door expansiezucht en machtsbegeerte van volk tegen volk ontketend. Neen, het is de oorlog des Heeren. Het gaat om Zijn zaak. En Israël zal ondervinden, dat deze God van Israël te allen tijde God is en God blijft, souverein. Een God, die Zijn recht handhaaft en als Zijn volk door zonde daartoe aanleiding geeft, Zich op gevoelige wijze ook tégen Zijn volk weet te handhaven. (Jozua 7). Zo heeft Jozua dan met geheel Israël te staan in de diepste afhankelijkheid des geloofs, indien het hun wèl zal gaan.

De Vorst van het leger des Heeren! Typen en schaduwen gaan Christus' komst in het vlees vooraf, schaduwen van Hem, die gaat komen in Bethlehems stal. Dan eerst recht komt Hij neder van hoge hemel, om de oorlog des Heeren te strijden, vanouds geproclameerd van Godswege. Dan wordt het helse Jericho vermorzeld. De Heere Zelf zal de toegang openen naar het hemelse Kanaän en geen Jericho zal voor Zijn almachtige genade bestaan. De Heere zal daarin Zijn Naam verheerlijken, want Hij zegt: „Ik doe het niet om uwentwil, doch om Mijns groten Naams wil". Juist daarom schittert Gods trouw in zo volle heerlijkheid.

Maar Jericho viel toch door het geloof, zult u zeggen. Zeker, op Gods bevel en naar Gods orders werd Israël ingeschakeld bij Jericho's val. Maar hoe? Zo, dat het eens voor al blijkt, dat alle vlees er buiten gezet wordt en alle werk van mensen vruchteloos blijkt. Het heil is des Hèèren en Hij geeft het aan wie Hij wil en Hij verzet zelfs de bergen door dat geschonken geloof. Is de Heere aan de spits, dan is alles Zijn werk.

Als Christus in het vlees verschijnt en de Vorst van het leger des Heeren het zwaard voert, gaat het niet anders. Wie zou de sterke zijn roof ontwringen? Wie zou de muren van de helse fortificaties doen vallen? Alle vlees was onmachtig. „Met onze macht is niets gedaan". (Luther). Neen, de Heer' der heren doet Zijn volk triomferen in de geweldige slag van kribbe, kruis, lijden en helse verlatenheid. En daaraan heeft Zijn volk alleen deel door het geloof, dat de Heilige Geest in het hart werkt. Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten: Niet ons, o Heere, niet ons, maar Uw Naam alleen geef ere!

En daarom werd het Kerst naar het eeuwig welbehagen. Daarom gaan de gekochten des Heeren over Jericho's puinhopen het land der ruste binnen: Want Hij won de slag voor allen, die de Vader Hem gegeven heeft. En de ouden zeggen terecht: Als er ook maar één zucht door ons moest worden toegedaan aan onze zaligheid, zou alles verloren zijn. Maar Hij draagt de banier. Hij, de Overste Leidsman en Voleinder des geloofs! Hij is de doorbreker door het onmogelijke: Want wat der Wet onmogelijk was, dat heeft God gedaan in de zending Zijns Zoons tot onze zaligheid.

Kent u die heerlijke Vorst van het hemelse heirleger? Kent u Hem, die onze menselijke natuur aannam, om te lijden en te sterven, maar ook om met het zwaard van Zijn gerechtigheid en heiligheid de vijand te verslaan? Hij kwam in het vlees. Is Hij ook tot u gekomen? Welk een Kerstfeest zouden wij hebben, als wij door het geloof in de weg der ontlediging en der zielsverbrijzeling, deze Man-met-het-zwaard als een Jozua te voet mochten vallen. Want het sterkste Jericho is daar in ons eigen hart, dat van nature heult met de vijand. Daarvan wil de Heilige Geest ons overtuigen en daaraan ontdekken. Dan gaan wij tegen de vlakte en ook wij leren zeggen: , Heere, maak mij Uwe wegen door Uw Woord en Geest bekend. Leer mij op U vertrouwen dwars tegen het tegenstrijdige in en maak Uw Woord groot bij mijn arm en verslagen hart". Wie zo tot Hem komt, barrevoets, zal het ondervinden, dat de Heilige Geest hem verzekert, dat deze „Man", de Man van smarten, de Heere der heerlijkheid, het ook voor hém volbracht heeft en de vruchten des geloofs zullen niet uitblijven. Ja, wat zouden wij beginnen zonder deze Profeet, Hogepriester en Koning, deze Middelaar, nu gekomen als Borg en Advocaat der armen?

En dreigt dan meer dan eens in het leven zulk een alles blokkerend Jericho, — vele zijn de tegenspoeden van het volk op reis naar Kanaän, — de Zone Gods is aan de spits en Hij spreekt tot Zijn machteloos volk: Vrees niet en ontzet u niet, al versperren alle duivelen u de weg, met Mij komt gij er altoos dóór! Hij is, naar Luthers geducht geloofswoord: De sterke Held, die God ons heeft verkoren! Zo zal dan alle instrument, dat tegen Christus' gemeente bereid wordt, vergeefs zijn. Niets kan hen van Zijn liefde scheiden, zelfs de ure des doods niet. Want Hem is macht gegeven over alle vlees.

Zeg mij: Hebt u deze Vorst, deze Man-met-het-zwaard reeds waarachtig nodig gekregen? Is u om Jezus verlegen geworden bij het gezicht op het Jericho van duivel, wereld, zonde en eigen vlees? Wie ontdekt is, kan het bij zichzelf en bij niets ter wereld meer vinden. Niets is er, waar hij in kan rusten. Hij zegt: Ik moet Christus hebben, niemand anders dan Hem. Welnu, Hij kwam in de volheid des tijds. En Hij blijft komen tot een arm, en ellendig volk door Zijn Geest en Woord. Maar Hij wil er om gebeden zijn. Luther zegt: Zou Hij het éne doen, komen te Bethlehem, en het andere niet: Komen in mijn armzalige hart?

Eenmaal zal Hij nog komen in glorie op de wolken des hemels, om te oordelen de levenden en de doden. Zijn zwaard is onwederstandelijk. Zijn rijk. Zijn heerschappij zal volkomen zijn. Hij overwint en Hij brengt ze allen thuis, die de Vader Hem gegeven heeft.

En alle Jericho's zullen voor Hem capituleren.

 

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Jozua vóór Jericho

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken