Bekijk het origineel

DE TAAL VAN EEN AMANDELTWIJG

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DE TAAL VAN EEN AMANDELTWIJG

9 minuten leestijd

„Wat ziet gij, Jeremia? Ik zie een amandelroede. En de Heere zeidé tot mij: ij hebt wel gezien; want Ik zal wakker zijn over Mijn Woord, om dat te doen." Jer. 1 : 11 en 12.

De Catechismus spreekt over sacramenten als over „zichtbare tekenen, om de belofte des Evangelies beter te verstaan te geven"; en de N.G.B, voegt daar aan toe, dat het is om „onze grovigheid en zwakheid", om te beter aan onze uiterlijke zinnen voor te stellen, zowel hetgeen Hij ons te verstaan geeft door Zijn Woord, als hetgeen Hij inwendig doet in onze harten. Dus ... aanschouwelijk onderwijs terwille van onze zwakheid. Niet alleen tot ons oor, ook tot ons oog wil de Heere Zich richten. Wat buigt de Heere Zich daarin laag tot ons neer!

Van dat „aanschouwelijk onderwijs" is de Bijbel vol. Zo wijst God Abraham op de sterren des hemels en op het zand, dat aan de oever der zee is. Zo onderricht Hij in de woorden hierboven Jeremia door een simpele bloeiende amandeltwijg.

In het gebruik van dit eenvoudige middel ligt op zichzelf al een grote les voor ons. Velen staan naar grote dingen: als de Heere dit of dat maar eens in mijn leven deed ervaren, dan.... Maar de Heere heeft geen grote dingen nodig om de Zijnen te onderwijzen; en tekenen, uit geloof gevraagd, geeft Hij niet. Een nietige boomtak, daaruit krijgt de profeet goddelijk onderricht. En het is hem genoeg!

Maar wat is dan de les, die de Heere door die amandeltak geeft?

Jeremia is geroepen tot profeet; geroepen om het Woord Gods te verkondigen. Wat voelt hij zich gering en onbekwaam tot zulk een hoge roeping! „Ach, Heere, Heere! zie, ik kan niet spreken, want ik ben jong", zegt hij. Maar, Jeremia, zegt de Heere, Ik ben uw Opdrachtgever. Ik zal toerusten met al wat ge nodig hebt. Zie, Ik geef Mijn woorden in uw mond. En daarom zal dat woord, dat ge spreken zult, machtig en invloedrijk zijn, beslissend zelfs voor het lot van volken en koninkrijken.

En nu maakt de Heere hem opmerkzaam op een bloeiend amandeltakje. „Wat ziet gij, Jeremia? Ik zie een amandelroede. En de Heere zeide tot hem: Gij hebt wèl gezien, want Ik zal wakker zijn over Mijn Woord, om dat te doen.”

Als we dit zo lezen, ontgaat ons ten enemale het verband tussen wat Jeremia ziet en wat de Heere zegt. Het onderwijs uit de amandeltak is ons duister; wat heeft dat „wakker zijn" van God nu met die tak te maken?

Dat komt, omdat we het gesprokene in Nederlandse vertaling voor ons zien. Zouden we het lezen in de oorspronkelijke taal, dan zou het ons direct duidelijk zijn. Het Hebreeuws heeft n.l. voor „amandeltwijg" en voor „wakker zijn" twee woorden, die heel veel op elkaar lijken. Slechts één letter verschil is er: shaked en shoked. We hebben hier dus met een woordspeling te doen. We zouden dat in onze taal als volgt kunnen weergeven, dat Jeremia zei: Ik zie de tak van een wakende boom, en dat God daarop antwoordde: Zo zal Ik waken over Mijn Woord. Calvijn spreekt hier dan ook van een „wachtersroede", en Luther van een „wakkere staf”.

Natuurlijk is het niet zo maar, dat 'n amandelboom een „wakende boom" wordt genoemd. Hij mag met recht die naam dragen. Hij bloeit al eind januari, begin februari, en als alle andere bomen nog hun winterslaap slapen, is hij al weer „wakker". Hij is dus al „vroeg op" en druk in de weer, die amandelboom, als heel de natuur nog in diepe rust is en nog geen sprankeitje leven openbaart. Inderdaad een treffend beeld van de „Wachter Israels, Die niet slaapt noch sluimert". Als alles nog dor en zonder leven is en door de armen van de dood schijnt omvangen, is de waakzame God reeds bezig Zijn Woord in vervuling te doen gaan, „vroeg op zijnde en zendende". Het moge al eens schijnen, dat de Heere werkeloos toeziet. Hij is altijd wakker. Hij is er voortdurend op uit. Zijn Woord, in belofte en dreiging, te bevestigen. En Hij is daarin allen en alles vóór, zelfs de duivel. Zijn wil geschiedt!

Jeremia behoeft dus geen ogenblik te vrezen, daf de Heere iets zou zeggen en het niet zou doen. Hij zal het zelfs zeer haastig doen, precies zoals die amandeltak er al heel vroeg bij is om bloesem te geven, al lijkt het soms, dat de Heere helemaal geen haast maakt en ons veel te lang laat wachten.

Dit onooglijke, kleine takje, het leert ons: Al wat de Heere spreekt, doet Hij. En zó haastig, dat Hij ons geen minuut langer laat wachten dan nodig is: „Ik zal wakker zijn over Mijn Woord, om dat te doen”.

Verstaan we nu dat „aanschouwelijk onderwijs"? Maar ... willen we nu ook leerling zijn en deze Goddelijke les ter harte nemen? Dat kleine amandeltwijgje wil ons leren: God, de Heere, regeert, en geen ding geschiedt er ooit gewisser, dan 't hoog bevel van 's Heeren mond.

Dat betekent, dat niet de wereldmachten, die wij zo duchten of verheerlijken, het voor het zeggen hebben, maar dat God het beslissende woord spreekt, óók in de wereldgeschiedenis.

Dat geldt dan echter óók van mijn kleine leven en van de machten en krachten, die daarin het heft in handen willen hebben of menen te hebben.

„Ik ben wakker over Mijn Woord, om dat te doen." Dat mag dan allereerst allen moed geven, die zich, evenals Jeremia, geroepen weten tot de dienst dés Heeren.

De vakantietijd is weer voorbij, en straks begint ook allerlei kerkelijke arbeid weer. Dan gaan de ambtsdragers er weer op uit. De huisbezoeken gaan weer volop hun aandacht en toewijding vragen en veel werk wacht weer voor ons allen. Besef van eigen geringheid kan dan wel eens drukken. Gesprekken, die zo maar aan de oppervlakte blijven en tot het wezen van de zaak niet doordringen, kunnen soms zo verdrieten en mismoedig maken. Dan zegt de Heere hier: Zie naar dat amandeltakje, dat wakker is en werkzaam, als alles nog in winterse doodsslaap ligt: zó zal Ik wakker zijn > over Mijn Woord, dat gij spreken zult.

Dat geeft moed; roept óók op tot getrouwheid in het spraken van 's Heeren Woord alleen.

Maar dat waarschuwt ook allen, die bearbeid worden: denk er om, zie niet op die in zichzelf zwakke dienstknechten, maar weet, dat God de Heere Zelf er achter staat. Probeer dan niet het Woord van die God af te weren, maar neem het ter harte en laat u gezeggen. Want Hij zegt: Ik ben wakker over

Mijn Woord, om dat te doen. Hij is werkzaam, waar alles in de dood ligt.

Ik denk ook aan allen, die aan het verenigings-en zondagsschoolwerk hun krachten geven, eri aan het christelijk onderwijs in het algemeen. Zo licht worden we ontmoedigd en denken: Zou het nog wel vruchten dragen voor de Heere? Hij zegt: Zie naar de amandelroede. Mijn Woord zal zó ook werkzaam zijn en doen wat Mij behaagt.

Ik denk aan de catechisaties, die straks weer zullen beginnen. Mogelijk denkt een jongen of meisje, een man of vrouw: Heeft het wel zin om me daar te laten onderwijzen; zal dit mij dichter tot de Heere brengen? Hij zegt: Laat u onderwijzen; Ik zal wakker zijn over Mijn Woord, om dat te doen.

Ik denk vooral aan al degenen, die trouw onder de prediking verkeren (daar hoort ü toch óók bij? ) en die soms in droefheid menen, dat 't Woord in hun leven niet werkzaam is. De Heere zegt hen: Roep Mij aan en werp al uw bekommernis op Mij; Ik ben wakker over Mijn Woord en het zaZ niet ledig wederkeren tot Mij.

Ja, tot wie is dit niet gezegd! Tot allen, die van zichzelf weten, onbekwaam te zijn tot het Koninkrijk Gods.

Niet in staat te zijn tot het vervullen van de dagelijkse arbeid, van de taak in het gezin en van zo heel veel, waartoe het leven ons roept, het kan zo'n beproeving zijn voor zieken, ouden van dagen en andere kruisdragers. Maar is dit daarin de grootste last, dat het van binnen zo dor en doods is? Dan vragen we: zou het wel licht worden? Laat de vervulling van Gods Woord niet op zich wachten? Het heeft er soms veel van, dat God toeft te komen. Maar Hij zegt: Ziet ge deze amandelroede? Hij brengt leven voort midden in de dood. Zó ben Ik wakker over Mijn Woord. En Hij wijst u op het Vleesgeworden Woord; op het dorre kruishout, waaraan tóch het Leven overwon.

Hier zegt een ieder: Het is verloren. Maar God zegt: Het is gewonnen, voor eeuwig!

Zó nu, wil ons dit aanschouwelijk onderwijs leren, zal ook vandaag geen woord van God ter aarde vallen. Het lere ons, God niet te beoordelen naar wat wij zien van de uitkomst. Wat kunnen wij, kleine mensen, zien van het geheel van de vervuling van Gods Woord? God zal Zijn waarheid nimmer krenken, en laat ons er mee werkzaam zijn, dat dit geldt Zijn Woord van dreiging zowel als Zijn belofte.

Maar wéét, dat één dag bij de Heere is als duizend jaren, en duizend jaren als één dag. De Heere vertraagt de belofte niet (gelijk enigen dat traagheid achten), maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen. Zo Hij dan laat wachten. Zijn uitstel is liefde. Hij wacht nog op mensen, die nog niet tot bekering kwamen.

Daarom mag en zal alle arbeid in kerk en vereniging nog voortgaan. Daarom arbeidt Hij ook nog zoveel aan ü! Zij dit dan de vraag, waarover Gods doen ons stelt: „Is het mogelijk niet daarom, dat mijn gebed om verlossing en uitkomst nog niet verhoord wordt, omdat de Heere nog wacht op m.ijn bekering? ”

Bekering is meer waard dan verlossing uit tijdelijke nood, en zij wordt in de druk het best gewerkt. Wie dat leert, ervaart het:

Hij is, al treft u 't felst verdriet, Uw wachter, Die uw voet Voor wankelen behoedt; Hij, Israels Wachter, sluimert niet; Geen kwaad zal u genaken, De Heer' zal u bewaken.

Kr. a. d. IJ.

J. H. V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE TAAL VAN EEN AMANDELTWIJG

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken