Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

ZIJN SCHADUW GEZIEN 1

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

ZIJN SCHADUW GEZIEN 1

Heid. Catechismus vraag en antw. 19

8 minuten leestijd

Vr. Waaruit weet gij dat? A. Uit het heilig Evangelie, hetwelk God zelf eerstelijk in het Paradijs heeft geopenbaard, en daarna door de heilige Patriarchen en Profeten laten verkondigen, en door de offeranden en andere ceremoniën der wet laten voorbeelden, en ten laatste door zijn eniggeboren Zoon vervuld.

Ons antwoord spreekt nog van een vorm van Evangelie-verkondiging in de oude dag, die we tot op heden stilzwijgend zijn voorbij gegaan. God heeft namelijk het Evangelie „door de offeranden en andere ceremoniën der wet laten voorbeelden". Hierbij moeten we nog wat nader stilstaan.

Allereerst zullen we hierbij onder de iadruk komen van de moeite en zorg die de Heere zich getroost heeft om Zijn volk iets van de kennis des heils bij te brengen. Niet maar is immers met woorden verkondigd het heil in de komende Messias, maar ook is in allerlei zichbare zaken en handelingen de volheid des heils die in Christus zou worden geopenbaard, af geschaduwd. Naar de Hebreënbrief hebben we immers in al de offeranden en ceremoniën der wet te zien voorbeelden en schaduwen van de hemelse dingen.

Alles werd er van Godswege op toegelegd om voor-en toe te bereiden voor Christus. Daartoe was een lange weg nodig. Wat voor ieder persoonlijk nog altijd geldt, gold ook voor de Kerk van de oude dag in haar geheel: er moet plaats gemaakt worden voor Christus in het hart. Tot Christus moest worden opgevoed.

De mens verstaat niet de dingen die des Geestes Gods zijn. Maar toen de volheid der tijden daar was, was er door het toe-en voorbereidend werk des Heeren een toegerust volk, een volk, waarbij plaats is gemaakt, zodat het onderwijs van Jezus in zijn rondwandeling onder Israël toch — al was het bij weinigen — een klankbodem vond.

Mede door de schaduwdienst als middel was door de eeuwen van Israels volksbestaan heen het zondebesef verdiept, het messias-begrip steeds meer naar voren gekomen, de noodzakelijkheid van bloedstorting tot verzoening van de zondeschuld steeds sterker gevoeld, en een honger naar de vervulling der messiaanse heilsbelofte ontstaan.

Daarbij drong het gebrekkige en het zware juk van de duizend en één voorschriften van de schaduwen-wet steeds meer aan op de bevrijding er van in de dienst in geest en waarheid, „niet op deze berg en niet te Jeruzalem" (zoals Jezus zei tegen de samaritaanse vrouw).

Welke wondere, nederbuigende goedheid Gods is het geweest om met onuitputtelijk geduld zo de dwaze en verdwaasde mens door allerhande tekenen en zichtbare dingen tot deze geestelijke dienst op te voeden. En Hij bewijst heden nog dezelfde te zijn.

De uitwendige Israëliet bleef bij het uitwendige staan, maar geestelijk Israël van de oude dag ontving geestelijke kennis van en werd heengewezen naar de Beloofde. Bovendien waren de ceremoniën voor hen een waarborg Gods, dat Hij zijn belofte zou inlossen: Zou Hij het spreken en niet doen? Zo zijn de vaderen ontslapen in het vaste geloof dat de Heere zijn volk bezoeken zou en de belofte vervullen.

Deze offeranden en ceremoniën worden schaduwen genoemd omdat ze gelijk de schaduw van een persoon een beeld geven van Hemzelf. Een schaduw is niet de persoon en zaak zelf. Er zit nog een stuk verborgenheid in. Maar wij die in de dag der vervulling mogen staan kunnen thans bij het licht der vervulling de schaduwen en afbeeldiagen bezien. En daarom zijn ze ons een zeer bijzonder middel om de rijkdommen van het heil in Christus des te beter te verstaan. Laten we dit middel ongebruikt in prediking en catechese zo verarmt ongetwijfeld het leven der Kerk.

Daarom willen we voor we van dit onderwerp afstappen nog iets naders van deze schaduwendienst zeggen, ook al is het natuurlijk niet doenlijk in de brede op bijzonderheden in te gaan. We kunnen hier vier groepen onderscheiden: /. heilige plaatsen, II. heilige personen, III. heilige handelingen, IV. heilige tijden.

I. Heilige plaatsen.

We beperken ons tot 'de tabernakel. Deze was niet een menselijke vondst, maar is geheel opgetrokken naar het voorbeeld dat Mozes op de berg getoond was. Bezaleël en Aholiab waren immers van Godswege bekwaamd tot de bouw er van. Zij waren daartoe vervuld met de Geest Gods, met wijsheid en met verstand en wetenschap.

Geen menselijk vernuft komt hierbij in aanmerking, en dat zegt ons al dat de ontsluiting van de weg der zaligheid alleen van Gods kant komt.

De indeling van de tabernakel mogen we als bekend veronderstellen: voorhof met brandofferaltaar en koperen wasvat, het heilige met reukofferaltaar, tafel der toonbroden en gouden kandelaar, het heilige der heiligen met de ark en het verzoendeksel, waaronder de twee tafelen der wet.

Alles heeft betekenis. Door de voorhof, langs het brandofferaltaar, waarop het offer gans verteerd werd (heenwijzend naar Christus' offer en bloedstorting onder Gods brandende toorn tegen de zonde), was er alleen toegang tot de woonstede Gods in het binnenste van het heiligdom.

Van het reukaltaar steeg de wolk van het brandend reukwerk op, ziende' op de voorbede van Christus.

In 't heilige der heiligen troonde God op de ark, onzichtbaar. Dat laatste juist in onderscheid van de godentempels bij de heidenen rondom. Daar troonde het godenbeeld op de troonzetel. De God Israels kan en raag echter niet worden afgebeeld. Daarom js de troonzetel naar het zichtbare leeg. Een wolk, de schechina, was teken van Gods aanwezigheid.

Éénmaal 's jaars slechts mocht de hogepriester het heilige der heiligen binnentreden, met wierook en bloed, in de directe tegenwoordigheid van de God des verbonds om de zonden des volks te verzoenen.

We kunnen over dit alles nu niet uitweiden, hoewel ze de dierbaarheid van Jezus en zijn bloed rijk vertolken.

De tabernakel in zijn geheel was in 't bijzonder de plaats, waar God zich als de God des verbonds wilde openbaren temidden van zijn volk. Daar woonde Hij in gunst: bij altaar en offer, waar het bloed stroomde en gesprengd werd tot in het binnenste heiligdom. Van daar uit werd zegen over Sion uitgestort.

Daarom kon de Israëliet alleen bij altaar en offer de Heere in vrede ontmoeten. De tabernakel was niet een huis der gemeente, maar de woonstede Gods. God wilde daar in gemeenschap met Zijn volk treden. Ja, wij mogen zelfs verstaan dat de tabernakel eigenlijk Gods volk zelf verbeeldt, zodat we krijgen: God wonende in zijn gemeente.

De tabernakel de plaats der Gods ontmoeting. Daarom roept de psalmist: ik zal mij buigen naar het palies Uwer heiligheid. Als men ver van het heiligdom af is stijgt de klacht op: Wanneer zal ik ingaan en voor Gods aangezicht verschijnen? ! De priester die altijd bij het heiligdom mag zijn wordt gelukkig geprezen: Welgelukzalig zijn zij die in Uw huis wonen, zij prijzen U gestadiglijk.

Buiten altaar en offer in het heiligdom was God een verterend vuur. Daniël bad driemaal daags met zijn aangezicht naar Jeruzalem heen, naar het heiligdom heen (al was het verwoest).

Alles is schaduw van Hem, die vlees geworden is. Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond, eigenlijk getabernakeld, zijn tent opgeslagen. In Hem is de schaduw vervuld. God heeft woning genomen onder de mensen. God in het vlees. Daarom kan buiten Christus niemand God zien en leven, maar in Christus is God de God van gunst en eeuwige vrede, shalom.

Wat in en met de tabernakel vertolkt wordt is niet een voorbije faze in de ontwikkeling der Godsvoorstelling, zodat we thans aangeland zijn in een bedeling met een humaner Godsbeeld. Dat willen oude en neo-modernen doen geloven, en het sijpelt door tot in de middenorthodoxe kringen, en mogelijk nog verder. Neen, wat in de tabernakel met altaar en offer getekend en verzegeld wordt, is eeuwige waarheid, de waarheid der heiligheid Gods en der verzoening door het bloed, de waarheid der vrije verkiezing: alles thans in Christus verschenen.

Daarom zal het eenmaal zijn voor de ganse Kerk: Zie, de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volk zijn, en God zelf zal bij hen en hun God zijn.

II. Heilige personen.

Hierbij denken we aan de profeet, priester en koning. Zij waren in hun bediening schaduw en type van Christus als hoogste Profeet, enige Hogepriester en eeuwige Koning.

Een profeet was iemand die gesteld werd in Gods Raad. God nam hem bij Zich en liet hem in zijn raad inblikken • voor zover Hij dat nodig achtte. Dan moest deze profeet hetgeen hij gezien en gehoord had het volk verkondigen. Als zodanig was de oud-testamentische profeet een type van Christus, die niet

maar ten dele doch volkomen de verborgen Raad en wil Gods van onze verlossing heeft geopenbaard.

Bij het oud-testamentische koningschap treden als kenmerken naar voren: het theocratisch karakter ervan, een zijde ervan die op strijd en lijden wijst (David), en een zijde er van die wijst op vredesheerschappij (Salomo).

Zo gaat door middel van dit koningschap in Israël licht op over Christus' koningschap, waarin Christus in gehoorzaamheid aan zijn Vader door lijden tot heerlijkheid kwam en de Vredevorst over zijn volk is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ZIJN SCHADUW GEZIEN 1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken