Bekijk het origineel

Verpolitiekte kerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Verpolitiekte kerk

9 minuten leestijd

Het zijn steeds weer dezelfde symptomen in Kerk en theologie die onze aandacht vragen en moeten blijven vragen. In allerlei toonaarden is en wordt geschreven over de verpolitisering van de kerk. De verontrusting hierover is van diverse zijde onder woorden gebracht en bepaald niet alleen van Hervormd Gereformeerde zijde. Het scherpe betoog van b.v. dr. De Ru op de jaarvergadering van de Confessionele Vereniging laat er geen twijfel over bestaan hoe hij de dingen ziet. In de op politiek en maatschappij gerichte theologie van onze tijd wordt de Bijbel geannexeerd om eigen politieke en maatschappelijke ideologiën een achtergrond te geven. Maar inmiddels vindt er een totale herwaardering plaats van de bijbelse begrippen. Wanneer de bijbel de oproep tot bekering laat horen interpreteren de maatschappelijk geëngageerde theologen dat begrip als een oproep tot revolutie; hetgeen dr. De Ru bestempelde als een ontoelaatbaar taalkundig foefje.

In dit artikel wil ik enkele facetten, waarin de verpolitisering van de kerk aan de dag treedt, nog eens onder ogen zien. Want de ontwikkelingen zijn al veel verder doorgegaan dan misschien velen beseffen. En laten we niet vergeten, het zijn zaken die direct het wezen van de kerk raken, dat we terdege op onze hoede dienen te zijn.

De Universiteit; de theologische opleiding

In sterke mate worden de huidige ontwikkelingen voelbaar aan de universiteit, en dan speciaal ook aan de theologische faculteiten. Revolutionaire, maatschappijvernieuwende stromingen doen een claim op de universiteiten. De roep om onderwijsvernieuwing, die in onze tijd luid klinkt, staat vaak niet los van de roep om maatschappijvernieuwing. Het studentenverzet is méér dan een louter op het onderwijs gerichte beweging. Aan de universiteiten ontstaan cellen, kernen, die zich ten doel hebben gesteld de bestaande maatschappelijke orde omver te werpen. Het onderwijs dient aan de maatschappelijke omwentelingen te worden dienstbaar gemaakt.

Die dingen werken inmiddels ook door in de theologische faculteiten. De theologie is gekomen in de ban van de revolutie. Ze is maatschappelijk en politiek gericht geworden. Met het gevolg dat er steeds minder belangstelling en aandacht is voor de geloofsleer en de bijbelse exegese. Het gaat er alleen nog maar om het evangelie politiek en maatschappelijk te duiden. En dan niet dat de bijbel zélf de norm is, waarvan de ontwikkelingen worden getoetst. Neen de zogeheten evangelische inspiratie van de mens, die zich geëngageerd weet met de wereld, staat centraal. De maatschappelijke vakken hebben alle aandacht. De sociologie overwoekert de theologie.

De lezers hebben onlangs in de Persschouw kunnen lezen hoe prof. Van Itterzon de noodklok luidde i.v.m. een rapport over herstructurering van het theologisch hoger onderwijs, waarin b.v. het voorstel wordt gedaan dat studenten in 't derde jaar van hun studie kunnen volstaan met een summiere studie van het O.T. en zouden kunnen afzien van het Hebreeuws. De bijbelse vakken moeten het ontgelden bij de bedoelde vernieuwing van de theologische opleiding. Ruim baan moet worden gemaakt voor de mens en maatschappij-wetenschappen.

Prof. dr. H. Jonker stuurde mij een aantal opmerkingen hierover van zijn hand waarin hij ook inging op dit rapport. Hij zegt o.a.: 'Ziet men de theologische prakticus in de maatschappij als evangeliedienaar in dienst der kerk of meer als een sociaal werker in dienst van de maatschappij? Sociale werkers, die als christen de maatschappij willen dienen, kunnen m.i. een betere opleiding ontvangen aan de sociale academie dan aan de theologische faculteiten.'

Het onderwijs en de vorming behoort dan ook volgens prof. Jonker niet in de eerste plaats gericht te zijn op maatschappij critiek en verandering, maar als bijstand voor dienaren der kerk in hun directe ambtsuitoefening in het maatschappelijk leven, voorzover deze betrekking heeft op de benadering en begeleiding met het evangelie van individuele mensen en mensengroepen. Het gaat er om dat pastores worden opgeleid. Prof. Jonker zegt dan verder: 'Het is wel ongelooflijk oppervlakkig deze pastorale tak van arbeid, waarnaar talloos velen in hun eigen levensnood verlangend uitzien, smalend af te doen met de opmerking 'de kerk is geen troostinstituut'. De persoonlijk geestelijke problematiek is veel reëler en wezenlijker in de samenleving aanwezig dan men zich met een te hoog gespannen, generaliserend idialisme aangaande de maatschappij als totaliteit kan voorstellen.'

Een zaak die ons ten zeerste raakt

De ontwikkelingen m.b.t. de theologische studie raken ons ten zeerste. De jonge mensen, die straks in onze gemeenten als dienaar des Woords werkzaam mogen zijn, ontvangen grotendeels hun opleiding aan de theologische faculteit te Utrecht. De vraag mag wel gesteld worden wat er nog over is van de idealen van Voetius. We hebben eerst al de bittere pil te slikken gekregen dat R.K. hoogleraren werden ingeschakeld aan de Utrechtse theologische faculteit. En wanneer de koers, zoals die nu wordt uitgestippeld wordt voortgezet, dan ziet het er naar uit dat ook aan de Utrechtse faculteit de bijbels-theologische vorming steeds meer in het gedrang zal raken en de opleiding tot werkelijke dienaar des Woords steeds verdunder worden zal. We zouden tegen die instanties, die hier te beslissen hebben, willen zeggen dat zo'n koers niet zonder consequenties blijven kan. Wat wij verlangen van de opleiding van dienaren des Woords is dat het onderwijs in de geloofsleer, de bijbelse exegese en het pastoraat, in de zin waarin prof. Jonker het bedoelde, alle accent krijgt. Anders ziet het er naar uit dat de aanstaande pastores over alles weten te spreken, maar niet meer weten wat hun eigenlijke taak is en hoe die uitgeoefend moet worden. Is het eigenlijk niet tekenend dat in het geheel van de kerk de theologische studenten steeds meer een maatschappelijk gerichte betrekking aanvaarden, dan dat ze de gemeenten willen dienen met het Woord? Als de tekenen ons niet bedriegen dan zal deze tendens door de voorgenomen herstructurering van het theologische onderwijs alleen nog maar worden bevorderd. Het is een bedroevende zaak als de theologische opleiding zich meer gaat richten op de maatschappij dan op de gemeente. In dit verband maakte prof. Van Niftrik de opmerking dat veel predikanten nog wel kunnen meelopen in protestmarsen en geïnteresseerd zijn in politieke en maatschappelijke omvormingen, maar aan ziek- en sterfbedden met de mond vol tanden staan.

De studenten van nu zijn de predikanten van straks. Hun prediking zal mede de ontwikkeling van het kerkelijk leven bepalen. Te hopen is dat er in de theologische faculteiten een andere wind zal gaan waaien en beseft zal worden dat het ook bij de opleiding van de aanstaande dienaren des Woords gaat om het reformatorisch karakter van de kerk. Die opleiding is geen vrijblijvende zaak. Dat betekent niet dat de maatschappij geen aandacht dient te hebben. Maar een reformatorische visie op de maatschappij is nog iets anders dan het maatschappelijk geëngageerd zijn dat ons door de moderne theologie wordt opgedrongen.

We hopen met name dat in Utrecht een bijbels-theologische opleiding mogelijk zal blijven. We menen dat de kerk daar recht op heeft. We menen met name ook dat in de kerk al die gemeenten daar recht op hebben, die sinds jaar en dag gereformeerde studenten hebben geleverd. Waarbij nog komt dat de laatste jaren in toenemende mate studenten uit andere kerken van de gereformeerde gezindte bij de theologische faculteit van Utrecht zijn ingeschreven. Waarmee we maar zeggen willen dat de theologische faculteit te Utrecht een verantwoordelijkheid heeft die ook verder reikt dan de grenzen van de Hervormde Kerk.

Het diakonaat

De verpolitisering van Kerk en theologie heeft ook nog andere consequenties. Naast zending en werelddiakonaat wordt gewerkt aan een derde taak voor de kerk overzee, namelijk de kerkelijke ontwikkelingshulp. Op zich is het al een vreemde figuur dat naast de directe taak, die de kerk heeft in het werelddiakonaat, nog een project komt als van kerkelijke ontwikkelingshulp. Maar ook het werelddiakonaat zèlf raakt steeds meer onderhevig aan een herwaardering, die niet losstaat van de verpolitisering van de kerk. Net voordat dit jaar in de kerken de collecten voor het werelddiakonaat gehouden werd schreef drs. C.H. Koetsier een artikel in Trouw over deze materie, waarbij hij lijnen trok van het werelddiakonaat naar revolutionaire situaties in de wereld. Ook hier weer een pleidooi voor het politiek en maatschappelijk engagement. In dit verband werden concrete voorbeelden genoemd. En het jaarverslag van de generale diakonale raad, dat deze week in de synode behandeld werd, bevat opmerkingen die in dezelfde richting wijzen.

Opgemerkt wordt bijvoorbeeld dat onze verantwoordelijkheid voor en onze solidariteit met de wereld niet in het minst tot uiting moet komen in de bereidheid van de kerk om mensen, en waar nodig ook middelen, ter beschikking te stellen in de strijd die in de wereld gestreden wordt voor sociale gerechtigheid, voor het welzijn van mensen en volkeren. Het diakonaat zal verder goede diensten kunnen bewijzen, aldus het verslag, bij de opbouw van een maatschappelijk geëngageerde, voor gerechtigheid strijdende christelijke gemeenschap. Heel concreet worden de lijnen dan doorgetrokken naar bijvoorbeeld steun aan het Christelijk Instituut in Zuid Afrika en het vormingswerk in Latijns Amerika. En verder wordt ten aanzien van de nationale taken van het diakonaat onder meer gewezen op de stakingen. Ook dat is kennelijk een punt waar het diakonaat in onze tijd aandacht aan moet schenken.

Eén en ander lijkt me voldoende om te constateren dat de verpolitisering van de kerk ook in het diakonaat doorwerkt. Ook deze zaak mag dan ook wel ten zeerste onze aandacht hebben. Het zal in toenemende mate geboden zijn om na te gaan wat er gebeurt met de gelden die voor het werelddiakonaat en ook voor het landelijke diakonale werk binnenkomen. Krijgen ze een bestemming die in overeenstemming is met dat wat tot de directe taken van de kerk behoort, namelijk de dienst der barmhartigheid als begeleidend teken van de prediking van het evangelie? Daarbij zijn inderdaad projecten in wereldverband, zeker nu wij in onze welvaartsstaat weinig directe armoede meer tegenkomen. Maar de publicaties van de laatste tijd inzake het diakonaat maken ons kopschuw om de collecten voor het werelddiakonaat zonder meer aan te bevelen. Dat betekent niet dat we geen oog moeten hebben voor de nood in de wereld. Het is de roeping van de gemeenten om die nood te zien en te helpen lenigen. Wat dat betreft zijn er echter kanalen genoeg om een goede bestemming van de gelden te garanderen. De medische zending van de G.Z.B. heeft projecten genoeg waarvoor de gelden kunnen worden bestemd. En de Suriname Zending van de Evangelische Broedergemeente verricht ook prachtig werk, zodat bijdragen daar aan ook alleszins verantwoord zijn. In ieder geval verdient deze zaak de aandacht van de diakonieën.

Laten we op onze hoede zijn. Stapje voor stapje schrijdt de kèrk verder op de weg van de verpolitisering. We signaleerden het aan de hand van een tweetal facetten. De kerk raakt steeds meer ingekapseld in wereldse patronen. De kerk heeft met Demas, naar het schijnt, de tegenwoordige wereld lief gekregen. Zo'n dienen van de wereld is iets anders dan de wereld dienen met het evangelie. Dat laatste is de opdracht van de kerk.  

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Verpolitiekte kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken