Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Heilige Geest en de toerusting van de gemeente

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Heilige Geest en de toerusting van de gemeente

10 minuten leestijd

IV

De profeten

Als tweede gave van de Heilige Geest ter toerusting van de gemeente noemt Paulus de profeten (1 Kor. 12:28) of wel de gave der profetie. Rom. 12:6.

De apostel spreekt in 1 Kor. 14 uitvoerig over de gave der profetie en zegt in vs. 1: 'jaagt de liefde na en ijvert om de geestelijke gaven, maar meest, dat gij moogt profeteren!' Paulus stelt de profetie zelfs boven het spreken in tongen, de zgn. glossolalie (vs. 5). Degene die in tongen spreekt is slechts voor God verstaanbaar en sticht zichzelf, maar wie profeteert, die sticht de gemeente, bouwt haar op in vertroosting en vermaning (vs. 3 en 31). De profetie geschiedt ook met het verstand (zie vs 13—19). Verder merkt de apostel op, dat de profetie ook van belang is voor de buitenstaanders, de ongelovigen. Wanneer die in de gemeentevergadering zouden binnenkomen en zij in tongen hoorden spreken, zou het op hen de in­ druk maken, dat degenen die aan het woord waren, uitzinnig zijn (verstandsverbijstering). Het zou hen vreemd blijven en niet overtuigen. Wanneer daarentegen in de Gemeente geprofeteerd wordt, zal het woord der profetie hen aangrijpen, hen oordelen, met de mogelijkheid, dat zij tot bekering en tot aanbidding komen; hen verkondigen, dat God kennelijk in het midden van Zijn Gemeente is (vs. 23—25). De profetie heeft ook ontdekkende en wervende kracht. De profetie is dus een bijzondere genade van de Heilige Geest, Die Hij in de gemeente openbaar maakt via hen, die met dit charisma door Christus bedeeld zijn.

Profetie in het O.T.

Bij de woorden profeet en profetie denken wij onmiddellijk aan het Oude Testament. Het griekse woord profeet is de vertaling van het hebreeuwse woord nabi, afgeleid meestal van nabû, spreken. Een nabi is dus een spreker, maar dan namens God. De profeet verkondigt het Woord Gods. In Ex. 7:2 zegt God tot Mozes: Gij zult spreken alles, wat Ik u gebieden zal. Evenzo klinkt het tot Jeremia (Jer. 1:17).

De profeet ontvangt dan ook van God openbaringen, die hij meestentijds aan anderen met gezag heeft te verkondigen. Het is niet zijn eigen woord of zienswijze, zoals bij de valse profeten blijkt, maar Godsspraak: zo zegt de Heere!

Wat God openbaart, moet de profeet, hetzij mondeling of schriftelijk, doorgeven al dan niet begeleid door handelingen of bepaalde gebruiken (denk aan Jeremia en Ezechiël). De profeten roepen het volk op de Heere te vrezen. Zijn wet te betrachten. Zij knopen duidelijk aan bij de Mozaïsche wetten, bestraffen het volk over hun levenspraktijk in de verhouding tot God en tot elkaar en roepen op tot bekering en gehoorzaamheid. Bij volharding in de zonde wordt het oordeel van God aangekondigd, bij berouw vergeving en heil. Zij proclameren tevens wat God in de toekomst zal doen, en kondigen de Messias aan.

De profeet verkondigt dus Gods openbaring vanuit het verleden, over het heden en voor de toekomst!

Profetie in het N.T.

Het griekse woord profées, dat afgeleid werd van profemi en profeteuo, betekent: openlijk uitspreken, in het openbaar bekend maken.

Duidelijk blijkt, dat ook in het Nieuwe Testament Gods openbaring doorgegeven wordt over het verleden en het heden en aangaande de toekomst. Bij niemand anders komt dat duidelijker en heerlijker uit dan bij onze hoogste Profeet en Leraar de Heere Jezus Christus. Hij brengt verborgen dingen aan het licht. Hij roept op tot bekering in de nauwste aansluiting aan Wet en profeten, Hij strijdt tegen de veruitwendiging en vervalsing van de dienst van God met een beroep op de profetie (o.a. Marc. 7:6). Hij leert als Machthebbende, volmaakt. Klaar getuigt Hij, dat Hij spreekt het Woord van Zijn Vader, Die Hem gezonden heeft. God spreekt door Hem en daarom is Zijn Woord met gezag. Hij vervult de profetie. Hij is de Waarheid, de Godsopenbaring Zelf! Tevens mag Hij de toekomende dingen ons verkondigen. Zelf en door Zijn Geest, met name door Zijn lijden en sterven, door Zijn verhoging — de weg van alle ware profeten! — In Zijn gemeente nu openbaart God door Zijn Geest de verborgenheden van Zijn Koninkrijk (Joh. 16:12, 1 Kor. 13:2). Paulus noemt het spreken van de profetisch begaafden: openbaring (1 Kor. 14:30; 6:26; Ef. 3:5). Men profeteert onder leiding en aandrang van de Heilige Geest (1 Kor. 14:30). Zodoende ontvangt men openbaring over het heilsplan van God tot aan de wederkomst van Christus, Door deze gave van de Geest zijn de apostelen met name, maar ook anderen in de gemeente, in staat uitleg te geven aan de gemeente en ten overstaan van de wereld omtrent Gods grote daden in Christus, over Zijn werk in verleden, heden en toekomst. Lees daar de brieven van de apostelen maar op na. Johannes zegt, dat de woorden der profetie die hij op Patmos ontving dit doel hadden: 'Zijn dienstknechten te tonen wat weldra geschieden moet' (1:3; 22:6)

Paulus ontvangt inzicht in de verborgenheid van de roeping der heidenen (Rom. 9 e.v.; Ef. 3).

De profetie openbaart ook iets van de nabije toekomst. Ik denk aan Agabus die een grote hongersnood aankondigt en tevens Paulus zijn gevangenschap voorzegt (Hand. 11:2). De profetie heeft evenwel niet alleen betrekking op de toekomst. Duidelijk blijkt uit het N.T., dat de profeet de wil van God voor het heden van de gemeente en de enkeling bekend maakt. Zo maakt de Heilige Geest via de profetie duidelijk, dat de gemeente van Antiochië Barnabas en Saulus moet afzonderen voor het zendingswerk (Hand. 13). Evenzeer geldt dat voor Timotheüs (1 Tim. 1:18 en 4:14). Voorts dient de profetie in de kring van de gemeente tot vermaning, vertroosting en lering, kortom tot haar opbouw (1 Kor. 14:3, 24, 25, 31).

Profeten zijn dus door de Geest gedreven verkondigers van Gods openbaring aan de gemeente. Zij betuigen en verklaren haar de grote heilsdaden van God in Christus en vermanen en vertroosten de gemeente door haar de wil en het werk van God in concrete situaties aan te wijzen.

De profetie is dus veelzijdig: overtuigend, ontdekkend, vermanend, vertroostend, lof en dankzeggend, aanbiddend. Maar het is Christus Die, al naar dat Hij nodig oordeelt, Zijn gemeente deze gave geeft door Zijn Geest!

Vandaar ook het dringende vermaan tot de gemeente: lust de Geest niet uit; veracht de profetieën niet (1 Thes. 5:19 en 20).

Verschil met O.T. profetie

Opvallend is het, dat Paulus de gemeente ter beoordeling van de profetie niet op non actief stelt. Deze gave aan en in de gemeente geschonken, moet door de gemeente zèlf op haar echtheid en waarheid getoetst worden. Alle misbruik dient geweerd te worden, alle dwaalleer bestreden (1 Kor. 14:29 e.v.). Ook wordt sinds de Pinksterdag de kring van profeten ruimer (Hand. 2:17-19). In Romeinen 12:6, 7 stelt de apostel, dat de profetie moet geschieden naar de maat des geloofs. Dat betekent echter ook: in overeenstemming met de leer, met de inhoud van het apostolisch getuigenis. De profetie blijft gebonden aan de inhoud van het geloof, dus aan het Woord! Al wat daarvan afwijkt, is ongeloofwaardig en wordt vervloekt. De profeten staan onder de O.T. profeten en de N.T. apostelen.

Plaats in de gemeente

Ook geeft Paulus aanwijzingen over de plaats die de profetie in de gemeentesamenkomst heeft (1 Kor. 14). Alles dient met orde en in vrede te verlopen. De profetisch begaafden mogen niet door elkaar heen spreken, maar ieder afzonderlijk en met de bereidheid voor een ander, die een openbaring heeft ontvangen, plaats te maken. Er moet niet alleen gelegenheid gegeven worden tot profeteren, maar ook om de profetie door andere profetisch begaafde gemeenteleden, wellicht ook door de gemeente zelf, te laten beoordelen. De Geest wil daartoe de gemeente het onderscheidingsvermogen geven. De bedoeling van de profetie, zo stelt Paulus nadrukkelijk is om de gemeente te stichten en op te bouwen. De profeten zijn er ten dienste van de gemeente! In 1 Kor. 13 stelt Paulus de profetie daarom afhankelijk van de liefde. Alle zelfverheffing wordt zodoende bij de wortel afgesneden.

De profetie is een zegenrijke gave van de Geest van Christus aan de gemeente. God heeft in de gemeente sommigen gesteld tot profeten d.w.z. niet alleen bij gelegenheid in de samenkomsten van de gemeente, maar tevens als blijvende dragers van de gave der profetie. Deze gave zal hen in de gemeente ook een vooraanstaande plaats gegeven hebben, hetzij als ambtsdragers, hetzij als gemeenteleden.

De vraag komt op: is deze gave ook nu nog in de gemeente aanwezig of te verwachten? Meestal wordt daarop ontkennend geantwoord, m.i. ten onrechte. Ook vandaag nog geldt de belofte van Christus: 'nog vele dingen heb Ik u te zeggen, maar die kunt gij nu niet dragen. Wanneer echter Die gekomen zal zijn, namelijk de Geest der waarheid. Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelf niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen. Die zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en u verkondigen' (Joh. 16 12 v.v.).

Dit woord geldt allereerst de apostelen, die door de Geest hun getuigenis gegeven hebben in woord en in geschrift. Door de Geest geïnspireerd hebben zij geschreven en wij danken daaraan het N.T. en de vorming van de kanon.

Maar in de apostelen geldt de belofte voor de kerk! Niet om nieuwe openbaringen meer te verwachten, wel om van Christus onderwijs te ontvangen vanuit de Schriften, die van Hem getuigen en wijs maken tot zaligheid. Vanuit de in de Schrift gegeven openbaring (2 Petr. 19) wordt de gemeente door de Geest verlicht en doorlicht, toegerust tot alle goed werk. Door de verlichting van de Heilige Geest ontvangt de gemeente dieper inzicht in de heilgeheimen van God! Door de Geest wordt ook nu nog de gemeente in concrete situaties voorgelicht. Daarvoor gebruikt de Heilige Geest nog altijd mensen in de gemeente, ambtsdragers en niet ambtsdragers, ouderen en jongeren (Hand. 2, Joël 2). Zij zijn de oren van de gemeente bij God en de ogen van de gemeente op haar pelgrimage door de wereld. Zij ontvangen in gebondenheid aan het Woord van God concrete openbaringen, die getoetst mogen en moeten worden conform het Evangelie, zodat de gemeente te weten komt, wat zij doen moet en wat niet. Mede door de profetie wast zij op in de kennis en de genade van Christus en is zij een zoutend zout.

Van bijzonder belang zijn daarom de profeten voor het onderwijs naar de Schriften. Volgens Hand. 13 werkten zij nauw samen met de leraars. Onderwijs heeft de vlam van de profetie nodig en de profetie de vulling van het onderricht uit het Woord!

Het is een zegen voor de gemeente en de dienaren van het Woord, wanneer deze gave van de Heilige Geest afgesmeekt en geschonken wordt. Wat krijgt in de prediking en het pastoraat de vermaning dan stootkracht, het woord der vertroosting warmte en gloed, de aanbidding diepgang! Waar de profetie ontbreekt, wordt de gemeente ontbloot. Waar zij aanwezig is worden gemeente en kerkeraad toegerust tot de volmaking der heiligen en dienst aan de wereld. Daar wordt gesproken van de grote werken Gods en komt openbaar dat God met ons is!

'Och of al het volk des Heeren profeten waren, dat de Heere Zijn Geest over hen gave' (Num. 11:29).

Van voorbijgaande aard

Toch is het aan de andere kant waar, dat de profetie van voorbijgaande aard is. Zolang de Gemeente nog in deze aardse bedeling leeft, blijft zij aangewezen op de Godsopenbaring vanuit de Schrift en ook op wat via de toelichting van de door de Geest begaafde profeten geschonken wordt.

Paulus weet echter dat de profetieën teniet gedaan worden. Nu kennen wij ten dele en profeteren ten dele; maar wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, dan zal hetgeen ten dele is te niet gedaan worden. In de voleinding zal alles opgeklaard worden en mag de bruid zien aangezicht tot aangezicht. Dan blijkt de liefde nimmermeer te vergaan en de meeste te zijn!

Daarom zeggen de Geest en de bruid: kom. Ja kom Heere Jezus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

De Heilige Geest en de toerusting van de gemeente

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

PDF Bekijken